Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië en Indonesië (1940-1949) in beeld deel 2

Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië en Indonesië (1940-1949) in beeld deel 2

Auteur
:   Hugo Hooftman
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1227-7
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Militaire Luchtvaart in Nederlandsch-Indië en Indonesië (1940-1949) in beeld deel 2'

<<  |  <  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  12  |  >  |  >>

69. Diverse malen vlogen Nederlandse B-25's van Jackson naar Curaçao. Op een keer sprongen boven Florida dertien man uit een Nederlandse B-25 die in nood verkeerde, maar de kist wist later veilig in Miami te landen. De N5-144, die we hier zien, maakte een noodlanding op zee op 18 februari 1943, toen zes 8-25's door negen Japanse Zero's werden aangevallen. De vlieger werd doodgeschoten en de bommenrichter kwam om toen de neus werd ingedrukt bij de landing. Nieuw voor onze vliegers waren het Norden bomrichtapparaat, de hydraulisch bediende koepel op de romprug en de intrekbare koepel onder de buik. Deze Bendix bodemkoepel was door trillingen moeilijk te bedienen en zuiver richten met het spiegelvizier was tijdens lange vuurstoten nagenoeg onmogelijk.

70. De gekreukelde N5-152 (43483), die crashte in de start op 23 mei 1943 tijdens een nachtstart te MacDonald, toen de B-25 niet los wilde komen en oud-KNILM-gezagvoerder kapitein Ekels het gas dichttrok. In de neuskoepel zat navigator kapitein Jessurun, die naar buiten geslingerd werd. Sindsdien was het verboden tijdens de start in de neuskoepel te zitten. Kolonel Jessurun kwam later om bij de crash met de M-409 bij Kroja op 14 mei 1949 (acht doden). Bij het 18e squadron waren 700 man ingedeeld, de helft Australiërs, de helft Nederlanders (en enkele Javanen). Het 18e squadron maakte z'n eerste operationele vlucht op 18 januari 1943 en kreeg een dag later de vuurdoop toen twee Zero's zonder eigen verliezen werden neergeschoten. In de eerste zes maanden verloor het squadron 9 B-25's plus 32 man, onder wie 12 vliegers. Dat was de helft van z'n sterkte.

L~rr'-

~ ,

71. Als eerste crashte de N5-132 op 5 februari 1943 in de start, waarbij de bomlading ontplofte en de negen inzittenden omkwamen. Op deze foto de N5-l72 (42-87257) zonder Amerikaanse registratie op de roeren en zilverkleurig. Dit werd later de M-372. In mei 1943 verhuisde het l8e met zijn B-25's naar Batchelor, waar het verder gedurende de oorlog bleef. In september 1943 werden de eerste 8 nieuwe B-25's door Nederlandse vliegers van Jackson in Amerika naar Australië overgevlogen. De rugkoepels werden per schip naar Honolulu gebracht en pas daar gemonteerd (grotere snelheid door minder luchtweerstand). Zij hadden een extra tank achter in de romp. Dit waren de eerste B-25J's met een zelfdichtende tank van 580 gallon in de bommenschacht. De onderkoepel was vervangen door twee mitrailleurs, die door de telegrafist via de zijramen in de romp konden worden bediend. Deze B-25's hadden ook een automatische piloot van Sperry.

72. De N5-208 met twee vaste mitrailleurs naast de glazen neuskoepel. Deze 43-3833 werd later de M-408 en was van het type NA-lOO B-25D-25. Een opmerkelijk feit vond plaats met de N5-136, die op 8 oktober 1943 verloren ging in de Floreszee bij Soemba, na eerst drie Zero's (! ) te hebben neergeschoten. Vijf mannen kwamen om, de telegrafist Van Burg overleefde de ramp.

73. Steeds zwaarder werd de bewapening van de B-25's. Er waren er met maximaal 18 mitrailleurs! Deze "strafer" had weliswaar nog een glazen neus, maar ook vier vast ingebouwde mitrailleurs ter weerszijden van de romp onder de cockpit. Bij aanvallen op schepen was dit een machtige bewapening. Elke mitrailleur gaf 600 schoten per minuut. We zien dat ook de achterkoepel meer naar voren toe is geplaatst op de romprug. Deze N5-243 was de 44-29261, die later de M-443 is geworden. Het was een B-25J, die ook van een staartkoepel was voorzien met twee mitrailleurs, zodat er een zesde bemanningslid mee moest.

74. "Ada" was de N5-180 die met KNILM-gezagvoerder Frans van Bremen op 21 september 1944 helemaal naar Batavia vloog om daar pamfletten af te werpen. De bovenkoepel was verwijderd en de bewapening bestond uit drie mitrailleurs in de neus en één in de staart. In het radiocompartiment was een extra tank van 184 gallon ingebouwd en in de kruipgang 90 gallon in blikken. In de bommenschacht een tank van 335 gallon, die afwerpbaar was. Er werden levensgrote driekleuren op het toestel geschilderd, zodat de bevolking van Java het vliegtuig zou kunnen herkennen. Let op de naam "Batavia" op de rompneus. In het paleis van de gouverneur-generaal in Batavia, waar de Japanse vlag wapperde, werden enkele schoten in de voorgalerij gelost. De vlucht duurde 13 1/2 uur.

75. Guus Hagers vloog met de N5-185 "Lienke" van Australië naar Bandoeng (14 uur en 15 minuten). Later werden deze propagandavluchten herhaald, onder andere op 28 januari 1945 met de N5-185 naar Soerabaja en Semarang. De N5-185 vond ten slotte zijn graf in de zee bij Halwaheira. Deze onbewapende, zilverkleurige B-25 vliegt boven Indonesië en heeft de registratie M-351 op de rompneus staan. Het was de vroegere N5-141 (42-32485). Een gedurfd staaltje demonstratievliegen met de B-25 bestond uit het vliegen met beide schroeven in vaanstand. Dit deden onder anderen Guus Hagers en Guus Winckel (laatstgenoemde na de oorlog op het grote vliegfeest boven Andir). In het 18e vloog een marinepatrouille, bemand door MLD-vliegers. Van de vier B-25's gingen er drie in vier maanden tijd verloren.

76. Drie B-25J's met rood-wit-blauwe vlaggen, die op de linkervleugels kennelijk over Amerikaanse kentekens waren aangebracht. We zien de staartkoepels en de naar voren toe aangebrachte rugkoepels. Bij de N5-246 bovenaan is het Amerikaanse serialnumber (44-29514) op de roeren weggestreept en de N5-228 onderaan heeft deze registratie (erg ongebruikelijk) ook op de roeren, op de plaats van het serialnumber (44-28182). Vooraan vliegt de N5-226 (43-28929). Later werden dit de M-446, de M-428 en de M-426.

77. In Indië vloog een aantal B-25 "strafers", waarvan de glazen neuzen waren vervangen door een dichte rompneus met acht mitrailleurs in twee rijen van vier. Bovendien waren er vier mitrailleurs ter weerszijden van de romp, zodat deze B-25's maar liefst 12 "frontguns" hadden. Ze werden wel B-25K genoemd (géén fabrieksaanduiding! ) en vlogen onder andere bij het 16e squadron. Op deze foto drie strafers in formatie: de M-433, de M-434 en de M-439. Opmerkelijk dat alleen de M-434 de registratie in wit heeft staan. Dit waren dus de oude N5-233, N5-234 en N5-239. De oude registratie werd gebruikt door er 200 bij op te tellen.

78. Hier zien we zo'n "strafer" met dichte rompneus na een crashlanding. Het is de M-426, waarvan kennelijk een wielpoot niet naar buiten wilde. Dit is de oude N5-226 (43-28929). Opgemerkt kan nog worden dat op de Royal Netherlands Military Flying School (RNMFS) te Jackson B-25's vlogen die van de USAAF waren geleend en in maart 1944 werden teruggegeven. Deze toestellen hadden geen N5-nummers. Eerst waren er 20 B-25c/D's op Jackson, later aangevuld met 10 B-25G's (met 75 millimeter kanon). Deze B-25's zijn dus nooit overgenomen, maar voerden wel de rood-wit-blauwe vlag op de romp.

<<  |  <  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  12  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek