Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 1

Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 1

Auteur
:   A.F. Neuhaus
Gemeente
:  
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4549-7
Pagina's
:   128
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

3aa'ldaTrJ, Valoeursloot

llch+druk S. Bar:il.er Jz. 1C000-Zaan.1iik 738

........? _-"":)

39. Aan het rustieke Noordervaldeurspad stond, al weer lang geleden, een schitterend rijtje molens. Links, ten no orden van de Valdeursloot, oliemolen "De Kaver", Om hem te bereiken moest men vanaf het Valdeurspad overvaren. Hij werd in juli 1898 gesloopt en werkte vanaf 1877 voor de firma Klaas Brat & Zn. Enige jaren voor zijn verdwijnen had "De Kaver" nog as en roeden "afgemalen", maar hij werd hersteld. Als tweede van links, over de Knie, ontwaren we oliemolen "Het Huis te Muiden" of "De Zeef", die ook niet langs het vaste pad was te bereiken. Dan volgt oliemolen "De Quak" en rechts staat "Het Kaar", Deze oliemolen verbrandde door het inslaan van de bliksem op tweede pinksterdag 1917.

.'

40. Rond de eeuwwisseling geraakte het windmolenbedrijf sterk in verval. Het ene na het andere werd gesloopt. Een klein aantal hield de ongelijke concurrentiestrijd tegen stoomkracht manmoedig vol. Veelal waren deze molens in eigendom overgegaan aan oud-blokmalers of meesterknechts. Het waren dikwijls mensen die van hun prille jeugd af - men kwam soms al op negenjarige leeftijd op de molen in het yak werkzaam waren en die zich graag zelfstandig wilden vestigen. Zij verkozen het geliefde maar veel zwaardere en onzekere werk in de molen. En omdat ze veelal een hoge, zijden pet droegen, kregen deze bazen de naam "pettenbaas". De hoog bejaarde Evert Terweij (links) was zo'n typerend voorbeeld van een "pettenbaas". Terweij stamde uit een oude molenaarsfamilie, In zijn jeugd werkte hij gedurende zeventien jaar bij firma T. Duyvis, waarvan drie jaar als blokmaler op "De Poelsnip". Later werkte hij in diezelfde functie vijfentwintig jaar op "De Woudaap" van de firma Kluyver. In 1904 werd Terweij in de gelegenheid gesteld "De Quak" over te nemen (rechts). De sympathieke Terweij overleed in 1931 op tweeentachtigjarige leeftijd. Drie jaar later werd "De Quak" gesloopt,

41. Ten zuiden van de Noorderbrug aan weg en Zaan troffen we oliemolen "Ret Rad van Avontuur" aan. Ret was een zogenaamde "platting-molen", dat wil zeggen dat het achtkant was omgeven door een lichtgroen geverfd vierkant houten gebouw met plat dak, dat tegelijkertijd tot zwichtstelling diende. De familie Korff heeft vele decennia met ,,'t Rad" gemalen. In 1894 werd CiP, Korff enig firm ant van de firma Weduwe Cornelis Korff & Zn. Hij bleef met de molen olie slaan tot 1914. In dat jaar werd de molen verkocht aan de korenkooplieden Jan en Cornelis Keg en direct geamoveerd. Zijn oliewerk verhuisde naar "De Zoeker".

42. "De Duinjager", gestaand hebbend in het Oosterzijderveld, tussen de Knie en de Gouw, was een van de tweeenvijftig verfmolens, die eens het Zaanse landschap sierden, In 1696 werd aan Adam Jansz. Duyn de wind brief uitgereikt, waaruit blijkt dat de bouwheer zijn naam in de molennaam vastlegde. "De Duinjager" maalde langdurig voor de firma Heijme Vis en kwam in 1909 in hand en van oudmolenmaker Piet Hachmeijer. Die Iiet er een motor inbouwen. Tot 1924 heeft Hachmeijer met "De Duinjager" krijt gemalen. Nadien kwam de molen korte tijd in handen van Buys en ten slotte, rond 1927, werd firma Gebroeders Verdonk eigenaar. Zij vermaalde veelal met de motor steenkool. "De Duinjager" was uitgerust met vier stel kantstenen en nog met een platte steen. In 1960 werd het molenlijf van "De Duinjager" te samen met twee stel kantstenen en bulen op en in de schuur van de voormalige oliemoJen "De Kat" aan de Kalverringdijk geplaatst.

43. Pelmolen "De Zeilenmaker" stand in voorbije jaren ten westen van de Gouw, ter hoogte van Noorderbrug. De Zaandamse koopman Jan de Verver werkte met "De Prik" (zijn bijnaam) van 1869 tot 1888 en hi] was de laatste die er gort mee pelde. Nadien werd "De Zeilenmaker" veel gebruikt voor het maJen van veevoer. In 1916 liet Pieter Couwenhoven jr. de molen weer voor het gmt pellen inrichten, maar het gelukte hem niet om een sluitende exploitatie te bereiken. De molen werd in 1922 geveild en voor zesentwintighonderd gulden gekocht door slopersfirma De Boer. Zij verhuurde de molen aan de gebroeders Haan, die er cacaoschillen, zaagsel en andere produkten op vermaaJden. In de nacht van 9 op 10 februari 1925 brak in de molen brand uit. Een felle noordwesterstorm maakte dat "De Prik" in korte tijd in lichter laaie stond. Onder donderend geraas stortte het bijna twee eeuwen oude molenlijf in elkaar. Links zien we "De Almanak" malen.

44. Pelmolen "De Almanak", staand ten oosten van de Gouw aan de Almanaksloot, kende een bedrijvig bestaan. Hij was een tijdje pel-oliernolen, heeft gerst en rijst gepeld en versleet zijn laatste bestaansjaren als doppen- en foeragemolen. In 1898 nam oud-rnolenmaker Cornelis Otte de molen in bezit. Tien jaar later verkocht Otte hem aan oud-peller Jan Heijnis, die er tarwe, rogge, gerst en mars mee maalde. Ten slotte kwam "De Almanak" in handen van foeragehandel firma Prins en Breeuwer. Op woensdagavond 29 december 1926 ontstond brand, doordat firmant Breeuwer met een brandende lamp naar boven ging en in de molen kwam te struikelen. Slechts een rokende puinhoop bleef over van de jaren draaiende "Almanak".

45. Het Oostzijderveld, lange tijd het eldorado van de pelmolen. De meeste pelmolens zijn gebouwd vanaf 1680 tot 1710. Aanvankelijk waren het kleine molens, met een schuur aan de oostkant. De latere molens werden groter en hoger gebouwd, met aan weerszijden een schuur. Hier malen met volle zeilen en in het vrije landschap twee bekende pelmolens. Links ziet u "De Hondeman" die, na een reeks van eigenaars te hebben gehad, in 1889 werd aangekocht door firma Groot & Co. In 1915 werd de molen gesloopt en ombouwd met een gebouw, bekleed met gegalvaniseerde platen, terwijl de werktuigen voortaan door een elektromotor werden gedreven. De molenschuur verdween in 1917 en werd door een stenen pakhuis vervangen, "De Verwachting" genaamd. Oak de molen rechts, "De Jonge Abraham", was in zijn nadagen eigendom van de firma Groot & Co. Hij werd in de tweede helft van 1916 gesloopt en stond even ten zuiden van "De Hondeman", achter de oude Kalverschool.

46. De plek van de Zaanlandsche Olieraffinaderij aan het Kalf werd eens ingenomen door oliemolen "Het Windei". Deze voormalige watermolen, met een groot ruim ondervierkant, was vele generaties lang in het bezit van de familie Honig. In 1906 liet Cornelis Honig het achtkant wegslopen; onderbouw en schuren zijn lange tijd blijven staan. Achter "Het Windei" zien we oliemolen "De Zeeman", die op 19 februari 1910 in de as werd gelegd. Op de plaats van "De Zeeman" werd een fabriek gebouwd, "Aurora" genaamd. Pelmolen "De Hondeman" staat rechts afgebeeld.

Gezic/zt oj) de Kllit

1;;1 Uitg. N. J. Boon, Am.t.

47. Op de voorgrond verheft zich pelmolen "De Sint Willebrordus", alias "De Verdwaalde Boer", Hij werd in 1669 als oliemolen gebouwd en was zodanig van 1779 tot 1875 werkzaam voor de familie Honig. Daama sloeg hij tien jaar olie voor de Oostzaners Klaas en Hendrik Brat. Na Cornelis Bon kwam de molen in 1892 in handen van Hendrik Havik, die hem tot pelrnolen liet vertimmeren, waarmee Havik tot 1916 werkte. De Zaandammer A. Buys is ook nog een periode met "De Verdwaalde Boer" actief geweest, In 1932 werden de roeden verwijderd en ten slotte werd de zeer verwaarloosde molenromp in 1938 ontmanteld. De andere wiekendragers zijn, van links naar rechts: watermolen "Het Pinksternakel", "De Prolpot", "Het Zwarte Kalf", "De Oranjeboom" en "De Poelsnip".

48. Deze ansichtkaart is van een onjuist onderschrift voorzien. De afgebeelde molens waren geen houtzagers maar oliemolens. Op de voorgrond prijkt "De Oranjeboom", die al vanaf 1683 olie sloeg. In het laatst van de vorige eeuw werd de sierlijke molen beheerd door Hendrik Honig en Pieter Koning en bemalen door Albert Mol, Barend Langewis, Hendrik Roet, Jan Voogd, Jan Kimman en Gerrit Brantenaar. De laatste olieslagersbaas was Jan Huysman uit Zaandijk. Hij hield de molen aan tot maart 1937, waarna H.H. Obertop "De Oranjeboorn" in 1938 tot "doofpot" liet onttakelen. De laatste herinneringen werden in 1941 door brand weggenomen. Op de achtergrond zien we weer "Het Zwarte Kalf" en "De Poelsnip".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek