Nederlands industrieel erfgoed in beeld

Nederlands industrieel erfgoed in beeld

Auteur
:   Marcel Overbeek
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1140-9
Pagina's
:   128
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Nederlands industrieel erfgoed in beeld'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

7 Groningen Elektriciteitscentrale Bloemsingel

Groningen was in 1902 de derde gemeente in ons land die een eigen elektriciteitscentrale liet bouwen. De gemeente Groningen wilde de exploitatie van de elektriciteitsvoorziening, net als bij de gasproductie, in eigen hand houden. Het gebouw van het 'Elektrisch Centraal Station', zoals de centrale officieel werd genoemd, werd ontworpen door de gemeentearchitect JA. Mulock Houwer. Op 4 oktober 1902 werd de eerste stroom geleverd. In de beginperiode waren 96 gemeentelijke lantarens aangesloten op het net, 196 lampen

in gemeentegebouwen en 1614 particuliere lampen. Doordat de stroomvoorziening van de stad Groningen werd overgenomen door de provinciale elektriciteitscentrale, kwam in 1964 een

einde aan de stroomproductie in het complex aan de Bloemsingel. Het gebouw, nu een gemeentelijk monument, is nog als kantoorruimte in gebruik bij het GEB.

GRONINGE I::lectrische Centrale.

8 Groningen Provinciale elektriciteitscentrale Helpman

Door de enorme toename van het stroomgebruik werd al snel na de bouw van de gemeentelijke centrale aan de Bloemsingel een nieuwe centrale gebouwd, die de provincie Groningen en het noordelijk deel van Drenthe van stroom moest voorzien. In 1913 werd begonnen met de bouw van deze grote centrale ten zuiden van de stad Groningen in de polder Helpman. Het indrukwekkende complex werd in september 1914 in bedrijf gesteld. De 70 meter hoge schoorsteen werd

gebouwd door de firma Kemke uit Gronau (D).

De bouwkosten bedroegen

f 1.500.000, een voor die tijd enorme geldsom. Na de bouw van een nieuwe centrale in 1933 kreeg de oude centrale

een reservefunctie. Begin jaren vijftig werd de oude centrale afgebroken.

9 Hengelo Elektriciteitscentrale

Rond de eeuwwisseling was Hengelo uitgegroeid tot een industriestad van formaat, met bekende bedrijven als Stork en Heemaf. Onder meer om de lokale industrie van stroom te voorzien, werd al in 1901 een particuliere elektriciteitscentrale opgericht, het 'Twentsch Centraal Station voor Elektrische Stroomlevering' (TCS). De centrale werd gebouwd aan de Bornsestraat en voorzag in de beginjaren Hengelo en Enschede van stroom. Omdat de capaciteit van de centrale al snel onvoldoende bleek, werd in 192 1 aan de Weideweg buiten Hengelo een nieuwe centrale

gebouwd. In 1938 werd het complex uitgebreid met nieuwe ketelhuizen en koeltorens. In 1949 fuseerde de TCS met de IJsselcentrale in Zwolle, zodat één provinciaal elektriciteitsbedrijf ontstond.

De centrale in Hengelo (zie foto) werd in 1984 buiten bedrijf gesteld en in 1987 gesloopt.

lODen Helder Elektrische centrale marinewerf

Op initiatief van Napoleon werd in Den Helder in 1 81 2 begonnen met de bouw van een grote marinehaven met scheepswerven. Na het vertrek van de Franse bezetters werd de marinewerf voltooid onder leiding van de waterbouwkundige ingenieur Jan Blanken Janszoon. De marinewerf groeide in de loop van de negentiende eeuw uit tot een groot complex met droogdokken, loodsen, reparatiewerven en munitieopslagplaatsen. In 1858 werd een nieuw droogdok gebouwd met een stoompomphuis.

Een stoommachine in dit pomphuis zorgde voor het droogpompen van de droogdokken. In 1908 werd dit gebouw verbouwd tot elektrische centrale voor de energievoorziening van de rijkswerf.

De ansichtkaart laat het interieur van de centrale zien omstreeks 1920. Na de verhuizing van de rijkswerf in 1993 naar een nieuw complex staan de oude werfgebouwen, waaronder de voormalige elek-

trische centrale, te wachten op een nieuwe bestemming.

Papierfabrieken/Wasserijen

Al in de zeventiende eeuw werd er in Nederland papier geproduceerd, zowel met windkracht (de Zaanstreek) als met waterkracht (de Veluwe). In de Zaanstreek staat nog de laatste overgebleven papierwindmolen in de wereld, 'De Schoolmeester'.

In de negentiende eeuw begon de industrialisatie, waarbij de komst van de stoommachine een grote rol speelde. Vanuit de traditionele windpapiermolens ontstonden industriële papierfabrieken, zoals die van Van Gelder in Warmer.

Op de Veluwe werd gebruik gemaakt van het schone water voar de productie van papier. De meeste papierwatermolens waren geconcentreerd op de oostelijke Veluwe, met als middelpunt Apeldoorn.

In de tweede helft van de negentiende eeuw ging het langzamerhand bergafwaarts met de papierfabricage op de Veluwe.

Door de toenemende mechanisatie konden de watermolens niet meer concurreren. Na 1870 moesten vele papierwatermolens de productie beëindigen. De meeste papierwatermolens werden, met relatief eenvoudige middelen, omgebouwd tot (stoom)wasserijen. Het zachte water uit de Veluwse sprengen was heel geschikt waswater. Nog steeds zijn in het Veluwegebied vele wasserijen gevestigd.

11 Wormer PapierfabriekVan Gelder

Al in de zeventiende eeuw werd in de Zaanstreek papier gemaakt in papierwindmolens. In de negentiende eeuw ontstonden uit deze ambachtelijke bedrijfstak verschillende papierfabrieken. Ook in Warmer was de papierfabriek van de firma van Gelder de opvolger van een windpapiermolen: de 'Eendragt' . In 1845 werd de papierfabriek onder dezelfde naam opgericht en werd daarmee de eerste machinale papierfabriek van ons land. De fabriek groeide vanaf het begin van deze eeuw uit tot de grootste Nederlandse papierfabriek, met nevenvestigingen in Renkum

en Velsen. In de jaren dertig ging het slecht met het bedrijf en moest de productie van papier warden beperkt. In 1980 ging de fabriek in Warmer failliet en werden de gebouwen gesloopt.

1 2 Maastricht Papierfabriek KNP

Na de afsplitsing van België in 1830 ontwikkelde de industrie in Maastricht zich sterk. Vooral papier-, aardewerk- en glasfabrieken kwamen tot grote bloei. Uit de papierfabrieken van Lhoest, Weustenraad et Cie ontstond in 1851 de Koninklijke Nederlandsche Papierfabriek (KNP).

De fabriek werd gebouwd tussen het Bassin en de rivier de Maas. In 1852 werd de eerste stoommachine in het gebouw geïnstalleerd. Op de foto de fabriek in 1980. In het hoge gebouw links werden

de lompen voor de fabricage van papier gesorteerd en verwerkt.

Hoewel de fabriek in de loop der jaren steeds verder uitbreidde, bleef het oudste gedeelte goed bewaard. Het is nu in gebruik als kantoor.

13 Velsen

Papierfabriek Van Gelder

In 1895 stichtte het Van Gelderconcern een tweede papierfabriek in Velsen, aan het Noordzeekanaal. Als gevolg van de overgang naar hout als grondstof voor de papierfabricage in plaats van lompen, werd het bosarme Nederland afhankelijk van de import van hout uit de Scandinavische landen. Om goede aan- en afvoerwegen te garanderen werd de nieuwe fabriek aan het Noordzeekanaal gevestigd. De Velser fabriek was speciaal bestemd voor de productie van krantenpapier. Van het oude fabrieksgebouw op de ansicht uit 1925 is niets meer over, omdat het moest

wijken voor de verbreding van het kanaal. Alleen een fabri ekshal uit 1 953 staat er nog, nu in gebruik als opslagloods.

Velsen- N oord- Papierfabriek.

14 Laag-Soeren Stoomwasserij

Bij Laag-Soeren waren aan het eind van de achttiende eeuw drie papiermolens te vinden die op waterkracht werkten: de 'Goedgedacht', de 'Nagedacht' en de 'Welbedacht' . In 1796 stichtte papiermaker Willem Willemsen de papiermolen 'Goedgedacht'. In

1807 deed hij de molen over aan Paul Brouwer. In 1849 werd de papiermolen verkocht aan de Stichting Bethesda voor f 9.000. In 1878 werd de molen te huur aangeboden met de omschrijving 'Vljlbaksmolen, voorzien van een ruim woonhuis, geschikt voor het houden van logé's'.

De nieuwe huurder, de heer Lenderink, verbouwde de molen tot wasserij, een in die tijd snel groeiende bedrijfstak. In 191 1 werd de wasserij voorzien van een stoomketel. In 1949 ging de stoom-

wasserij na opheffing van de stichting 'Bethesda' over in handen van M. Gieteling. Onder de nieuwe naam 'De Waterval' is de wasserij tot op heden nog steeds in bedrijf.

Kamphuis achter de Wassc1lerij .. de Watervat"

LAAG-SOEREN.

15 Zutphen Stoomblekerij

In 1873 werd de stoomblekerij van de firma]ac. Lenderink opgericht op een terrein aan de Warnsveldseweg. In 1889 breidde het bedrijf uit met een strijkinrichting, in 1897 met een wasinrichting.

In 1923 kreeg het bedrijf van de gemeente vergunning voor de installatie van een stoomketel met een benzinemotor. In 1907 werd een nieuwe wasserij gebouwd en de mangelkamer uitgebreid. In de jaren vijftig werd de wasserij gesloten en verviel het complex na jarenlange leegstand tot een ruïne. In 1981 werd het wasserij gebouw (foto) gesloopt.

Alleen het oude woonhuis uit 1873 herinnert nu nog aan de stoomblekerij.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek