Molens in Friesland in oude ansichten deel 2

Molens in Friesland in oude ansichten deel 2

Auteur
:   D.M. Bunskoeke en P. Timmermans
Gemeente
:  
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2082-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in Friesland in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

19. Haskerhome [Haskerland]. Deze keer een wat nieuwere foto van een verdwenen molen: injuni 1954 werd de spinnekop van polder 43 gefotografeerd. Zoals te zien is, liet de toestand van de molen alles te wensen over en het wrak was dan ook gedoemd te verdwijnen. WeI kwam hij nog in de eerste Friese moleninventarisatie (eind 1957) te staan, maar spoedig daarna verdwenen de 1aatste restanten. De molen, die meer dan honderd jaar oud was, had een vlucht van negen meter en stond circa achthonderd vijftig meter ten zuidoosten van het dorp bij boerderij Lemstra. Deze boerderij werd vanwege haar irnposante front weI "Het Landhuis" genoemd; hij staat er nog steeds.

20. Haulerwiik (Ooststellingwerf). Dit dorp in het noordelijkste hoekje van de meest oostelijke gemeente van Friesland telde eens twee molens: een koren-, pelen grutrnolen en een korenmolen. De laatste zien we hier met ervoor R.R. van der Mei (links) en L. Boonstra, terwijl vaag naast de molen het huis van Koenen aan de Molenweg is te zien. De molen stond honderd meter ten westen van de hoofdbrug, ten zuiden van de vaart. Hij was gebouwd door Friedes en Wierd Ritsema (molenbouwers), die hem aan R.J. v.d, Mei overdeden. In 1910 kwam er een twintig pk. petroleummotor en in 1920 volgde sloop. De laatste eigenaar was Ottens (1913-1920).

21. Heeg (Wymbritseradeel). Wat een prachtig gezicht was dat langs de toen nog onverharde weg van Heeg naar Gaastmeer! Vlak bij eikaar staan hier de spinnekop van polder 243 en de mounts van polder 242 volop te draaien op een windje uit het zuidwesten. De molens stonden zo'n 3,9 kilometer ten westen van Heeg, waar ze beide al in 1851 werden aangegeven. Dit gebied kwam onder het waterschap Heeg en dat liet in 1926 overa! elektrische gemaaltjes plaatsen (weI twintig), waardoor de molens overbodig werden. Even ten westen van dit unieke tweetal kwam er ook een, zodat de molens omstreeks 1927 verdwenen.

22. Heerenveen (Heerenveen). Hierbij de twee enige foto's die van de korenmolen "De Hoop" bekend zijn. In 1873 liet S. Slagman, een voormalige huurder van "Tjepkema's molen", 1,2 kilometer ten zuidoosten van de overkluizing deze molen bouwen. Rond 1880 ging de molen over aan J.J. van der Leij uit Vrouwenparochie, waarna H.A. Vosman eigenaar werd. Deze vertrok naar "Het Lam" te Leeuwarden en de laatste eigenaar werd S.J. Voetberg, die in 1906 de molen ook met een motor aandreef. Toen werkte hier Sake Heemstra (1871-1954). In 1912 werd de molen publiek verkocht en kwam misschien te Walderveen (Gld.) te staan, waar hij dan nog steeds staat.

23. Idsega {Wymbritseradeel]. Een erg ongewoon beeld laat deze foto zien. Het is de in 1881 door H.T. van der Meer gestichte koren- en poldermolen "Hoop op Zegen". Van der Meer, bijgenaamd "Sterke Hantsje", woonde in de boerderij op de achtergrond, die nog steeds aanwezig is. Voor f 1,- per pondemaat (= 3678 vierkante meter) bemaalde hij de omringende landerijen, terwijl hij ook voor het meel kon zorgen. Later was het waterschap Heeg eigenaar en na plaatsing van een gemaaltje werd de molen in 1929 voor f 250,- op afbraak verkocht. Oorspronkelijk stond hij te Leimuiden (Z.H.), misschien in de Wassenaarsche polder (Jaarboek Rijnlandse Molenstichting 1977, 1982). Daar zou hij dan "De Wolf" hebben geheten.

24. Indiik (Wymbritseradeel). In dezelfde gemeente, maar wei zo'n vijf kilometer zuidoostelijker als de vorige molen, stond deze, die polder 230 ten zuiden van de Hooisloot bemaalde. Hij dateerde al van de achttiende eeuw en had een eigenaardige puntkap, zoals we ook nog bij afbeelding 57 zuilen tegenkomen. De fotograaf heeft zijn fiets tegen het hek bij de molen gezet, maar het herkauwende schaap links trekt zich niets van hem aan, De foto ademt rust, mede gezien het feit dat er geen zeilen meer op de roeden zitten. De molen is al in verval op de foto (zie de missende plank) en verdween rond 1925.

25. Irnsum (Rauwerderhem). In 1800 verhuisde de houtzaagmolen "De Noordsche Hingst" uit Harlingen naar Irnsum en van daar ging hij omstreeks 1895 naar Franeker. Daar kwam de inrniddels "Twee Gebroeders" geheten molen op de onderbouw van de "Stenen molen" te staan. Ondertussen was er bij de rooms-katholieke kerk aan de Boom ook nog een olie- en houtzaagmolen verrezen. Deze werkte 's winters als olie- en's zomers als houtzaagrnolen. Aan het eind van de vorige eeuw was H.H. Nijdarn eigenaar, opgevolgd door zijn zoon G.H. Nijdam. Deze zag zijn rnolen in de avond van 4 rnei 1915 door onbekende oorzaak afbranden. Daarrnee verdween dit beeld voorgoed.

26. Janum (Dantumadeel). Even ten noordoosten en even ten zuiden van het kerkdorp Janum stonden deze molens. De laatste staat links afgebeeld. Hij bemaalde polder 36 (Tamsma) en dateerde van 1855. Deze molen van twaalf meter vlucht werd in 1971 afgebroken voor herbouw achter "Dekema State" te Jelsum, maar die is nog steeds niet afgerond. De op circa driehonderd vijftig meter ten noordoosten van Janum staande molen uit 1875 staat rechts afgebeeld. Hij bemaalde polder 37 (Offringa) en had een vlucht van negen meter. De heer bij de molen is waarschijnlijk J.A. Reitsma; het wrak van de molen is omstreeks 1966 ingestort.

27. Jongedijk {Wymbritseradeel}. Onder Nijland is het (naar de weg erdoor genoemde) gehucht Jongedijk gelegen. Vlak bij de plaats waar de Nijlander vaart deze weg kruiste, stond aan de noordwestzijde van die vaart de afgebeelde molen. Hij werd al voor 1851 gebouwd, want toen stond hij op een kaart van de gemeente. De boerderij op de achtergrond was van Andela en het land erachter was polder 315, door de molen bemalen. In 1930 kwam het einde voor deze mooie boerenmolen, omdat hij toen werd afgebroken. Een origineel van deze foto berust in het archief van de vereniging "De Hollandsche Molen" te Amsterdam.

t:andschap aan den ScheensUle~ te Jour~

28. Joure (Haskerland). Een en al verleden tijd op de afgebeelde foto. Van de tram, komende van Scharsterbrug, zijn alleen nog maar sporen terug te vinden in de vorm van gebouwen en de voormalige tramdijk. De achterste molen is "De Vlijt" (zie deel 1, afbeelding 36) en de voorste heette "Wielingastam". De zeven jaar oude J.R. Glasz legde de eerste steen voor deze molen op 19 juli 1867. De familie Glasz bleef tot 1910 eigenaresse van de koren- en pelmolen (nu B.V. Meelunie, Amsterdam), waarna A.P. Koning eigenaar werd. Deze verkocht de molen (drie paar stenen) in 1921 op afbraak. De bovenbouw ging naar Makkum, de onderbouw is er nog.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek