Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië en Indonesië (1940-1949) in beeld deel 2

Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië en Indonesië (1940-1949) in beeld deel 2

Auteur
:   Hugo Hooftman
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1227-7
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië en Indonesië (1940-1949) in beeld deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

39. Een niet zo beste foto van de CF-466. De Falcon was een tweepersoonsverkenner en kon lichte bommen meenemen en dus actief aan de strijd deelnemen. Ook was er een vaste Colt-mitrailleur voor en een beweegbare achter. De "Sloterdijk" en de "Tjibesar" brachten 21 Nederlandse Faleons waarschijnlijk van de tweede order - naar Australië, waar ze in dienst gingen van de Amerikaanse luchtmacht.

40. De CF-464 in de vlucht, met bomrekken onder de vleugel. Er konden twee bommen van 50 kilo mee of tien lichtere bommetjes. Een afdeling Faleons lag vóór de mobilisatie op Magoewo en een deel werd kort voor de oorlog naar Wirasala bij Banjoemas gestuurd. Op 22 februari werd het vliegveld Magoewo bij Djokja door Japanse jagers aangevallen. Er werden vier Faleons op de grond door 9 Japanse jagers beschadigd. Er waren "dummies" gemaakt van gevlochten bamboe, die eveneens door de Japanners aan stukken werden geschoten ... Bamboestokken van 15 meter hoogte waren rond de Faleons geplaatst, zodat de Japanse jagers niet laag konden aanvallen.

41. Op 1 maart werden drie Faleons door Japanse tweedekkers op drijvers neergeschoten. Verhoog en Teunissen maakten met hun doorzeefde Falcon een noodlanding op zee. Verhoog stierf later in het krijgsgevangenkamp. Ook Beckering en Pilgram wisten een noodlanding te maken, maar Beckering stierf een dag later. Manus van der Jagt en Boelhouwer in de derde Falcon sneuvelden. Ze werden boven Toeban neergeschoten. Toen de afdeling op Andir terugtrok, gingen daar op 4 maart tijdens een luchtaanval enkele Faleons op de grond verloren.

42. Andere Faleons lagen op Tjililitan en Tjikembar, later op Tasikmalaja, waar ze door eigen mensen ten slotte zijn vernield. Deze Faleons maakten verkenningen boven de Javazee, de Straat Soenda en de Indische Oceaan. De afdeling in West-Java leed geen verliezen. Na Japanse landingen in het Bantamse werden vijandelijke kolonnes aangevallen, vooral 's nachts. Op 24 december verongelukte Spaay met een Falcon op Semplak en op 16 januari verongelukte een Falcon boven Tjikembar, waarbij Sötebeer en Kern om het leven kwamen. Minstens tien Faleons zijn op Andir in Japanse handen gevallen, onder andere de vier CW-22B's die nog geleverd zijn. Nog in 1946 zijn ze met Japanse tekens gezien op Kallang bij Singapore, waar ook deze foto is gemaakt. Na de overgave verscheen een Falcon in Japanse kleuren boven Malang en drie jaar later werd midden in Malang een in vrij goede staat verkerende Falcon aangetroffen in een technische school, samen met een Japanse Helen.

43. M.L.-vliegtuigen waarvan we nimmer foto's hebben gezien waren de Hawker Hurricanes Mark II, die waarschijnlijk rood-wit-blauwe vlaggen hebben gevoerd. Tijdens de oorlog werden ze door de RAF aan de M.L. overgedragen. Het zou gaan om 12 toestellen. De M.L. zou in 1941 a112 Hurricanes in Engeland hebben besteld, maar omdat er niet voldoende motoren waren, konden die niet worden geleverd. Op Tjililitan kwamen de Hurricanes in kratten aan. Zeker is dat de RAF op Tjililitan 39 Hurricanes heeft geassembleerd, waarvan er minstens 12 aan de M.L. zijn overgedragen. Ze hadden géén radio en géén zuurstofapparatuur. Op 10 februari 1942 werden ze in gebruik genomen en op 16 februari vlogen ze naar Kalidjati voor training. Hier zouden er nummers op gezet zijn Cl tlm 12 ?). Op Ngoro kwamen er rood-wit-blauwe vlaggen op. M.L.-vlieger Hamming raakte een keer met de prop van zijn Hurricane de grond ... Sergeant Hermans sloeg over de kop.

44. Op 21 februari werden 8 Hurricanes bij Kalidjati tijdens de landing door Japanse Oscars verrast en aangevallen. Sergeant Jacobs kwam met zijn Hurricane in een bomkrater terecht. Twee Hurricanes weken uit naar Tjikampek. Op 20, 24 en 25 februari werden luchtgevechten geleverd en op 26 februari vlogen de laatste 7 Hurricanes naar Ngoro. Op 1 maart vielen ze Japanse landingsvaartuigen met troepen aan. Eerste luitenant Bruinier raakte met z'n prop een boot, maar landde veilig op Ngoro. Vier Japanse Zero's volgden een Lodestar die radio's voor de Hurricanes naar de geheime basis Ngoro bracht en zo werd Ngoro ontdekt. Zes Hurricanes werden op de grond in brand geschoten. Twee wisten te ontsnappen. Tweede luitenant Marinus vloog naar Soerakarta en de volgende morgen verongelukte de Hurricane daar in de start (vlieger gered). Vaandrig Vink vloog naar Banjoemas, De foto toont een RAF-Hurricane in Singapore, het type dat later bij de M.L. vloog.

45. Voor de M.L. werden in 1941 en 1942 niet minder dan 271 (I ) Brewster SB2A-l "Buccaneer" duikbommenwerpers besteld, eenmotorige toestellen die in de RAF "Bermuda's" werden genoemd. Er zouden eerst 9 afdelingen met elk 9 toestellen worden gevormd. Helaas is niet één van deze Brewsters meer geleverd. Ze zijn wel gebouwd, maar de strijd in Indië was afgelopen, waardoor de toestellen in dienst gingen bij de US Marines als SB2A-4's. Men zegt dat ze Nederlandse opschriften in de cockpits hadden ... Of er ooit geweest zijn met oranje driehoeken? Ze vlogen als A-34 bij de USAF.

46. De Bermuda's waren van het type B340-17 en zijn als volgt door de "Netherlands Purchasing Commission" in New Yrok besteld: 108 in 1940, 76 in 1940, later vervangen door 54,9 in 1941,45 in 1941 en 55 in 1941. Op de foto een Bermuda van de RAF, die er circa 750 ontving, maar niet operationeel gebruikte. Het is weinig bekend welke enorme hoeveelheden vliegtuigen in New Y ork voor de M.L. besteld werden, toestellen die nimmer meer geleverd zijn. Hieronder waren 100 Bel! P-400's, 100 Bel! P-39 "Airacobra's" en 162 Lockheed L37 Ventura's. Deze orders werden door de Amerikanen "afgewezen". Ook werden 162 North American B-25 Mitchells besteld, die Indië niet meer hebben bereikt ... Maar ze kwamen wèl in Nederlandse dienst, zoals we later zullen zien.

47. Ons belangrijkste transportvliegtuig in de Oost was in de oorlogsjaren de Lockheed Model 18 Lodestar, waarvan er in 1940 totaa120 werden besteld: de LT-906 tlt« LT-925. Ze waren van het type Model 18-40 met Wright Cyclone GRI820-G-I02A motoren van 900 pk. Nederland moest zèlf voor de motoren zorgen en betaalde voor de Lodestars zonder motoren 71.460 dollar per stuk. Waar men uiteindelijk de motoren vandaan gehaald heeft is niet bekend. De eerste vijf werden in mei 1941 verscheept. Alle 20 kwamen net op tijd aan voordat de strijd losbrandde. Op deze foto de LT-911 c/n 2106, die in de strijd verloren is gegaan.

48. Er waren destijds plannen om in Indië te komen tot een "parachutistenbrigade" en met het oog hierop waren de Lodestars ingericht voor het vervoer van 20 parachutisten op canvas banken langs de wanden. Die parachutistenbrigade is er nooit gekomen, naar men zegt omdat de in Amerika bestelde parachutes niet geleverd werden. De Lodestars zijn toen voor algemene transportdoeleinden ingezet. Hier de LT-913 c/n 2108, die in de strijd verloren ging. Duidelijk zijn de "Fowler flaps" achter de vleugel te zien, die het vleugeloppervlak wel circa 20% vergroten, waardoor meer lift wordt gegeven en de landingssnelheid omlaag kan.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek