Molens in Friesland in oude ansichten deel 2

Molens in Friesland in oude ansichten deel 2

Auteur
:   D.M. Bunskoeke en P. Timmermans
Gemeente
:  
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2082-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in Friesland in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

49. Oostermeer [Tietjerksteradeel}. In deel 1 zagen we al een poldermolen bij Oostermeer (afbeelding 52) en nu zien we een gelijksoortige molen. Deze stond echter ten noordwesten en bemaalde polder 177, die tegen het Bergumermeer aan lag. Blijkens het Nieuwsblad van Friesland van 8 januari 1936 was .Jiet aardige watermolentje aan de Lits, tusschen Oostermeer en het Bergurnermeer" op dat moment in afbraak. Het exacte bouwjaar van de molen is - zoals trouwens zo vaak het geval is - niet bekend, maar waarschijnlijk ligt dat tussen 1854 en 1874. De korenmolen van Oostermeer stond rechts, net buiten beeld.

50. Oosterwolde [Ooststellingwerf]. In 1862 brandde de koren- en pelmolen van W.A. van der Meulen af. In 1858 had deze nog de molen te koop aangeboden, maar dat was blijkbaar niet gelukt. De herbouw geschiedde met behulp van een molen die uit Kloosterburen (Gr.) afkomstig was. Sinds ongeveer 1880 was de familie Vondeling eigenaresse. De heer H. Vondeling weet nog dat eens een roede werd afgemkt in een storm en dat de nieuwe achter een schip vanaf Delfzijl werd aangevoerd. In de jaren twintig raakte de molen steeds meer in verval en herstel kostte te veel geld. Daarom werd de molen aan de vaart naar Appelscha in 1930 afgebroken; nu loopt hier de rondweg.

51. Oosterzee (LemsterlandJ. Opnieuw een industriemolen: hier ziet u de houtzaagmolen van de familie Groeneboom uit 1819. Ook deze molen had (sinds 1904) zelfzwichting, hergeen tegenwoordig steeds schaarser wordt. Sinds 1922 stond de forse zaagmolen stil en dat kwam de toestand niet ten goede. Omstreeks 1934 werd het wiekenkruis wegens instortingsgevaar verwijderd en in 1936 werden het achtkant en de zaagschuur ook gesloopt. De molen stond driehonderd vijftig meter ten westen van de kerk. Oosterzee had ook nog een oliemolen, die echter eerder het veld had moeten ruimen: hij verdween in 1914 al uit het landschap.

52. Oranjewoud (Heerenveen). Al in het vorige deel merkten we op dat er veel molens tussen dit dorp en 't Meer stonden (zie deel 1, afbeelding 54). Hier zien we de mounts van Hornstra, links voor en rechts fill de blikseminslag op 9/10 juni 1937. De molen dateerde van omstreeks 1873 en was tot 1928 in gebruik bij de familie Hornstra, woonachtig op de nabijgelegen boerderij. Daarna woonde hier de familie De Jong, die de molen ook nog bediende. Na de brand werd een gemaaltje geplaatst, dat er nu nog staat, maar dat ook al geen functie meer heeft. De bliksem was in 1930 al eens in de molen geslagen, maar toen was de schade (roede) nog hersteld.

Gezicht op Oudega (W.)

53. Oudega (wymbrttseradeel}, Het "Dorus Mooltsje" aan de Brekken-nz. zien we hier nog volop malen. De molen werd zo genoemd naar molenaar Dorus Hoekstra, die in een nabijgelegen sloot is verdronken. Deze spinnekop had een achtkante ondertoren en daarin was zoveel ruimte dat er in de Tweede Were1doorlog twee onderduikers in sliepen als er onraad was. De ondertoren van de mo1en is er nu nog en herbergt een gemaaltje; de mo1en ze1f is rand 1935 onttakeld. Rechts achter is het dorp te zien en links een molen aan de Lange sloot (polder 38). Buiten beeld (links) loopt de spoorlijn tussen Workum en Sneek. De molen bemaalde polder 34 op een kilometer ten noordwesten van de kerk.

54. Oudeterp [Oostdongeradeel}. Dit gehucht onder Engwierum en Ee telde meerdere molens. Links zien we die van polder 3 (Obbema), die 2,1 kilometer ten oostnoordoosten van Ee stond tot de sloop in 1955. Eigenaar was Memerda te Leeuwarden en J. Wijma trad als molenaar op. Op de achtergrond is de windmotor van polder 2 te zien; voorheen stond daar ook een molen.

De rechter foto toont de zeshonderd meter dichter bij Ee staande molen van polder 4, die in 1951 het veld moest ruimen. Het bouwjaar van beide molens is onbekend, maar er staat weI vast dat de linker molen heel wat ouder was dan de rechter. Beide toto's werden in de Tweede Wereldoorlog gemaakt.

55. Pingjum (Wonseradeel). Deze prachtige ze1fzwichter was van het waterschap Pingjum, Het Nieuwsblad van Friesland van 4 maart 1930 vermeldt over hem dat het waterschap de vorige week had besloten er een elektrisch gemaal voor in de plaats te zetten. Volgens het jaarverslag van "De Hollandsche Molen" verdween de mo1en pas in 1932/33. Deze mo1en stond negenhonderd meter ten zuidoosten van de kerk; de polder had echter nog een molen, die op vierhonderd meter ten westzuidwesten van de kerk stond. Op de plaats van beide molens staat nu een gemaal. De afgebeelde molen stond aan de Pingjumer vaart-oz., juist in de bocht daarvan.

56. Rinsumageest (Dantumadeel}, Op ongeveer 2,3 kilometer afstand ten westen van het dorp stond deze molen, Hij bemaalde polder 32 en verloor in de Tweede Wereldoorlog (zie de foto) een wiek, waarschijnlijk tijdens een storm. Deze averij aan de molen werd niet hersteld en ongeveer in 1949 is hij gesloopt. De molen was - op de fundering na - geheel van hout en had bescheiden afmetingen: een typische boerenmolen, zoals er vroeger honderden te vinden waren in Friesland. Ze waren zo licht dat er vaak niet eens een kruirad aan hoefde te zitten om ze op de wind te zetten. Dat was bij deze molen ook het geval.

57. Roodkerk {Danturnadeel]. Tot december 1942, toen een storm hem zwaar beschadigde, stond deze bijzondere molen in polder 168a. Deze polder besloeg ongeveer vijfentwintig hectare en was eigendom van de weduwe J. Brenner te Leeuwarden. Huurder van de molen was onder anderen A. Oostenburg te Roodkerk. Het vreemde aan de van circa 1890 daterende molen was de kap: daar zat namelijk een punt op. Ten Bruggencate omschreef deze in de inventarisatie als een "puilkap". De molen stond op vierhonderd meter afstand ten oosten van de kerk, vlak bij en ten zuiden van de weg, en hij had een voorganger die volgens kaarten al rond 1850 bestond.

58. Rotstergaast (Haskerland). Hier zien we de molen "Gaastzicht" uit 1857 van de Grote St. Johannesgaster Veenpolder. Molenaars waren sinds 1857: G.K. Mink, J.J. de Jong, Y.J. v.d. Veen en J.J. van der Veen (tot 1933). In augustus 1950 was de molen te koop op afbraak en deze werd in 1952/53 uitgevoerd. De laatste van de zes molens van de polder is pas gerestaureerd. Het is "De Hersteller" aan de Hogedijk te St. Johannesga. Een andere moIen heette "Veldzigt" en deze is in deel 1 te vinden (afbeelding 71), terwijl daarin ook de molens "De Vooruitgang" (afbeelding 48) en "Veenzicht" (afbeelding 59) te zien zijn. De zesde heette "Meerzigt".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek