Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië en Indonesië (1940-1949) in beeld deel 2

Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië en Indonesië (1940-1949) in beeld deel 2

Auteur
:   Hugo Hooftman
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1227-7
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië en Indonesië (1940-1949) in beeld deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

29. Bij deze gecamoufleerde Interceptors vallen de witte afdekplaten van de wielen op ... De Interceptor haalde een maximum snelheid van 520 kilometer per uur en was dus sneller dan de Hawk (480 kilometer per uur) en de Buffalo (500 kilometer per uur). Het staartwiel was gedeeltelijk intrekbaar. Tijdens de strijd om Java bleken de Interceptors de beste jagers van de M.L. te zijn. Op 7 december 1941 waren er maar 9 operationeel. Bij het bombardement van Andir zijn er veel op de grond vernield.

"

30. In de vlucht was de Interceptor wel sierlijk om te zien, onder andere als gevolg van de gebogen romplijn. Omdat de Interceptor nog geen twee uur in de lucht kon blijven, zijn deze jagers allemaal op Java gebleven. De Interceptor steeg snel, maar nam weinig "peut" mee en kon daardoor niet lang in de lucht blijven. De Buffalo's en Hawks gingen daarom naar de vooruitgeschoven posten in de Archipel.

31. Opmerkelijk dat hier géén driehoeken onder de vleugel te zien zijn. Er waren twee patrouilles op Andir (Bandoeng) die eerst op Perak bij Soerabaja stonden. Op 3 februari 1942 kregen de Interceptors hun vuurproef bij het bombardement van Soerabaja. Niet minder dan 8 van de 12 of 13 opgestegen toestellen werden neergeschoten. Drie vliegers sneuvelden (Hogenes, Halberstadt en Van Dalen). De Interceptor had geen gepantserde cockpit en geen zelfdichtende brandstoftanks.

32. De Curtiss Interceptor CW-344 schuin van boven gezien. Ook op de bovenkant van de vleugel zijn hier geen driehoeken aangebracht.

33. De CW-359 schuin van achteren gezien, waarbij de grote staartvlakken opvallen. Na twee dagen operationeel gebruik waren er nog maar vijf Interceptors over. Twee werden afgeschreven na een zware beschieting op 3 februari 1942, zodat ze niet meer aan de strijd konden deelnemen. Op 5 februari 1942 werd er eentje vernield bij een noodlanding op de zuidkust van Java. Op 24 februari 1942 is er eentje neergeschoten bij Bandoeng en op 3 maart 1942 eentje bij Andir. Hierbij sneuvelden geen vliegers.

34. Een M. L.-vlieger stapt in zijn CW-363. De vlieger draagt een vliegkap en een vliegbril. Hij zit op een zitparachute. die precies in zijn metalen kuipstoel past.

35. Een mooie foto van een Curtiss Interceptor in de vlucht. Het staartwiel is niet opgetrokken. Als de Duitsers wat later Nederland waren binnengevallen, hadden we deze jagers in het Nederlandse luchtruim kunnen zien ... De Interceptors voor de verdediging van Bandoeng opereerden later vanaf de Boea Batoeweg (4 stuks). Sergeant Haye maakte een buiklanding op deze weg wegens troubles met het onderstel. De kist werd vernield. Vaandrig Dekker werd op 21 of 24 februari neergeschoten boven Lembang. Op 5 maart werd de laatste "strafing" door de laatste Interceptor uitgevoerd. De kist van onderluitenant Boxman werd daarbij in brand geschoten.

36. Een derde Curtiss-Wright die we in Indië in dienst hadden was de sierlijke CW-22 "Falcon", waarvan er in 1940 eerst 36 zijn besteld (goedgekeurd 7 september 1940) en in 1941 nog eens 25 CW-22B's, waarvan er 21 Indië niet meer hebben bereikt. De registraties waren CF-464 t/m CF-499. Op deze foto zien we de eerste Falcon voor de M.L.: de CF-464. De 25 Faleons van de tweede serie waren CF-4100 t/m CF-4124 en gingen naar Australië (nooit foto's van geweest).

37. De Falcons, die vooral als verkenners zijn gebruikt, hadden dubbele besturing. Nederland moest zelf voor 24 motoren zorgen (Wright R-975E-3's), die in Londen lagen en mogelijk oorspronkelijk voor Fokker T-VIIIW's van de MLD bestemd waren. Er hebben waarschijnlijk maar 18 Faleons aan de strijd deelgenomen: een groep van 9 in Djokja en een groep van 9 te Tjikernbar, op 12 kilometer van Soekaboemi (iedere groep had 5 toestellen in reserve). Op deze foto de CF-465 met oranje driehoek, maar zonder oranje richtingsroer. Let op de mitrailleur in de waarnemers-cockpit.

38. Een mooie foto van twee Faleons in de vlucht, met de CF-465 op de voorgrond. Goed te zien is hoe de wielen werden opgetrokken in gestroomlijnde houders onder de vleugels. Het staartwiel was niet optrek baar. De motor was een Wright Whirlwind van 456 pk en het toestel viel in de klasse van de Koolhoven FK-56. De maximum snelheid was 346 kilometer per uur. Op Kalidjati vlogen 10 tot 14 Faleons als trainers.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek