Marken in grootmoeders tijd

Marken in grootmoeders tijd

Auteur
:   J. Schild
Gemeente
:   Waterland
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4752-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Marken in grootmoeders tijd'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

31. Het "paard" van Marken 1927.

De vuurtoren van Marken wordt vanwege zijn vorm door watersporters het paard van Marken genoemd. Reeds in 1700 was op Marken een vuurtoren gebouwd. Hierop werd als licht een kolenvuur gebrand, hetgeen blijkt uit oude stukken en rekeningen waarbij gewag wordt gemaakt van een "kooleschuer" en de aankoop van kolen. In 1795 werd het kolenvuur vervangen door een olielamp met ononderbroken licht. De toren van 1700 was in de loop der j aren zwaar geteisterd door stormen en watervloeden en was zo bouwvallig geworden dat hij afgebroken moest worden.

De oorspronkelijke vierkante tor en werd in 1839 vervangen door een ronde toren, die minder vatbaar was voor storminvloeden. Hij staat op dezelfde plek als zijn voorganger. Oorspronkelijk staat de eerste toren op het puntje van het eiland. Veelland is echter in de loop der eeuwen aan de zee prijs gegeven. Nu staat de toren ongeveer 175 meter uit de wal en is via een dijkje te bereiken.

Aan de toren is een zogenaamde lichtwachterswoning gebouwd. Na de oorlog is het huis vergroot door middel van een houten bovenbouw. De aard van de verlichting is in de loop der jaren verschillende malen veranderd: van stilstaand licht tot een onderbroken verlichting, die zes seconden brandt en twee seconden is gedoofd.

Was de brandstofvoor de verlichting aanvankelijk kolen, later werd dit olie, in 1922 blauwgas en sinds 1940 werkten de lampen op propaangas.

De eerste vuurtorenwachter, "vuurstooker" genoemd, was Cornelis Jacobsz., die werd opgevolgd door Anthony Stokman. De laatste torenwachter was Piet van de Toren (Pieter Klaasz. Visser).

32. Moeniswerf omstreeks 1900.

De Moeniswerf is een van de oudste buurten van Marken en dateert van voor 1608. In 1909 stonden er 18 huizen en woonden er 78 mensen. In het rampspoedjaar 1916 is de werf door het zware noodweer, de hoge zee en de watervloed zwaar geteisterd. Een aantal huizen werd verwoest en van de zestien personen die toen op Marken hun graf vonden, waren er zeven van Moeniswerf. In 1920 woonden er op Moeniswerf nog slechts 28 mensen in acht huizen.

De werf is waarschijnlijk genoemd naar iemand die de naam Moen of Moens droeg, dus: Moens zijn werf, werd Moeniswerf. Vast staat, dat reeds in 1553 op Marken sprake was van een zekere Jan Moenszoon.

De Moeniswerf was voor de oorlog aIleen te bereiken via de Rozewerf. Over de dijk liep je dan richting vuurtoren, na een paar honderd meter sloeg je linksaf door de weilanden.

De Moeniswerf werd ook wel eens , ,Engeland" genoemd. Evenals bij Frankrijk voor Buurt 4 is de reden hiervoor vooralsnog niet te achterhalen.

De afgebeelde foto is genomen voor 1916 vanaf het standpunt waar nu het Moeniswerverpad op de werf aansluit. De huizen links zijn bij de watersnood weggeslagen.

~itg. K. Simons (Ell. Marken.)

Moeniswerf.

33. Jan Moenis, de klompenschilder van het eiland, 1875-1953.

Jan Moenis werd op 13 mei 1875 op de Wittewerf geboren. Toen hij tien jaar oud was, werd het gezin Moenis getroffen door de tyfus, die toen op Marken nog vaak voorkwam. Ten gevolge hiervan overleed een zoon en Jan werd doof. Zo moest hij verder opgroeien in een wereld van stilte. Gelukkig had hij reeds leren lezen en schrijven, vaardigheden waarvan hij later extra veel plezier ondervond. Omdat het voor Jan een bijna onmogelijke zaak zou zijn om in de traditie van de familie visser te worden, verkocht zijn vader de botter. Hij schakelde over op een vorm van gemengd bedrijf dat op Marken wel vaker voor kwam, namelijk de combinatie boer en bakker.

Ondanks zijn handicap was Jan buitengewoon ondernemend. In 1917 vertrok hij naar Suriname om zich daar te vestigen. Na een mislukt experiment keerde hij terug naar zijn eiland. Bovendien, en dat was op Marken in die tijd een unicum, bekeerde hij zich in 1919 officieel tot de rooms-katholieke kerk, nadat hij zich al jaren rooms gevoeld had.

Zijn neef K. Zeeman Cz. (van wiens publikaties gebruik gemaakt is bij het schrijven van deze bladzijde) schrijft dat Jan Moenis het vanwege zijn doofheid van het zichtbare hebben moest. Vandaar dat hij tekende, schilderde en boetseerde, waarbij opviel dat hij een voorkeur had voor buitenissige planten en dieren. Geleidelijk ontwikkelde hij zich als klompenschilder. Aanvankelijk aIleen met de initialen van de eigenaren, maar in de loop der jaren kwam er een steeds gevarieerder versiering. De zogenaamde rozenklompen zijn hier het prachtigste voorbeeld van. Bovendien beschilderde Jan Moenis kappedozen, bouwkistjes en schenkbladen.

De beschilderde klompen zijn niet alleen mooi, maar ook handig. Op Marken is het de gewoonte de klompen voor de deur te laten staan. Na een bezoek kan je snel je eigen .Jiulften" (klompen) vinden. Een bijkomend verschijnsel is weI dat je buiten reeds kan zien wie er binnen op bezoek is. Dat kan een voordeel zijn ... Terug naar de foto: Voor het huisje op de Wittewerf zien we Kees Zeeman, Jan Moenis en zijn moeder Jannetje Appel.

34. Kinderen bij de bakkerij van Jan van Muus Stoker. In de deuropening staat Sijtje Zeeman.

Op de trap, van boven naar beneden: Sijtje Stoker, Lijsje Stoker, Cornelis Zeeman, Klaas de Waart, Aris Zondervan, Emgert Zondervan, Jaap Erf en Piet Kes Jz.

Vervolgens, van links naar rechts: Lijsje Zeeman, Aaltje Peereboom, Jan Stoker, Rein Teerhuis, Luutje Stoker, Cornelis Dorland en Geertje Dorland.

De foto is genomen omstreeks 1930. De bakkerij is gebouwd in 1928.

35. Turf lossen omstreeks 1910.

Een prachtige opname van waarschijnlijk 1910. We bevinden ons aan de Oostzijde van Buurt 2. De meisjes staan op het pad langs de buurten. Het slingert zich om het kerkhof heen naar de Kerkbuurt.

Rechts achter de meisjes gaat het pad naar de Kets. Links bevindt zich het "houtje" dat toegang gaf tot Buurt 2. De hooiklamp achter de boerderij behoort aan Jaap Schouten.

Het turven op de voorgrond was een jaarlijks terugkerend karwei. De turven werden met botters naar Marken gebracht. Na het hooivaren ging men met de botter richting Overijssel om turf te halen. Met name de "Perebomen" Sijmen, Ka en Dirk van de MK 95,96 en 30 hielden zich hiermee bezig. Maar meer vissers verdienden hiermee een extra boterham, zoals: Hein Pereboom (MK 49), K. Klok (Visser, MK 134), P. Visser Kz. (MK 135), Sijmen Zondervan (MK 91) en Jongejaap Dorland (MK 122).

De turf voor de bakkers (lange turf) en het talhout werden door Jan de Wilt met zijn tjalk gebracht.

Op Marken haaide men zelf de turf van de haven en bracht die met kleine bootjes weg. Veelal werd dit werk door meisjes en vrouwen gedaan. De turf werd in verb and met het hoge water opgeslagen op zoider.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek