Meppel in oude ansichten deel 3

Meppel in oude ansichten deel 3

Auteur
:   K. Bijl
Gemeente
:   Meppel
Provincie
:   Drenthe
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4273-1
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Meppel in oude ansichten deel 3'

<<  |  <  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  >  |  >>

ppel.

Smilder7aart Tramhalte.

29. Midden in de Steenwijkerstraatweg liggen nog de tramrails van de N.T.M.-lijn van Meppel naar Hijkersmilde, een traject van 32,8 kilometer. De dienst werd geopend midden in de mobilisatie 1914-1918, narnelijk op 3 juli 1916. Het was een feestelijke opening. Over de baan was een prachtig versierde erepoort aangebracht, die met papier was dichtgeplakt tot het moment dat de eerste stoomtram Meppel binnenreed. De trambaan lag nagenoeg helemaal - met uitzondering van het gedeelte tussen Pijlebrug en Boskampbrug - naast de niet te brede rijksweg van Meppel naar Smilde en door het steeds drukker wordende wegverkeer moest die rijksweg nodig verbreed worden. Van overheidswege werd dan ook steeds meer druk op de N.T.M. uitgeoefend om de toch al niet rendabele exploitatie van de lijn te staken.

De vele Meppeler grossiers in die dagen kregen hun goederen vaak per schip aangevoerd en zorgden voor de distributie ervan op het platteland. Het vervoer van die goederen naar de tram vond per paardewagen of per handkar plaats, hetgeen meestal op het laatste nippertje gebeurde, zodat het dan nog jagen werd om de tram op tijd te laten vertrekken. Rechts het huis met de modelboerderij "Gretha" van W.G. Voorthuis.

30. De in 1893 gebouwde watertoren aan de Steenwijkerstraatweg staat hier nog in oude luister; de Meppeler waterleiding dateert van 1895. Links de weg naar het buurdorp Nijeveen en rechts de weg naar Steenwijk en Havelte, waarvan we de tramrails op de voorgrond zien. Het is de N.T.M.-lijn, waarmee menig oud-Meppeler een rit heeft gemaakt naar de speeltuinen van Vos of Tuin, beide te Havelte. Viermaal per dag reed de stoomtram het traject Meppel-Hijkersmilde vice versa, terwijl donderdags een extra markttram op Meppel reed. Op 15 februari 1933 werd de dienst opgeheven, het personenvervoer was toen al bijna in zijn geheel door de DABO (Drentsche Auto-Bus Ondememing) overgenomen met haar autobusdiensten. Er werd nog wel geprotesteerd tegen de opheffing van de lijn door bewoners van de aanliggende dorpen, maar die protesten gingen dan ook over het gemis van het goederenvervoer per spoorwagon. Op dinsdag 14 februari 1933, 's middags om twee UUf, vertrok de laatste tram vanuit Meppel over de Galgenkampsbrug naar Hijkersmilde.

Aanvankelijk lag de Steenwijkerstraatweg achter de watertoren langs en vervolgde hij zijn route via een brug over de Nijeveense Grift naar Steenwijk en Havelte.

~PPEL. Watertoren.

31. We zijn weer temg bij de Drentse Hoofdvaart, met op de achtergrond een geopend Kaapbrugje om het zeilende schip doorgang te verlenen. Een souvenir uit de zeiltijd is dit plaatje. Immers, de binnenschippers kenden in die dagen nog geen motorisch voortbewogen schepen. Men zwoegde aan een jaaglijn of de schipper kwam met de scheepsjager een tarief overeen. "Schipper, de wind gaat mimen, ik zal ie weI naar Meppel jagen. Voor drie gulden trek ik je erheen." "Een rijksdaalder komt eerst," bood dan de schipper. Zoals blijkt was het jaaggeldtarief minder vast dan de brug- en sluisgelden,

De schepen maakten in die tijd, naast het benutten van de scheepsjager, vooral gebruik van de wind, gezien het zeilende schip dat de kaart weergeeft. De Drentse Hoofdvaart is omstreeks 1776 gegraven; daarvoor kende men de Smildervaart, waarvan het trace weI op een andere plaats lag. Een geliefde wandeling was bij de Meppelers over de Kaapbmgjes van bmgwachter Berend Ulrich. Ulrich was een man met een vriendelijk en opgewekt karakter.

Ieppel.

32. In het huis op de hoek van het Meppelerdiep en het Mallegat (Nieuwe Haven) was het cafe "De Kaap" van herbergier De J onge. Een herberg met een bewogen verleden. Op de achtergrond vertoont zich het decoratieve silhouet van de oude stad met links de Meppeler toren en rechts de uit het stadsbeeld verdwenen toren van de rooms-katholieke kerk.

Het Meppelerdiep, de waterweg naar de voormalige Zuiderzee, lag altijd in de provincie Overijssel, maar betekende, als zeer belangrijke waterweg, meer voor Drenthe en voor Meppel in het bijzonder dan voor Overijssel. Deze laatste provincie had aileen belang bij de afvoer van het Drentse water. In vroeger jaren vlotte het met het aanbrengen van verbeteringen aan het Meppelerdiep tussen de beide provincies niet. Het Meppelerdiep was de benedenloop van de grillige Reest. Toch zijn in 1679 enige grillige bochten afgesneden, maar daarna gebeurde er vrijwel niets meer. Inhet midden van de vorige eeuw (1852) werd het Meppelerdiep weer actueel, toen minister Thorbecke een ontwerp tot verbetering van het Meppelerdiep liet maken. Het plan omvatte het verdiepen, het afsnijden van bochten en het aanleggen van een jaagpad. Er kwam niets van terecht, tot in 1859 het rijk er zich mee ging bemoeien en het Meppelerdiep als scheepvaartkanaal overnam en onder zijn beheer stelde, waarna in 1860 en 1861 de nodige verbeteringen werden aangebracht en de bodembreedte op tien meter werd gebracht.

33. Het Meppelerdiep is door de eeuwen heen een druk bevaren vaarwater geweest. Heel veel turf uit de Drentse venen, Meppeler kluit en andere agrarische produkten, vee en ... mensen zijn via deze waterweg vervoerd. Driemaal per week vertrok de "Meppel I" of "Meppel II" door het Meppelerdiep naar Zwartsluis om door het Zwarte Water en over de voormalige Zuiderzee naar Amsterdam te varen. De boot was geladen met varkens, koeien, aIle mogelijke vracht, waaronder de welriekende huiden van de firma Hartog van Esso, en passagiers. Nagenoeg elke oud-Meppeler heeft die tocht met de "Meppelerboot" over de Zuiderzee gemaakt. Vele jaren is het Meppelerdiep door zijn ligging en gebruik altijd het stiefkind geweest van de provinciale besturen van Drenthe en Overijssel. Voor Drenthe was de scheepvaart belangrijk, voor Overijssel de waterafvoer, maar na de overname door het rijk, in 1859, vonden weI enige verbeteringen plaats. In 1880 komen de belangrijkste verbeteringen en wordt het Meppelerdiep een grootscheeps vaarwater.

Links de huizen aan het Westeinde, waarlangs de wandelroute "De Kaap rond" liep. Wilde men iets verder wandelen, dan ging men ,,'d oge boom'n rond".

<<  |  <  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek