Millingen aan de Rijn in oude ansichten deel 2

Millingen aan de Rijn in oude ansichten deel 2

Auteur
:   drs. J.H.S. van Herten
Gemeente
:   Millingen aan de Rijn
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6115-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Millingen aan de Rijn in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Gasthuis St. Jan de Deo (1)

19 De geschiedenis van het Gasthuis St. Jan de Deo gaat terug tot in de vorige eeuw. In die tijd was er het Burgerlijk en het KerkelijkArmbestuur; beide hadden ten doel om minvermogenden financieel te ondersteunen. Dat lukte niet best omdat er veelal te weinig geld in kas was. Aanvankelijk was de armenzorg een zaak van de pastoor. Op 9 december 1853 riep hij een vergadering bijeen, waarbij aanwezig waren [oh. Meijer, R. Reijmers, W Arntz, J. Arntz, H. de Wild en een niet met name in de notulen vermeld persoon. Tijdens die vergadering werd een voorlopig R.K. Armbestuur opgericht. Pastoor Van Grinsven, die de Armenkas bij zijn komst naar Millingen, enkele maanden eerder, leeg had aangetroffen, werd voorzitter en penningmeester, De Wild secretaris. Reijmers zou een lijst van behoeftigen in de gemeente opmaken. In het archief van het Gasthuis bevindt zich een aantekening op een velletje papier, inhoudende dat]anArntz omstreeks 1895 - vlak voor zijn dood - een bedrag van tiendui-

zend gulden beschikbaar stelde voor de oprichting van een "oud-mannen en oud-vrouwenhuis", zeals dat werd genoemd. Overigens, noch in het archief van het Gasthuis, noch in het atchief van hetArmbestuur is iets over deze schenking terug te vinden. Het duurde nog tot de vergadering van het R.K. Armbestuur van 21 november 1902 voordat voor het eerst werd gesproken over een tehuis: "Men meent dat het de tijd gekomen is om eens ernstig over den bouw van een Gasthuis te denken en wordt de heer Pastoor Graat uitgenodigd bij eenige inlichtingen omtrent administratie en beheer in te winnen.' Op de foto het Gasthuis rand 191 O.

clCoomsch JCatnotieke 8aslfluis >,SI. Jan de Veo ". c7tZillingen bij :Nijmegen.

Gasthuis St. Jan de Deo (2)

20 Nadat het besluit tot de bouw van een Gasthuis is genomen gaat men aan het werk. In de vergadering van het R.K. Kerkbestuur en het Parochie Armbestuur van 22 mei 1 903 liggen aanbiedingen van zustercongregaties ter tafel. Er wordt een comrnissie benoemd die de bouw moet begeleiden, bestaande uit de heren Bodewes en Lone Een besluit tot bouwen is nag niet formeel genomen. In de vergadering van 11 september 1903 komt een bouwtekening van architect B.]. Claase ter tafel. De aanbesteding zau in november moeten plaatsvinden. In september koopt en betaalt men de bouwgrond van en aan mevrouw Roozenboom. Op 4 december 1903 valt de beslissing dat de architect door kan gaan met zijn plannen. Vervolgens vindt men in de notulen niets belangrijks meer over de bouw, tot de vergadering

van 25 november 1904. Daarin constateert men verheugd dat de bouw is voltooid. Het gebouw werd op 4 november ingezegd door de pastoor, bijgestaan door de rector van het pensionaat en de pastoor van Bimrnen. Tevens waren aanwezig de leden van het Arm-, Kerk- en Gemeentebestuur

alsmede enige genodigden. Vier zusters van de Congregatie Christelijke Scholen van Barmhartigheid hadden op 14 november 1904 hun intrek genomen in het Gasthuis St. Jan de Deo. De eerste bewoners van het Gasthuis waren Maria Willemsen, Groenewald, Betje Saak en de weduwe Sak. Op

10 december 1904 werd het contract met de congregatie getekend. De foto is in 1916 genomen.

Gasthuis St. Jan de Deo (3)

21 De vier zusters van de Congregatie van de Christelijke Scholen van Barmhartigheid, ook genoemd naar de stich teres van de orde, de Zusters van Julie Postel, kwamen uit Heiligenstadt, bij Neurenberg, Duitsland. Het waren de zusters Rosalia, Irmangardes, Juliana en moeder-overste zuster Gertrude. Reeds in 1908 waren er financiele moeilijkheden; het leek erop dat het Gasthuis gesloten moest worden. De Millingse bevolking hielp door middel van een jaarlijkse bijdrage. In 1924 werd het gebouw uitgebreid met een vleugel waarin ook een ziekenhuis met operatiekamer was gevestigd. Het ziekenhuis kreeg - als gevolg van nieuwe wettelijke bepalingen in 1954 geen erkenning en werd gesloten. Gedurende de [aren twintig en dertig werden vee! tuberculosepauenten opgenomen. Zij moesten vee! in de buiten-

lucht liggen. bij voorkeur in de zon. Daartoe werd een vrij groot houten gebouw ontworpen dat aan een kant open was. Het geheel werd geplaatst op een onderstuk dar het gebouw kon laten draaien, met de zon mee. In het gebouw stonden bedden voor tuberculosepatienten: zij werden

daar verzorgd terwijl ze in de buitenlucht lagen en richting zon werden gedraaid. Op de foto, rond 1925 genomen, zien we deze voorziening. die voor die tijd een noviteit van de eerste orde was.

Patronaat St. Josef

22 "Sobrietas" stond in grote letters boven de ingang van dit gebouw. Sobrietas is het Latijnse woord voor nuchterheid. Het gebouw is in 1899 door pastoor K1einen als verenigingslokaal voor het Kruisverbond gebouwd. Het Kruisverbond was een organisatie die verbonden was met de parochie en die zich ten doel stelde om het drankmisbruik tegen te gaan. In de jaren rand de eeuwwisseling steeg het alcoholgebruik schrikbarend, mede als gevolg van de slechte sociale omstandigheden. De kerk wilde hier iets tegen doen en richtte het Kruisverbond op. Leden van het Kruisverbond musiceerden onder meer; nit het Kruisverbond is uiteindelijk de fanfare St. Cecilia ontstaan. Het gebouw stond tegenover het huidige postkantoor aan de Heerbaan, op de plaats waar thans de stomerette staat. Martinus Graat werd in 1899 benoemd tot pastoor van Millingen. Hij heeft het gebouw grondig verbouwd tot een gemeenschapshuis, het Patronaat St. Josef. Jongens en meisjes ontvingen er les in bijbelse geschie-

derris en godsdienst. Ook werd er herhalingsonderwijs gegeven. Voor de meisjes was er de missienaaiclub. De kerkelijke fanfare St. Cecilia, die het Sobrietasgebouw als repetitielokaal gebruikte, bleef dit doen na de verbouwing. In het gebouw was een tekenschool gevestigd. Verder waren er een bibliotheek en een zaal in de

vorm van een amphitheater, waar toneelvoorstellingen werden gegeven. Achter het gebouw lagen twee beugelbanen en naast het gebouw was er een kegelbaan. De voorgevel was versierd met twee heiligenbeelden, een van de Heilige Aloysius, patroonheilige van het patronaat, en een van de heilige Josef, patroon van de

Werkliedenvereniging. Het gebouw werd in het dorp het .Kruusverbond" genoemd. De foto is in 1 9 I 6 genomen.

Pafronaat Sf. Jozef.

Oude postkantoor

23 Een foto van het oude postkantoor, dat al in gebruik was v66r de eeuwwisseling. De foto dateert van 1914. Het witte huis in het midden diende als postagentschap. Rechts naast het huis de Hertenkamp, thans een tennisbaan met die naam. In het midden, boven, zien we het dak van Het Oude Huis, waar de familie Arntz woonde. De foto is genomen vanaf de dijk, ongeveer ter hoogte van de afrit naar de Zalmstraat. Loopt men door, iets naar rechts, dan gaat men naar de Loswal. Midden vorige eeuw ging de postbode te voet vanuit Millingen naar Nijmegen om de post op te halen, vijfmaal per week. De postbezorging was toen een dienst van de gemeente. De "Gemeenschap de Posten]" , zoals dat heette, kwam voor rekening van het gemeentebestuur. De post bode verzorgde niet aileen de brief post, hij deed ook aan-

zeggingen voor het verrichten van hand- en spandiensten, zoals het verplicht moeten werken aan wegen of andere gemeentelijke eigendommen. De postbode was tevens belastingambtenaar; hij inde verschuldigde belastingen. De bode werd benoemd door het College van Burgemeester en

Wethouders. Het ging om een bijbaan. J. Lamers bijvoorbeeld was tevens werkzaam in zijn schoenenzaak. Als men een brief wilde posten, dan deed men die samen met een groschen (ongeveer zes cent) in de bus. De postbode plakte er een zegel van een stuiver op en maakte zo een cent

winst. Na J. Lamers werd R. Lem in de functie benoemd; hij werd in 1896 opgevolgd door Caspar Blom.

Gemeentehuis

24 Het gemeentehuis van Millingen - hier op een foto uit 1916-isgebouwdin 1905. Voordien was de gemeentesecretarie gevestigd in hotel Baal, tegenover de kerk. Wanneer men de lokaliteit in dit hotel betrok is niet bekend, mogelijk in 1851. Voordien hield de burgemeester waarschijnlijk secretarie aan huis. Architect B.]. Claase ontwierp deze "secretarie met veldwachterswoning en arrestantenlokaal" in 1904. De gemeente kocht een stuk grand van het Kerkelijk Armbestuur en met de bouw kon worden beg onnen. Op 15 augustus werd het raadhuis, gebouwd door de Millingse aannemers

R. Bernsen en H. van Ophuizen, opgeleverd. In 1917 blijkt het raadhuis te klein. De bevolking groeide snel en de administratie van de distributie - het was tijdens de Eerste Wereldoorlog nam veel ruimte in beslag. Het

gebouw was bovendien zo vochtig dat gezinsleden van veldwachter Schoonakker ziek werden en "archiefstukken gewoon wegrotten". In 1 918 werd besloten het raadhuis te vergroten; W Oteman voerde het werk uit, Een eerder plan om het gemeentehuis te verkopen en nieuwbouw

te plegen ging niet door orndat daar niet genoeg geld voor was. Naast het gemeentehuis werd een post-, telegraaf- en telefoonkantoor gebouwd en in 1908 in gebruik genomen. Het hulptelefoonkantoor Millingen behandelde ongeveer 3000 gesprekken per jaar en dat rechrvaardigde

Gemeentehuis

een nieuw gebomv. Overigens waren er in 1907 twaalf panden op het telefoonnet aangesloten. De gemeente bouwde het postkantoor en verhuurde dit aan het

. rijk, Momenteel zijn beide panden verbonden met een tussenvleugel; het geheel doet als gemeentehuis dienst,

Openbare School

25 De geschiederiis van het onderwijs in Millingen is complex. Naast openbaar onderwijs was er katholiek onderwijs; tevens was er aan het pensionaat een school verbonden. Hiernaast bestond er avondonderwijs naast speciaal onderwijs zoals teken- en handwerkonderwijs. Verder zijn er een y.G.L.0.-huishoudschool en een Mulo geweest. Bekend is dat er voor 1820 openbaar onderwijs werd gegeven in een school gelegen aan de huidige Meester Van de Bergstraat, bijna op de hoek met de St. Willibrordstraat. In 1860 stelde de gemeenteraad een reglement op voor deze openbare school. Burgemeester Reijmers drong in 1883 aan op verbouwing van school en onderwi]zerswoning. Die verbouwing heeft plaatsgevonden onder toezicht van G.H. Publickhuysen, architect te Lobith. De verbouwing kwam in 1884 gereed. Tij-

dens de verbouwing kregen de leerlingen les in het schuttersgebouw. Rond 1890 was er een enorme toeloop van leerlingen, hetgeen tot een aannamestop leidde: kinderen van buiten Millingen werden niet meer toegelaten. De bekendste onderwijzer van de openbare school was

meester JozefLodewijk van de Berg; hij is tevens hoofd der school - bovenmeester genoemd - geweest. MeesterVan de Berg overleed op 18 februari 1 91 9. De openbare school werd op 1 maart 1928 gesloten. Op de foto - in 1904 gemaakt - zien we de school. Waarschijnlijk is het het-

zelfde gebouw als genoemd in 1820 en verbouwdin 18831884. Het pand is in 1970afgebroken.

Het elektriciteits- en waterleidingnet

26 De eerste stroom van de Provinciale Geldersche Elekrriciteits Maatschappij (PGEM) werd in Millingen geleverd op 2 december 1915. Millingen telde toen 3833 inwoners en het aantal aansluitingen bedroeg op 3 1 december 1916: 135. Op dezelfde dag in 1917 was elit opgelopen tot 23 2 en een jaar later tot 441.V66r 2 december 1915 werd aan Millingen ook stroom geleverd en we! door de gemeente Nijmegen. Nijmegen kreeg in 1913 een tijde!ijke vergunning voor de levering van stroom via het kabeltrace Nijmegen-Kekerdom-Millingen. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd de aanleg van dit trace vertraagd; pas in juli 1 915 werd stroom ge!everd. Het kabelnet was eigendom van de gemeente Millingen. De PGEM betaalde in 1916 we! een naastingssom voor het kabeltrace, het elektriciteitsnet van de gemeente werd echter pas in 1936 overgenomen voor

f 56.693,34. In laatstgenoemde jaar bedroeg het aantal aansluitingen 589. Op de foto uit 1939

zien we Ad Driessen (Ad de Boks genoemd) bezig met herstelwerkzaamheden aan de bovengrondse elektriciteitsleiding. Wat de aansluiting op het waterleidingnet betreft zij opgemerkt dat Millingen in 1 92 8 werd aangesloten op het net van de Stichting De Waterleiding Berg en Dal. In 192 7 had [.C. Arntz in de gemeenteraad wederom heftig de aanleg van de waterleiding bepleit. Hij stond echter alleen, tekenend voor de scepsis van de bevolking. Desondanks besloot men iets later tot de aanleg.

Onafhankelijkheidsfeest 1913(1)

27 Honderd jaar onafhankelijkheid sinds 1813 moest gevierd worden. Het gemeentebestuur, onderwijzend personeel en bestuursleden van verenigingen vormden een comite dat de festiviteiten moest organiseren. Men besloot tot het houden van een historisehe optoeht en tot de organisatie van kinderspelen. Deze spelen bestonden onder meer nit hardlopen, touwtrekken, mastklimmen en zaklopen. Als plaats voor het kinderfeest was gekozen voor een pereeel weiland aan de Zeelandsestraat. De stoet werd opgesteld bij de Natte Tent, het verenigingsgebouw van de Sehutterij O.E.V.l. De sehutterij nam zelf ook deel aan de optoeht, gekleed in historisehe uniformen. Voorop vier ruiters, gevolgd door de Blauwe Huzaren

uit Deventer, die voor muziek zorgden. Volgde verder het vaandel van de sehutterij, geflankeerd door bestuur en de regerend sehutterskoning met zijn koningin. Op de foto, gemaakt voor het sehuttersgebouw, zien we als derde op de eerste rij de Erfprins, later koning Willem 1. De man

hoofd midden voor het linkerraam lijkt - gelet op de grootte later in de foro gemonteerd.

met de witte broek, in het midden, is de Prins van Oranje, later koning Willem II, geflankeerd door (links) Wellington en (rechts, met steek) Napoleon. Op de knieen twee kozakken met astrakanmuts. Verder zien we leden van her gemeentebestuur en van het schutterijbestuur. Het

Onafhankelijkheidsfeest 1913 (2)

28 In 1810 werd het Koninkrijk Holland bij Frankrijk ingelijfd. De burgerij was daar niet gelukkig mee; er kwam verzet, aanvankelijk aarzelend. Van Hogendorp, Van der Duyn van Maasdam en Van Limburg Stirum gaven hier leiding aan, In 1813 werd de onafhankelijkheid herwonnen en werd Willem I - door Van Hogendorp cum suis teruggeroepen uit Engeland - tot soeverein vorst uitgeroepen. Een eeuw later - 1913 - was dit reden tot herdenking. Dat gebeurde met fees ten en optochten. Oak in Millingen. Op de foto zien we de tweede groep van de vrijheidsstoet. De stoet stelde met name de vrijheidsstrijd voor; vele inwoners waren verkleed als de helden of vijanden van een eeuw her. Aan de kop van de stoet zien we links een marechaussee Eerste Klas, rechts een wachtmeester

van de marechaussee. Daarachter maritieme figuren, waarschijnlijk vissers, vletterlieden of jollemannen. Zij staan symbool voor de landing van de Erfprins in Scheveningen in 1813. De Prins kwam met een Engels fregat naar Nederland; voor de kust stapte

hij over in een vissersboot die

hem in Scheveningen aan land zette. Niet lang daarna zou de Prins worden gekroond tot koning Willem 1. De foto is gemaakt op de Heerbaan; in het midden, met torentje, het gemeentehuis.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek