Middelharnis in oude ansichten

Middelharnis in oude ansichten

Auteur
:   Th. de Waal
Gemeente
:   Middelharnis
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3214-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Middelharnis in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

IN LEIDING

Het oudste document van het gebied waarin thans Middelharnis ligt, is een oorkonde uit 1312, waarin graaf Willem III van Holland een verklaring bevestigt die de overleden Nicolaas III, heer van Putten, had afgelegd betteffende de begrenzing van een gebied dat hij van de graaf in Ie en had ontvangen. Dit leengebied strekte zich uit van de Bodemaerzee - die langs de Tille liep en uitstroomde bij de Gravenzee - tot het tegenwoordige Nieuwe-Tonge. De grens volgde daarna een lijn, die tussen de vier hernessen enerzijds en de Oostmoer anderzijds kan worden getrokken. In het begin van de veertiende eeuw was de Oostmoer reeds bewoond door mensen, die een bestaan vonden in het moerbedrijf (zoutwinning); de genoemde vier hernessen waren toen nog onbevolkt, waarschijnlijk waren het toen aileen gorzen. Op deze plaats zouden later Middelharnis en Sommelsdijk ontstaan.

In dit korte bestek kunnen we niet alles over de eigenaren en over hun wisselingen opnoemen; daarom slechts een summier overzicht. Na de dood van Nicolaas III koch ten de heren van Putten dit gebied; in 1490 werden ze beleend aan Willem Hugenszoons zoon; to en deze stierf kwam het weer terug aan de heren van Putten. Daarna werd Jacob van Gaesbeek de bezitter, die het aan enkele personen ter moerdijking uitgaf. De schorren moesten echter door overstroming weer worden prijsgegeven. Wegens geldgebrek verkocht Jacob van Gaesbeek, heer van Abcoude, Putten en Strijen, het aan het convent van het St.-Michielsklooster te Antwerpen. De rechten kwamen toen in handen van geestelijke instellingen; trouwens, de meeste platen in dit deel van Holland waren in het bezit van kloosters.

In die tijd lagen in de omgeving van Middelharnis nog twee gebieden die rijp waren voor indijking, te weten Sommelsdijk en Duivenwaard. Sommelsdijk behoorde tot Zeeland, Duivenwaard tot het bezit van de heren van Voorne. Reeds op 6 maart 1417 had Jacoba van Beijeren het gebied van Sommelsdijk tot bedijking uitgegeven aan haar moeder Margaretha van Bourgondie, Laatstgenoemde maakte van dit recht geen ge-

bruik en verkocht het gebied in 1430 aan Frans van Borselen, die het evenmin liet bedijken. Een gelukkige omstandigheid was, dat de toenmalige eigenaars het besluit namen om gezamenlijk de platen Middelharnis, Sommelsdijk en Duivenwaard in te polderen. In januari 1464 (of 1465) kwamen de bezitters overeen, dat zij elk op hun gebied een dijk zouden aanleggen en onderhouden en tevens voor de afwatering zouden zorg dragen. Deze gebieden zouden behoorlijk worden afgebakend; op de grens tussen Middelharnis en Sommelsdijk stonden destijds palen; de Langeweg werd de afscheiding tussen de twee dorpen. De begrenzing Duivenwaard zou lopen langs de Armenweg, wat de grens is gebleven tussen de gemeenten Sommelsdijk en Nieuwe-Tonge.

Wat Middelharnis betreft werd bepaald, dat binnen de bedijking een nederzetting zou worden gesticht, die de naam "Sint Michiel in Putten" zou dragen. Er moest ook een kerk worden gebouwd "ter eeren Godts ende syner gebenedijden Engel Sinte Michie!". De naam St. Michiel is echter nooit ingeburgerd; de gang bare naam .werd Middelharnis.

Wat de naamsoorsprong Middelharnis betreft, daarover zijn verschillende meningen. De naam zou zijn samengesteld uit de woorden "Middel", "her" en "nisse". Het woord "Middel" zou dan wijzen op het middelste gedeelte van de schorren, "nisse" op een nog voor de zee liggende schor en "her" betekent wederom. Dus eigenlijk: de wederom natte schor. Middelharnis wordt in de omgangstaal meestal "Menheerse" genoemd, wat volgens de Stad- en Dorpbeschrijver van Zuid-Holland betrekking zou hebben op de heren (eigenaren) of de mijnheren, de bezitters van de gronden.

Van oude tijden af is Middelharnis een vissersplaats geweest; in 1598 werd al een vismarkt gesticht. Begin 1700 bestond de vloot uit eenentwintig gaffelschepen; in 1795 waren er tweeendertig van deze vaartuigen. In 1817 werden het houten zogenaamde sloepen, naar het Franse woord chaloupe; in 1896 werden het ijzeren schepen. Het eerste stalen schip

werd in 1896 in gebruik genomen. In het algemeen werden de vissersvaartuigen te Middelharnis gebouwd, maar ook wei te Vlaardingen. Aan de visserij waren enige takken van industrie verbonden, onder andere kuiperijen, mandenmakerijen, zeven zeilmakerijen en een touwslagerij. In het begin van deze eeuw verliep de visserij, doordat de vis meestal in IJ muiden werd verkocht en ook door de verzanding van de Goereese gronden.

De structuur van de gemeente bleef eeuwenlang ongewijzigd. Toen echter de visserij verliep, hadden de nevenbedrijven geen bestaan meer. Er moest worden overgeschakeld op andere middelen: de landbouw, die altijd de tweede plaats had gehad, werd nu de voornaamste bron van bestaan. De twintigste eeuw bracht nog meer veranderingen. In 1909 kwam de R.T.M.-tramlijn op het eiland, waarvan Middelharnis het middelpunt werd. In 1910, na de aanleg van de ruime tramhaven, kwam aldaar een drukke verscheping van landbouwprodukten. Door de betere verbinding met het vasteland kwamen er veel handelsreizigers die te Middelharnis overnachtten; de hotels deden goede zaken. De winkeliersstand nam toe, de Westdijk werd het centrum van de middenstandsbedrijven. Ook op ander gebied groeide Middelharnis uit: de stichting van de Centrale Veiling in 1916, de Centrale Proeftuin en een hoenderpark voor het fokken van pluimvee droegen daartoe bij. Het werd ook de centrale plaats voor het onderwijs; de rijks-hbs (A en B) werd gesticht, er kwamen een ambachtsschool, twee ulo-scholen en een blo-school, Een lagere landbouwschool werd te Sommelsdijk gevestigd. Administratief werd de gemeente belangrijk door de totstandkoming van een elektriciteits- en waterleidingbedrijf en door de vestiging van de provinciale Waterstaat. Bovendien kwamen er door de toenemende handel nevenbedrijven van grote bankinstellingen. Daardoor kreeg Middelharnis aantrekkingskracht op de gehele bevolking van GoereeOverf1akkee.

Het bebouwde gedeelte van Middelharnis lag tot het begin

van deze eeuw ingeklemd tussen de haven van Sommelsdijk en die van Middelharnis: de Voorstraat, de Ring en de Langeweg. Ten westen van de Eendrachtstraat en de westelijke Achterweg is het zogenaamde Tuindorp gebouwd. Het oude dorp - waarover het in dit boekje hoofdzakelijk gaat - was dus van beperkte omvang. De laatste decennia is er een compleet dorp bijgebouwd. In 1843 waren er 3118 inwoners; op 1 januari 1966, toen de samenvoeging der gemeenten een feit werd, had de zelfstandige gemeente 5413 inwoners. Bij de herindeling zijn aan Middelharnis de dorpen Sommelsdijk, Nieuwe-Tonge en Stad aan 't Haringvliet toegevoegd, onder een gemeentebestuur met vijftien raadsleden. Op 1 januari 1975 was het inwonertal14.245.

Van vele zijden hebben wij medewerking gehad om dit album samen te stell en, waarvoor we allen hartelijk dankzeggen. Er komen honderden person en in voor, het was moeilijk alle namen te achterhalen. Mogelijk zijn er fouten gemaakt; wij vragen daarvoor begrip en bieden bij voorbaat onze excuses aan.

Uit de veelheid van het in bruikleen afgestane fotomateriaal hebben we een keuze moeten doen. We konden niet alles verwerken en daarom is het niet onmogelijk dat er later een tweede deeltje over Middelharnis verschijnt. Van de aangelegen plaats Sommelsdijk is een soortgelijk fotoboek onderhanden.

Het leven en het werk van heengevloden geslachten uit Middelharnis is in dit boekje getekend. Er valt veel uit grootvaders tijd in te bekijken en ook veel historie in te lezen. Het is een blijvende herinnering aan vervlogen tijden. Ongetwijfeld zullen velen het willen bezitten, 66k de oudMenheersenaers, die in de loop der jaren naar binnen- en buitenland zijn uitgezwermd. Het is bekend, dat bewoners van Middelharnis zeer gehecht zijn aan hun geboortegrond. Wij hopen hen met de sam ens telling een dienst te hebben bewezen.

1. Dit is een tekening van Anna C. Brouwer uit het einde van de achttiende eeuw, die zij maakte voor de Stad- en Dorpbeschrijver van plaatsen in ZuidHolland. Deze tekeningen moeten als een schets worden gezien. U ziet hier de torens van Middelharnis en Sommelsdijk vlak bijelkaar staan. Mogelijk heeft zij dit gedaan, omdat Sommelsdijk tot Zeeland behoorde. Van aile plaatsen van GoereeOverflakkee is er zo'n plaatje, maar van Sommelsdijk niet. Op de tekening ziet u de toren nog met de appelvormige spits, die er in 1811, op last van Napoleon, voor seindoeleinden is afgehaald. Op het voorplat staat een reproduktie van het beroemde laantje Van Hobbema, waarop de toren ook deze spits heeft.

nit. D ~1-p is <sr@@'t - en. £ e er aa:nz:i~:tik J Dam:- :heT «k><o~ lland<!!'l -w-elig ll:ierl- _ He't: ft(001d. rceeas f:i:nils D:rie1.({j):D.de:rdtJaaren,Heetl rtr:ie:m.aal't Ju"bel-feesT ~evieJl."J. ~ _

2. St. Michael was de beschermheilige van Middelharnis. De heerlijkheid kreeg als wapen een schild van zilver, waarop een borstwapen met zijstukken van azuur. Uit dit embleem werd het zegel van de gemeente samengesteld, namelijk de aartsengel, die een schild droeg dat als versiering het wapen der heerlijkheid vertoonde. Na de vestiging van het Koninkrijk der Nederlanden gaf de Hoge Raad van Adel op 24 juli 1816 aan de gemeente een wapen, waarop St. Joris stond met een spies in de hand, die een draak doodde (afbeelding links). Hiertegen kwam veel oppositie. Men wilde of het wapen van St. Michael of het heerlijkheidswapen. Op 23 oktober 1908 gaf de Hoge Raad van Adel goedkeuring om het heerlijkheidswapen te voeren: het middelste gedeelte van een harnas (afbeelding midden). Dit werd ook als gemeentestempel gebruikt. Voor het zegel hield de gemeente vast aan St. J oris met de draak. Na de herindeling van de gemeenten op het eiland is bij Koninklijk Besluit van 7 november 1966 aan de gemeente Middelharnis een wapen verleend, zoals de afbeelding rechts dat te zien geeft. De wapens van Middelharnis, Sommelsdijk, Stad aan 't Haringvliet en Nieuwe-Tonge (de vier gemeenten die thans onder de naam Middelharnis zijn samengevoegd) zijn erin verwerkt. Het wordt als volgt omschreven: doorsneden: I. gedeeld; a. in goud en dwarsbalk van sabel (zwart) waaroverheen van sabel en zilver geschakeerd St.-Andrieskruis; b. in keel (rood) en goud getongde, genagelde en gekroonde leeuw van zilver. II. in azuur (blauw) een dwarsbalk van goud; over alles heen borstharnas met dijstukken eveneens van zilver. Het schild gedekt met een gouden kroon en drie bladeren van twee paarlen.

D I.J If

i

.j.

o

PROVDlcm ZlW - HOLL.AXD.

F S"""' .?? .ffU"'t~~.

__ Gr",,,n#!_nug.

I-::t"'·

+ r...rl. ..

~ ~llu(<'J ??.

~1·---

, SOluUl;i,.:i~ik" '~~!'r..t"

/.

j: ji

u I'

I!

II

Ii

Ii I

II

!i I

II

I ,

I' '

,i [

:1

II

I,

'I

[I

II

! I

I

_I

I, so ill JI J:: It S .

~

~

i

I

/;.

."----

.>

'/"~"''''''''

1."11':1' IV E

T ().V a 1':

L~ _," -=",,_.~....:--=----~

~

Middelhamis 4n(!pad

4. Holland-Zeeland. Dit is de grensscheiding tussen de gemeenten Middelharnis en Sommelsdijk. Tot 1805 behoorde Sommelsdijk tot de provincie Zeeland. De grenspaal, naast de dame met fiets, heeft er vele jaren gestaan. Het linker huis (nu het pand van de firma Kruider, meubelinrichting) staat nog net in Sommelsdijk. Het lage gebouw onder de lantaarn is de oude zondagssehool. Er was plaats voor ongeveer driehonderd kinderen. Er werd vroeger doordeweeks ook in gepreekt door dominees van de afgescheiden kerken; onder anderen ds. L. Boone van Sint Philipsland kwam er vee!. De firma Vis van Heemst bouwde er later een groot confeetiebedrijf. Het Beneden-Zandpad is hier nog niet afgegraven. Reehts zien we de gashouder en de vele schuurtjes en varkenshokken, waarvoor later de Dirk Bosstraat in de plaats is gekomen. Geheel reehts is vaag de toren van Middelharnis te zien.

5. In het begin van deze eeuw was de petroleumlarnp op Flakkee taboe: er was al gasvoorziening. De gasfabriek, die ook gas verschafte aan Sommelsdijk, stond aan het Zandpad. Op het bovenste gedeelte van de foto ziet u de gasfabriek met de schoorsteen; links staan het woonhuis van de directeur en het kantoor. De kolen om gas te maken werden aangevoerd per schip in de Sommelsdijkse haven, die achter de fabriek ligt. Het Zandpad was toen nog niet afgegraven; men ging de dijk op met houten trapjes (zie links). Op de onderste foto is men bezig met het installeren van een grate gashouder.

6. Toen de visserij te Middelharnis op het einde van de vorige en in het begin van deze eeuw nog in glorie was, waren er zeven zeilmakerijen. Hier zien we zeilmaker M. Bartelse, die zijn beroep voor zijn woning op het Zandpad op straat uitoefende en die bezig is het zeil van een "sloep" te herstellen. Naast hem zit zijn vader; de jongen is een zoon van I.A. Schipper, houder van het naastgelegen cafe "Bellevue". In de deur staat de heer Vroegindeweij. De trouwe hond zit op de bank, naast zijn baas. Een rustig tafereel, dat men in deze gejaagde tijd niet meer aantreft.

7. Deze foto van het Zandpad is kort na 1900 gemaakt. Daarop zien we nogmaals de beide zeilmakers: geheel reehts Bartelse, die we op de vorige foto aan het werk zagen en de man met wit buisje is zijn vader. Tussen hem en de boom staat molenmaker Jeroen Beversluis en het jongetje voor de boom is N.H. Beversluis. In het huis met de lantaarn aan de gevel was de sehoenhandel van J anse gevestigd, die tevens huidenkoper was. Al deze huizen zijn later verbouwd tot fraaie winkelpanden. De bomenrij is gerooid, waardoor het Zandpad werd verbreed.

·Zandpad,

)lidd l harn is.

8. Zo zag de Westdijk er in 1898 uit. Jongeren zullen zich dit onmogelijk kunnen indenken! Er stond to en een fraaie korenmolen, die in augustus 1898 door de molenbouwers gebroeders Beversluis is afgebroken. Ret was een bovenkruier met gaanderij. Links is een stuk van de "schooltrap" te zien, zo genoemd omdat zich tegenover deze trap de open bare lagere school bevindt. De winkel links was de apotheek van Teepe, later de drogisterij van P. Wielhouwer, thans de zaak van de firma Hisschernoller. Daarnaast bevond zich een pakhuisje, indertijd van J. Polak, op de plaats waarvan nu - de rij huisjes inbegrepen - de modezaak van de firma Van Wezel is gevestigd. In een van die huisjes woonde Machiel Dubbeld met zijn moeder, die er "stroopbrokken" verkocht voor een halve cent per stuk! Ret huis rechts was het molenhuis. Later was hierin een filiaalzaak van De Gruyter gevestigd en thans bevindt zich hier boekhandel Ariese. U kijkt in de smalle Nieuwstraat. De schuur was van landbouwer v.d. Vlugt. Later kwamen hier de pakhuizen en het kantoor van groothandel Vermaas & Zoon. Uit dit plaatje blijkt dat het aspect van een dorp in tachtig jaar heel wat kan veranderen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek