Nederlandse Kastelen in oude ansichten deel 2

Nederlandse Kastelen in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J. Harenberg
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0064-9
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Nederlandse Kastelen in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Wederom presenteren zo'n honderd vijftig Nederlandse kastelen, in hun vorm uit het begin van onze eeuw, zich in dit boekje aan de kijkers. Honderd vijftig kastelen, of hun latere opvolgers, want de tijd stond bij onze kastelen niet stil. Afbraak, al dan niet gevolgd door nieuwbouw, verbouw of herbouw op een andere plaats, dat alles is niet aan hen voorbij gegaan. Ook het oorlogsgeweld eiste diverse slachtoffers onder onze kastelen. Voorbeelden van de eerste categorie zijn onder andere Batenstein, Heeraartsberg en Vredelant, waar vrijwel niets van is overgebleven. De Ehze, Hemmen en Heremastate werden modern herbouwd, Breda en Groenen daal, Mazenburg en Stoutenburg werden vrijwel onherkenbaar gewijzigd. Bleyenbeek, Enghuizen en Nederhemert werden zwaar getroffen door oorlogshandelingen en slechts het laatste kasteel maakt kans ooit nog eens te worden herbouwd. Veel van onze kastelen doen zich thans voor als landhuizen, waarbij het zogenaamde vijfraamstype sterk overheerst. Ook hiervan geeft dit boekje diverse specimen, zoals Den Bramel, Haersmastate en De Poll. Dan worden we in de negentiende eeuw geconfronteerd met een modeverschijnsel, namelijk het geheel of gedeeltelijk verbouwen in een zogenaamde neostijl. Zo vormen Rande en Ekenstein goede voorbeelden van neogotiek, Mheer en Scherpenzeel zijn goede vertegenwoordigers van de neotudorstijl in ons land, De Cloese en Stoutenburg zijn neorenaissancehuizen, Heeckeren en Soeterbeek specimen van neoclassicisme. Ook kwam in de vorige eeuw het gebruik in zwang, kastelen een meer middeleeuws aanzien te geven door het aanbouwen van torens, zoals gebeurd is met Nijenhuis bij Heino en Weldam. Dit is overigens geen specifiek negentiendeeeuws verschijnsel; ook de hoektorens van Endegeest en Hardenbroek, Hillenraadt en Renswoude hebben, evenmin als de torentjes van Mauriek, enige defensieve betekenis gehad.

De bestemming van veel kastelen is - vooral na de Tweede Wereldoorlog - gewijzigd ten gevolge van de veranderde levensomstandigheden. De huizen werden te duur om particulier te bewonen, zowel wat onderhoud als wat het personeelsprobleem betreft. Nieuwe bestemmingen zijn die van gemeentehuis, zoals Crackstate, Dommelrode, Laarwoud en Heremastate. Bejaardenhuis werden bijvoorbeeld Bennebroek en Rinsmastate. Hotel en/of restaurant werden Neercanne, Neubourg en Mauriek, museum werden Staniastate en Sypestein; Brecklenkamp werd jeugdherberg; Endegeest en Nieuw Herlaer werden inrichting; De Cloese en het Velde school. Vooral in het zuiden werden kastelen en landhuizen ingericht tot klooster, zoals Bijsterveld, de Blauwe Kamer en de Ruwenberg. Slechts zelden gebeurde het omgekeerde. Fogelsanghstate, Mariënwaerd en Soeterbeek veranderden van klooster in landhuis.

Kastelen ... Nederland heeft er nog vele. Vooral de provincies Gelderland en Limburg zijn nog rijk aan deze gebouwen, al zullen we er zuinig op moeten zijn. De monumentale kastelen zullen geen gevaar lopen afgebroken te worden. Voor de minder belangrijke, negentiende-eeuwse landhuizen, zal het moeilijk zijn om altijd een passende bestemming te vinden. Vormden vroeger de kloosters een bedreiging voor onze kastelen door soms ongebreidelde uitbreiding, tegenwoordig zijn het de bejaardenhuizen en verzorgingsflats die de plaats van een landhuis innemen. Voor de samenstelling van de teksten werd uitsluitend gebruik gemaakt van gedrukte bronnen. De afbeeldingen stammen uit de collectie van de schrijver.

1. Van 1350 tot 1668 resideert op Amstenrade het geslacht Huyn van Amstenrade, waarna het goed tien jaar bezeten wordt door de familie De Salm, op hun beurt weer opgevolgd door de Van Dietrichsteins. Van hen gaat het kasteel in 1732 over aan de familie De Ligne, die het in 1779 verkoopt aan Nicolaas Willems, een rijke burger uit Luik. Het kasteel vertoont zich dan als een gebouw in U-vorm met drie torens. Het tegenwoordige kasteel werd in opdracht van Willems gebouwd naar ontwerp van Bartholomé Digneffe. Slechts de toren is gedeeltelijk van het oude kasteel overgebleven. Het oorspronkelijke ontwerp is ten dele uitgevoerd; een tweede toren en de rechtervleugel ontbreken. Sinds 1788 behoort Amstenrade aan de grafelijke familie De Marchant et d'Ansembourg. De ansicht toont de ach terzijde van het huis.

2. De Hofpoort in Vianen is het geringe restant van het door Gijsbrecht van Vianen omstreeks 1370 gebouwde kasteel, dat hij Batestein noemde, naar zijn vrouw Bate. De bouw van de hoofdtoren zou hij bekostigd hebben uit het losgeld dat hij verkreeg van de heer van St. Pol, die hij bij de slag van Baesweiler in 1371 gevangen had genomen. De toren kreeg dan ook de naam "St. Pol", dat verbasterd werd tot "Simpol". De erfdochter van Vianen huwde in 1418 Walraven van Brederode en Batestein bleef tot 1679 in diens geslacht. De bezittingen vererfden via de Dohna's op de Van der Lippe's, die ze in 1725 verkochten aan de Staten van Holland. Het kasteel verviel en werd ten slotte in 1829 afgebroken.

3. Mogelijk werd reeds in de veertiende eeuw een huis gebouwd door een telg uit het geslacht Beeckestijn. Zijn nazaten verkochten Beeckestijn in 1648 aan Nicolaas Corver, wiens weduwe het goed in 1659 verkocht aan Goycke Elberts. In 1687 erfde Jan Trip de bezitting. Diens zoon, Jan Trip, was gehuwd met de schatrijke PetronelIa van Hoorn en hij liet het huis ingrijpend verbouwen. Hun schoondochter verkocht Beeckesteijn in 1742 aan Jacob Boreel en in zijn geslacht zou de buitenplaats twee eeuwen blijven. In 1771 werd door een drastische uitbreiding en verbouwing het tegenwoordige uiterlijk aan het huis gegeven. In de jaren dertig van onze eeuw raakte het buiten in verval en na de Tweede Wereldoorlog was het huis zo vervallen, dat een sloopvergunning reeds was afgegeven. Gelukkig is het huis toch nog gered en het pronkt thans weer in oude luister.

4. Het huis te Bennebroek was de zetel van de latere ambachtsheren, doch een kasteel heeft hier nimmer gestaan. Olivier Trompetter ontving in 1605 een stukje grond, grenzende aan zijn blekerij, in erfpacht van de heer van Heemstede. Als Olivier van Clarenbeecq verkoopt hij zijn bezit in 1628 aan Andries Ramp, die dit in 1638 over deed aan Pieter Lonquespee, die de hofstede de naam Duynwijk gaf. Zijn dochter verkocht Duynwijk in 1652 aan Jan Hooft en deze in 1657 aan Adriaan Pauw. Voortaan was het goed, dat in 1761 voor het eerst Huis te Bennebroek wordt genoemd, zetel van de heren van Bennebroek. Anna Christina Pauw brengt door huwelijk de bezitting aan het geslacht Sohier de Vermandois. Willem de Bruijn werd in 1738 eigenaar door koop; Johannes Nutges wordt dit in 1761. Het goed vererfde op de familie Willink en werd omstreeks 1950 aan de Nederlands Hervormde Gemeente geschonken. Het door Saraber omstreeks 1850 verbouwde huis werd in 1972 gesloopt.

5. Den Berg werd in de veertiende eeuw bewoond door het geslacht Van den Berghe, dat in de zestiende eeuw opgevolgd wordt door de Van Haersolte's. In 1608 kwam de bezitting aan Seino Rengers en in 1649 door huwelijk aan Hendrik van Coevorden. Willem Jan van Dedem kocht in 1703 het landgoed, dat sindsdien in zijn geslacht is gebleven. Hij brak het oude huis af en bouwde ongeveer vijftig meter westwaarts het thans nog bestaande landhuis in eenvoudige achttiende-eeuwse stijl. In het midden van de negentiende eeuw werd de middenpartij van de achtergevel driezijdig uitgebouwd en het koepeltorentje aangebracht. Ook werden er meer vensters in de achtergevel gemaakt.

6. Omstreeks 1345 bestond hier reeds de vroonhoeve van de heer van Bergen uit het geslacht Van Haemstede, dat tot 1438 Bergen behield om opgevolgd te worden door dat van Van Borselen. Reeds in 1507 vinden we de Brederede's als heer van Bergen, die in 1588 door de heren van Holstem-Schouwenburg werden opgevolgd. Zij en hun opvolgers, de Sterneburg's en de Van der Lippe's, bleven eigenaar tot 1641, in welk jaar het geslacht Studler van Surck de heerlijkheid kocht. Daarna werden de volgende geslachten eigenaar: Nassau-Bergen (1707-1797), Mulert (1797-1815), Barnaert (1815-1851) en Van Reenen. Thans is de Volkshogeschool eigenaresse. De Spanjaarden verwoestten het huis in 1574, dat eerst in 1642 werd herbouwd. Van het oorspronkelijk ontwerp kwamen slechts de vleugels gereed. Het nu nog bestaande huis is de in de vorige eeuw verbouwde linkervleugel.

7. Dit huis, dat ook wel het huis te Limmel wordt genoemd, wordt het eerst vermeld in 1284, wanneer het door de hertog van Brabant wordt verwoest. Jan van Heelu, de zanger van de slag bij Woeringen, noemde het toen Lima1e. Na aan verschillende eigenaren te hebben behoord, kwam Limmel in de eerste helft van de zestiende eeuw in het bezit van de balie Biezen van de Duitse Orde. Sedert 1651 wordt het Bethlehem genoemd. Het tegenwoordige huis bezit nog restanten uit de zestiende en zeventiende eeuw, doch het tegenwoordig aanzien ontstond voornamelijk in 1807. In de negentiende eeuw behoorde het kasteel aan de families Bettonville, Stevens en Regout. De tegenwoordige eigenaresse is de Stichting Katholieke Hogere Hotelschool en het huis is in gebruik als internaat van die school.

8. De oudste naam is De Blauwe Kamer en vermoedelijk werd dit slotje omstreeks 1400 gebouwd door Claes die Voogt, hoewel het later meermalen verbouwd en gemoderniseerd werd. Het is dikwijls van eigenaar veranderd; zo treffen we er de volgende namen aan: Van Emmichoven (1412), de Johannieter Orde (circa 1420), Heymans (circa 1495), reeds enige jaren later Back, Van der Dussen (1514), Vierling (circa 1545), Grammay (1546), Tack (1555), Van Doorn (1562), Van de Kieboom (1591), Van Kinschot (1593), Vereist (1627). In 1645 ten slotte werd het slotje verkocht aan de norbertinessen van Sint-Catharinadal te Breda, die er nu nog hun klooster hebben. De kloosterkerk rechts op de ansicht werd in 1816 gebouwd, doch in 1904 vervangen door een neogotische kerk, die echter in 1964 op haar beurt werd vervangen door een minder opvallende, die goed aansluit bij het laatgotische slotje.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek