Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië en Indonesië (1940-1949) in beeld deel 2

Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië en Indonesië (1940-1949) in beeld deel 2

Auteur
:   Hugo Hooftman
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1227-7
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië en Indonesië (1940-1949) in beeld deel 2'

<<  |  <  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  >  |  >>



49. De Lodestars hadden de oranje driehoeken en waren donker gespoten met een lichte onderkant. In de herfst van 1941 werden de LT-909 en LT-911 uitgeleend aan de RAF op Malakka (Kuanten) en drie Lodestars hielpen bij de evacuatie van Singapore, waar ze ongeveer 300 mensen ophaalden en naar Sumatra brachten (onder andere RAF-personeel). De Lodestars vlogen bij de M.L. in de Transportvliegtuig-Afdeling op Andir onder commando van kapitein-vlieger Sam de Mul (oud NLS-instructeur en na de oorlog directeur van Schiphol). Op 13 oktober 1941 is de LT-910 (912? ) kort na de start van Kemajoran in een kampong brandend neergestort. Er viel een motor uit en er werd tevergeefs gepoogd te landen. De bemanning kwam om (kapitein Knapp was de vlieger), evenals de legercommandant die aan boord was, luitenant-generaal Berenschot. Men ging de oorlog in met 19 Lodestars, maar op 12 januari 1942 verongelukte er eentje op Semplak in de start, waarbij minstens 19 doden vielen, onder anderen gezagvoerder Duinker. De afgebeelde LT-914 was cln 2109 en is later in Australië aan de USAAF verkocht en werd de 42-68350. Hij maakte op 14 juli 1942 een noodlanding op zee.

50. Op deze Lockheed-foto, genomen in Amerika, zien we dat de Lcdestars aanvankelijk LT9-registraties voerden. De LT-919 zien we hier als LT9-19. Het was cln 2123 en werd de 42-68353 van de USAAF in Australië. Deze werd door vijandelijke actie vernield op Maple op 18 augustus 1942. Soms hadden de Lcdestars een extra tank van 400 liter ter vergroting van het vliegbereik. Dikwijls werden ze gevlogen door "gemilitariseerde" KNILM-vliegers. Op Java werden de Lodestars geplaatst op Andir, Tjikampek, Pameungpeuk en Semplak. Bij Bandoeng werd ten slotte - toen Andir was vernield - ook vanaf de Boea Batoeweg geopereerd, onder andere voor evacuatievluchten naar Australië (laatste vlucht op 7 maart 1942 met de commandant van de M.L., generaal-majoor L.H. van Oyen, en diens "lijfpiloot" Herman Arens van de KNILM). Na de landing werden de Lodestars hier tussen de huizen geschoven onder camouflagenetten en pisangbladeren. Niet te zien, zelfs voor argeloze voorbijgangers.

51. De LT-922 zien we hier met een verkreukelde staart na een botsing in Brisbane op 15 februari 1942. Er gingen in Indië 9 Lodestars verloren van de 20 toestellen en de resterende 11 wisten naar Australië uit te wijken. Op 17 maart 1942 werden ze voor 93.542 dollar per stuk aan de USAAF verkocht. Eind mei was er nog maar één vliegklaar, de rest wachtte op onderdelen. Op 3 december 1941 was in New Vork een tweede order op 9 Lodestars geplaatst, die de LT-926 t/m LT-934 zouden worden. Na de capitulatie van het KNIL gingen deze Lodestars, die niet meer aan de M.L. geleverd zijn, naar de USAAF (4), de US Navy (3) en de Canadian Pacific Airways (2). In 1942 werden echter toch nog weer 8 Lodestars aan Nederland geleverd, te weten 6 aan de M.L. in Australië en 2 aan de KLM in de West.

52. De zes Lodestars die de M.L. in Australië ontving kregen de registraties LT-931 tlm LT-936. Waarom de registraties LT-926 tlm LT-930 niet werden gegeven is niet duidelijk. Mogelijk waren die al uitgereikt aan "gevorderde" burgervliegtuigen. Op deze foto de LT·931 "Princess Margaret" (moest "Prinses Margriet" zijn). Met dit toestel vloog majoor Wittert van Hoogland van Amerika via Hawaï naar Australië, een afstand van 17.000 mijl. Hiertoe waren zeven extra tanks in de cabine ingebouwd, zodat er geen passagier meer bij kon. Op 2 september 1943 kwam deze kist bij het 18e squadron in gebruik. Een andere Lodestar die van Amerika naar Australië vloog was de "Flying Dutchman" (met Meeuwenoord). Na de oorlog moeten de LT-932, LT-933, LT-935 en LT-936 nog naar Indonesië zijn teruggekeerd. Ze vlogen onder andere op Biak en Andir. De LT-936 crashte op Ambon op 1 maart 1947 en de LT-933 is ook afgeschreven. De LT-932 en LT-935 moeten nog in april 1947 op Andir zijn opgeslagen.

53. Deze Lodestar van de M.L. voert de rood-wit-blauwe vlag in plaats van de oranje driehoek op romp en vleugels. Normaal waren de Lodestars niet bewapend, maar soms werden door de achterste cabineramen twee mitrailleurs gestoken. Met een losse mitrailleur uit de LT-918 werd op 2 maart 1942 boven Broome een Japanse jager neergeschoten. De LT-918 verbrandde. Boven Borneo werden op een rivier Japanse schepen beschoten door een Lodestar op 16 februari 1942. De zes Lodestars die de M.L. in Australië ontving waren van het Model 18-56 (C-60), die met 1000 pk motoren waren uitgerust.

-------

54. Deze Lodestar VH-CAF was de vroegere LT-917 en is op 23 februari 1944 op Archerfield verongelukt. We zien hem hier in de kleuren van de USAAF in Australië.

55. Hier de VH-CAC van de US Army in Australië, de vroegere LT-9ü9. Later werd dit de VH-ARY en de ZK-ALZ in Nieuw-Zeeland, waar het toestel op 10 februari 1947 verbrandde.

56. Op 10 februari 1942 werden alle op Java aanwezige sportvliegtuigen door het Departement van Oorlog gevorderd en bij de M.L. ingelijfd. M.L.-vliegers vlogen de toestellen over naar Tasik Malaja. In heel Indië waren op 1 juni 1939 slechts 12 sportvliegtuigen ingeschreven, maar in november 1941 werden hieraan, dank zij het Nederlands Indisch Luchtvaartfonds (NILF), 26 toestellen toegevoegd. Onder de gevorderde toestellen waren onder andere acht Tiger Moth tweedekkers, twee Piper J-4's en circa 4 Bücker Jungmann tweedekkers. Omstreeks 1 maart 1942 werden alle toestellen met bijlen aan stukken gehakt, om te voorkomen dat ze in Japanse handen zouden vallen. Het is niet bekend of deze toestellen M.L.-registraties hebben gehad. Al op 12 december 1941 waren vier sportvliegtuigen, waarvan de eigenaars waren opgeleid tot tweede bestuurderjluchtschutter bij de M.L., gevorderd en ingedeeld bij de Transportvliegtuig-Afdeling op Andir. Dit waren de Miles Hawk PK-SAR van Tj. de Cock Buning (zie foto), de Waco PK-DDV van D. de Vogel, de Wa co PK-SAK van J.e. Meeuwenoord en de Hornet Moth PK-WDR (? ) van W.D. Rous.

57. De Waco PK-DDV van Dirk de Vogel, die een M.L.-registratie beginnend met WT moet hebben gehad. Het was deze Waco die door Japanse jagers werd gevolgd en radioapparatuur voor de Hurricanes naar het geheime vliegveld Ngoro bracht, waardoor Ngoro ontdekt werd. Zo speelde deze Waco een tragische rol en werd later zelf op Ngoro vernield. Volgens een andere lezing is deze Waco op Andir vernield en vloog De Vogel met een Lockheed naar het geheime Ngoro. Ook is er sprake van dat de M.L. vloog met een gevorderde Messerschmitt Me-lOS Taifun van G. de Sturler en een Fairchild van Rous. De vliegers werden tot vaandrig benoemd. De Me-lOS (uit Australië) lag op Andir in een hoek van de hangar en zou nooit hebben gevlogen. De PK-SAR (ex G-ADHF) zou de registratie MH-OOI hebben gehad en in maart 1942 op Tasik Malaja zijn vernield.

58. Een belangrijke rol in de Indische luchtvaart speelde de Bücker BU-I3IB Jungmann tweedekker, die op Andir onder andere werd gebruikt om te stunten. De M.L. moet er zes in dienst gehad hebben, geregistreerd BI-OOI tlm BI-006. Eentje stond er in Madioen en Manus Mulder maakte een keer een noodlanding op de renbaan van Bandoeng toen de moter het na een rugvlucht vertikte. Over de weg ging de kist naar Andir en vloog enkele uren later weer. Twee Jungmanns botsten een keer op de grond met elkaar, wat de propellers kostte. Op de foto de BI-002 met oranje driehoek.

<<  |  <  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek