Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 1

Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 1

Auteur
:   A.F. Neuhaus
Gemeente
:  
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4549-7
Pagina's
:   128
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

69. Wanneer we nu onze schreden zetten naar de nieuw aangelegde woonwijk over het spoor, dan zullen we de vroegere standplaats van de pelmolen "De Matsman" ongeveer moeten zoeken in de directe omgeving van de Dekamarkt. "De Matsman" stond ten oosten van de Watering, iets ten no orden van de Relkenpadsloot. In de nacht van vrijdag op zaterdag 11 september 1903 werd "De Matsman" tijdens hevig noodweer door bliksem getroffen en verbrandde volledig. Hij werd in zijn laatste bestaansjaren als doppenmolen gebruikt door de gebroeders Groot. Voordien was Pieter Franszoon Dekker uit Zaandam eigenaar. Even voorbij "De Matsman" zien we aan de Watering het zogenaamde pruthuis staan, dat in 1915 verbrandde. "Prut" is een oliedik en werd in een dergelijk pakhuisje verwerkt, teneinde de olie die het nog bevatte eraan te onttrekken. "De Rosbayer" staat in het verschiet.

70. "De Elzenboom" stond eveneens aan de Watering en zijn toegangspad liep langs het zogenoemde Galgenland, thans de huidige Badhuisstraat. In 1841 komt de pelmolen in handen van Klaas Velthuys en hij wordt naderhand door diens zoon Wietse in bedrijf gehouden. Dat was de laatste eigenaar die er gort mee pelde. Omstreeks 1904 werd "De Elzenboom" verkocht aan sloper L. Melk uit Zaandarn. In plaats van de molen te slopen, ging hij er zelf koffie, gerst en rijstdoppen mee malen. Dit bedrijf hield maar heel kort stand, want op 10 augustus 1906, even nit twaalven, brak bovenin in de kap brand uit. Het pleit was spoedig beslecht. Binnen een uur "lag alles vlak".

71. De windbrief van pelmolen "De lange Wildeman" werd op 13 maart 1728 uitgereikt aan Maarten Wildeman c.s. Op 4 november 1887 wordt de molen in het brandcontract op naam geschreven van Teun OIy, die in die dagen ook met "De Gans" peide. Enige jaren daarvoor maalde "De Wildeman" tijdens storm weer "as en roeden" af en hij heeft daarna een tijdje zonder kruis gestaan. "De Wildeman" werd in 1902 gesioopt en is daarna te Renswoude herbouwd. Het oude molenerf moeten we thans ongeveer terugzoeken ter hoogte van het kruispunt Havezathe, waar de verlegde Guisweg naar Westzaan afbuigt.

72. Dit is weer zo'n oude prentbriefkaart van uitgever Schalekamp uit Buiksloot. Zij geeft een beeld van het landelijke Westzijderveld. Geheel links zien we nog een deel van het schurencomplex behorende bij verfmolen "Het Gekroonde Zeepaard", alias "De Mok", gelegen ten zuiden van de Weelsloot. Hij was eigendom van de firma Storm, Van Bethem & Kluyver en werd in 1886 voor afbraak verkocht. Dan voIgt molen "De Boot", staand aan de Sluissloot en eveneens verfmaler onder directie van Storm, Van Bethem & Kluyver. "De Boot" werd in 1886 onttakeld en aangekocht door Meindert Honig. De molen onderging daarop een grote reparatie en werd ingericht tot stoommai"skoekenfabriek. Slechts een paar jaar heeft de fabriek gedraaid, want op 18 juni 1888 verbrandde de voormalige verfmolen. Rechts van de brugleuning kunt u de pelmolens "De Veenboer" en "De Veering" herkennen. "De Veering" werd in 1876 voor vijfennegentighonderd gulden verkocht aan P. Dekker uit Zaandam. Deze bleef tot 1883 eigenaar, toen op 28 december van dat jaar een hevige brand een einde aan het molenbestaan maakte. Willem Groot, Jaap Huig en Huib Veen waren de laatste pelders. Op de voorgrond zien we rechts pelmolen "De St. Jacob", in de wandeling "De Slabbert" genoemd. De laatste eigenaar was Hendrik Havik, die er tot 8 april 1892 mee werkte. Op die dag kraaide de rode haan victorie en was het ook met "De Slab bert" gebeurd.

73. Een rustiek plaatje. Links op de achtergrond ziet u pelmolen "De Veenboer", dan oliemolen "De Wezel" en op de voorgrond staat oliemolen "De Kieft", gebouwd in 1642. Deze "vroeg" gebouwde maalder was lange tijd een enkelwerksmolen (met een slagwerk) en werd na 1794 dubbelwerks. "De Kieft" was "klein van stuk" en zijn molenkap was bekleed met groen geverfd hout. Adriaan Honig beheerde de molen van 1871 tot 1898. In maart 1901 werd "De Kieft" gesloopt. Zijn standplaats was aan de Weelsloot, ten oosten van de Dors.

74. "De Munnik" werd in 1648 als volmolen gebouwd en omstreeks 1675 tot oliemolen verbouwd. Hij stond aan de Sluissloot. Een typisch bouwkenmerk was dat "De Munnik" boven zijn schuur stond en dat de "onderstelling" vierkant was opgetrokken. In het midden van de negentiende eeuw behoorde hij toe aan Jan Groen. In 1893 wordt hij in het brandcontract op naam geschreven van de firma Jacobus Kluyver, die "De Munnik" waarschijnlijk al enige jaren in huur had. In 1900 werd hij nog van een nieuw rietdek voorzien en op zondag 5 juni 1904, nadat hij reeds een maand buiten werking stond, ontstond door onbekende oorzaak brand en werd hij gehee1 verwoest. De laatste olieslagers op "De Munnik" waren: blokmaler Jacobus Schenk, nachtblokmaler Jan Buisman, aan de stenen Hein Heitgeest en dagjongen Arie Zwart.

75. Oliemolen "De Paap" stond ook aan het Sluispad, tussen de "Paap z'n dors" en de spoorlijn. "De Paap" heeft meer dan negentig jaar gewerkt voor de olieslagersfirma Honig, met als laatste gaandehouder Klaas Honig. Deze hield de molen in bedrijf tot 1899. Het jaar daarop volgde sloping. Het molenvolk van "De Paap" bestond uit: blokmaler Klaas Mol en verder Engel van 't Veer, Jan van Houten, Cees Mol en Simon Kwast.

76. Oliemolen "Het Pink" in feesttooi, ter gelegenheid van de voltooiing van het molenmuseum (links). In 1927/28 werd .Jiet huis met de ijzeren brug" van de Hoogstraat naar de huidige standplaats overgebracht en kreeg de bestemming van molenmuseum. Op 24 mei 1928 werd het museumgebouw officieel door prins Hendrik voor geopend verklaard. We zien hier dat zowel de molen "Het Pink" als het molenmuseum nog geheel zonder verdere omliggende bebouwing gesitueerd lagen. "Het Pink" kwam in 1939 in bezit van vereniging "De Zaansche Molen" en hij is daama geheel gerestaureerd. Laatste gaandehouder was Adriaan Honig, die overleed in 1931. Zijn weduwe, mevrouw A. HonigKluyver, heeft naderhand de molen aan de vereniging ten geschenke aangeboden.

77. Een Zaangezicht op de Koger-Hem. Links oliemolen "De Christoffel", bijgenaamd "De Broodkorf". Vanaf 1806 werd "De Broodkorf" gaande gehouden door de firma Claas Honig & Zoon. In 1887 moest de molen plaats maken voor een stoom-oliefabriek, "De Kroon" genaamd, die in 1930 liquideerde. We zien rechts de molens aan de oostelijke Zaanoever.

78. Aan de noordkant van de Stationstraat heeft "De Zwarte Bonsem" gestaan. Hij heeft drie bedrijven uitgeoefend: achtereenvolgens volmolen, papiermolen en pelmolen. Belendend gelegen was een stijfselfabriek, die te sam en met de molen onder dezelfde directie stond. De romp van "De Bonsern" was gedekt met spanen, terwijl de kap met hout was bekleed. "De Bonsern" werd in 1845 aangekocht door pelder Albert Vis en werd later beheerd door diens zoon Gerrit Vis. Na een periode van stilstand werd de molen in 1895 voor afbraak verkocht.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek