Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 1

Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 1

Auteur
:   A.F. Neuhaus
Gemeente
:  
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4549-7
Pagina's
:   128
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

29. "Het Bruine Schaap" stond ten westen van de Gouw, op enige afstand van het Sluispad. De windbrief werd in 1726 uitgereikt aan Jan Jansz. Bruin en Willem Schaap. De molen was tijden lang eigendom van de houtzagersfamilie Van de Stadt waaronder de firma Gebroeders Van de Stadt. Na een periode van stilstand, waarbij hij nog met een roed stond, werd de molen in oktober 1917 gesloopt.

30. Aan het Molenpad bij de Zuidervaldeursloot stond meelmolen "De Haan", een der grootste wiekenzwaaiers van de Zaanstreek. Hij had een vlucht (lengte der roeden) van maar liefst achtentwintig meter. In 1897 liet molenaar Oskam een grote gasmotor inbouwen. Nadien kwam de molen in bezit van foeragehandelaar Jan Blees en in 1907 van Frits Honig. Deze liet de meelmolen amputeren door het verwijderen van as, staart, roeden en stelling. De verminkte "Haan" - werd toen gebruikt om zaagsel te vermalen. Op 2

augustus 1912, om twaalf uur 's nachts, gebeurde wat iedereen reeds vreesde: de molen had vlam gevat en zou roemloos ten onder gaan. Zeals u kunt zien, droeg "De Haan" aan het molenlijf een schildbord, waarop

~ een haan stond afgebeeld.

.;:.aandam

Zaangezicht 0p den molen "de Pauwin:

31. De windbrief van "De Pauwin" dateert van 20 april 1641 en hij werd als houtzaagmolen gebouwd. In 1747 werd hij verfmaa!der. Na het overlijden van Pieter Zoo mer vie! de molen in handen van Heijme Vis. Deze firma heeft bijna anderhalve eeuw met "De Pauwin" gewerkt. In 1903 werd de molen gesloopt, nadat hij in zijn laatste Ievensjaar nog aan de firma Kamphuis toebehoorde. De standplaats van de molen lag tegenover de Schoolmeesterstraat, aan de Oostzijde,

32. We zien "De Woudaap", ge1egen aan de Gouw, iets ten noorden van het Konijnenpad. De romp van deze oliemolen was bekleed met overnaadse planken: zijn kap was met riet gedekt, "De Woudaap", in de wandeling ,,'t Aapie" genoemd, sloeg vele jaren olie voor de firma Jacobus Kluyver & Zn. Deze oude zaak werkte ook met "Het Honingvat", "De Quak", "De Spattert", "De Zaadzaaijer", "De Jonge Wolf" en "De Munnik". In 1892 bestond het molenvolk van ,,'t Aapie" uit: Evert Terweij (blokmaler), Antoon Vloodman, Cornelis Rijkes, H. Rensen, Th. Zeijl en Piet Smit. Tot 1904 bleef Kluyver de molen gaande houden. De volgende eigenaar werd rietdekker J. Hagmeijer en de molen werd toen gebezigd voor het verwerken van cacaoafval en het malen van foerageartikelen. Op zaterdagavond 30 oktober 1915 vatte de molen vlam en ging hij reddeloos ten onder.

33. Hier maalt "Het Honingvat" met vier volle zeilen. Hij stond bewesten de Gouw, achter de Kopermolenstraat. In 1839 werd de molen op naam geschreven van Albert Kluyver, in wiens familie hij tot omstreeks 1905 bleef. Daarna werd Hein Groen eigenaar en die heeft de molen als foeragemaalder ingericht. Ook werd hij gebruikt voor het vermalen van cacaoafval, waaraan door middel van het slagwerk de cacaoboter werd onttrokken. Bezuiden de molen was een gebouwtje aanwezig, het zogenaamde "vethok". Daarin bevonden zich een smeltbak en een filter ter zuivering van de verkregen cacaoboter. Na jarenlange stilstand en verval werd "Het Honingvat" in januari 1940 gesloopt.

34. Pelmolen "De Tol" stond ten westen van de Weer, in het verlengde van het Konijnenpad. In het brandassurantiecontract werd "De Tol" op 1 december 1859 ingeschreven ten name van Hendrik Hondius. In 1898 heeft Hondius zijn pelderszaak aan de kant gedaan. Op dinsdagavond 7 maart 1899 yond in cafe Ouwejan bij de Loopbrug veiling plaats en we lezen daarover het volgende:

Om af te breken en weg te ruimen: de Schuur of het Pakhuis met daaraan verbonden Knechtswoning, alles van hout gebouwd en met ongeveer 5000 pannen gedekt staand bij den Pelmolen "de Tol", gelegen in het Oostzijderveld, nabij het Zuidervaldeurpad te Zaandam beneevens de steenen voetingen of pilaren, waarop de gezegde molen of pakhuis zijn gebouwd (ongeveer 40000 Ii 50000 steenen bevattend) 10 stuks beste Molenzeilen, waarbij 4 nieuwe, 1 beste Waaierij, 1 ijzeren Elevator met drijfwerk en 1 Kruihaspel met spil. De schuur is nog in zeer goeden staat en ter verplaatsing geschikt.

De molen zelf kwam niet onder de hamer, want die. had al een bestemming te Harlingen gevonden.

35. Aan de Watering, heel ver in het Oostzijderveld, pelde "Het Wapen van Friesland" lange tijd de bekende Alkmaarse bussengort. "Het Wapen" was reeds in 1844 eigendom van de familie Zwaardemaker en hij was de laatste gortpelder in het Oostzijderveld. Meesterknecht was Gerrit Breeuwer. Het personeel van een pelmolen bestond uit vier man: een rneesterknecht, een middelknecht, een derde man en een hutjongen. Bij iedere pelmolen was een hut, dikwijls aangebouwd of een eindje van de molen af. In de hut troffen we altijd een kacheltje aan om eten te koken, want bij veel wind bleven de pelders soms de gehe1e week aan de mo1en. De hutjongen hield de hut schoon en zette koffie. In maart 1907 werd de zwaar gebouwde "Wapen van Friesland" voor afbraak verkocht en daarna te Barsingerhom herbouwd.

36. Ten oosten van de Gouw en ten no orden van de Kopermolenstraat stond de kleine oliemolen "De Koning William", bijgenaamd "De Scheer". Deze minder nette benaming zou de molen tot zijn eind toe dragen, naar aanleiding van een uitlating van een danig ontgoochelde schipper. Bedoelde schipper kwam namelijk met een lading turf de Gouw opvaren en hij moest ook een gedeelte bij de molen lossen. Ongetwijfeld had hij zich voorgesteld, gelet op de naamgeving, dat "De Koning William" een kolossale molen zou zijn. Vandaar dat hij, toen op zijn vraag waar hij de molen te zoeken had, hem het kleine molentje werd aangewezen, zeer verbaasd uitriep: Is dat "De Koning William", 't lijkt wel 'n scheet ... ' Omstreeks 1860 werd het achtkant vergroot; de achtkantstijlen werden bovenaan vier voet verlengd en hij kreeg twee nieuwe roeden. Zijn vlucht werd daardoor acht voet groter. Ook werd het oliewerk met een slagwerk uitgebreid. Maar ook na deze grote ingreep bleef het produktievermogen op een onvoldoende peil. De molen is, nadat hij enige jaren zonder roeden stond, door De Boer uit Oostzaan in oktober 1910 gesloopt.

37. Een veel gefotografeerde plek was het Grote Glop aan de Oostzijde, waar meelmolen "De Koker" een karakteristieke plaats innam. Hier zien we "De Koker" nog met behulp van windkracht malen. Op maandagmiddag 17 januari 1910 brak het noodlot voor molenaar Jan Mulderij aan. In ongeveer een kwartier tijd stond zijn molen in lichte laaie en vrij spoedig daarna stortte de trouwe wiekendrager brandend in elkaar. "De Koker" heeft gestaan op de plaats waar tegenwoordig tegelhandel Huitema is gevestigd,

38. Een sehilderaehtig gezicht op de Aehterzaan met reehts oliemolen "De Jonker" aan de Oostzijde. Tot omstreeks het begin van de achttiende eeuw was "De Jonker" balkenzager en hij werd in 1733 als oliemolen in het olieslagerscontract ingeschreven. Van 1794 tot 1887 was hij familiebezit van Honig en hij werd daarna gaande gehouden door Brat uit Oostzaan. In 1909 kwam "De Jonker" in handen van Pieter Couwenhoven jr. In 1922 vond veiling plaats, waarbij "De Jonker" via Hendrik Evenblij bezit werd van de firma Wit & Burghart. In 1926 stond "De Jonker" zijn as af aan oliemolen "Het Pink", die zijn eigen as had stuk gemalen. De verdere onttakeling volgde in 1932 en in 1940. Op het molenerf staat nu de gelijknarnige eacaofabriek. Het naambord van "De Jonker" bevindt zieh in het molenmuseum.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek