Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 2

Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 2

Auteur
:   A.F. Neuhaus
Gemeente
:  
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4550-3
Pagina's
:   128
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

29. "De Strijd" of "De Gedurige Strijd", zoals zijn oorspronkelijke naam luidde, stond op korte afstand van "De Dood" aan de Braakdijk, Hij was een kleine maalder, omgeven door een vierkante, lage onderbouw met platting. Bijna in de gehele negentiende eeuw heeft deze molen aan de familie Honig behoord. In 1896 werd "De Strijd" verkocht aan Aris Wittebrood en gebruikt voor het malen van doppen. Na een periode van verwaarlozing heeft Jan Battem, de vroegere eigenaar van "De Dood", de molen weer in werking gesteld. Hij maalde toen in hoofdzaak houtmeel en cacaodoppen. Na de oorlog werd "De Strijd" op het einde van 1947 eigendom van de vereniging "De Zaansche Molen" en werd verhuurd aan de heer Oosterwijk te Nieuwendam, die er gerst mee ging malen. Dat bleek maar van korte duur. Op 22 februari 1949 kwam plots een eind aan het bestaan van "De Gedurige Strijd", Door een niet opgehelderde oorzaak ontstond brand in de zuidwestelijke schuur, waardoor de molen al snel een prooi der vlammen werd.

30. Een gezicht op de Braakdijk en Kalverringdijk nabij het Kalf We ontwaren links oliemolen "Het Oude Bonte Kalf" (gesloopt in 1905), dan oliemolen "De St. Lucas" (gesloopt in 1901) en "Het Zwarte Kalf" (verbrand in 1924). Verder oliemolen "De Halve Maan" (verb rand in 1897) en reehts zien we watermolen "Het Pinksternakel" (gesloopt in 1913).

31. De Kalver watermolen, staande aan de Ringdijk, aan de Poel, werd "Pinksternakel" genoemd. Pinksternakel is een andere benaming voor pastinakel, een witte wortel- of peensoort, waarvan de latijnse naam Patinaca Sativa is. Mogelijk werd deze plant in vroeger jaren veelvuldig aangetroffen in de berm van het Kalverdijkje en misschien heeft op die plaats, waar naderhand de molen werd gezet, een hele kolonie van deze wortels gegroeid en tot de molennaam geleid. De watermolen werd in 1913 voorzien van een petroleummotor en centrifugaalpomp en toen ontdaan van kap, as, roeden, staart en vijzel. In 1925 werd hij geheel gesloopt en werd de waterloop gedempt. De bemaling van de polder werd daarna geregeld door een zogenaamde Amerikaanse windmolen aan de Wormerringsloot. Aard Schaap was de laatste watermolenaar, terwijl de legendarische Willem Koel van 1923 tot 1969 de bemaling van "De Hercules" verzorgde. "Het Zwarte Kalf" zien we links van de watermolen in actie.

3aanaam, t» poel.

7i19 Lichldruk S. Bakker Jz., Kco ?? Zaandi]·.

32. Aan de Poel, op de zuidkant van de Schans, werd in 1748 de sierlijke pelmolen "De Witte Klok" gebouwd. In het begin van de vorige eeuw werd hij veranderd tot rijstpelmolen, nadat hij in 1806 in eigendom was overgegaan op Pieter Couwenhoven. De molen, aanvankelijk gebouwd met een schuur aan de westkant, werd in 1898 aan de oostkant uitgebreid met een schuur van de gesloopte oliemolen "De Groene Ridder", die de naam "Indramajoe" kreeg. Nadat hij ruim een eeuw in bezit van de familie Couwenhoven was geweest, moest "De Witte Klok" in 1922 in publieke verkoping worden gebracht. Koper werd de slopersfirrna De Boer uit Oostzaan, In het najaar van 1924 werd hij afgebroken en te Oudorp herbouwd. Hij ontving daar de naam "Het Roode Hert". Op het vroegere erf van "De Witte Klok" aan de Poel werd naderhand een extraheerbedrijf van de TOC gesticht en in 1962 werd het aangekocht door de firma Jan Schoemaker.

Zaangezicht over

a/d. Zaan.

33. Ten zuiden van de Julianabrug, aan de westkant van de Schans, treffen we gelukkig nog altijd oliemolen "De Ooievaar" (rechts) aan. Deze molen werd in 1622 te Assendelft opgericht en in 1670 op zijn huidige standplaats herbouwd. In de loop der jaren had deze molen een reeks van eigenaars, totdat hij ten slotte omstreeks 1897 in handen kwam van G. Battem, die er koffiedoppen rnee ging malen. Nadat ook in dit produkt "de klad" kwam, werd met de molen cacaoafval verwerkt. In 1936 werd "De Ooievaar" tot stilstand gedoemd. Een peri ode van ernstige achteruitgang brak toen aan. Maar met ieders grote instemming en enthousiasme startte molenmaker Husslage in 1955 met restauratiewerkzaamheden, waarbij onder andere een geheel nieuw boven-achtkant en een wentelas moesten worden vervaardigd. Op 1 augustus 1956 werd een herboren "Ooievaar" in gebruik genomen. Links maalt verfmolen "De Windhond" en in het midden pelmolen "De Witte Klok".

%":ul~eziehl (tegenover Zsandijk)

34. Op de voorgrond zien we weer aan de Kalverringdijk "De Windhond", die de scheldnaam "Dunbil" had. Hij was van origine oliernolen en in 1897 onder de Koger schilderbaas Piet Visser als stopverfrnolen ingerieht. Op 17 september 1910 kwarn de rnolen in veiling, waarna korte tijd later afbraak volgde. De schuren bleven staan en hebben tot 1936 als opslagplaats gediend. Deze verdwenen tijdens de bouw van de Julianabrug, in 1935-1936. De andere afgebeelde molens zijn, van links naar rechts:

"De Wind", "De Kat", "De Grootvorst", "De Grauwe Gans" en "De Haan".

35. Onder de molens die aan de Kalverringdijk de wieken zwaaiden, behoorde pelmolen "De Grootvorst" (voorgrond). Zijn bouw yond tegelijkertijd plaats met het bekende bezoek van ezaar Peter aan Zaandam, in augustus 1697. Op 3 november 1888 werd deze kapitaIe, heehte en sterke en goed onderhouden gortpelmolen geveild en voor f 5.800,- gekoeht door Pieter Couwenhoven, eigenaar van "De Witte Klok" en "Het Vooltje". De Iaatste eigenaar van de gerenommeerde pelderszaak was kleinzoon Pieter Couwenhoven, molenaar in hart en nieren, die het rnolcnbezit nog uitbreidde met "De Jonker", "De Koperslager", "De Zeilenmaker" en met in huur "De Bonte Hen". "De Grootvorst" werd in 1922, tegelijk met "De Witte Klok", geveild, maar door Pieter Couwenhoven prompt teruggekoeht. Toeh moest hij al spoedig daarop definitief van zijn geliefde molen afstand doen. Noordwaarts zien we verder "De Kat" en "De Wind" (reehts).

36. Een triest beeld van de rampzalige dag toen, op zaterdagmorgen 24 maart 1928, de historische pelmolen "De Grootvorst" door overwaaiende vonken van de brandende houtmeelfabriek "De Haan" in een goed half uur met de grond gelijk werd gemaakt. Zo werd weer een schitterend Zaans monument door de vuurduivel gesloopt ...

37. Op de plek waar sinds 1968 "De Zoeker" zetelt, maalde in voorbije dagen de mime oliemolen "De Wind", van oorsprong "Het Vliegent Hert" geheten. In 1872 werd deze bezit van de Zaandijker oliefabrikant Gerrit Vis; vijftien jaar later gekocht door Adriaan Honig te Koog aan de Zaan, Rond de eeuwwisseling bestond het molenpersoneel uit: Gerrit van de Spek (blokmaler), K. Koene, A. Vogel, C. Bakker en Remmert Koeman. "De Wind", die later tot de categorie "poeierrnolens" behoorde, verbrandde op zaterdagrnorgen 22 november 1914.

de Zaan

ZAANDIJK

38. Een rustiek gezicht op de Kalverringdijk met links oliemolen "De Os" en reehts "De Wind".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek