Nederlandse Kastelen in oude ansichten deel 2

Nederlandse Kastelen in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J. Harenberg
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0064-9
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Nederlandse Kastelen in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

9. Het kasteel Bleijenbeek te Afferden moet gezien worden als de opvolger van het slot te Afferden, dat aan de Maasoever gelegen was. Het werd bewoond door de heren Schenck van Nideggen, een familie die rijk was aan militairen en bastaardzoons. De laatste noch ter uit deze tak Schenck trouwde met een Van Hoensbroek en bracht Bleijenbeek in dit geslacht, dat thans nog in Duitsland leeft. Frans Lothar, graaf von und zu Hoensbroeck, verkocht het kasteel in 1918, dat snel van de ene in de andere hand over ging. In de vorige eeuw is het een tijdlang als franciscanenklooster in gebruik geweest en in die tijd werd een kapel bijgebouwd. In 1911 brandden de bijgebouwen af, die vervolgens werden herbouwd, doch in 1945, toen de heer Jurgens eigenaar was, werd het hoofdgebouw door oorlogshandelingen in een ruïne herschapen. Tegenwoordige eigenaar is The Hollyden Foundation.

10. De Bonenburg was in de zeventiende eeuw bezit van het geslacht Van Bonenburg genaamd Honstein, dat in 1633 het huis bouwde en er de eigen naam aan gaf. Reeds vijftig jaar later werd de bezitting verkocht aan Daniel Smout, daarna aan Gerhard Johan van Galen. De Bonenburg vererfde achtereenvolgens op de geslachten Van Uffelen (1719), Daendels (1723) en Op ten Noort (1739-1830). In de negentiende eeuw was de familie Van Regteren Altena eigenaar en omstreeks 1850 kreeg het huis bij een zeer ingrijpende verbouwing het aanzien zoals op de ansicht. Jammer genoeg heeft men een tiental jaren geleden de grote negentiende-eeuwse spiegelruiten vervangen door namaak achttiende-eeuwse wafelruitjes die daar niet horen. Het landgoed werd in 1953 door de familie Van Regteren Altena verkocht aan het Gelders Landschap. Huis en landgoed zijn daarna gescheiden.

11. In 1217 was de burcht Haren in het bezit van de heren van Haren. Door de bisschop van Luik werd de burcht in 1318 ingenomen en tot de grond toe afgebroken. De naderhand weer herbouwde burcht ging in het begin van de veertiende eeuw door vererving over op het geslacht Van Hamal en in 1450 aan dat van Scheiffart van Merode, dat in 1580 opgevolgd werd door het geslacht Van Merode. Borgharen werd in 1647 gekocht door Philibert van Isendocrn à Blois, commandant van Maastricht. Deze liet het kasteel op grootscheepse wijze uitbreiden met gebruikmaking van het oude muurwerk. Omstreeks 1760 onderging het kasteel nogmaals een verbouwing, die het ongeveer het tegenwoordige uiterlijk gaf. Van de Van Isendoorns ging het kasteel over op Van der Heyden à Blisia door koop (1680), door huwelijk aan De Rosen (732), De Brigode de Kemlandt (1850), De Selis Longchamps tot 1911, daarna wederom De Rosen en De Moffarts. In 1951 werd hotelhouder A.G. de Cocq door koop eigenaar.

12. In 1396 wordt Gerrit van (den) Bramei genoemd en zijn nageslacht blijft hier tot omstreeks 1540, wanneer Lenzo Vehr eigenaar wordt. Van 1685 tot 1797 zijn de Van Hasselts eigenaar, waarna Den Bramei enige malen snel van eigenaar verandert en wel achtereenvolgens Reinier ten Behm Wentholt, Johan Frederik Nering Bögel, George Frederik Kummich en ten slotte, in 1824, Carel Jan Julius Storm van 's Gravesande. Na de dood van de zoon van laatstgenoemde werd het kasteel gekocht door Heinrich Thate, in wiens nageslacht het huis nog is. Het tegenwoordige huis werd omstreeks 1645 gebouwd door Willem Veer, doch Johan van Hasselt bouwde dat in de eerste helft van de achttiende eeuw uit tot een landhuis van vijf ramen breedte. Imilius Frederik Storm van 's Gravesande is aansprakelijk voor het tegenwoordige uiterlijk. In 1868 werd een neorenaissance uitbouw aan de achterzijde gebouwd en in 1881 de neogotische ingangspartij, alsmede het leien dak met het koepeltorentje.

13. In de veertiende eeuw is er reeds sprake van een "hoeve to Brekinchem", doch de eerst bekende bezitter is Johan van Moerbecke, die in de zestiende eeuw leefde. Zijn dochter bracht door huwelijk de Brecklenkamp aan de Bentincks. In 1633 werd het tegenwoordige huis gebouwd door Everhard Bentinck en Euphemia van der Marck. Omstreeks 1790 verkocht Herman Otto Bentinck het goed aan Levin von Elberfeldt tot Langen, na wiens dood in 1804 de richtersfamilie Zegers eigenaar werd. Deze bouwde in 1844 een rechtervleugel. Mevrouw Backer van Leuveri-Zegers overleed in 1900 en een jaar later werd door koop de heer Van Blanken van Beugelscamp eigenaar, die het een paar weken later overdroeg aan de baron Van Heeckeren van Twickel. Het vervallen huis werd in de Tweede Wereldoorlog gerestaureerd door de Twentse industrieel Van Heek. Het behoort aan de Stichting tot Instandhouding van Huize Brecklenkamp en is in gebruik als jeugdherberg.

14. In 1350 kocht Jan van Polanen Stad en Lande van Breda van de hertog van Brabant. Zijn kleindochter huwde in 1403 met Engelbrecht van Nassau en bracht Breda aldus aan de Nassau's. Hendrik III van Nassau liet in 1530 Breda na aan zijn neef René van Chalons, die de heerlijkheid op zijn beurt in 1544 naliet aan Willem van Oranje. In 1795 werden alle goederen van de Nassau's door de Republiek verbeurd verklaard, doch na het vertrek van de Fransen teruggegeven. Koning Willem I bestemde het kasteel in 1826 tot militaire academie, welke bestemming het nog steeds heeft. Het kasteel van de Polanens werd op last van Hendrik III van Nassau door Thomas Vincider uit Bologna herschapen in een paleis. De bestemming tot militaire academie heeft veel schoons verloren doen gaan door het verhogen van het gebouw met een verdieping. Circa vijftien jaar geleden werden de hoektorens van het hoofdgebouw met een verdieping verhoogd.

15. Het kasteel Bijsterveld wordt ook wel het Huis te Oirschot genoemd en mogelijk ontleent het geslacht Van Bijsterveld aan dit kasteel haar naam. Riohard de Merode was in 1558 eigenaar van de halve heerlijkheid en zij was in het laatst van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw het eigendom van het geslacht Sweerts de Landas. Oeds Oenes van den Berg was in 1846 woonachtig op Bijsterveld. In 1903 werd het huis, dat tot dan particulier bewoond was geweest, betrokken door de paters montfortanen die hier hun groot seminarie stichtten. Zij verlieten hun klooster in 1969, waarna gezocht is naar een bestemming voor de gebouwen. Het huis, de opvolger van het oude kasteel, werd in 1775 opgetrokken. Ten behoeve van de nieuwe bestemming werden in onze eeuw moderne aanbouwen toegevoegd.

16. Reeds omstreeks 1250 wordt Cartils genoemd en het was toen in het bezit van de heren van Cartils, die zich later Hoen van Cartils gingen noemen. Het kasteel stond in de achttiende eeuw lange tijd onbewoond en schijnt toen een plaats van samenkomst te zijn geweest voor de bokkenrijders. Slechts een gedeelte van het gebouw stamt uit de bouwtijd, zoals de toren aan de achterzijde, doch de rest is in 1883 door de toenmalige eigenaar, de heer Trijns, gebouwd. De zeventiende-eeuwse poorttoren werd in 1721 en 1863 gerestaureerd en bewaart nog goed het oorspronkelijke karakter. Thans behoort Cartils reeds geruime tijd aan het geslacht Janssen de Limpens.

17. Sweder van Kervenheim bouwt in 1520 een huis op een pol aan de Berkel, genaamd Die Cluse. Een geslacht Ter Cluse komt reeds op het einde van de veertiende eeuw voor en dit houdt het kasteel tot 1547. Door huwelijk komt het dan aan de Van Keppels. Na hen zijn eigenaar: Schimme1penninck van der Oye (1637), Van Heeckeren (1745), terwijl in het begin van de negentiende eeuw mr. W.P. Hubert eigenaar was. Het vererft op de familie Sickesz, doch wordt in 1907 verworven door mI. J. Bieruma Oosting en in 1930 gekocht door J. Sickesz. Het landgoed komt dan in handen van een grondspeculatiemaatschappij, herbergt een tijd lang een rooms-katholieke instelling en wordt in 1961 in gebruik genomen door de Politieopleidingsschool Noord-Oost Nederland. Het in oorsprong zeventiende-eeuwse huis werd in 1886 door Nic. Molenaar tot het neorenaissance gebouw van nu verbouwd.

18. Op deze ansicht vertoont Coelhorst bij Amersfoort zich als een huis uit de zeventiende eeuw. Het was in 1647 geheel gerestaureerd, doch helaas in 1940 op last van de Nederlandse militaire autoriteiten door brand vernield. Het werd in 1952 op eenvoudige wijze herbouwd doch de torentjes zijn niet teruggekomen. Coe1horst of Keulhorst dankt zijn ontstaan aan de ontginning van het Hoogland in de elfde en twaalfde eeuw, waarbij een gedeelte aan de heren van Lochorst kwam. Adam van Lochorst verkocht het goed aan het huis van Abcoude en in 1360 werd N. Ghelen ermede beleend. Sedert het begin van de vijftiende eeuw was het geslacht Van Zoest eigenaar, vervolgens in 1546 de familie Van Estveld en begin zeventiende eeuw de familie Van Westreenen. J.H. Dierout verkoopt het in 1759 aan E.B. Wittert, die het in 1771 overdeed aan V.M. van Tuyll van Serooskerken. In diens nageslacht bleef het tot 1957, toen het vererfde aan de familie Beelaerts van Blokland.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2022 Uitgeverij Europese Bibliotheek