Marle in oude ansichten

Marle in oude ansichten

Auteur
:   G.J. Breukelaar
Gemeente
:   Hellendoorn
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0361-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Marle in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

.Horonmoten .Mae/a.

30. Herkent u ze nog? Het betreft hier foto's van mensen uit Marle of van personen die veel met Marle te maken hebben gehad. Links boven: u ziet hier dokter P. Terborg, wiens zoon Reinier onlangs is overleden. Dokter Terborg kwam veel in Marle; in de beginjaren zelfs per tilbury. Op het laatst echter ook op de motor. Hij woonde vroeger waar nu dokter Timmer in Hellendoorn de praktijk heeft. Hij was in Marle ook soms als tandarts ("koezendokter") een welkome figuur. Adolf Laarman was omstreeks 1914 koetsier bij de dokter. Later werd de koets vervangen door een auto.

Rechts boven: u ziet hier de voltallige "Tûlskinderen" gefotografeerd op een ,,750 cc-HarleyDavidson" in 1947. De "peerdestaldeure" van de boerderij van Jaspers aan de Ketelaarweg destijds de "Veldkänte" genoemd - is duidelijk zichtbaar. De zandweg waarop Sientje Middag met haar fiets staat, is in 1972 verhard. Van links naar rechts ontmoeten we de blikken van:

Zwaantje Jaspers, Gerrit Jan Jaspers ("breur"), Gerrit Jaspers, Frits Jaspers en Henk Jaspers. Links onder: rijkspolitieagent Bronsvoort woonde in Hellendoorn. Hij werkte veel samen met dorpsveldwachter Van der Vlier. Vooral de jongens zagen hem veel op de fiets door Marle gaan! De "kerels met die grote kneupe" hadden destijds nog ontzag. Veel van zijn uitgedeelde bekeuringen betroffen het rijden zonder licht.

Midden onder: ds. Bal was jarenlang predikant van de Nederlands Hervormde Kerk te Hellendoorn. Hij ging op vijfenzestigjarige leeftijd naar Holten. Zijn zoon Cor had grond in Marle. Vandaar de naam: "Cor Bal zien Gat"! Zijn dochter Mientje was ,juffrouw" in Holten.

Rechts onder: de "olde Schöppinckfamilie", naast de school, zoals velen in Marle zullen zeggen. D ziet, van links naar rechts: Gerrit Jan Sasbrink, geboren omstreeks 1875, Eesje Minkjan, Jan Hendrik Sasbrink en Hendrika Sasbrink. De foto werd omstreeks 1912 vervaardigd.

31. De openbare school in 1927. U ziet op de achterste rij, van links naar rechts: Jan Hendrik Schuurs, Bernard Weggeman, Hendrikje Gerrits, meester Olthuis, Miene Lammerink, Albert Jan Vorkink, Bakhuis en Jan Nijland. Op de tweede rij: Hendrika Aleida Stevens, Rienie Weggeman, Mina Schuurs, het kleindochtertje Gea van meester Olthuis, mevrouw Bernadine Henriëtte Wardenberg (mevrouw Olthuis), Mans Jansen (Drost) en Herman Gerrits. Zittend: Willem Bakhuis, Jan Hendrik Scholten, Marinus Scholten en Hendrik Jan Scholten.

32. "Wij beiden hebben nog bij meester Olthuis op school gezeten", zegt J.H. Grefelman (geboren 1901) van de Hellendoomseweg. "Ook weet ik nog dat het huis van Stelwagen en de inboedel publiekelijk verkocht zijn; dat huis is toen weer opgebouwd in Wierden aan de Almelose weg en daar staat het nog", vervolgt hij. "Ja, ja oud-Marle ... over oud gesproken. Waar nu Johan Stevens woont, woonden vroeger Hein, Tonia en Dina Boerkamp. Hein trouwde en bouwde een huis erbij. Dina trouwde met Jan Kievitsbos, die kwam op de boerderij en Tonia, ongetrouwd, bleef bij hen. En dan was er nog Snieder Gait, Gerrit Heuver, die ging bij de mensen in Marle kleren maken en deed het verstelwerk voor de kinderen. Deze had een zoon die ook trouwde. Dat waren dan Snieder Galtjan en Snieder Gediene, die woonden waar nu Laarman aan de Leemkampweg woont. En waar nu Gerhard Haselhorst woont, daar woonde omtrent 1906 het kinderloze echtpaar Nortelman. Dieks Nortelman heeft dat bedrijf in 1910 verkocht aan timmerman Esveld, die graag wilde boeren. In 1913 heeft G. Haselhorst het gekocht. In 1910 woonde Derks Jan Willem op het bedrijf waar nu de Beumer woont; in 1917 kocht Anton de Ruyter het en in 1920 De Beumer. In 1914, toen de oorlog uitbrak, kon de Koninklijke Stoom Weverij niet meer blijven draaien en toen moesten de arbeiders naar ander werk zoeken. De gemeente Hellendoorn kocht echter het gehele Marlesche Veld aan voor f 150,- per hectare. De fabrieksarbeiders moesten daar naar toe om te spitten. Algauw kwam daar een grote keet bij, waar men 's middags aardappels kon eten. En de meisjes kwamen er om te koken. Ja, op het bedrijf waar H. Heuver woont (Heuversteeg 4), woonde in 1898 een zekere Poppe (nu café in Nijverdal); later is het verkocht aan Niemeiyer. Die hadden twee jongens, te weten Jan en J ans. In 1904 heeft Gerrit Heuver het gekocht, de vader van Heuver Dieks."

Op de bovenste foto zijn de fabrieksarbeiders bezig de rogge te maaien met de zig. Van links naar rechts zien we: G.J. Middag, J.H. Huzen, T. van Burken, G. van Leusen en W. Vrielink. Dit gebeurde in opdracht van de "Ontginnings Maatschappij Overwater". De K.S.W. had deze grond namelijk publiek verkocht aan de Marlese boeren en aan "Overwater" . Op de foto onder ziet u, van links naar rechts: Seine Grefelman, Jan Hendrik Grefelman, Gerrit Grefelman, Gerritdina Grefelman, vrouw Grefelman (met knipmuts) en Johanna Grefelman.

33. We zijn hier op de Twentsche weg, of ook wel Zwolsche weg genaamd. Voorbij de bocht lag de Schuilenburger watermolen; deze is in de vorige eeuw afgebroken. De laatste stenen werden in 1927 uitgegraven. Maar de eeuwenoude Molenbeek stroomt nog steeds onder de hoge peppels, door de Elener buurtschap. In vroeger eeuwen is hier veel strijd geleverd tussen de "Schuilenburger Heeren" en de steden Rijssen en Zwolle. Met name over het schutten in de Regge. Waar nu de Schuilenburger brug is, was vroeger een "voorde", een doorwaadbare plaats. 's Winters konden de kinderen maar zelden de school in Hellendoorn bereiken. Marle kreeg in 1732 dan ook een eigen school. Bij hoogwater legden de boeren het roggezaad op een "knappe loage riezenboschen" om zo de rogge droog op de Roggemarkt in Deventer te krijgen. Haast was er niet, want de wagen werd getrokken door een "kedde en een pink". In omstreeks 1850 is de brug nog weggeslagen en sinds 1903 is er de huidige brug. Op de foto ziet u een vertrouwd beeld uit die dagen: de schaapherder met zijn kudde en twee honden. Uit oude archieven blijkt dat in 1613 de wolven zoveel schade aan de schapen van Lambert Noordinck (Neurdinck) toebrachten (in Marle of Daarle? ), dat deze een nieuw schapenschot - voor ongeveer vierhonderd schapen - moest bouwen. Voor de Schuilenburger brug werd in 1917 het gemoedelijke plaatje van de drie Marlese melkboeren gemaakt. En wel op de terugweg naar Marle. "En dat voor één knaak per dag", vertelde één van de rijders. U ziet, van links naar rechts; op de wagen: B.J. Timmerman en G.W. Grooters en voor hen wegwerker Boerdam, met bezem. Op de achtergrond G. Mollink (Voet Gait, een broer van Voet Jan), G.J. Brilman en bakker Hekman, met witte schort. Rechts op het "veurkissie" zit Mannes Dood (Jopkes), Van bakker Teeselink (nu café Kappert) brachten de melkboeren elke zaterdag "stoete" mee voor de Marlese boeren. Voor meester Olthuis moest geregeld Deventer Koek worden meegebracht. Toen men op zekere dag echter een koek met daarin een stok afleverde, hoefde men nadien nooit meer. In de verte ligt boerderij Rutgers van "Schoemberg", nu woont daar E. Hutterd. Links nog een gedeelte van de winkel van Brilman. Vooral 's winters, in de slachttijd, moesten de melkboeren nogal eens een liter ,jonge" meebrengen voor de boeren (voor de slachtersvisite). Soms een verleidelijk karweitje! Voor boer "Loar-Albert op de Piksen" hoefde men nooit meer jonge mee te brengen. Eens bemerkte deze namelijk dat de fles voor de helft met Reggewater was gevuld. Mans en Gait wisten hier waarschijnlijk meer van ...

34. De erve "Het Vosje" (H. Tigche1hoff) lag aan de post- en vrachtweg Zwolle-Twente. Zoals blijkt uit de inleiding "pleisterden" hier de voerlieden. Bij het hek was het raampje met het lichtje. Uit nog aanwezige akten blijkt dat het Caterplaatsjen Het Vosje op een publieke veiling (6 juni 1775) in opdracht van de "Hooggeboren Gestrengen Heer Frederick Lodewijk Christiaan Graafvan Rechteren Limpurgh Heer van Rechteren, Schuilenburg en de vrije Heerlijkheid Eelen", werd verkocht aan Gerrit Gerritsun uit Den Vos. Op 15 september 1775 werd de akte gepasseerd op het Scholte-Gerecht van Dalfsen. De akte werd ondertekend door de Scholtus lh.l.C. Bouwmeester in naam van Zijne Doorluchtige Hoogheid Den Heer Prince van Orangien en Nassau, erfstadhouder dezer provincie. Mede ondertekend door de gevolmachtigde rentmeester l.C. lansen. De akte werd met rode lak gezegeld. De koopsom bedroegf 1625,-. In 1954 is "Het Vosje" weer afgebroken. In de "herberg", aan de weg naar de Pruus, werd "foezel" getapt, die door smokkelaars uit de Pruus werd binnengesmokkeld. Commiezen controleerden dit en om dit te ontduiken werd een lichtje in het raampje geplaatst als het er niet pluis was. Men had toen vrij uitzicht over de niet ontgonnen heide-, moeras- en veengronden: Kluûnhaar & Plas, Kolonie, Hekselder-Fleers en later Ontginning en Wierdenseveen tot aan de Hoge Heksel toe. Eén grote stille heide. Meester Olthuis was eigenaar van de Kluûnplas. Ook heeft men nog de bewijsstukken dat in 1758 Helmichs Berend uit Den Vos het nu nog bestaande hooiland 't Campje uit Rhanermaten heeft gekocht. Deze grond heet nu nog zo. Wel een bewijs dat grondnamen een taai leven hebben.

U ziet hiernaast ook nog een bladzijde uit de "boekhouding" uit Den Vos. Dit boekje omvat de jaren 1737 tot 1804. Het betreft een vermoedelijke schatting uit het veurstedenregister.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek