Molens in Zuid-Holland in oude ansichten deel 1

Molens in Zuid-Holland in oude ansichten deel 1

Auteur
:   L. van Lambalgen
Gemeente
:  
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0088-5
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in Zuid-Holland in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  12  |  13  |  >  |  >>

109. RIJSWIJK

Komend naar Den Haag, vanuit Delft, komt men over de Hoornbrug Rijswijk en Den Haag binnen. Een heel andere brug dan op deze kaart en naar de molen zoekt men tevergeefs. Hij zou uit 1588 dateren, maar dat is natuurlijk een voorganger geweest; waarschijnlijk een standerdmolen. In 1912 werd de molen gesloopt. Het "Molentje" waar de kaart het over heeft is niet die molen, want die was groot genoeg, maar een bekende "uitspanning" annex theetuin, die op dit, ook door de binnenscheepvaart drukke punt veel bezoekers trok. Ook bootjes kon men er huren.

110. ROTTERDAM

De stad Rotterdam had op de wallen van de oude stadsdriehoek verschillende walmolens staan. Een molen waar verschrikkelijk veel kaarten van zijn gemaakt, was "De Hoop" uit 1735 van Van Mieten aan de Coolvest. De molen moet vrijwel constant in bedrijf zijn geweest, want op vrijwel alle kaarten is hij met verschillende soorten zeilvoering te zien! Na het dempen van de Coolvest tot Coolsingel, werd hij in 1920, na vergeefse protesten, gesloopt. (Zie ook bladzijde 52 van Nederlandse Molens in oude ansichten".)

111. ROTTERDAM

Ten oosten van de stad aan en bij de Oostzeedijk was in de loop der jaren een centrum ontstaan van allerlei industriemolens. Dit was de eerste van de rij: oliemolen "De Reus" uit 1835 die rond 1905 gesloopt werd. Reeds in 1694 stond ter plaatse een molen. In later tijd was de molen verhoogd en erg labiel geworden. Afgedankte houten roeden (wieken) werden inwendig als schoring aangebracht. Het aangrenzende botenhuis van koning Willem 11 werd eens door een vallende roede beschadigd. De kaart moet van vóór 1900 zijn, gezien de uitvoering.

112. ROTTERDAM

Via de Oostzee dijk kwam men in Kralingen. Aan en bij de Kralingse Plas stonden ook veel industriemolens, behalve de er nu nog staande "De Lelie" en de er weer staande "De Ster". Hier ziet u de in 1962 verbrande "De Ster" in de oude omgeving, toen er van het Kralingse Bos nog niets te zien was. Oorspronkelijk werd hij in 1792 in Rijswijk gebouwd, waar hij misschien één der molens aan de Vliet was en "De Stier" heette. In 1866 kwam hij aan de Kralingse Plas te staan.

113. ROTTERDAM

Een andere molen aan de Kralingse Plas was "Het Lam", aanzienlijk kleiner dan "De Ster" aan de tegenover liggende zijde van de Plas. De vermoedelijk in de negentiende eeuw gebouwde molen stond aan de Langekade en werd in 1916 gesloopt. Eigenaar van de, ook als korenmolen gebruikte, molen was H. Windau.

114. ROTTERDAM

Dit zijn dan de in de inleiding genoemde acht watermolens aan de Boezem. Ze werden alle in 1772 aanbesteed naar bestek van landmeter Dirk Smits, ter ontlasting van de als boezem gebruikte Rotte, waarop vele molengangen uitmaalden. Bij de korenmolen "De Noord" aan het Oostplein stond "De Kostverloren" van hetzelfde type, die het water op de rivier uitmaalde en in 1870 door een schepradgemaal werd vervangen. Heel zeldzaam: een walmolen als watermolen! De Boezemmolens verdwenen geleidelijk, onder andere door brand, van 1896 tot 1928.

115. ROTTERDAM

De molens aan de Boezem waren "strijkmolens" en ze maalden dus alle op gelijke hoogte. Ze hadden geen namen maar nummers. Dit is nummer 8 aan het eind van de rij. Het einde van de molens was geheel verschillend. De nummers 1 en 5 werden rond 1907 onttakeld; nummer 2 zou in 1904 te Alkemade voor de Blauwe Polder zijn herbouwd; nummer 7 verbrandde in 1896 bij nachtelijk onweer en een ander ging in 1896 naar de plaats van de zaagmolen "De Jonge Hendrik" in Overschie en verbrandde in 1899 en het slot kwam in 1928 toen een romp gedeeltelijk uitbrandde.

116. ROTTERDAM

Bij Rotterdam stonden meer groepen watermolens, onder andere drie van de Schiebroekse Polder aan de Ringdijk. In 1773, dus een jaar na de Boezemmolens, werden ze gebouwd. Twee ondermolens en een bovenmolen, die alle in 1914 werden afgebroken. Dit is de bovenmolen met de middelmolen op de achtergrond.

117. ROTTERDAM

Op bladzijde 54 van "Nederlandse Molens in oude ansichten "zien we de zeskante zaagmolen "De Vlaggeman" en de paltrok "De Haan" aan de Schie. Er stonden nog meer zaagmolens aan de Schie, onder andere deze van het later zo zeldzame paltroktype. Dit is de uit de eerste helft van de achttiende eeuw daterende "De Bruinvisch" van de firma H.H. Metzuy, die rond 1907 werd gesloopt. De kaart werd reeds in 1899 afgestempeld.

118. ROTTERDAM

Wat meer terug naar de stad toe was de Schans, waaraan verschillende industriemolens stonden, zoals de specerijmolen uit rond 1848: "De Nieuwe Werklust", die later ook pelen korenmolen is geweest. Deze, in 1926 gesloopte, molen was ook van de firma H.H. Metzuy, die de molen verhuurde en het balkenwater bij de molen zelf gebruikte.

<<  |  <  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  12  |  13  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek