Marle in oude ansichten

Marle in oude ansichten

Auteur
:   G.J. Breukelaar
Gemeente
:   Hellendoorn
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0361-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Marle in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Opmerkingen zoals: "Jammer, dat al dat rijke verleden van Marle verloren gaat" en "de jeugd weet niets van vroeger", zijn één van de redenen dat deze kleine bundeling van foto's en herinneringen ontstaan is. Allen, en met name de oudere generatie, die een steentje hiertoe hebben bijgedragen, hartelijk dank. Hopelijk zullen volgende generaties, bladerend in deze oude prenten, ook dan nog kunnen beamen dat hun woonplaats Marle als een sieraad in de provincie mag worden beschouwd. De oudste boerderijen in deze overwegend agrarische streek waren van het Saksische type: vooraan de woonkeuken met schouwen spinde en bedsteden met zand op de betegelde of steentjesvloer. De deel was donker, behalve als het "onderschoer" openging. Ook kende men de Twentsche bouwstijl, woningen met de achterdeur naar de straat.

Tot aan het midden van de negentiende eeuw onderscheidde men in Hellendoorn zes Marken, te weten: de Marke van Haarie, Noetsele (Nijverdal), Hulsen en Overwater, Daarle, Hellendoorn, of het Kerkdorp, en de Dammarke. Deze laatste was verdeeld in vier buurtschappen: Eelen, Rhaan, Egede en Marle. Vrijwel iedere Marke bezat een school. Onze buurtschap met vijftig woningen (tien gehele erven, vier halve en de rest katersteden) kreeg die in 1732. De eerste schoolmeester was Eesse Dercks, "de gewezene meyer van 't Noordinek", die 's winters school gaf in het schoolhuysken. Het schoolmeestersloon bestond uit opbrengsten uit landerijen, hoenders, bijdragen in rogge, broden of verkoop van leien. De erfgenamen onderhielden de school. De ingezetenen van Mar1e vroegen deze school aan vanwege de verre afstand naar de dorpsschool en het gevaar van water en ijs bij de Schuilenburg. In de periode 1750-1850 groeide het inwonertal aanzienlijk: in 1750 tot 255, in 1780 tot 314, in 1825 tot 350, - op 1 januari 1841 waren er zevenenzestig woningen en woonden er in Marle tweehonderd twee mannen en tweehonderd negen vrouwen in 1885 tot 460, in 1915 tot 440, in 1945 tot 630 en in 1976 tot 680 inwoners. De bevolking die zich hier in de beginjaren vestigde, trof een uitgebreid woudgebied aan. Voor de aanleg van akkers moest er eerst worden gerooid. De namen die eindigen op "Ie" of ,,10" verwijzen nog naar de open of gerooide plaatsen in het bos. "Hoe oud is Marle nu? " zult u vragen. Wat denkt u van het volgende: bij opgravingen in 1947 is komen vast te staan dat omstreeks 800 voor Christus, in de IJzertijd, binnen de huidige gemeentegrenzen al mensen hebben gewoond. Deze conclusie werd

gerechtvaardigd door het vinden van een urnenveld langs de weg van Hulsen naar Marle. De Dammarke had in 1851 een grootte van 2300 hectare, waarvan 117 hectare in cultuur gebracht. Het recht dat men in Marle genoot als deelgenoot van de Marke De Dam was het recht van "heiden en weiden". Dit is plaggen steken, schapen, koeien of bijen houden. Hellendoorn kende in vroeger dagen vijf hoofdverkeerswegen: één daarvan ging via de Schuilenburg en de Twentsche weg naar Wierden en Almelo. Aan deze weg lag ook de pleisterplaats "Het Vosje". Hier werden de paarden voor de vracht- en postkoets verwisseld. Er werd ook getapt, onder andere clandestiene foezel uit de Pruus. Dit was omstreeks 1737.

De Marken waren in Hoeken verdeeld, waarvan de Martenshoek, Veldhoek en de Schothoek nog herinneringen zijn. Vroeger werd hier het handweven nog uitgeoefend; de spinnewielen behoorden tot de vaste meubels op de heerd. De wanden waren vaak versierd met een kist of kabinet en oude ingelijste letterdoeken.

Uit archieven van Tigchelhoff-Stevens van "Het Vosje" blijkt, dat er in 1855 ook al ruilverkaveling bestond. Op 31 mei 1855 vond er namelijk ruiling plaats van zes percelen grond tussen de landbouwers Jan Schuppinck, Albert Plasman, Marinus Middag en Gerrit de Vos. De overdrachtskosten bedroegen f 1,30 en drieëntachtig opcenten. Het verkavelingsgebied was 1 hectare 9 are en 10 ellen groot.

In 1969 werd nog een gedeelte van de fundamenten opgegraven van het kasteel De Dam. Dit gebeurde bij een uitbreiding van het sportpark. Evenals kasteel "Schuilenburg-Egede-RhaanKatenhorst-Eversberg" werd ook De Dam aan het eind van de achttiende eeuw afgebroken. Voor verharding van wegen. Alle maakten deel uit van een "keten" van kastelen en havezaten en burchten (21) langs de rivier de Regge. De plaats van de Schuilenburg is nog duidelijk als zodanig te herkennen. Niet te herkennen zijn de vroegere voetpaden door de "Stege". Het oude voetpad van de Pronks erve naar de oude Jacobskust (Kust van Jöpkes), Bentert enzovoort. Of langs de erven Stegeman, Hemmink, Nijenhuis, Wevers en de Meysterboer. (De oude school in 1849 bij de Meysterboer.) Verderop langs Heuver, het oude Imhof (Vegt), waar voor vierhonderd jaar reeds een Imhof, "nae meyers recht up de garve", bouwde. Evenoud is Alberdinck ten Have, die ook

aan Hidde baron Van Voorst tot Hagenvoorde behoorde. Het oude fietspad langs de Stege, met paaltjes afgezet en niet met plaggenhopen, liep tot bij Knoevert (H. Schuttevaar). Spekenbrink, Katerman, Samsen, Hulsmans, Woertman, Ulsens en Hannes in de weide zijn nog steeds bekend. Holsman of Hulsman werd in de zestiende eeuw gepacht door Jan ter Horst voor acht mud rogge, twee mud haver en twee mud boekweit. Enkele van de oudste erven in Maärle zijn: erve Ter Haar (Harink), Schöppinck, Neurdinck (G.D. Kamphuis) even voorbij Ulens, erve Lammerinck (vroeger eigendom van klooster Ter Hunnepe bij Deventer) en erve Smeenk (behoorde aan Everts).

Met Maardêle, Maärle of gewoon Marle kunt u nu op de volgende pagina's nader kennismaken. Niet met alles en iedereen, maar daarom is onze buurtschap dan ook een sieraad in de provincie.

1. De christelijke school in Mar1e in 1921. Het eerste hoofd was J. Noorlander, die op 2 september 1884 werd geboren. Het kostte veel moeite een hulponderwijzer of -onderwijzeres te vinden. In oktober werd een tweede kracht aan de school benoemd, en wel J. Nonnekes. U ziet op de achterste rij, van links naar rechts: L. Haller, Lammerinck, Van der Maat, Grooters, G.J. Veurink, J.H. Konijnebelt (oud-voorzitter van het schoolbestuur), H. Reefhuis, Mannes Reefhuis en Ten Brinke. Op de tweede rij: meester Nonnekes, Johan Schutte, Derk Heuver, G.J. Jansen, Jan Lohuis, Hermannes Schuurs, Mannes Mollenhorst, Jan Hendrik Schuurs en Arie Noorlander. Op de derde rij: Jennigje Reefhuis, Hendrikje Koppelman, Alberdina Veurink, Marie Noorlander, Riek Heuver, Dina van Haarst, Adriana Noorlander, een onbekende, Sina Gerrits en Dina Ekkel. Op de vierde rij: Mina Lohuis, Dina Haller, D. Fokkert, G. Schuurs, Mina Haller, A. Noorlander, meester Noorlander, G.J. Grooters, J.H. Kamphuis, Derk Schuurs, H. Willemsen en Jan Veurink. Op de vijfde rij: Dina Schutte, D. Mollenhorst en Hanna Gerrits. Op de zesde rij: G. Schuurs, Sientje Brilman, H. v.d. Maat, Jan Middag, Levert Haller en Willem Poorterman.

2. Ieder jaar werd, in de herfst, bij de brug over het Overijsselsche Kanaal de per schip aangevoerde turf door de notaris bij opbod verkocht. Zo'n turfbult als u rechts op de foto boven ziet, bracht ongeveer f 13,- op. Dat komt neer op ongeveer f 3,- per 1000 stuks. Deze turf kwam per schip van Vroomshoop en Vriezenveen naar Marle toe. Gerrits en Gritter waren bekende schippers in die dagen. Achter hun schip dreef meestal een bootje gevuld met "kloeten" turf (dit zijn halve turven). Deze kon men zonder tussenkomst van de notaris kopen. Ze werden gebruikt in de kachel en in het losse vuur. Links ziet u de brug. Eerst was dit een "drijfschole", later een ophaalbrug en sinds 1967 is de "Kempersbrug" een vaste brug. De vroegere smederij van Kamphuis stond aan de andere kant van de Hammerweg, toen Marle F 85. Op 4 maart 1926 trouwde Albertus Kamphuis en begon de zaak op de huidige plaats. Het schuurtje dat u rechts nog kunt zien, is in 1965 wegens ouderdom afgebroken. Rechts achter het kanaal zien we nog de "riezenmie te" (takkenbossen) van bakker Weggeman, die werden gebruikt om de oven heet te maken. De lantaarnpaal op de brug werd altijd aangestoken door G.J. Kemper sr. Vandaar ook de naam Kempersbrug. Op de brug wilden de schoolkinderen van de openbare school maar wat graag poseren! Volgens omwonenden van de brug is dit plaatje in 1924 geschoten.

Het kanaal werd in het verleden ook bevaren door de gebroeders Schoenmaker uit Almelo, die al van verre toeterden, ten teken dat de brug moest worden gedraaid. Het verhaal wil, dat Gertjan eens niet vlug genoeg was en dat hierop de schipper vroeg: "Heb' ie de spekzwoarden veur de oom zitt'n"? Vervoerd werd onder andere jenever en koffiebonen, bedoeld als toelevering voor de winkels. Schipper Baarslag - nu gemoderniseerd in Hardenberg - voer altijd van Hardenberg naar Zwolle. Een paard trok over de wal de schepen voort. Ook werd zelf wel getrokken, meestal de kinderen voorop. In Egede moest voor het gebruik van de pont het zogenaamde pontgeld worden betaald. Elke voetganger één cent; twintig cent voor elk voertuig op riemen of veren met twee of meer paarden, tien cent voor elke boerenwagen of kar, twee cent voor elk los paard of rund; twee cent voor elke kruiwagen; één cent voor elk schaap, kalf of varken, twintig cent voor elk motorvoertuig met meer dan twee wielen en elke fietser betaalde vijf cent.

3. De openbare school in Made met links nog een stukje van het meestershuis; nu woont hierin mevrouw Stad. Daarnaast de openbare school. (Koster Dieks heeft deze afgebroken en op die plaats een nieuwe woning gebouwd.) Vervolgens de bakkerij van Weggeman, die in 1933 is afgebroken. In 1917 is men hier de bakkerij begonnen. In 1934 heeft Weggeman nieuw gebouwd aan de overkant. Rechts op de foto het "Mûldershuus". Nu woont hierin B. Rattink. Aan de muur waren een gemeentelijk publikatiebord en een brievenbus bevestigd. W. Weggeman verkocht in die dagen hier ook nog fietsen; getuige een reclamebord op de muur. Rechts van de woning stond de korenmolen. Men kende hier vroeger twee wegen: de "Bàvenweg" en de Ommerweg. Toen echter in 1917 de school werd gebouwd, is de Bovenweg vervallen. Omstreeks 1950 werd in de school nog huishoudschool gehouden. Ook de molen achter de school moest plaats maken voor de graansilo's en een modernere bedrijfsvoering door de firma Strunk (Weggeman-Rattink). Deze duidelijke briefkaart kon men destijds kopen in de winkel van W. Mollink (oom Wi11em).

4. Op de plaats waar thans de christelijke school staat heeft vroeger een openbare school gestaan. Omtrent 1915 werd deze echter afgekeurd en werd een nieuwe openbare school gebouwd bij het Overijsselsche Kanaal. Dit om zodoende ook de leerlingen van de afgekeurde school in de buurtschap Egede tot zich te trekken. Deze gingen echter meestal naar Den Ham, zodat zij het gevaarlijke water niet over hoefden. De oude openbare school werd intussen verkocht aan een particulier. In deze tijd gingen er ook in Marle stemmen op om een christelijke school te stichten. Tot dit doel werd een christelijk nationale schoolvereniging opgericht. De statuten hiervan werden op 31 december 1919 koninklijk goedgekeurd. Veel medewerking werd ondervonden van het hoofd van de christelijke nationale school te Nijverdal, de heer T. Visser. De voormalige openbare school werd weer opgekocht en goedgekeurd. Door de aannemers firma Bouwhuis en Schothans te Nijverdal werd naast de school een woning voor het hoofd gebouwd. Voor de voorstanders van christelijk onderwijs was zaterdag 31 juli 1920 een ware feestdag, toen de eerste christelijke school kon worden geopend. Ds. R.J. Schoenmaker uit Den Ham sprak de openingsrede uit. Vervolgens kwam mr. G.J. Sybrandy aan het woord, als arrondissementsschoolopziener. Het benoemde hoofd, de heer J. Noorlander, schreef vierendertig leerlingen in. Bij de oprichting van de school bestond het bestuur uit, de heren: voorzitter A.J. Bosboom, secretaris G. Kamphuis, M. Veurink, G.J. Haller en J. Bosch. Ook nu nog kent men een Kamphuis en Veurink in het bestuur. Het afgekeurde openbare schoolgebouw was echter niet geschikt voor het onderwijs. Dank zij de Onderwijswet van 1920 van dr. De Visser kwam daarin verandering en kreeg het christelijk onderwijs betere condities. De nieuwe school verrees op de plaats waar de oude had gestaan en werd gebouwd door de firma Bonhof te Hellendoorn, terwijl het schilderwerk en loodgieterswerk werd verzorgd door de heren R.e. Tempert te Hellendoorn en Voerknecht te Vriezenveen. Alles onder architectuur van de gebroeders Boxman te Nijverdal. Onder grote belangstelling werd op maandag 6 oktober 1930 de nieuwe school geopend. Gesproken werd door Wesseldijk uit Den Ham, burgemeester Beukenkamp van Den Ham, Wieske, Hofstra, Reiziger en Oosterhof en Bosch (raadslid) uit Daarle. De heer Ten Have voerde namens het personeel het woord. Toen brak voor het christelijk onderwijs in Marle een nieuw tijdperk aan. De openbare school werd later opgeheven.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek