Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 1

Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 1

Auteur
:   A.F. Neuhaus
Gemeente
:  
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4549-7
Pagina's
:   128
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

uii de ;; aanslreek,

19. In het Westzijderveld troffen we omstreeks de tweede helft van de vorige eeuw een aantal kleine wiprnolentjes aan, gebouwd op schuren, waarmee door middel van cirkelzagen latten werden gezaagd. Ze werden lattenzagers genoemd. Op de voorgrond zien we zo'n dergelijk type: "De Gebroeders", staand op het land bezuiden het Blauwe Pad. Hij werd in 1871 gebouwd en verbrandde in 1931. Ook mosterdmolen "De Huisman" aan het Blauwe Pad kunt u waarnemen.

20. Aan de Blauwepadsloot, tussen de Vaart en spoorlijn, maalde sinds 1712 verfmolen "De Grauwe Hengst". In het laatst van de vorige eeuw werd "De Hengst" doppenmolen en ten slotte krijtmaalder. Hij kreeg toen prompt de naam "De Krijthengst", In mei 1924 viel "De Krijthengst", waarvan de laatste eigenaar J. de Vries Wzn. was (woonachtig aan het Boerepad), in slopershanden. Over het spoor, achter stoomzagerij "De Zaan" van de firma P. Kluijver jr., zien we verfmolen "De Krab" in actie.

21. Dit is nu verfmolen "De Krab", staand aan de Watering en eerder een oliemolen. Op 23 oktober 1843 ontstond er door het harde malen brand in de molenkap. Eigenaar Hendrik Jan Smit, burgemeester van Zaandam, die bij het blussen aanwezig was, beloofde dat wanneer men de molenschuur, gevuld met een grote voorraad koeken en olie, wist te behouden, er weer een nieuwe molen voor in de plaats zou worden gezet. Met veel inspanning gelukte het de brand weer de schuur te redden. De belofte werd ingelost en molenmaker P. de Vries bouwde ter plaatse een nieuwe "Krab". Deze tweede "Krab" was indertijd voorzien van een dub bel en enkel oliewerk, dat wil zeggen hij had een zogenaamd groot voorslag, twee naslagen en tevens twee stel kantstenen. Bij gunstig weer kon een dergelijk ingerichte molen nagenoeg een zelfde hoeveelheid oliezaad verwerken als twee "gewone" oliemolens. De nieuwe "Krab" bleef tot 1883 oliemolen en werd toen uitgesloopt en ingericht als verfkrijtmolen. In de vroege ochtend van 23 maart 1916 zag eigenaar Jan Groot zijn molen in vlammen gehuld staan en hij brand de tot de grond toe af.

22. De windbrief van oliemolen "De Groene Ridder" dateert van 4 november 1649. Deze molen was geJegen aan de BJauwe PadsJoot, over het spoor. In het midden van de negentiende eeuw heeft de Weduwe Cornelis Korff & Zn. de kieine molenschuur door een veel grotere Iaten vervangen. In 1898 is "De Ridder" in opdracht van eigenaar Gerrit van Heijningen afgebroken. De grote, nog vrij nieuwe schuur werd toen door molenmaker Vredenduin overgebracht naar pelmolen "De Witte Klok" aan de Poeldijk.

23. Pelmolen "De Walvisch" stond aan de Watering, tussen het Blauwe Arendspad en het Blauwe Pad. Hij werd in 1882 door Cornelis Kamphuys verkocht aan J.A. Dekker voor een bedrag van eenenvijftighonderd gulden. Op 23 augustus 1893, in de namiddag omstreeks half zes, geraakte hij in brand, terwijl het molenvolk nog op de molen was. Enkele jaren tevoren, in 1889, verloor "De Walvisch" tijdens een hevige rukwind as en roeden. Met zijn nieuwe "kruis" heeft hij dus niet lang mogen malen. Laatste eigenaar was de firma Van Waveren & Dekker.

24. Gelegen aan de Mallegatsloot, heeft "De Rosbayer" verschillende bedrijven uitgeoefend. Deze zwaar gebouwde molen was van origine volmolen en werd in 1694 pelmolen. In 1828 verschijnt "De Rosbayer" op naam van de Wormerveerder Albert Vis, die hem al snel tot rijstpelder verbouwde. Hij bleef lange tijd in Vis' familie, werd in 1874 eigendom van Jan Latenstein en kort daarop van Arend Latenstein van Voorst. Omstreeks 1883 kreeg "De Bayer" averij: zijn as brak en stortte met roeden en al omlaag. Pas vier jaar later volgde herstel onder eigenaar Cornelis Kamphuys. Naderhand werd "De Rosbayer" foeragemaalder en de allerlaatste activiteit was het vermalen van zaagsel. Op 31 maart 1920 zagen de gebroeders Krijt uit Koog hun eigendom in vlammen opgaan.

25. Dieht bij de gemeentegrens van Koog, vlak bij de Mallegatsluis aan weg en Zaan, stond bovenkruier "De Dikkert". Houtzager "De Dikkert" droeg zijn naam met ere want hij was een plompe dikzak en zal zeker de naam aan zijn vorm hebben te danken. Het was een sterke molen, ingericht om zeer zwaar eikehout te zagen. Houtzager Gerrit Honig uit Koog kreeg "De Dikkert" in 1875 in bezit, nadat de mo1en van 1834 tot 1875 voor Arend Latenstein Pzn. had gemalen. In 1896 werd "De Dikkert" gesloopt en naar Amstelveen verplaatst. Op de vroegere molenwerf verrees oliefabriek "Wilhelmina" van firma Honig & Koning, naderhand in bezit gekomen van Jan Huysman uit Zaandijk.

26. We verlaten tijdelijk de westelijke Zaanoever en gaan nu eerst de molens aan de oostkant van Zaandam bekijken. Hier bevinden we ons op de Zuiddijk, ter hoogte van de Hanepadsluis, waar verfrnolen "Het Oosterkattegat" zeer sterk op de voorgrond treedt. De dijksloot kunnen we nu nog deels achter de Prins Hendrikstraat terugvinden. Aanvankelijk was "Het Oosterkattegat" een houtzager, maar in 1855 liet Heijme Vis hem in een verfmolen veranderen. Na ruim twee eeuwen als trouwe wachter aan de oever van 't II te hebben gestaan, viel hij in 1898 in slopershanden. De standplaats buiten de dijk bracht mee dat "Het Oosterkattegat" .Jioog uit de grond" moest staan, waardoor de schuren op hoge penanten rustten. Rechts achter de molen kunnen we nog een aantal botters zien liggen van de Zaandamse vissersvloot.

27. Vanaf de kluft bij de brug in de Zuiddijk zien we links van het Weerpad paltrokmolen "De Poelenburg", De windbrief werd in 1764 uitgereikt aan Pieter Jochemsz. Poelenburg. In 1885 kwam de houtzager in handen van S. Prinsze. Op 11 december 1903, vrijdagsmorgens om zes uur en bij stil weer, ontstond er brand. In een kort ogenblik stond hij in volle vlam en voor zeven uur stortte de molen totaal in elkaar. Het jaar daarop heeft molenmaker P. VUe paltrok "De Locomotief" uit Koog aan de Zaan op de plaats van de verbrande "Poelenburg" neergezet. Nadat deze paltrok tientallen jaren in bezit van de familie Prinsze was geweest, werd omstreeks 1930 firma Kettenis uit Amsterdam zijn baas. De tweede "Poelenburg" verhuisde ten slotte in 1963 naar de Kalverringdijk, op het oude erfvan "De Grootvorst". Op de achtergrond strekt de gemeente Oostzaan zich uit.

o

Uitgfl;¤I's Van TVijk <t. SlIlit, 00. tuum.

28. Aan het eind van de Watering, op de gemeentegrens van Oostzaan bij het Barndegat, stonden deze grote achtkante watermolens, gedrieen in 1651 gebouwd. Ze regelden de waterhuishouding voor de Oostzaner Polder. "De Waker" verdween in 1910, "De Dromer" en "De Slaper" in 1914.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek