Molens in Drente in oude ansichten

Molens in Drente in oude ansichten

Auteur
:   Henk Blaauw en Herman Visser
Gemeente
:  
Provincie
:   Drenthe
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0037-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in Drente in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

39. Hoogeveen.
Boven: de korenmolen "De Zon" kan de zon gelukkig nog zien schijnen! In 1834 werd hij gebouwd op de plaats van een afgebrande voorganger uit 1787. Op de gedenksteen staat:

"Roelof Steenbergen 1787 Lucas Cronius Robaard, Carstje Meeuwes Steenbergen. Herbouwd 1834". Het interessante van deze molen is, dat oorspronkelijk vanuit de gracht (voor de demping) een graanschuit door twee stenen bogen van het muurwerk onder de molen kon doorvaren en aldus "onder" de molen met behulp van het lui werk kon worden gelost en geladen.

Onder: acht personen op de begane grond en twee op de stelling kijken belangstellend toe hoe de fotograaf bezig is deze bijzonder fraaie houtzaagmolen op Schut op de gevoelige plaat vast te leggen. Twee personen waren zo druk aan het werk dat zij geen interesse konden opbrengen voor het vogeltje! Voor die gelegenheid is de molen een ogenblik in de kruisstand geplaatst. Dan zal de vang weer worden gelicht en met vier volle zeilen verder gegaan. Helaas moest ook het beeld van deze forse molen aan de Hoogeveense Vaart verdwijnen om nimmer meer terug te keren. Een vergane glorie, doch tevens een verarming van het landschap.

40. Hoogeveen. De gemeente Hoogeveen, die zich altijd sterk verbonden voelde met haar molen en die de grootst mogelijke medewerking verleende bij de restauraties, zal zich ook nu, ondanks de slechte financiële positie, beijveren de molen in zijn oude vorm terug te brengen.

41. Noordsche Schut. Tot 1972 stond aan de noordzijde van het kanaal de korenmolen van Boesjes. De molen werd gebouwd in 1852 door H. Wiertsema te Scheemda en Huberts te Coevorden voor de firma Timmer te Meppel. In 1899 werd de 20 pk oliemotor aangebracht en zo was dit de eerste motormalerij in Drente. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de molen in zeer goede staat en in bedrijf. In 1945 werden de wieken stil gezet en sindsdien werd het bouwwerk verwaarloosd. In 1949 verdwenen de roeden en in 1972 werd "De Koornbloem" niet afgemaaid, maar omgetrokken.

42. Meppel. In 1753 werd in deze gemeente een pelmolen gebouwd, waarschijnlijk een standerdmolen, die in 1765 door een ongeluk afbrandde. Het jaar daarop verrees een nieuwe standerdmolen, die voor 1830 wederom afbrandde. De opvolger was een achtkante bovenkruier met stelling, ingericht als pel- en runmolen. In de nacht van 21 op 22 mei 1858 ging niet alleen de molen in vlammen op, maar ook het molenaarshuis, de grutterij, de winkel, de knechtswoning en een tweetal belendende huizen. Nog in hetzelfde jaar volgde de herbouw in de vorm van een ronde, stenen bovenkruier op het hoge, achtkante, stenen onderstuk. De kap is afgedekt met gegalvaniseerde platen. In 1933 werden de roeden verwijderd en in 1938 de stelling. In 1965 verdween het grootste gedeelte van de bovenbouw.

43. Meppel. Nogmaals de molen en tevens de sluis, waarin juist een schip ligt. Sluiswachter is geweest Geert Worst Karsten, geboren in 1823 te Meppel, die op tweeëntwintigjarige leeftijd zijn vak begon. In 1849 werd hij eigenaar van de pel- en runmolen, de voorganger van de op deze kaart afgebeelde wiekendrager. De eigenaar hiervan was G. Worst Kzn. De eerste steen werd gelegd door Jan Worst Gzn.

44. Meppel. Op de oever van de Reest, niet ver van het Meppelerdiep, op Hesselingen, stond tot 1807 een runmolen, genaamd "De Eykmolen". Deze werd vervangen door een achtkante bovenkruier met stelling, ingericht als schors- en korenmolen. De naam werd "De Eekmolen". De eigenaar, Albertus Dassen, was tevens leerlooier. Half maart 1937 werd de molen stilgezet. In de jaren dertig was er geen vraag meer naar gemalen eikenschors en de oprichting van de Coöperatie nam de koren malerij weg. Vanwege de hoge verzekeringskosten volgde spoedig afbraak.

45. Meppel. Nog eens de molen aan de Reestenbrug, nu met vier volle zeilen in de winter. Een witte kap en besneeuwde schuren, een beeld dat we niet meer zullen terugzien. De molen, ingericht met drie koppels maalstenen - één paar blauwe schorsstenen, één koppel voor veevoeder (maïs- en lijnkoeken) en één koppel voor het malen van tarwe, rogge en haver - deed trouw zijn plicht. Blijkens de gevelsteen geldt als bouwjaar 1807. Op de sierlijke baard stond het jaartal 1834. Blijkbaar heeft toen een ingrijpend herstel plaatsgevonden.

46. Meppel. Aan de Zwolschestraatweg stond de koren-, rijst- en gruttenmolen "'t Fortuin". Volgens het gevelsteentje werd hij gebouwd in 1865 voor Barend ten Brink, zoon van molenaar Hendrik Jan ten Brink. Het hoge, stenen onderstuk had drie verdiepingen. In 1892 liet Roelof ten Brink, die toen eigenaar was, een stoommachine bij de molen plaatsen. In 1924 werd uitsluitend nog gewerkt met mechanische kracht. In 1926 stelt molenbouwer A.J. Dekker te Hazerswoude een rapport op voor "De Hollandsche Molen". De molen is verwaarloosd: één roede ontbreekt en het kruien gaat zwaar. Het rieten dak is slecht. De kosten voor herstel worden geraamd op f 3000,-. In 1928 probeert de nieuwe eigenaar, P. Leeuwerik, een renteloos voorschot van f 3000,- van de gemeente te krijgen. Dit gebeurt niet. Op 16 mei 1930, 's avonds om half twaalf, brandt de molen af.

47. Meppel
Boven: stond "De Eykmolen", later "De Eekmolen", niet prachtig aan de oever van de Reest? Aan het einde van de Weerdstraat met haar statige huizen en hoge bomen was hij koning op zijn eigen gebied. Deftig en statig, net als de drie wandelaars die hier genieten van de rust van de tijd. Veel is er sindsdien veranderd. Men kan nu eenmaal niet verwachten dat terwille van de schoonheid alles bij het oude blijft. De molen verdween, er is geen plaats meer op de weg voor de wandelaar en ook met de rust is het gedaan.

Onder: aan de Noordzijde van de Hoogeveense Vaart stond de zaagmolen van Hendrik Timmer Berendzn., molenmaker, timmerman en later ook houtzager te Meppel. De molen, gebouwd in 1862, werd rond 1898vankapenwiekenontdaan. Het bedrijf veranderde in een stoomtimmerfabriek. Op het land "De Osseweide" , ten oosten van het bedrijf van Timmer, stond de oliemolen van Jan van Veen Egbertszn., gebouwd in 1879-1880 en afgebroken kort na 1900. De molen werd in opdracht van Jan van Veen uit Wormer overgebracht en te Meppel herbouwd. Het was de oliemolen "De Bruinvisch", die stond aan de Zaan, iets ten zuidwesten van de Zaan brug, waar hij in 1652 was gebouwd.

48. Norg. Wie een bezoek aan Norg brengt, zal in dit dorp twee molens opmerken. De korenmolen van Snijders, voorzien van Bilau-roeden en de tot woning verbouwde molen van de familie Nijhoff. De oude landweg met zijn typische Drentse herberg en de molen in de verte roepen herinneringen op aan de tijd die achter ons ligt.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek