Nederlands industrieel erfgoed in beeld

Nederlands industrieel erfgoed in beeld

Auteur
:   Marcel Overbeek
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1140-9
Pagina's
:   128
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Nederlands industrieel erfgoed in beeld'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

25 DeKrim Aardappehneelfabriek 'OnderOns' arbeiderswoningen

Tegelijk met de fabriek werd in 1906 naast de productiehal een rij van vier opzichterswoningen gebouwd aan de Fabriekswijk. Dit soort woningen werd vroeger vaak naast de fabriek gebouwd.

De opzichterswoningen worden nog steeds bewoond. Het fabriekskanaal dat voor de huizen langs liep, is inmiddels gedempt.

26 Griendtsveen:

Turfstrooiselfahriek

Met de aanleg van de ZuidWillemsvaart begonnen de veenontginningen in de Peel bij Deurne. In 1885 koopt Jozef van de Griendt met zijn broer Eduard 41 0 hectare veengrond in Horst en richt de 'NV Maatschappij tot Exploitatie van Veengronden Griendtsveen' op. Na de aanleg van de spoorlijn VenloHelmond bouwt de firma Griendtsveen twee turfstrooiselfabrieken aan de spoorlijn. De afzet van turfstrooisel groeit spectaculair en in 1889 koopt de fabriek nog eens 1221 ha veengrond. De vraag naar turf is zo groot dat de

fabrieken dag en nacht werken. Na de eeuwwisseling zakt de markt voor turf in het Peelgebied in, zodat de firma Griendtsveen haar activiteiten verplaatst naar zuidoostDrenthe.

De fabrieken in Griendtsveen werden in 1944 op een enkel restant na verwoest door het oorlogsgeweld.

2"-. Kantoor en Fabr.ieken te 6riendtsveen.

27 Vriezenveensewijk Turfstrooiselfahriek

De ondernemers Ter Windt en Arntzveen exploiteerden in het gebied van Maas en Waal een aantal steenfabrieken. Eind negentiende eeuw kochten zij veengronden aan in noordoost-Overijssel om turf als brandstof voor hun steenfabrieken te gebruiken. In 1892 bouwde de firma Terwindt-Arntzveen een turffabriek aan de spoorhaven in Almelo. Enkele jaren later wordt de fabriek in Almelo opgeheven en er wordt een nieuwe, grotere fabriek gebouwd bij de veennederzetting Vriezenveensewijk. De turfstrooiselfabriek, die tot 1975 heeft gedraaid, was een

van de grootste van ons land. In 1975 werd de fabriek verkocht aan de concurrent, de firma Griendtsveen. Slechts een klein deel van het fabrieksgebouw is overgebleven.

Suiker- en Stroopindustrie

Ook de suikerfabricage is een oude Nederlandse tak van industrie. Vanaf de zeventiende eeuw werd suikerriet vanuit Amerika en Indië geïmporteerd en verwerkt. In 1 747 ontdekte de Duitser Margraf dat uit de beetwortel (later suikerbiet genaamd) suiker kon worden gewonnen. Het duurde echter nog tot 1850 voor de eerste suikerfabrieken ontstonden.

De eerste Nederlandse fabrieken vestigen zich in West-Brabant, waar de zware klei geschikt was voor de suikerbietenteelt. Deze streek kreeg dan ook de bijnaam de 'Suikerhock' (Breda, Dinteloord, Zevenbergen). Ook elders in het land, in Noord-Holland (Amsterdam, Halfweg) en in Groningen (Hoogkerk) werden suikerfabrieken opgericht. Door concentratie en fusies zijn ook in deze sector nog slechts enkele grote fabrieken, verenigd in de

Suikerunie, overgebleven. Van de oudste suikerfabrieken zijn nog gebouwen te vinden in Halfweg, Lemelerveld (Overijssel) en Puttershoek (Zuid-Holland).

In Groningen werd de geproduceerde suiker ook als halffabrikaat gebruikt voor de productie van stroop in de suikerraffinaderij van de stroopfabriek van WA. Scholten.

28 Hoogkerk

'Noord Nederlandsche Beetwortelsuikerfabriek'

De suikerfabriek te HoogkerkVierverlaten werd in 1896 opgericht op initiatief van Jan Evert Scholten, zoon van de bekende Groninger ondernemer WA. Scholten. De fabriek was oorspronkelijk gebouwd om suiker te leveren voor de stroopfabriek van vader Scholten aan de Turfsingel in Groningen. Al snel werd de productie opgevoerd en werd de suiker ook elders afgezet. Aanvankelijk werden in het noorden slechts op beperkte schaal bieten geteeld. In 1900 was bijvoorbeeld slechts

450 ha landbouwgrond in gebruik voor suikerbieten-

teelt. In 1938 werd de fabriek in Hoogkerk overgenomen door de Centrale Suiker Maatschappij (CSM). De fabriek ging met de overige suikerproducenten in Nederland in 1965 samenwerken in de

Suikerunie. De suikerfabriek is nog steeds in bedrijf.

29 Hoogkerk Friesch-Groningsche Coöp. Beetwortelsuikerfabriek

Uit onvrede met de in 1897 opgerichte particuliere suikerfabriek in Hoogkerk- Vierverlaten, werd in 1913 een coöperatieve suikerfabriek opgericht. De suikerfabriek werd gebouwd op een kilometer afstand van de concurrent in HoogkerkVierverlaten! Bij de bouw in 1913 werd de fabriek al de grootste en modernste van Europa genoemd. De kosten bedroegen f 2,8 miljoen, een voor die tijd gigantische som. De concurrentie met de Noord-Nederlandsche fabriek was aanvankelijk fel. Later kwam er een vorm van samen-

werking op gang, vooral na het opgaan van de fabriek in de CSM. De Friesch-Groningsc he suikerfabriek is sinds 1980 sterk uitgebreid en gemoderniseerd, maar een deel van de grote productiehal uit

1913 is nog steeds in gebruik. De luchtfoto is genomen omstreeks 1955.

30 Lemelerveld Suikerfabriek

Na de aanleg van het Overijssels Kanaal tussen Zwolle en Almelo in 1855 ontstond halverwege het kanaal de nederzetting Lemelerveld. In 1865 werd aan het kanaal een beetwortelsuikerfabriek opgericht. De fabriek produceerde in 1866 bij de eerste campagne 272.000 kg suiker. Men had de beschikking over vier stoomketels met een capaciteit van 240 pk. In 1874 namen de gebroeders Kampf de fabriek over.

In 1876 werden 9 miljoen kg suikerbieten verwerkt. Door toenemende concurrentie moest de Lemelerveldse

suikerfabriek in 1919 sluiten. In 1926 werden de gebouwen verkocht voor f 47.000 aan Roelof Koetsier, die er een ijzerconstructiewerkplaats in vestigde. In 1998 verkocht dit bedrijf de fabriek aan een

projektontwikkelaar, die op deze plaats woningen en winkels wil bouwen.

Kanaalgezicht - Lemelerveld.

3 1 Sas van Gent Suikerfabriek

Na de aanleg van het kanaal Gent-Terneuzen ontwikkelde de industrie in de kanaalzone zich voorspoedig. In 1872 werd een particuliere beetwortelsuikerfabriek in Sas van Gent opgericht. Door onenigheid tussen de directie en de landbouwers over de prijs van de geleverde suikerbieten wilden de landbouwers een eigen fabriek oprichten.

In 1899 was het zover en de 'Eerste Nederlandsche coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek' werd opgericht. De fabriek aan de Westkade was berekend op de verwerking van 400.000 kg suikerbieten per dag. In 1940 werd de

fabriek uitgebreid en de capaci-teit vergroot tot 1.300.000 kg bieten per dag. In 1966 ging de fabriek op in de Suikerunie.

Op 1 januari 1990 werd de fabriek gesloten.

32 Groningen Stroopfabriek 'SelfHelp'

De bekende Groninger industrieel WA. Scholten stichtte in 1864 de stroopfabriek 'Self Hclp' aan de Turfsingel, in de binnenstad van Groningen. WA. Scholten was een gedreven ondernemer, die al voor 1861 in de provincie Groningen een aantal aardappelmeelfabrieken had opgericht.

De foto uit 1978 geeft een beeld van de inmiddels stilgelegde stroopfabriek. Rechts het oude kantoor uit 1864, links de stroopfabriek met de later bijgebouwde lifttorens uit 1905 en 1914. De stroopfabriek werd in 1916 met een suikerraffinaderij aan de

achterzijde uitgebreid. In 1920 werd het bedrijf overgenomen door de Centrale Suiker Maatschappij (CSM) , die de raffinaderij ombouwde tot een kandijfabriek, die al weer in 1930 werd gesloten.

De stroopfabriek zou nog tot 1972 in bedrijf blijven. In 1983 werd de fabriek gesloopt om plaats te maken voor woningbouw.

'~

~~.1

./. .

., ,

f i' ...? _

::-- - - ",.

Voedingsindustrie

Nederland speelde al vroeg een belangrijke rol in de voedingsindustrie. Door het bezit van de koloniën werden specerijen, cacao en rijst massaal ingevoerd. Vooral de Zaanstreek ontwikkelde zich tot een uitgebreid industrielandschap, waar de geur van cacao en specerijen nog dagelijks op te snuiven valt. Enkele specifieke bedrijven, zoals de rijstpellerijen en de meelfabrieken, concentreerden zich langs vaarwater, zoals langs de Zaan. De schepen konden hun lading direct bij de fabrieken afleveren en het eindproduct weer afvoeren.

De overgang van ambacht naar industrie komt goed tot uitdruk-

king in de graanindustrie. Na de introductie van de stoommachine werd de meelproductie langzamerhand overgenomen door maalderijen en meelfabrieken. Op het platteland werden landbouwcoöperaties opgericht. Veel bedrijven op het gebied van voeding, zoals koffie en theebranderijen, werden in de binnensteden gevestigd. Deze zijn de laatste jaren onder druk van milieu-eisen vrijwel alle opgeheven of naar elders verplaatst. Wel vinden we nog veel pakhuizen in de binnensteden, die vaak een nieuwe functie als woonruimte hebben gekregen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek