Molens in Drente in oude ansichten

Molens in Drente in oude ansichten

Auteur
:   Henk Blaauw en Herman Visser
Gemeente
:  
Provincie
:   Drenthe
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0037-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in Drente in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

49. Veenhuizen. Op korte afstand van de kerk, aan de noordzijde van de Kolonievaart, daar stonden ze met hun beide, de schoorsteenpijp van de zuivelfabriek en de draaiende korenmolen. In 1920 kwam de open plek, doordat ook deze wiekendrager in vlammen opging. De tijd van herbouw was grotendeels voorbij, met het gevolg dat alleen het onderstuk bleef staan.

50. Nijeveen. Deze jeugd van Nijeveen had in 1904 de toekomst nog voor zich. Wie nu behoort tot de oudere generatie, zal zich de molen herinneren aan de zuidwestzijde van de Nijeveense Grift. Gebouwd in 1833 - volgens het jaartal op de baard - werd de molen ontwiekt in 1928. Thans heeft de gemeente een molen gekocht in Weener, in Oost-Friesland. Wel is de molen afgebroken en naar Nijeveen overgebracht, om daar te worden opgeslagen. De grote vraag blijft echter: wanneer kan de jeugd zich samenscharen voor het maken van een foto, die ons doet denken aan dit verleden?

51. Odoorn. Een groet uit Odoorn van de molen aan de zuidkant van de weg naar Valthe. Deze wiekendrager had een driedelige taak. Koren malen tot meel, gerst pellen tot gort en het vermalen van eikenschors, die werd gebruikt in de leerlooierijen voordat de invoer van looizuren uit het buitenland op gang kwam. Voor vele molenaars is het een bijverdienste geweest, sommige hadden hieraan een volledige taak. Men sprak dan van bark-, run-, schors- of eekmolens.

52. Odoorn. Nu de molen gezien van de andere kant. Let ook op het statige huis op de voorgrond met zijn bewoners (man en vrouwen twee kinderen) die genieten van de rust die in die tijd nog heerste.

53. Oosterhesselen. De molen van G. Strick werd in 1800 gebouwd als oliemolen. Later werd hij omgebouwd tot volmolen en in 1839 tot korenmolen. In dat jaar is de molen omhooggebracht en ook ingericht als pelmolen. Vroegere eigenaar was de familie Draaijers, die "vlakbij" of in de nabijheid ook een oliemolen had staan. Deze is echter al jaren geleden afgebroken. De familie Draaijers heeft hoogstwaarschijnlijk aan de beide draaiende molens haar naam te danken. In 1944 kwam de molen met één roede te staan en in de jaren daarna ging alles snel achteruit. In 1949 kwam de sloopvergunning af en op 12 april 1950 was de molen te koop voor afbraak. De heer Strick was toen tachtig jaar.

54. Peize. Een plaat van de molen van Peize. Men zou bijna denken in zijn huidige vorm. Twee zeilen hebben plaats gemaakt voor de zelfzwichting, die later geheel werd toegepast samen met de stroomlijnvorm. Bij de laatste restauratie zijn de wieken weer in de oude toestand teruggebracht. Maar ook de tijd van malen kwam terug. Regelmatig is de molen in bedrijf. Het doel is in de eerste plaats het malen van graan en de bereiding van meel voor de broodbakkerij en verder voor de verkoop. Moge de molen nog lang voor dit doel blijven gespaard.

55. Roderwolde. De stoere molen vormt met het omliggende landschap een schone eenheid, ja, is er een levend onderdeel van. Weinige mensen hebben zoveel liefde voor hun ambacht gekoesterd als Jan Faber, die hier jaren heeft gewerkt en er zijn laatste levensjaren heeft versleten. "Och, het is toch zo'n mooi vak", zei Jan en gelijk had hij. Hij ging heen, maar in zijn molen zijn kollergang, foester, voor- en naslag nog aanwezig. De "Woldzigt", een toonbeeld van vakmanschap, een oliemolen die nu nog door windkracht wordt aangedreven, de laatste van minstens twaalf molens in de gemeente Roden, moge nog lang voor het nageslacht blijven bewaard.

56. Rolde. Een aardig beeld van Rolde met rechts de huidige beltmolen, gebouwd in 1863 (op baard) na het afbranden van een voorganger, oorspronkelijk gebouwd als bark- en volmolen. Deze molen is pas gerestaureerd en hij is zo nu en dan nog in bedrijf. Links zien we de pel- en korenmolen van de familie Brands, gebouwd in 1898 op de plaats van een voorganger, die in dat jaar verbrandde. Deze molen staat niet op een belt, doch hij heeft een onderstuk met stelling. In 1919 werd de molen afgebroken.

57. Ruinerwold. Hier zien we, nog in volle glorie, de molen van de firma Luichjes, gebouwd in 1844 blijkens de gevelsteen: "Eerste steen gelegd op 28 november door J. Luichjes". De molen was ingericht als korenmolen en hij werd steeds prima onderhouden. In 1943 werden stroomlijn wieken aangebracht. Het einde kwam echter zeer onverwacht. In 1957 werd een excursie georganiseerd. De bezoekers kwamen met de stelling naar beneden en wonder boven wonder bleef het bij kneuzingen en enkele gebroken lichaamsdelen. Voor "De Hoop" was maar weinig hoop op herstel en nog in hetzelfde jaar, in mei, werd de molen onttakeld.

58. Ruinerwold. De tweede molen in Ruinerwold ging verloren door een brand, op zaterdag 15 november 1930. In tegenstelling tot het onderste gedeelte was de bovenbouw hoog.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek