Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 1

Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 1

Auteur
:   A.F. Neuhaus
Gemeente
:  
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4549-7
Pagina's
:   128
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

9. "De Vergulde Hoorn" behoorde eens tot de grate groep van wagenschotzagers. Wagenschot was een fijne eikehoutsoort, gebruikt door wagenmakers en ook gebruikt voor kamerbetimmeringen en scheepsbeschieting. De meeste wagenschotzagers zijn tussen 1740 en 1760 gesloopt. De oorzaak was in hoofdzaak het feit dat Engeland een invoerverbod uitvaardigde voor het wagenschot. Ook de grate terugval in de Zaanse scheepsbouw was debet aan de grote molenuitdunning. Hier zien we "De Vergulde Hoorn" in eenvoudige feesttooi staan. De wieken staan in kruis en de uiterste wind borden zijn afgenomen. De zeilen zijn door de hekken gevlochten en achterap de kap wappert de nation ale driekleur. "De Vergulde Hoorn" werd in 1898 gesloopt. Hij was ten westen van de Heerenwatering gelegen.

ZAANDAM.

10. Deze grote paltrok drocg de naarn "De Gekroonde Harp" en stond tussen de Heeren- en de Zuiderwatering, in het verlengde van het Jagerspad. De naarn paltrok is een verbastering van Pfalz-rok, de wijd uiteenlopende jas van de Pfalzbewoners, die enige eeuwen geleden van hun geboortegrond naar de Zaanstreek trokken en zich daar als rnolenaars vestigden, In 1908 viel de sloop van "De Harp" te betreuren en zijn erf werd opgenornen in de terreinen van stoornzagerij "De Engel".

Zaandam

Ed te.n J. H. Schae~e!': Am$:e~am. ~:('I. Za. 13 Depose.

11. De bovenkruier "De Bonte Arend" staat rechts op deze prentbriefkaart afgebeeld. De windbrief werd op 28 december 1719 uitgereikt aan Cornelis Arendsz. Bont. Op 20 september 1900 kwam de zeskanter in bezit van Pieter Schipper Gerritzoon, die ook zaagde met "De Wildeboer" en "De Valk", Vijf jaar later liet Schipper de molen tot stoomzagerij verbouwen. Links maalt pelmolen "De Koning van Pruisen",

~ . ..-> "-;;;=-

. -

12. Molenrijkdom ter hoogte van het Langeland (tegenwoordig omgeving Langestraat), waar de paltrokken vlak bij elkaar stonden. Rechts maalt "De Ooievaar", Op 27 juli 1898 is deze molen in publieke veiling verkoeht voor de sorn van driehonderd dertig gulden en daarna afgebroken voor de aanleg van de Ooievaarstraat. De tweede molen reehts heet "De Valk" en hij stond aan het eind van het Stuurmanspad. Dan volgt "Abrahams Offerande", waarvan firma De Lange de laatste periode eigenaar was. Hij werd eveneens in 1898 geveild en gesloopt. Zijn standplaats was ten westen van de Oude Vaart en ten noorden van de Abrahamsloot. "De Wildeboer" staat links.

8ezicht OF ;;aandam.

13. "De Valk" zaagde aan het eind van het nog steeds schilderachtige Stuurmanspad. In 1872 kocht houthande1aar Cornelis Corver Mats, die zijn zaak dreef onder de naam "Firma De Weduwe J. Mats", de molen voor een bedrag van f 6.710,-. In 1896 liquideerde deze oude en goed beklante houtzaak. De volgende eigenaar werd houtzager Pieter Schipper Gzn. in 1897. Hij heeft korte tijd met "De Valk" gemalen omdat hem hoe 1anger hoe meer de wind uit de zeilen werd genom en vanwege de aan1eg van de omliggende woonstraten. "De Valk" werd in oktober 1900 ges1oopt. Op de achtergrond zien we de monumenta1e Bullekerk aan de Westzijde.

14. Paltrok "De Wildeboer" stond op de zuidkant van het Langeland, tegenover het midden van het Volkspark. Op de storrnachtige oudejaarsavond van 1816, toen de molen tegen de gewoonte in 's nachts moest doormalen en terwijl de houtzagers even gezellig in de hut bij elkaar zaten, hoorde men plots een donderend gekraak. Toen bleek dat de molen tijdens een rukwind van de koning was afgewaaid en achterover was gevallen. Nadien volgde hersteL Op een veiling in "Het Wapen van Amsterdam", in 1885, legde houtzager Pieter Schipper Gzn. beslag op "De Wildeboer". Hij had in 1881 een vennootschap met J. Couwenhoven aangegaan. Deze firma werd per 1 januari 1886 ontbonden, waarna Pieter Schipper geheel voor eigen rekening met "De Wildeboer" ging werken. In 1891 werd ook diens zoon Pieter Willemzoon deelgenoot. In mei 1911 werd "De Wildeboer" afgebroken. Gerrit Hartog was er lange tijd eerste zager. Op de achtergrond zien we "De Valk".

15. Na jaren van recessie kende de Zaanse houthandel in het midden van de negentiende eeuw weer een periode van opleving. Toen werden binnen enkele jaren meer dan tien nieuwe zaagmolens gebouwd. Onder deze nieuw gebouwde molens bevond zich de bovenkruier "De Nachtegaal", die in 1854 in opdracht van Hendrik Simonsz. door de Zaandamse molenmaker Pieter de Vries voor een bedrag van nog geen zevenduizend gulden werd neergezet. Na amper een halve eeuw in bedrijf te zijn geweest, !iet de firma H. Simonsz "De Nachtegaal" in 1898 slopen en werd hij in Heerhugowaard herbouwd. Op de achtergrond zien we pelmolen "De Zandkraai", gelegen aan de Noorderwatering, ten zuiden van de Papenpadsloot. "De Zandkraai" werd in 1901 gesloopt.

16. Aan de Papenpadsloot zien we "De Smid" in bedrijf Op 14 november 1888 werd "De Smid" door brand verwoest. Paltrok "De Rust van Vaderland" werd vervolgens afgebroken en toen op de plaats van de verbrande "Smid" herbouwd, Deze herbouwde molen kreeg gewoontegetrouw weer de naam "De Smid". In juli 1917 werd deze tweede "Smid" gesloopt, De loodsen bleven toen staan ten dienste van de voortgezette houtkoperij van de firma Muuse.

17. De sterke, grote pelmolen "De Koning van Pruisen", gewoonlijk "De Pruis" genoemd, stond ten noorden van de Papenpadsloot, tussen de Watering en de Gouw. Met "De Pruis" he eft men het gort pellen door windkracht zo lang mogelijk trachten vol te houden. Eigenaars zijn geweest: Dirk Volmer, Jacob en Pieter Molenaar en Engel van de Stadt. In 1887 zien we de molen op naam staan van oud-molenrnaker Cornelis de Vries, die er zelf, geholpen door de pelders Martinus Klitsie en Pieter Klaver, tot 1916 mee maalde. "De Pruis" kwam daarna nog twee jaar in handen van Battum, die de molen in 1918 voor afbraak verkocht. De eenzaam gelegen "Pruis" was te voet niet bereikbaar, waardoor de pelders elke dag hun schuitje moesten aanmeren bij het molenerfvan pehnolen "De Liefde".

18. Een landelijke aanblik van het molenrijke Westzijderveld omstreeks 1885. Uiterst links ontwaren we verfmolen "De Krab" en op de voorgrond, ten westen van de Oude Vaart, staat paltrok "De Dienst Jacob", die in 1873 door Jan Niewenhuizen voor een bedrag van vijfentwintighonderd gulden van Heert Tijsje was aangekocht. Deze molen verbrandde op 29 juni 1888; de brand was veroorzaakt door een mankement aan de vang. Direct rechts van "De Dienst" zien we "De Groene Ridder" en vervolgens de bovenkruier "De Notenboom", alias "De Pijpkan", die op 10 maart 1893 in vlammen opging. Ten slotte volgen pelrnolen "De Walvisch", verfmolen "De Grauwe Hengst" en lattenzager "De Oranjeboom".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek