Marle in oude ansichten

Marle in oude ansichten

Auteur
:   G.J. Breukelaar
Gemeente
:   Hellendoorn
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0361-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Marle in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

25. Links boven: erve Schuttevaar (Uelens) mag ook tot één van de oudste van Marle worden gerekend. Voor de boerderij ziet u, van links naar rechts: Harm Derk Schuttevaar, Derk Jan Schuttevaar, Johan Mollink, Hendrikus Schuttevaar en bij het "onderschoer" staat G.H. Schuttevaar met het paard. In 1928 is het voorhuis aangebouwd; men woonde aan de achterzijde. Het onderschoer werd in 1960 verbouwd tot deel.

Op de huwelijksfoto van Willem Mollink en Gerritje Grotenhuis in 1928 staan, van links naar rechts: Mans Schuttevaar, G.H. Schuttevaar, Johanna Mollink, Wolter Mollink, Mina van Eerde, Mina Rutgers en twee dienstboden (Boers-Valk) Van Grotenhuis. Op de tweede rij: Willem Mollink, Gerritje Grotenhuis, Ab Krul, Jan Grotenhuis, vrouw Tijhuis-Ooibekkink en Mans Poorterman. Op de derde rij: Bernard Weggeman, Johanna Strunk, Mans Grotenhuis, Hendrik Jan Grotenhuis, Hanna, Hendrik Mollink, Dina Strunk, Mans Mollink en Jennigje Dubbink. Op de voorgrond kijkt de hond waakzaam in de richting van de fotograaf.

26. Op 5 juni 1941 trouwden Johannes Hendrikus Stevens en Willemina Broekhuis. Het bruidspaar ging in het rijtuig en de rest op de fiets. Hendrik Heuver (Scheppink Hendrik) vervulde deze dag een stukje burenplicht, door als koetsier het rijtuig van Pronk te besturen. De foto is gemaakt voor de "achterdeure" , die toegang gaf tot de "delle", waar 's middags door zo'n zestig mensen werd gegeten. De buurvrouwen kookten, hetgeen de gewoonte was. Moeder Mina herinnert zich nu nog de heerlijke bessensap. Het huidige woonhuis werd in 1928 door de gebroeders v.d. Berg voor de somma van f 4560,- gebouwd. Het benodigde hout en cement werd over het kanaal aangevoerd. Willem Stevens en zijn vrouw kwamen in 1914 al op ,,'t oalde huus", dat nu als schuur dienst doet. Zij hadden eerst gewoond op "Bouwhuis" , op de Schuilenburg. Nu woont daar Hendrik Boers. Dat was in de jaren rond 1898. Willem Stevens (zie foto rechts boven) werd in Holten geboren op 22 juli 1869 en hij is later getrouwd met H.A. Tijhuis van de molen. Vermeldenswaard is dat, volgens oude rekeningen, de complete waterpomp voor drinkwater in 1928 f 128,17 1/2 kostte en werd gemaakt door J.G.H. Crull uit Den Ham. Aardig is verder dat plaatsnummer 371 in de kerk f 5,50 per half jaar kostte. In een krant van 19 maart 1932 stond het volgende: Get. J.H Stevens, die op het land in de buurt van het ongeval werkte, zag dat K na het passeren van de vrachtauto dadelijk weer naar rechts ging. Bouwhuis vertelt: "De vrachtauto was beladen met tweeënzeventig krulstaarten. Doordat de wagen in de sloot belandde, ontstonden er vechtpartijen. Op de treeplank van de auto vond rijksveldwachter Bronsvoort een kras. B.J. Schippers en F.W. Schippers reden in de varkenswagen." Willem Stevens bezocht in de jaren 1910 geregeld publieke verkopen; daarvan getuigen de nu nog aanwezige perceellijsten. MI. A.J. van Riemsdijk, notaris te Hellendoorn, veilde bijvoorbeeld op 2 augustus 1911 bij inzate en bij toeslag ten huize van H. Hissink te Hellendoorn de boerenerve "De Boterschotel" (nu V.d. Berg), gelegen te Schuilenburg en vier zitplaatsen in de hervormde kerk te Hellendoorn. De grootte van het land was 35 ha 94 are. De percelen bestonden uit het oude Koeland, heide bij A. Gortemaker, op de Kromme, bij G.J. Heethaar, aan de waterleiding naar het Vuile Gat, bij de Kuiper en de Elermars en de Elsmars.

27. Een lommerrijk historisch plekje Made. De foto is genomen in 1925, op de laatste dag dat J. ten Have hoofd der school was. Naast hem staat zijn vrouw. Op de plaats waar destijds de school stond, staat nu de moderne K.B.O.-school. (Kleuter-Basis-Onderwijs). Schoolhoofd van de christelijke school in Made waren achtereenvolgens: J. Noodander (l augustus 1920 - 31 december 1921), J. ten Have (l januari 1921 - 31 december 1925), J. Stelwagen (l januari 1926 - 11 juni 1931) en J. Mulder (1 september 1931 - 1 september 1971). Vóór 1920 waren er de "bovenmeesters": Tijink, Bisschop en Olthuis.

Een ander historisch plekje Made is de boerderij waarin nu de "Marlehoeve" (Breuker) is gevestigd. Destijds heette de boerderij "Derks Boer", in onze buurtschap bekend als F 69. In 1967 ging H.D. Pronk (Derk Mans) naar Hellendoorn en verkocht de boerderij aan H.G. Breuker. Grootvader H.D. Pronk had deze gekocht in 1855 met daarbij veel heide- en veengrond. Omstreeks 1840 woonde er ene De Graaf en in deze tijd is het ook dat de Afgescheidenen, bij gebrek aan ruimte, kerkdiensten hielden op de "delle" van de boerderij. Ook zijn er huwelijken bevestigd. Deze mensen, bekend onder de naam: "De trek van dominee Van Raalte", emigreerden naar Michigan in Amerika. Het nieuwe dorp daar kreeg de naam "Heldoorn" . Later werd deze omgedoopt in "Overijssel". De kern van dat plaatsje vertoont wat karakter betreft veel overeenkomst met ons dorp Hellendoorn. In het archief van de gemeente Hellendoorn zijn de namen te vinden van de mensen die meegingen in de "Van Raaltetrek" . Vanuit Rotterdam verlieten ze het land om na een avontuurlijke tocht, eerst per zeilschip en later met de huifkar, een nieuw bestaan op te bouwen in een streek waarin men namen als Drenthe, Overijssel en Zeeland vandaag nog tegenkomt.

28. Met de punter door Giethoorn. Dat deed de jongens- en meisjesvererugmg in de jaren 1940-1945. Men ging op de fiets. Op de foto zijn vele bekende gezichten te zien, onder anderen:

Albert Kamphuis, Gerrit Hendrik Schuurs, Jennie Kamphuis, voor in de boot Jan Veurink, Gerrit Jan Kamphuis, Efie Marskamp, Lammechien Marskamp, Derk Schuttevaar, Teunes van Eerde, Willem Romate, Dina Grefelman, Dina Haller, Carolina Schutte, Hanna Weggeman, Hendrik Willemsen, Rine Weggeman en G. Romate.

Op deze bladzijde wil ik graag aandacht besteden aan de bijna vergeten Saksische uitdrukkingen en woorden. Enkele daarvan zijn in 1970 door F.J. Koskamp en de schoolkinderen verzameld bij oude Marlese mensen. We noemen achtereenvolgens: jappels (aardappels), schabullen (netjes maken om de boerderij), oe1enbord (plank in de puntgevel van het huis), kort maken (kapot maken), pioterkam (luizenkam), raakkoelen (kuil voor het open vuur), mennegat (dam of wijde ingang), op achterklos spinnen (aan het kortste eindje trekken), krappe (houten klep op de deur), kotns (laatst), tune of tille (schommel), platte (voorhoofd), telder (etensbord), ulk (bunzing), muje (tante), brugge (brood), 't huussie (toilet), rechtevoort (heden), knippe (porternonnaie), dunekken (de slapen), liekstè (litteken), gietling (lijster), bolle (stier), hiele (zolder boven de koeienstal), berretoch (beddetijk), zul (drempel), noabers (buren), schoetert (schort), bóne (pad achter de koeien), motte (vrouwtjesvarken), iemenschoer (bijenstal), tielgat (vlieggat in bijenkorf), schot (kooi), in de müte (tegemoet), schóppe (schuur), tope (samen), onderschoer (gedeelte van het erf voor de achterdeur), bottervogel (vlinder), horreworm (meikever), barmentoasie (familie), nägelholt (gedroogd rundvlees), moksel (oude rommel), boezem (schoorsteenmantel), wichterdoek (luier), hoender (kippen), braandiezer (hard werkend mens), blekken (mazelen), schöffie (poosje), hoazen (kousen), putgoed (servies), toenhamer (moker), balkhaaz'n (kat), heet (heide), mangs (soms), krönnenzommer (herfst), naakendeersien (sneeuwklokje), wasseldoek (vaatdoek), teens (naast), kunnig (bekend), vennepluze (wolgras), waren (oppassen, uitkijken), wetter'n (te drinken geven), gespinnegies (meisjesvisite), riezemiete (hoop takken), hoaliezer (ouderwetse koekepan), weme (om metworst aan het zolder te drogen), striekwijfel (lucifers), boonakker (van huis weg), hosterig (brommerig), vetpriezen (op slachtvisite gaan), geusnägel (wig om zeis mee vast te maken), wroete (mol), slob (gat naar de hooizolder), kot (hok), pellegaste (gort), hoef (brood), zwul (rand gemaaid gras), schoer (regenbui), tuug (was-

goed), liende (teugel), 'n heerd (kamer, keuken), knief (mes), vertrèn (een klein eindje lopen), op'rn balk'n (op zolder), niendeure (onderdeur), päppe (koeienspeen), wiezeboom (paal over hooiwagen), temee (straks), kiessie (kalf), veur 't grondholt zitt'n (niet meer verder kunnen), toef (haar), gelt (jong mannetjesvarken), wichter (meisjes), bats (schop, spade), sterke (koe die een keer gekalfd heeft), smorre (koffiepot), bokse (broek), kakstoel (kinderstoel), schobbejak (kiel), schobben (schouders), stikke (paaltje om geit aan vast te zetten), papierrnulder (zwak mens), manschop (kameraad), oelenvloch (schemering), reede (rank), stögie (poosje), tömt (toeft) en vinnig (grotendeels).

29. De korenmolen in Made met links B. Weggeman en naast hem Reindert Nieuwenhuis, de molenaarsknecht. Voor hen ziet u de "lorrie". De molen, die nu helaas is verdwenen, werd in 1860 gebouwd. Wo1ter Struenk, geboren in Wijhe, stichtte de molen in 1860. Hij trouwde in juli 1860 met Johanna Tijhuis uit Hellendoorn. Uit dit huwelijk werden vijf dochters geboren. De oudste dochter Johanna Dederika trouwde in 1886 met Bernardus Weggeman, geboren in Ootmarsum, die bakker was. Want naast de maalderij was er in 1875 ook een bakkerij bijgekomen. De oudste zoon van Johanna en Bernardus Weggeman, Wo1ter, werd al vanaf zijn veertiende jaar door zijn grootvader in het molenaarsvak ingewijd. Hun tweede zoon, Johan Wilhelrn, werd later bakker. Wo1ter Weggeman heeft tot zijn dood in september 1961 de zaak gedreven. Daarna zette zijn schoonzoon Derk Rattink de zaak voort, terwijl deze nu in handen is van Bernard en Hans Rattink, achterachterkleinzoons van Wolter Struenk. Bij het honderdjarigbestaan van de zaak ging de klantenkring naar Duitsland. In 1934 ging J.W. Weggeman naar de overzijde en bouwde daar nieuw. W. Weggeman bleef hier wonen. De boeren kochten onder andere maïsmeel, lijnmeel, gerstemeel en roggemeel. Een daghuurder had 's winters vijfendertig cent per dag ... en de kost. 's Zomers echter een gulden, maar daarvoor moest je dan ook alom 5 uur uit de veren.

De duidelijke foto van de oprichter, Wo1ter Struenk, geboren op 11 augustus 1836, maakt het verhaal over de "maalderij" compleet.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek