Marle in oude ansichten

Marle in oude ansichten

Auteur
:   G.J. Breukelaar
Gemeente
:   Hellendoorn
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0361-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Marle in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

10. Twee karakteristieke figuren. Links boven op de foto meester Mulder, die een bijna unieke prestatie leverde, omdat hij veertig jaar lang hoofd van één en dezelfde school was. Zijn vrouw, "Juffrouw Mulder", zoals ze in Marle werd genoemd, noemde hem wel eens spelenderwijs "Jan Vis", omdat hij zo'n verwoed liefhebber van vissen was. Dat hij af en toe een gelukkige hengelaar was, getuigt een krantebericht van 21 maart 1968. J. Mulder uit Marle ving vlakbij de stuw te Junne in de Overijsselse Vecht een zeldzame beekforel; de vis had een lengte van 42 centimeter. "Het is dè vangst van mijn leven", aldus de gelukkige visser. Meester Mulder was tot in de wijde omtrek bekend om zijn grote kennis van de bijen. Rechts boven op de foto ziet u Martend Veurink sr. Een man die vele jaren deel uitmaakte van het schoolbestuur. Verder ziet u het oude meestershuis, dat ongeveer vijftig jaar heeft dienst gedaan als hoofdonderwijzerswoning naast de school. Het huis is in 1971 afgebroken en vervangen door een nieuwe woning. Bij de afbraak van het oude meestershuis kwamen de schuilplaatsen te voorschijn die in de Tweede Wereldoorlog van onschatbare waarde zijn geweest bij de diverse razzia's. In deze schuilplaatsen bevonden zich dan meester Mulder en zijn onderduikers. Mevrouw Schuttevaar-Haller heeft in de oorlogsjaren (1942) gewerkt bij de familie Mulder. De kleine Dineke (zie foto) zei wel dat er "boven" twee tantes waren. Dat waren dan mevrouw Wijnberg en de moeder van Dineke. Mevrouw Schuttevaar wist echter van deze schuilplaatsen niets af en dat terwijl zij er toch werkte. De foto is gemaakt in de huiskamer van meester Mulder (hoek school en straat). Bij één van de razzia's werd Pauline Mulder 's nachts verhoord. Omdat zij Duits sprak, vroeg een Duitse soldaat of zij van Duitse afkomst was. "Nee", antwoordde ze, "van Oostenrijkse! "

11. Omstreeks 1928 verrees tussen Bennink en het zondagsschoo1tje een grote villa van meester Stelwagen. Schipper uit Wierden bouwde deze woning en brak hem later ook weer af. Op de foto ziet u de vossenfarm van de meester. A.W. Bennink verzorgde deze dieren. De opbrengsten van de pelzen wogen echter niet op tegen de grote hoeveelheden vlees, die deze dieren nodig hadden. Een uniek feit was, dat Stelwagen in deze tijd al een auto (een Buick) en een radio bezat. Rechts boven op de bovenste foto ziet u huize Stokman; nu wordt deze hoeve bewoond door D. Prinsen ("Drei Mädelhaus"). Omstreeks 1909 werd deze boerderij door Hein, een zoon van Harink-Bats, gebouwd. Deze laatste woonde waar nu Bouwhuis Johan is.

Op de foto met het paard staat links A.W. Bennink met naast hem de nogal veel besproken meester Stelwagen. Op de achtergrond is links nog weer een gedeelte van de vossenfarm zichtbaar. Eén van de kinderen rechts is Alberdina Bennink (moeder van mevrouw Westenberg). A.W. Bennink kocht destijds veel veulens en beleerde ze dan. Hij woonde aan de Hammerweg, waar vroeger Middag woonde. Zijn zoon Gerrit Jan Bennink bewoont nog steeds de boerderij.

Rechts ziet u A.W. Bennink bij één van de zilvervossen. De vossenfarm bestond uit acht driedelige vossenrennen, waarin twaalf paren stamboek zilvervossen en één rode vos waren gehuisvest. Verder had de heer Stelwagen bij de school nog zeven twaalfdelige konijnenhokken en een hondenkennel. Op 26 februari 1932 werd alles echter publiek verkocht.

12. De jongelingsvereniging is opgericht door Dieks Nortelman (nu G. Haselhorst) en Herman Uilenreef uit Egede (Riekels Herman). Dat was in 1906. U ziet op de achterste rij, van links naar rechts: Gerrit Jan Tigchelhoff, Joh. Vorkink, Jaap de Kramer (is in de oorlog bij de Bentert geweest), G.J. Sasbrink, Gerdina Tigchelhoff, Albert Schutte, Albert Marskamp, Jan Middag, Jan Hendrik Mollenhorst en Henk Poppen. Op de tweede rij: Riek Tigchelhoff, J ennie Tigchelhoff, Mannie Mollink, Dinie Poppen, Annie Ooms, Hendrikje Veldman, Dina Mollink, Dirkje Brilman, Bertha Bennink, Gerrit Kamphuis en Henk Kollenstaart. Op de derde rij: Fina Haller, Hendrikje Middag, Hanna Dood, Dinie Sasbrink, Hanna ten Brinke, Dika te Brinke, Eesje Heuver, Mina Mollenhorst, J ennigje Mollenhorst, Geertje Kemper en Dina Mollink. Op de vierde rij: Adolf Kamphuis, Herman Schuttevaar, Derk Tempert, Henk Schutte, meester Mulder, Bertus Kleinjan, Dina Grefelman en Mina Tigchelhoff. Op de vijfde rij: gehurkt Henk Tigchelhoff, Gerrit Jan Kamphuis, Henk Poorterman, Gerrit Haselhorst, Bernard Weggeman, Hendrik Stegeman, Dine Hutterd, Mina Haselhorst, Dina Grefelman en Gerritje Stegeman. Op de zesde rij: Marinus Kamphuis, Teunes van Eerde, Derk Schuttevaar, Gerritje Haller, Riek Stegeman, Mina Grefelman, Mannes Braakman en Gerrit Jan Kemper.

13. Kookcursus voor de oudere meisjes van de openbare school te Marle in 1947. Op de bovenste rij ziet u, van links naar rechts: H. ten Brinke, H. Minkjan, J. Veldman, M. Schuurs, T. Stevens, D. Sasbrink en A. Huzen. Op de tweede rij: H. Uilenreef, H. Schurink, D. ten Brinke, huishoudlerares M. Uilenreef en M. Tigchelhoff. Zittend: M. Tigchelhoff, A. Kleinjan en D. Tigchelhoff. Deze cursussen waren het begin van de latere cursussen van de Huishoudelijke Voorlichting ten plattelande. Op de onderste foto poseert de eerste klas van de Landbouwhuishoudschool in 1948. De foto is genomen achter de school aan het kanaal. U ziet, van links naar rechts, op de achterste rij: Janna Kosters, Geertje Veldman, juffrouw Kramer (de kookjuf), Dina Heuver, Mina Wermink en Annie Boers. Op de tweede rij: Minie Kleinjan, Eesje Heuver, Marietje Fokkert, Toos Heyink, Lena Hogenkamp en Suze Witteveen. Op de derde rij, zittend: Minie Pronk, Marietie Vloedgraven, Marie Raamsteeboers en Betsie van der Vegt. Met zijn tweeën bewerkte men een eigen groentetuintje achter de school. Het onderwijzend personeel bestond uit meester Jongekreig, juffrouw Holtkamp, die zorgde voor de naailessen en het patroontekenen, en dan was er nog juffrouw Hammink voor het verstellen. De schooltijd duurde twee jaar; een tijd waarin men, behalve rekenen, taal en aardrijkskunde, ook moest kunstmest zaaien, schoffelen, perkjes maken en groente zaaien. In het kooklokaal stonden vier petroleumstellen voor twee leerlingen. In de middagpauze werden de kookresultaten, al dan niet gelukt, opgegeten. Vooral met Kerstfeest werden de tafels zo feestelijk mogelijk gemaakt.

14. Omstreeks 1950 was de brug in Marle versierd. Koningin Juliana bracht toen een bezoek aan Hellendoorn. Zij kwam vanaf Den Ham en passeerde zodoende de Kempersbrug (gemeentegrens). Deze brug was versierd door toedoen van Adam Ooms, die woonde waar nu Geuit Derk Kamphuis woont en die in de gemeenteraad zat. De versierders zijn, van links naar rechts: Hendrikus Kosters, Geertje Kemper, Annie Ooms, Gerrit Jan Kemper sr., Adam Ooms, Bemard Weggeman en Geuit Jan Kemper jr. Zittend: Gerda Kamphuis, Dinie Ooms en Hennie, de baby van Hendrikus Kosters.

De passerende schepen moesten bij de brug tol betalen. Op de foto, gemaakt in 1935, houdt Geertje Kemper-Brinkman een stok vast met daaraan een klomp, waarin de schipper zijn tol betaalde. De tarieven waren vijf cent per schip boven de vijftig ton en beneden de vijftig ton drie cent. Beneden de vijfentwintig ton twee cent. De brugwachteres met witte klompen is de moeder van G.J. Kemper. Was het schip erdoor, dan werd de "oálde schöle" dichtgedraaid. Op de voorgrond staat Zus van de Broeke (nu mevrouw Podt uit Hellendoorn).

In de periode 1930-1942 bleek de houten .vlotbrugge'' echter niet geschikt voor het zwaardere wegvervoer. Zo hebben al een vrachtauto met bier, een wagen met balen koeken en een vrachtauto met varkens beladen, kennisgemaakt met het water van het kanaal. De varkens kwamen al zwemmend uit het kanaal. Zo zakte ook een "krengauto" door de houten brug. In 1927 werd de Hammerweg verhard. Voor het gebruik van het kanaal moest vaartgeld worden betaald, en wel bij de schutsluizen Linthorst, Dalmsholte, brug in Lemelerweg, Kogelman, de sluizen Egede, Vriezenveen, Snippeling en bij de keersluis in Brucht. Houtvlotten betaalden per centiare oppervlakte anderhalve cent. Vaartuigen, ledig of met mest beladen één cent per ton. Na 8 uur 's avonds en vóór 7 uur 's morgens moest dubbel vaartgeld worden betaald. Bruggeld werd betaald voor de doorvaart van een beweegbare brug, zoals in Marle. Kraangelden werden betaald voor het gebruik van kranen van de Overijsselsche Kanalisatie Maatschappij. "Eén cent voor elk voorwerp wegende van 0 tot 200 kilo. Drie cent voor 201 tot 400 kilo. En zeventien cent voor 1001 tot 1200 kilo." Havengeld is voor het gebruik van havens in Almelo, Vriezenveen of Vroomshoop. Dit was twee-en-een-halve cent per ton van ieder vaartuig voor vijf dagen. Het voortzetten zijner reis warde belet bij gebreke van betaling. Voor elke opening van de stuw te Hankate werd betaald: één gulden wanneer het water lager dan 5,70 meter was. Stond het water lager dan 5,45 meter (plus A.P.) dan drie gulden. Lager dan 5,25 meter, dan werd de stuw niet meer geopend. Stond deze echter open, dan werd niets betaald. Het gebruik van de pont te Egede kostte voor een voetganger één cent.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek