Molens in Groningen in oude ansichten

Molens in Groningen in oude ansichten

Auteur
:   W.O. Bakker
Gemeente
:  
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0042-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in Groningen in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

19. Garnwerd. Aan de westelijke oever van het Reitdiep ligt dit oude dorp achter de dijk. Tot 1870 stond het Reitdiep in open verbinding met de zee en waren eb en vloed tot in de stad Groningen merkbaar. Garnwerd was vanouds een schippersdorp; er waren scheepswerven, maar ook de landbouw speelde een belangrijke rol. In 1628 stond er een standerdmolen ten zuidwesten van de kerk, die omstreeks 1631 op de huidige plaats op de dijk werd geplaatst. Later werd het een achtkante molen, die in 1850 verbrandde. De huidige molen "De Meeuw" ligt zeer markant op de dijk en is na zijn restauratie een belangrijke toeristische trekpleister geworden. Vóór 1933 was er in Garnwerd slechts een veer, toen werd er een brug gebouwd met een brugwachterwoning, die u op deze foto nog niet ziet. Op de pont ziet u een koets met paarden. Op de achtergrond het bekende café Hammingh, thans een "bruin café", dat juist geheel in oude stijl is hersteld.

20. Garrelsweer. Aan de noordelijke kant van het Damsterdiep trof men vroeger dit mooie complex aan. Boerderij en molen vormden één geheel; een echt Gronings muldershuis met lindebomen ervoor en de molen erachter. Het betrof hier de olie- en pelmolen van Nienhuis, gebouwd in 1808. Reeds zeer vroeg was deze molenaar tot modernisering overgegaan. U ziet de molen uitgerust met zelfzwichting, waarvoor de houten as was doorboord om de bedieningsstang door te laten. Toch heeft dit hem niet gered, want reeds in 1901 werd hij gesloopt. Het huis is nog ter plaatse aanwezig; niets herinnert echter meer aan de molen die vroeger, met de buurmolen van Bleeker, zo'n belangrijk accent aan het landschap gaf.

21. Godlinze. Een wierdedorp in het noordoosten van onze provincie. Ook hier was in 1628 reeds sprake van een standerdroggemolen. Een latere opvolger was de in 1850 gebouwde forse korenpelmolen "Werklust". Het was een geheel houten molen, staande op stiepen, gelijk vele molens in deze hoek van de provincie. Hoe mooi stond hij vroeger iets bezijden de kerk met de mooie zadeldaktoren. Ook dit is verleden tijd sinds de toen vervallen molen in 1945 werd gesloopt. Voor deze foto heeft molenaar Deddens de molen even stilgezet en hij kijkt vanaf de stelling toe hoe de heer B. van der Veen Czn. hier aan het werk is.

22. Groningen. In het zuidelijk stadsdeel Helpman, vroeger bij de gemeente Haren behorend, stond de hier afgebeelde grote korenmolen. Deze molen stond vroeger binnen de stadswal aan het eind van de Kijk in 't Jatstraat en werd omstreeks 1875 door Harm Geertsema gebouwd. J.H. van der Molen ging over op elektrische kracht en hij liet omstreeks 1918 de molen slopen. Het stenen onderstuk staat er nu nog, "De Verfmolen" genaamd, maar dat slaat op de er nu ge? vestigde verfzaak. Verfmolen is deze molen nimmer geweest.

23. Groningen. Aan de zuidelijke oever van het Damsterdiep, buiten de vroegere Steentilpoort, stond eens een hele rij industriemolens. Eén hiervan was de hier afgebeelde zaagmolen van de firma K. Maathuis en Zoon. De molen verving in 1840 een paltrok. Het was een prachtig voorbeeld van een Groninger zaagmolen; let u op de prachtige ruiten in de schuur. Op deze door de bekende fotograaf Kramer genomen foto staan, behalve de werklui, waarschijnlijk de houthandelaar zelf en misschien klanten. Ook hier weer zelfzwichting aan deze in 1917 gesloopte molen. Het huis op de achtergrond staat er nu nog.

24. Groningen. Hier ziet u de laatste molen die eens binnen de stad stond en wel op de noordelijke stadswal Reeds vroeg stond hier een standerdmolen, die omstreeks 1750 werd vervangen door de hier getoonde forse molen "De Noordstar". Molenaars waren vader en zoon Dooyes. Let u hier op de verticale ondersteuning van de stelling, terwijl tevens is te zien dat het onderachtkant ook grotendeels van hout is, staande op een lage muur. Helaas brandde de molen af op 17 februari 1904 en ter plaatse staat nu een watertoren.

25. Groningen. Aan de oostelijke oever van het Boterdiep trof men vroeger dit onvergetelijk mooi tafereel aan. Het was molen "De Steenbok", in de volksmond "Halfwegsmolen" genoemd, daar hij halverwege de Ebbingepoort en de Noorderhoogebrug lag. Het was een zeer forse, ronde stenen olie- en pelmolen, gebouwd omstreeks 1770. Ook hier is de hoge stelling verticaal ondersteund en hebben de roeden zelfzwichting. Vanaf het Boterdiep konden schepen tot in de molen varen om te laden en te lossen. Ook dit geheel verdween in 1917 door afbraak. Een restant van de muur verdween eerst na 1945.

26. Haren. Hier een oude kaart van het toen nog landelijke dorp. U ziet het bekende hotel Horst, hier in oude stijl als plaatselijk café en logement. Op de schuur links staat: "Doorrid en Stalling". Begrippen die we nu nauwelijks meer kennen en die stammen uit het tijdperk van paard en koets. In later jaren is het hotel eens door brand verwoest en jarenlang was ter plaatse een lege plek. Nu staat er naoorlogse bebouwing met een nieuw hotel Horst. Wat steeds bleef is de molen "De Hoop" uit 1843 van de familie Ekkelkamp. Vlak achter de molen staat de lang verdwenen schoorsteenpijp, behorende bij de stoommachine, die eens als hulpkracht dienst deed. Overigens bleven de molen en de karakteristieke bebouwing eromheen onveranderd. De romp kreeg een lichtgrijze kleur bij de pas voltooide restauratie, maar verder maalt de molen nog net zo als in de tijd van deze foto.

27. Harkstede. In 1899 liet de grootvader van de samensteller van dit boekje een spinnekop bouwen door molenmaker Chr. Bremer. Naar verluidt kwam de molen uit de omgeving van het Leekstermeer. De bedoeling was om vijftig hectare te bemalen als onderbemaling in de Groote Harkstederpolder. De molen stond anderhalve kilometer van de weg en werd helaas alleen voor een krantenplaatje gefotografeerd en hiervan is het origineel niet meer te achterhalen. De moeder van schrijver dezes maakte in 1918 een tekening van de molen, welke u hiernaast ziet. In 1929 brak de bovenas en stortte het gevlucht van vijftien meter naar beneden. Het jaar daarop verdween de molen, vervangen door een windmotor. Het huisje werd zo'n tien jaar geleden gesloopt.

28. Hellum. Op de grens van dit dorp met Siddeburen stond vroeger deze zeskante korenmolen met lage stelling. In 1798 was hij gebouwd en zijn laatste molenaar, A. Swabedissen, liet er in de jaren twintig een ijzeren as inbrengen. Tijdens het afwerken na deze reparatie werd deze foto gemaakt en u ziet hier, staande bij de roede, de thans vierentachtigjarige molenmaker H. Wiertsema uit Scheemda. Bij de as zit A. Roemeling, toen leerling-molenmaker, die zijn bedrijf ook al weer aan jongeren heeft overgedaan. Deze molen werd op 13 januari 1930 tijdens een zware storm zwaar gehavend en de overgebleven romp verbrandde tijdens de bevrijding in april 1945. Er rest nu een tot woning verbouwd stenen onderstuk.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek