Molens in Groningen in oude ansichten

Molens in Groningen in oude ansichten

Auteur
:   W.O. Bakker
Gemeente
:  
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0042-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in Groningen in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

9. Den Andel. Een zo bekende molen als "De Jonge Hendrik" mag in dit boekje niet ontbreken. Als laatste geregeld gort pellende molen is hij, vooral na de laatste restauratie, volop in bedrijf en pelt molenaar Tiddo Muda niet alleen gerst, maar wordt er ook veel graan gemalen. De molen ziet u hier met een merkwaardig wieksysteem, dat in de oorlogsjaren door molenmaker Chr. Bremer werd beproefd. Naast de aanwezige Dekkerroede werden twee grote draaiende vleugels aan de andere roede gemaakt. De trekkracht was groot, maar het zwichtprobleem was zonder de toen nog niet zo ontwikkelde hydrauliek niet op te lossen. De roede werd daarom weer gewoon opgehekt. De molen staat geheel vrij op de hier steeds aanwezige wind, zo dicht bij zee. Hij werd in 1875 na een brand herbouwd en we zullen hopen dat er nog vele mudden koren door zijn stenen zullen worden verwerkt.

10. Den Hom. In dit kleine, ten westen van Groningen gelegen dorpje stond tot 1926 deze merkwaardige wipkorenmolen uit 1822. Het was maar een kleine spinnekop, geheel van hout gebouwd en slechts over een klein bruggetje te bereiken. Duidelijk is hier de houten as te zien, waardoor de beide roeden zijn gestoken, en verder de trap, gesteund door lange en korte schoren, terwijl staart en hangbomen ontbreken. Zoals alle Groninger spinnekoppen, was ook deze molen voorzien van een vangstok, om de vang, de rem van de molen, te bedienen. Gezien de niet grote capaciteit en de moeilijke bediening, liet molenaar K. Moes reeds in 1926 een nieuwe malerij bouwen en de molen werd in september van dat jaar voor f 75,- gesloopt.

11. De Wilp. In de gemeente Marum gelegen, vlak bij de Friese grens, stond deze flinke korenmolen van Reindersma. Toen deze oude foto werd genomen, stond een later gebouwd pakhuis, rechts van de molen, er nog niet en was hij nog volop in gebruik. Ook hier een hou ten as, die later door een ijzeren werd vervangen. In oktober 1918 verbrandde de vorige molen uit 1901, na blikseminslag. In het jaar daarop werd hij herbouwd met een in Eelde gesloopte molen. Na de oorlog verging het de molen slecht en het einde was de sloop in 1956.

12. Doezum. Ten noorden van dit dorp in het Westerkwartier werd in 1878 een nieuwe polder opgericht, die de naam Bombay kreeg. Om deze polder te bemalen werd een molen opgericht die afkomstig moet zijn van de Zuidplaspolder bij Moordrecht. Op de foto, en ook aan het nog aanwezige restant, is duidelijk zijn Zuid-Hollandse afkomst te herkennen. Met de molen kwam ook het kolossaal grote, ijzeren scheprad mee, in Groningen iets heel bijzonders. Toen deze foto in 1931 werd genomen was, na roedebreuk, de windkracht vervangen door een dieselmotor. De vlag was uitgestoken om de officiële ingebruikstelling te vieren, waarvoor polderbestuur en genodigden samen op een foto werden gezet, terwijl het scheprad maalde. In 1932 werd de molen afgeknot en dit restant is nog aanwezig, maar de drijfkracht is nu elektrisch.

13. Drieborg. In de gemeente Beerta, langs de dijken van Dollardpolders, ligt het dorpje Drieborg. Vroeger stond daar deze korenmolen uit 1821, die omstreeks 1918 verdween. Wat een rust gaat er uit van dit winterlandschap. De molenaar heeft zijn met volle zeilen malende molen even stopgezet, gezien de omhoogstaande vangstok. Zelf staat hij, met één been op het stellinghek, de verrichtingen van de fotograaf gade te slaan. Jammer dat zoiets uit het dorpsbeeld is verdwenen. Ook in de verre omtrek zijn windmolens daar erg schaars geworden.

14. Eenrum. Dit mooie dorp bezat vroeger vele jaren een drietal koren- en pelmolens. Op een oude, vanuit het noorden genomen foto staan ze alle drie. Links ziet men de prachtige hoge toren, met daar dichtbij de van 1862 daterende hoge molen "De Lelie", die er nu nog is. Op de voorgrond het oude pelmolentje van de familie Huizinga, reeds in 1737 gebouwd, maar helaas in 1956 gesloopt. Rechts staat de molen van Jan Huizinga, gebouwd in 1856 als opvolger van een reeds in 1628 aanwezige standerdmolen. In 1908 werd hij naar Culemborg verplaatst. Wat moet dat vroeger een mooi gezicht zijn geweest als die molenaars allemaal hun best deden om zoveel mogelijk van de wind te profiteren. Helaas is dat nu verleden tijd.

15. Ekamp. Deze buurtschap bij Finsterwolde bezat sinds 1850 een der weinige spinnekopkorenmolens met stelling in onze provincie. Molenaar G. Fransen liet hier de wieken gaan. Hoe landelijk was het daar langs de nauwelijks verharde weg, waar thans de auto's over het asfalt rijden. Het staartwerk van dit molentje was gelijk aan dat in Den Hom, maar zijn onderbouw was van steen. In 1902 werd het molentje vervangen door een flinke achtkante stellingmolen, die onder molenaar H. v.d. Ploeg op 6 november 1933 verbrandde.

Op de onderste foto ziet u deze molen, waaraan alleen het muurwerk thans nog herinnert.

16. Etterhuizen. Tussen Zuidwolde en Bedum kruist de weg het Boterdiep en daar staat nu nog het stenen restant van de vroeger zo mooie molen van de gebroeders Woldring. Hoe mooi lag de molen daar, met het bijpassend molenaarshuis aan de westkant van het Boterdiep. Helaas was deze in 1854 gebouwde molen in juli 1926 gedoemd te verdwijnen, waardoor het landschap ter plaatse een groot verlies leed.

17. Engelbert. Bij dit dorpje, thans onder de rook van Groningen gelegen, heerste in 1904 een grote bedrijvigheid. De moderne techniek werd toegepast in de vorm van een stoomgemaal met centrifugaalpomp. Dit belangrijke feit lokte een fotograaf ernaartoe, waarbij iedereen op de foto moest, ook de juist aanwezige postbode. Sinds ongeveer 1850 werd de Westerbrookster- en Engelbertermolenpolder bemalen door twee flinke molens, die op de Borgsloot uitmaalden. In 1900 werden ze door molenmaker P. Medendorp van zelfzwichting voorzien, maar vier jaar later werden ze gesloopt. Na 1945 werd het gemaal elektrisch en sinds enige jaren is het overbodig geworden door concentratie van de polders en door de bouw van een nieuw vijzelgemaal.

18. Farmsum. In 1811, of iets eerder, liet H.W. Dijken de hier afgebeelde koren-pelmolen "Aeolus" bouwen. Toen omstreeks 1870 het Eemskanaal werd gegraven, kwam de zeesluis direct ten noorden van de molen te liggen. Dit beeld is vóór 1933 genomen, want toen werd de molen voorzien van een nieuwe kap, met een ijzeren as en roeden met zelfzwichting. Door wegenaanleg en bebouwing kwam de erg vervallen molen in de verdrukking te staan, waarop men besloot hem te verplaatsen naar de Borgshof. Bij het ophijsen van het achtkant op het nieuwe muurwerk, op 1 september 1976, kwam er een breuk in de kraanmast en viel het achtkant te pletter. Er wordt nu een geheel nieuw achtkant van eikenhout gemaakt, waarna in 1977 de nieuwe "Aeolus" weer van de wind zal kunnen profiteren.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek