Molens in Noord-Holland in oude ansichten

Molens in Noord-Holland in oude ansichten

Auteur
:   drs. H.A. Visser
Gemeente
:  
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1089-1
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in Noord-Holland in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Noord-Holland is een provincie die bijzonder rijk aan molens is geweest. Bijna elk dorp had een eigen korenmolen en de meeste zelfs meer dan één. Uit een opgave van 1871 blijkt dat van de 74 gemeenten er 70 één of meer korenmolens hadden, in totaal in dat jaar 153 stuks. Hier werd het graan gemalen, hetzij voor de bakkers, hetzij voor de meelwinkels, hetzij voor de consumenten. Op vele plaatsen was het de gewoonte het meel in de meelwinkels te kopen, daarvan het eigen deeg te kneden en dit dan tegen een geringe vergoeding in een bakkersoven te plaatsen. Vele ingezetenen bakten toen nog hun eigen brood.

Maar, belangrijker nog dan de korenmolens zijn in NoordHolland de industriemolens geweest. Reeds in de zestiende eeuw bestond er een drukke scheepvaart tussen de Zaanstreek en de landen rondom de Oostzee. Men bracht er, behalve vis, allerlei artikelen en fabrikaten en haalde er granen als tarwe en rogge en zaden als raap- en hennepzaad vandaan. De handel in buitenlandse granen en zaden breidde zich daardoor ook meer en meer uit.

De Zaanstreek, waar de talrijke sloten en vaarten die in de Zaan uitkomen, gelegenheid gaven tot een gemakkelijke en snelle aanvoer van de grondstoffen en afvoer van het afgewerkte produkt, werd dankzij de windmolens een industriecentrum bij uitnemendheid. Daarbij kwamen nog de gunstige ligging van de Zaanlandse dorpen ten opzichte van het IJ en Amsterdam en vooral de vrijheid, die niet door keuren of gilden werd beperkt. Vrijwel alles wat met windkracht kon worden gefabriceerd, werd door de Zaanstreek geleverd. Het belangrijkst waren de houtzaag- en de oliemolens, vervolgens de pel-, de papier-, de verf-, de vol-, de snuif-, de mosterd-, de cacao-, de krijt- en nog enkele minder voorkomende molens. Van de enorme bloei die handel, nijverheid, scheepvaart en visserij daar hebben beleefd, kan men zich slechts met moeite een voorstelling vormen.

Behalve de zaagmolens werkten voor scheepvaart en visserij de hennepkloppers, de volmolens en de meelmolens. De laatstgenoemde maalden het meel voor de vele beschuitbakkerijen, die de schepen van proviand voorzagen.

In totaal hebben er in de Zaanstreek zo'n duizend molens gestaan, zij het niet allemaal tegelijk. In de negen Zaanlandse dorpen zijn er zo'n zeshonderd tegelijk geweest, maar in 1918 waren er van dat eens zo aanzienlijke aantal nog slechts 56 over. In 1896 stonden er nog 183, waarvan 108 alleen te Zaandam.

Omdat in de door de Europese Bibliotheek uitgegeven serie molenboekjes van de hand van A.F. Neuhaus twee deeltjes zijn verschenen over de Zaanse molens, zullen wij ons nu beperken tot het opnemen van een klein aantal Zaanse molenfoto's. die in de genoemde deeltjes niet voorkomen.

Een tweede centrum in deze provincie, waar grote aantallen molens bijeen hebben gestaan, was Amsterdam. Hier waren het voornamelijk korenmolens en zaagmolens maar, anders dan die in de Zaanstreek, behoorden de Amsterdamse korenmolens niet tot de fabrieksmolens. G.J. Honig geeft in zijn artikel over "De molens van Amsterdam" een lijst met niet minder dan 128 molens waarvan hij de namen heeft gevonden. Uit een opgave uit 1816 blijkt dat er in dat jaar in Amsterdam 82 zaagmolens waren, maar het hoogtepunt was toen al voorbij, want in 1843 telde men er 79, waarvan 24 bovenkruiers en 55 paltrokken. In 1862 was het aantal gedaald tot 70 stuks: de stoomhoutzagerijen waren in opkomst. Nieuwendam (bij Amsterdam) was in Noord-Holland het derde middelpunt van de houtzagerijen met windmolens. Hier stonden in 1816 zestien houtzaagmolens. In de hierna volgende fotoserie zal men nog twee Nieuwendammer zaagmolens kunnen zien.

Behalve de koren- en industriemolens zijn het in Noord-

Holland ook de poldermolens geweest, die deze provincie tot een zo bijzonder molenrijk gebied hebben gemaakt. En dan denken we toch in de eerste plaats aan de wijze waarop de grote meren werden drooggelegd. Grote aantallen molens werden op de ringdijken geplaatst en daarmee begon men het water uit te malen. Begon dat te zakken, dan werd een deel van de molens "naar binnen" verplaatst, zodat getrapte bemalingen ontstonden, waarmee het grote peilverschil tussen polder en boezem in trappen kon worden overwonnen. De eerste was de Beemster en daarna volgden de Purrner, de Worm er, de Heerhugowaard en ten slotte de Schermer. Van de vijftig molens die de Schermer tot 1928 van het overtollige water hebben ontlast en waarvan de meeste werden gesloopt, zal men hierna nog een aantal foto's aantreffen.

Niet alleen de droogmakerijen werden door grote aantallen molens bemalen, ook grote polders zoals "de Vier Noorder Koggen" onder Medemblik, die 24 molens had en "Het Grootslag" bij Enkhuizen met 13. Ook zij droegen ertoe bij Noord-Holland tot een zeer molenrijke provincie te maken. En dan waren er nog de "strijkmolens", molens die tot taak hadden een gehele boezem tot een lager peil af te malen, zoals de boezem van Geestmerambacht, ook wel Raaksmaatboezem geheten. Deze kon worden afgemalen met vijf molens te Zes Wielen, vier te Oudorp en vier te Rustenburg. Ten slotte waren er dan nog de kleinere polders met één, twee of soms ook wel meer molens.

Van dit alles is niet zo heel veel meer over. De meeste molens, of het nu poldermolens betrof, dan wel koren- of industriemolens, ze hebben het moeten afleggen, eerst tegen de stoomkracht en later tegen de verbrandingsmotor en de elektriciteit. Het doel van deze serie molenboekjes is dan ook de herinnering aan wat er eens is geweest op een overzichtelijke wijze vast te leggen. Het hier voor u liggende deeltje bevat

ruim 155 foto's van meestal verdwenen Noord-Hollandse molens en het geeft daardoor een indruk van de vroegere molenrijkdom van dit gebied.

De schrijver hoopt dat het in de groeiende kring van liefhebbers van onze molens een gunstig onthaal zal vinden.

Geraadpleegde literatuur:

1. "Noord-Hollands Molenbeek". Haarlem 1964.

2. "Molen boek provincie Utrecht". Utrecht 1972.

3. "De Eersteling", korenmolen in Hoofddorp. 1978.

4. "Het Prinsenmolenboek". Wageningen 1942.

5. "Schermerland" door J.J. Schilstra. Bergen 1971.

6. "Geschiedenis van den polder Het Grootslag", Heiloo 1946.

7. "Duizend Zaanse Molens" door P. Boorsma. Wormerveer 1950.

8. Weekblad "De Molenaar".

De foto's:

Alle foto's en kaarten zijn afkomstig uit het archief van de schrijver zelf.

IN OUDE ANSICHTEN

Van dezelfde schrijver verschenen reeds eerder in deze reeks:

De molens van de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden, De molens van de Hoeksche Waard.

De molens van Dordrecht en het eiland lJsselmonde. De molens van het eiland Goeree-Overflakkee. Molens in Zuid-Holland deel 2.

Molens in Zeeland deel 2.

Molens in Utrecht.

Nederlandse molens deel 2.

Nederlandse molens deel 3.

1. AMSTERDAM

Het leek ons juist om de tocht langs de Noord-Hollandse molens te beginnen in de "hoofdstad des lands", Amsterdam. Ook omdat in en om deze stad vroeger een groot aantal molens heeft gestaan, hoofdzakelijk koren- en industriemolens. Van de zaagmolens is er niet één meer over, maar korenmolens zijn er nog twee: "De Blom" en "De Gooyer". Hier zien we "De Blom" aan de Haarlemmerweg. Voor 1878 stond hij aan de Raampoort, alwaar hij in 1768 was opgebouwd. De vorige molen aan de Haarlemmerweg werd voor 1878 gesloopt. Vroeger heeft de molen op beide roeden zelfzwichting gehad, hetgeen op deze oude foto waarop hij in zijn oude omgeving is afgebeeld, nog is te zien.

2. AMSTERDAM

De andere korenmolen die Amsterdam nog rijk is, is "De Gooyer", nu staande aan de Funenkade, maar oorspronkelijk op het bolwerk Oosterbeer. In 1814 werd hij verplaatst naar het Funen aan de Zeeburgerstraat. De grote hoge molen ~ sinds 1928 eigendom van de gemeente ~ werd op 13 november 1972 tijdens een storm zwaar beschadigd, waarbij ook de ijzeren bovenas is gebroken. Herstel volgde evenwel en eind 1976 was de molen weer bedrijfsklaar. Omdat geen gebruikte as meer verkrijgbaar was moest voor het eerst sinds vele jaren een nieuwe as worden gegoten. De in 1929-1930 aangebrachte Dekkerwieken werden daarbij door het oorspronkelijke oudhollandse systeem vervangen. Foto uit het begin van deze eeuw.

3. AMSTERDAM

Een hoge grote korenmolen was de "St. Victor", staande aan de Marnixstraat, kruising Rozengracht. Hij werd gebouwd in 1685 en droeg de naam van de beschermheilige van het molenaarsgilde St. Victor. In de gevelsteen stond deze heilige afgebeeld met daaronder een gedicht: Een Prins, die treckt in 't veld/ om Victorie te behalen/ Door Codes Seegen ben ick gesteld/ tot Burgerdienst te maaIen. De molen werd in 1898 gesloopt.

4. AMSTERDAM

Er bestaat een foto waarop aan de Overtoom en aan de Vaart daarheen, een vijftal hoge korenmolens, staande in een rij, te zien is. Op de foto hierboven ziet men er nog drie en wel, van voor naar achter, de molens "De Rozeboom", "De Splinter" en "De Lelie". Bij het maken van deze oude foto waren de beide molens, die tussen "De Rozeboom" en "De Splinter" stonden al verdwenen. Van alle molens is nu niets meer over en men kent de situatie daar niet meer terug.

5. AMSTERDAM

In Amsterdam is een drietal "raspmolens" in bedrijf geweest, alle eigendom van het rasp- of tuchthuis. Hier werden door de gevangenen allerlei soorten geverfd hout geraspt, hetgeen neerkwam op zagen en in stukken hakken. Vervolgens werden die stukken naar de molens gebracht, daar met water gemengd en fijngemalen, in zakken gedaan en vervolgens in de handel gebracht. We zien hier links de "Buitenrasphuismolen", die in 1834 tot korenmolen werd omgebouwd. Hij stond aan de Nieuwe Wetering of Kostverlorenvaart, niet ver van de Overtoom, aan de Baarsjes. In de verte is de krijtmolen "De Hoop" te zien, die in 1921 werd gesloopt.

/

/

6. AMSTERDAM

De krijtmolen "De Hoop", die we op de vorige foto in de verte zagen staan, zien we hier nog eens van heel dichtbij. Hij stond ook aan de Kostver1orenvaart en aan de Baarsjesweg, in de vroegere gemeente Sloten. Op 1 januari 1921 kwam hij door grenswijziging op Amsterdams grondgebied te staan en werd nog in hetzelfde jaar gesloopt. De in 1782 gebouwde molen was eertijds cementmolen. Zoals uit deze oude foto blijkt, is er ook aan de damesmode sedertdien wel iets veranderd.

7. AMSTERDAM

De krijtmo1en "De Admiraal", staande in de vroegere gemeente Buiksloot (nu Arrsterdam) aan de westzijde van het Groot Noordhollands Kanaal, is de enig overgebleven tras- en krijtmolen in ons land en de enige windtrasmolen van de gehele wereld. Ook is hij, na het afbranden van de zaagmolen "De Vriendschap" aan het Stinkevuil te Monnikendam (foto 90), de enig overgebleven windmolen in Waterland. De in 1792 gebouwde molen, die zeer in verval was geraakt, werd in 1967-1969 geheel herbouwd en is nu eigendom van een stichting. De foto werd ver voor die restauratie genomen.

8. AMSTERDAM

Een chocolademolen, waarvan ook de onderbouw onder de stelling geheel met riet was bekleed, stond aan de Czaar Peterstraat. Het was de molen "De Goede Verwachting", gebouwd in de achttiende eeuwen afgebroken in het begin van deze eeuw. Op deze in 1890 gemaakte foto is duidelijk te zien dat de molen bij de windvang veel last heeft gehad van de omringende bebouwing. Dat men op de buitenroede "zeilen" gebruikte, gemaakt van oude zakken, wijst er wel op dat het molentje ten slotte aan zijn eigenaars geen rijk bestaan meer opleverde.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek