Millingen aan de Rijn in oude ansichten deel 2

Millingen aan de Rijn in oude ansichten deel 2

Auteur
:   drs. J.H.S. van Herten
Gemeente
:   Millingen aan de Rijn
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6115-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Millingen aan de Rijn in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Consecratie parochiekerk 1926 (1)

9 De kerk die in 1914 gereed was gekomen werd op 25 oktober 1914 door pastoor Graat, hiertoe gemachtigd door de bisschop, ingewijd, Pas in 1926 werd zij geconsacreerd. Dar gebeurde op maandag 21 juni door bisschop Diepen. De bisschop arriveerde op zondagmiddag. De pers meldt: "Aan de grens der gemeente ontvangt een grootsche stoet den Doorluchtigen Gast, die namens de bevolking door den Burgemeester wordt toegesproken." In het dorp heerst feestvreugde. "De versieringen met eerebogen, guirlandes enz. zal kwistig zijn; de optocht echter met Mgr. in het midden zal vooral imponeeren en bevat niet minder dan 36 numrners. Een kleine duizend personen nemen er, naar schatting, aan deel terwijl vier muziekkorpsen over den stoet verdeeld worden. Bereden

marechaussee's openen en sluiten hem. De schoonste nummers zullen wel gevormd worden door de praalwagens die voorname historische toestanden en gebeurtenissen van Millingen zullen uitbeelden, vooral op kerkelijk gebied." Op de foto de stoet, trekkend door het dorp. De

kerk in het midden is niet de in 1914 gebouwde kerk, maar een maquette van de oude Mariakerk op een van de praalwagens.

Consecratie parochiekerk 1926 (2)

lOIn de Gelderlander van 21 juni 1926lezen we: "De wachters op den kunstig gebouwden Romeinschen toren hadden al lang ongeduldig uitgekeken tot hun vorschend oog eindelijk in de verte de ruitergroep ontdekte, die in galop en met vliegende vendels de auto van den Bisschop vooruitreden. Daar schetterden de klaroenen en op den hoogen dijk dreunde het geschut; Monseigneur was gearriveerd."Vervolgens sprak burgemeester Reijmers de bisschop toe, die vervolgens de burgemeester toesprak. De neergeknielde menigte werd door de bisschop gezegend en vervolgens trok de stoet verder. Er waren in de stoet negen praalwagens waarop de geschiedenis van Millingen werd uitgebeeld. In chronologische volgorde trokken ze voorbij: 1. praalwagen Heidendom; 2. praalwa-

gen Millingen, een Romeinsch kamp; 3. praalwagen komst van Willibrordus; 4. praalwagen overdracht van de kerk; S. praalwagen de kerk van Millingen wordt aan de parochie Rindem geschonken; 6. praalwagen Hervorming; 7. praalwagen de kerk van Millingen in handen van de

protestanten; 8. praalwagen de kerk van Millingen aan de katholieken teruggegeven; 9. praalwagen Millingen toegewijd aan het H. Hart. De foto toont de Romeinse toren waarbij de bisschop werd ontvangen.

Consecratie parochiekerk 1926 (3)

11 Tussen de praalwagens trokken verenigingen en groepen aan de toegestroomde menigte voorbij. Het waren onder andere de Bereden Marechaussee, de Garde d'Honneur, de Maria Congregatie en de Maria- Vereniging, rijwielclub "Juliana", de Schutterij, de fanfares, Ons Genoegen en St. Cecilia, het Kruisverbond, het Meisjespatronaat "H. Maria" en het Iongenspatronaat "St. Joseph", de R.K. Werkliedenvereniging "St. Joseph", de R.K. SteenfabriekArbeidsbond St. Stephanus, de R.K. Metaalbewerkersbond, bruidjes, generaal Van Damme te paard met de Franse cavalerie en GarritArntz. Deze Garrit Arntz zou de Franse troepen een doorwaadbare plaats in de Rijn hebben gewezen; als dank werd de kerk van Millingen aan de katholieken teruggegeven. In de kerk aangekomen hield

pastoor 1. van Boxmeer een toespraak tot de bisschop. Daarop richtte de bisschop zich tot de gelovigen om vervolgens aan een groot aantal vormelingen uit Kekerdom en Millingen het Sacrament van het Vormsel toe te menen, 's Avonds volgde een rijtoer door de gemeente waarbij de

bisschop hartelijk werd toegejuicht. Maandagochtend vroeg begonnen "de zinrijke plechngheden der Consekratie van Millingens schoone parochiekerk". De foto toont de auto met links pastoor Lambertus van Boxmeer, destijds parochieherder van Millingen, rechts bisschop Diepen.

In het midden - met ambtsketen - burgemeester Carolus Reijmers, die instapt.

Pensionnat du Sacre Coeur (1) 12 In 1 857 werd een cornmissie gevormd, bestaande uit drie leden van het armbestuur en drie leden van het kerkbestuur. Men verzamelde geld en toog naar de Overste van de Zusters van J.M.]. (de letters staan voor [ezus, Maria, Iozef) , Mere Andrienne (Helena Maria Pijpers). In overleg met de Overste werd besloten een klooster van de orde il1 Millingen te stichten. Op 22 november 1857 kwamen vijf zusters: zij vonden onderdak in de boerderij Spijkerhof, nabij de Spijkerhofweg. Men begon al snel met een bewaar- en naaischool. Twee schipperskinderen waren de eerste leerlingen. In 1859 werd begonnen met de bouw van een klooster, Als eerste werd van het hoofdgebouw de benedenverdieping gebouwd. Later kwam er een verdieping op. Op de gevel boven de voordeur stond de spreuk: .Liefdadigheid heeft mij

der jeugd. Gesticht tot werenschap en deugd." De zijvleugel links werd in 1894 gebouwd. Op de begane grand van de vleugel was de dagschool gevestigd. De bovenverdieping was bestemd voor pensionaires, De oprichtingsakte van het "Gesticht voor onderwijs aan jonge meisjes"

.,

~ ..

~

Groet- uit Millingen ...

- . n'" . . "-

,.

': ~, ....

r

werd getekend op 7 juli 1858. In het jaar daarvoor werd er al les gegeven aan 39 externe leerlingen en 36 kinderen. In 1858 bedraeg het aantal externen 67, terwijl er 33 kleine kinderen waren. Van de onderwijzeressen waren er ten minste twee afkomstig uit Millingen, juffrouwVan Lier en

juffrouw Lem, Links naast de zijvleugel is 't Gengske. Aan dit pad, tegenover de ingang van De Bijenkorf staat een stuk muur: her laatste tastbare van het pensionaat dat Millingen rijk is. Het pensionaat was van 1859 tot 1897 eigendom van de gemeente; in dat jaar kocht de congregatie her.

Pen8ionn~t.

Pensionnat du Sacre Coeur (2) 13 Een niet onaanzienlijk deel van de meisjes die het pensionaat bezochten was van niet onbemiddelde afkomst. Veelal kwamen zij uit Duitsland, hoewel ook schipperskinderen de school bezochten. Duits was een verplicht yak. Uit roeping waren er meisjes uit Millingen die als novice naar het klooster gingen. We kennen de namen van enkelen van hen: Terwindt en Herfkens rond 1860, Van derVelden rand

1 92 0 en Mulders omstreeks 1930. De naam van het pensionaat is niet steeds dezelfde geweest. Een ansichtkaart uit omstreeks 1920 vermeldt "St.Anna Pensionnat du Sacre Cceur". V 66r 1 919 was het pensionaat toegewijd aan de H. Franciscus Borgia; in dat jaar werd dit veranderd in [ezus 't Hart (Sacre Cceur). In de voortuin werd een levensgroot H. Hartbeeld geplaatst.Aan de tuin van het klooster was een

boerderij verbonden. Over de ligging van klooster, pensionaat en boerderij het volgende. De tuin grensde aan het oude kerkhof (Chopinstraat), de zijvleugel links van het hoofdgebouw grensde aan 't Gengske. Het hoofdgebouw stond aan de Chopinstraat, ongeveer waar nu een

deel van de basisschool en de bibliotheek zijn gevestigd. Het gehele complex was ommuurd. In de loop der jaren is er nieuwbouw gepleegd. Het rectorshuis aan het St. Antoniusplein werd eind vorige eeuw gebouwd; in 1909 werd een nieuwe bewaarschool annex lag ere school in ge-

bruik genomen, tussen rectorshuis en 't Gengske. De kostschool voor schipperskinderen werd al in 1862 gebouwd, toen het pensionaat in Engelen, iets ten noorden van Den Bosch, werd opgeheven, In 19] 4 kwam de bouw van de huishoudschool gereed.

Pensionnat du Sacre Coeur (3) 14 Het aantalleerlingen steeg in de loop der [aren, eehter ook het aantal onderwijs- en schoolsoorten. Begon men in 1857 met een bewaarschool en handwerkles, in 1 914 waren er een pensionaat, een bewaarschool voor armen en dito voor burgers. een lagere school voor armen en dito voor burgers. een huishoudopleiding. een opleiding Christelijke Lering, drie congregaties (H. Maagd, H. Aloysius en H. Engelen) en een patronaat voor meisjes. Her onderscheid tussen een school voor armen en een school voor burgers werd - als gevolg van de leerplichtwet, die in 1901 in werking trad - in 1902 opgeheven. In de loop der jaren zijn

er schooltypen verdwenen en bijgekomen. Wat dit laatste betreft zij verme!d dat in 1924 een ULO-school en een naaischool startten: in 1926 werd begonnen met pianoles. In 1940 waren er

elf soorten onderwijs. Het vakkenpakket omvatte onder andere lezen, schrijven, rekenen, Duits en Frans. handwerken alsmede vrouwelijke lichamelijke oefeningen en liehaamsverzorging. Dit laatste yak hield verband met de opkomst van besmettelijke ziekten. Tevens werd mens- en

dierkunde alsmede aardrijkskunde onderwezen. Bij dit laatste yak werd veel aandaeht besteed aan Nederlandsch-Indie; de congregatie verrichtte daar vee! missionair werk. Het aantal zusters in het klooster wisse!de. In 1895 waren er 13. in 1917 verbleven er 45 en in 1930 te!de de ge-

meensehap 47 zusters. Soeur Marie [osine Sluyters was toen Overste. Op de foto de Hollandsehe klas, rond 1920.

Rectorshuis bij het Pensionnat du Sacre Coeur

15 Bij het pensionaat hoorde het huis van de rector. Het pand aan het St. Antoniusplein - thans de woning van tandarts Niesing - is eind vorige eeuw gebouwd als huis voor de rector. Het bleef rectoraat tot de evacuatie in

1944. Rector Van den Akker werd in 1897 benoemd en bleef tientallen jaren in functie. Op de foto zien we de rector ter gelegenheid van een jubileum, waarschijnlijk eind [aren twintig, begin jaren dertig: Staande, van links naar rechts: A. van Lunen (rentmeester Sytzem- Colenbrander), mevr. B. Arntz-Herfkens (Bertha), mevrouw Bouwman, mevr. Van Lunen, juffrouw Boeren (onderwijzeres) , kapelaan Schei, kapelaan Eras (later bouwpastoor in Vught), J.G. Hanssen (onderwijzer) , mevr. v.d. Biggelaar, v.d. Biggelaar (hoofd van de Martinusschool), Bouwman (rentmeester

Sytzeme-Colenbrander) en J.S. van Lier (koster-schilder-drogist). Zittend: onbekend, pastoor L. van Boxmeer, rector v.d. Akker (priester van het pensionaat), burgemeester Reijmers en mevr. Van Lier (van de koster). De foto is genomen tegen een gevel van het pensionaat. Toen het pensio-

naat in het laatste oorlogsjaar geheel afbrandde werd het klooster van de Zusters van J.MJ in het rectoraatshuis gevestigd. Er werd een vleugel aangebouwd; daarin kwam op de eerste verdieping een huiskapel en er werden eellen ingericht. Het pand was eigendom van de kerk. De Zusters

van J.MJ vertrokken na neg enennegentig jaar in Millingen gewerkt te hebben op 16 augustus 1956, wegens gebrek aan roepingen.

St. Antoniusplein (1 )

16 Toen de kerk gereed was werd her plein voor de hoofdingang omgedoopt tot St. Antoniusplein. Voor wat de ligging van de kerk betreft ziet men in sommige publicaties vermeld dat de oude, Romaanse, kerk naast of althans gedeeltelijk naast, de bouwplaats van de nieuwe kerk heeft gestaan. Dat is onjuist. Vergelijkt men het kadastraal minuutplan uit 1820 met een recente kadastrale kaart dan blijkt dat de huidige kerk exact op de plaats van de oude kerk is gebouwd. Links zien we de hoofdin gang van de kerk op een foto die rond 1920 is gemaakt. In het midden het huis van de koster

j.S, van Lier. Naast het beroep van koster dat overigens in deze familie van vader op zoon is overgegaan - dreefhij een winkel. Tussen kerk en kosterswoning kijken we naar de tuin van de pastorie. De jongeman met krui-

wagen, vooraan op de foto, staat naast een steen. Op deze steen ging de kosters zondags na de Hoogmis staan om belangrijke mededelingen te doen, zoals het te koop zijn van biggen ofhooi of de verpachting van land.

31 ;tnthoniusplein, ))fillin~en

- -~-t._

:. -

St. Antoniusplein (2)

1 7 De steen, ongeveer midden op het St. Antoniusplein, was de plaats waar de koster iedere zondagochtend na de Hoogmis belangrijke mededelingen deed. In feite ging het om een vorm van reclame, naast aankondigingen van te verwachten activiteiten. In vroeger [aren had men in het dorp het systeem van het opprikken van briefjes waarop koopwaar werd aangeboden. Dat werkte niet omdat het herhaaldelijk voorkwam dat een concurrent die dezelfde goederen te koop had, het briefje van zijn collega verwijderde en het zijne ervoor in de plaats hing. Een bron van ergernis en vetes dus. Om zijn mededeling afgeroepen te krijgen moest men voor de H. Mis zijn briefje afgeven bi] de kosterij. Het ging bijvoorbeeld om verkoop van gras, biggen, eieren, maar ook meubilair. Ook werd omgeroepen dat men kon

inschrijven voor het schaarrecht of op gemaaid hooi, De mededelingen van de "Geerfden - Naburen van Millingen", grootgrondbezitters die percelen bouwgrond voor beweiding of bemaaiing aanboden, werden hier ook omgeroepen. Koster Van Lier riep om, meestal al grappen rna-

kend. In verband met verkeersdrukte is de steen rond 1950 vervangen door een kleinere, die tegen het hek van de rectorswoning werd geplaatst. De oorspronkelijke steen was afkomstig van de Romaanse kerk die in 1913 is afgebroken. Deze steen is geruild tegen een kleinere; de

ruil werd gesloten met een grafdelver, die de grote steen kon gebruiken voor een grafornament.

G,,-,rhui~ rn HIllt'! P. ~ld sr -'1!I,L1~GEX '1

St. Antoniusplein (3)

18 Aan hetSt. Antoniusplein lag het Gasthuis St. Jan de Deo, gebouwd in 1904. Rechts naast het Gasthuis Hotel-Cafe Mulders. Achter de fotograaf staat het rectorshuis, waarvan hier een foto, met daarnaast de kosterij. Johannes Jacobus van Lier was kosterorganist van 1848 tot 1900. Hij woonde in de boerderi], tevens kosterswoning, eigendom van de kerk, aan de huidige Pastoor Graatweg 14. Zijn zoon, Johannes Stephanus van Lier (Jan de Kuster), was eveneens koster en organist en wel van 1900 tot en met 1950. Hij woonde in de kosterij aan her St. Antoniusplein B88 (thansno 3).Voor 1930 heette dit plein Kerkplein. Ook zijn zoon, Alexander Gerardus van Lier, werd koster-organist; hij was werkzaam van 1950 tot 1966. In feite begon hij al veel vroeger, als hulp van zijn vader, die graag de vijftig jaar als koster

wilde volmaken. Zijn vader, Johannes Stephanus, had ditzelfde voor zijn vader, Johannes Jacobus gedaan. Johannes Stephanus van Lier was scheepsschilder van beroep. Aan huis had hij een winkeltje in religieuze artikelen; achter zijn huis - in een werkplaats verkocht hij verfwaren, In 1903

begon hij een winkel in drogisterijartikelen. Alexander van Lier kwam in 1 933 in de kosterij wonen, nadat het huis was verbouwd; hij zette de verfwinkel en drogisterij voort. Zij nog vermeld dat de kosterij in 1870 is gebouwd door enkele dames die dicht bij de kerk wilden won en.

Als tegenprestatie vermaakten zij het huis aan de kerk; na hun dood werd het kosterswoning.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek