Nederlandse Kastelen in oude ansichten deel 2

Nederlandse Kastelen in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J. Harenberg
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0064-9
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Nederlandse Kastelen in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

19. De Coendersborg is ontstaan uit de drie heerden Fossema, Harckema en Heringe en personen van deze naam komen reeds in de vijftiende eeuw voor. In 1647, toen de drie heerden reeds in één hand waren gekomen, verkoeht Iwo Auwema zijn bezit aan zijn tante Eetke Fossema, weduwe Hymersma. Haar erfgenamen verkochten dit weer aan Ludolf Coenders, die hier een buitenverblijf stichtte. Zijn zuster Etta, weduwe van lwo Auwema, erfde de Coendersborg in 1679, die zij in 1699 verkocht aan haar schoonzoon Oene van Teyens. Zijn nazaten overleden ongehuwd in 1857, 1862en 1866 en lieten de borg na aan J. Lunsingh Tonckens, wiens kleindochter in 1911 eigenaresse werd. Zij, Margaretha Wichers, liet na haar dood in 1951 de borg na aan mr. dr. A.D.H. Fockema Andreae, die dit landgoed in 1956 verkocht aan Het Groninger Landschap, die nog eigenaresse is.

20. Evenmin als de Coendersborg is de Crackstate van middeleeuwse oorsprong, doch is ook dit huis als landhuis gebouwd. In 1608 werd het gesticht door Hypolitus Crack, grietman van Aengwirden. Het eenvoudige huis, bestaande uit twee evenwijdig lopende vleugels, werd omstreeks 1660 vergroot met het voorgebouw in classicistische stijl, zoals op de foto is te zien. Het gebouwen de tuin zijn gedeeltelijk omringd door een sloot, waarover een brug uit 1775. Het hek dateert van 1815. De Staat der Nederlanden kocht de state in 1833, die onder meer gediend heeft als kantongerecht, politiebureau en belastingkantoor. De gemeente Heerenveen kocht het intussen nogal vervallen gebouw in 1949 van de staat en richtte het na de restauratie in 1952 als gemeentehuis in.

21. Het tegenwoordige huis is uit omstreeks 1600. In 1765 werden de Gelderse topgevels gesloopt en de voorgevel van regelmatige vensters voorzien. In 1190 wordt een geslacht De Dammo genoemd, dat mogelijk hier een huis bezat. In 1399 draagt Gijsbert van Nettelhorst het goed, dat tevoren behoord had aan Evert van den Damme, op aan Johan van der Capellen, uit wiens geslacht Den Dam in 1653 vererfde op Philips van Go1tstein, wiens weduwe het goed in 1701 verkoopt aan A.J. van Keppel. W.A. Keppel, tweede graaf van Albemarle, verkoopt Den Dam in 1744 aan F.R.E. van der Capellen, wiens kleindochter de bezitting door huwelijk weer aan de Van Goltsteins brengt. Mr. Willem van Go1tstein verkoopt Den Dam in 1895 aan C.B.H. de Bruyn, van wiens erfgenamen in 1923 het landgoed gekocht werd door G.H. de Marez Oyens. Na een verkoop in 1934 aan mr. J.L. Sölner kwam Den Dam in 1937 aan jhr. mr. J.J.B. Bosch ridder van Rosenthal, wiens schoonzuster de tegenwoordige eigenares is.

22. In 1330 wordt Diepenheim reeds genoemd als bezitting van de bisschop van Utrecht. Het oude slot, bekend als "die boergh van Diepenheim", schijnt in 1536 verwoest te zijn door George Schenck van Toutenburg. Het tegenwoordige huis werd in 1648 door de architect Ph. Vingboons tegen de oude kasteelbelt gebouwd. Dit huis werd enige malen verbouwd, het laatst in 1928, toen de achtergevel hoger werd opgetrokken. De linker dienstvleugel was toen reeds verdwenen; het torentje rechts al aangebracht. Met de afzwering van Philips II kwam Diepenheim aan de Staten van Overijssel, die de grond, waarop het huis had gestaan, verkopen aan Henriek Bentinck, in wiens geslacht Diepenheim blijft tot 1815, toen het gekocht werd door mr. G.J.O. Dikkers. Deze droeg het in 1818 over aan L.A. Sloet en in 1867 werd G.J.c. Schimmelpenninck eigenaar door koop. Thans behoort huize Diepenheim aan de familie De Vos van Steenwijk.

23. Oorspronkelijk heette dit kasteel De Bocht, later werd het Dommelrode genoemd en het behoorde aan de familie De Luwe. Dan komt het goed aan Marcus van Gerwen, die het huis in 1605 herbouwde en na zijn dood in 1645 Dommelrode naliet aan de kinderen van zijn zuster, gehuwd met Gilles van der Vorst. Vervolgens is het bezit van baron Van Loonbeek, die het moest verkopen en wel aan Louis Gualthery en Johan van de Kerkhoff in 1672. Dan zijn meerdere personen eigenaar van een deel, doch in 1762 wordt Willem Vincent Bangeman bezitter, die echter de kooppenningen niet kan voldoen, zodat in 1764 weer verkoop volgt en wel aan Maurits van Nassau la Lecq. Vervolgens kwam het kasteel in 1775 aan Wigbert Crommelin, in 1780 aan Frederik Hendrik van Teisenhausen en in 1804 aan Gerard de Jong. Het huis werd in 1819 augustinessenklooster, na aankoop door de gemeente St. Oedenrode in 1954 gemeentehuis. De aangebouwde kloostergedeelten zijn goeddeels verdwenen.

24. In 1358 wordt Duistervoorde genoemd als bezitting van Herman van Apeldoorn. Dorothea van Apeldoorn brengt door haar huwelijk in 1596 Duistervoorde aan het geslacht Van Steenbergen. Het goed vererfde in 1667 op Johanna van Voorst, gehuwd met Derk van Stepraedt. Maria Agnes van Stepraedt huwde in 1743 met Willem Caspar van Doornick en hun dochter bracht de bezitting door huwelijk in het geslacht Von Nagell, Omstreeks 1830 werd Duistervoorde door de Von Nagells verkocht aan J.C. Goldenberg. die het in 1863 overdroeg aan J.H. Timme. Laatstgenoemde liet het oude huis geheel moderniseren, zodat het huidige, rechthoekige huis ontstond dat in niets meer herinnert aan het vroegere. Bij publieke veiling in 1878 werd het Rooms-Katholieke Kerkbestuur eigenaresse, dat naast het huis in 1887 een kerk liet bouwen. Het huis zelf werd als klooster ingericht en heette toen St.- Anthoniusgesticht.

25. Dukenburg was oorspronkelijk zetel van het gelijknamige geslacht. Later is het bezit geweest van Herman van Sandwyck en omstreeks 1500 is het eigendom van de familie Van Boedtbergen. Willem van Boedtbergen overleed in 1576 en liet Dukenburg na aan zijn dochter Margaretha, gehuwd met Hendrik Valckenaer. Nadien waren de volgende geslachten bezitter: Van Schuylenburg (1688), De Quay (1736), Snouckaert van Schauburg, Rutgers van Rozenburg (1798), Coole (1817), Segers (1823), Ten Zeldam Ganswijk (1880), Van Roggen (1890), Van Haaren (1898) en Essers. Thans bevindt Dukenburg zich in een stadswijk van die naam te Nijmegen. Het oorspronkelijke huis werd in 1585 verbrand en daarna weer herbouwd, hetgeen in de achttiende eeuw opnieuw zou geschieden, doch alleen de oranjerie werd voltooid en later tot woonhuis ingericht. In 1822 was het meeste gesloopt, slechts een vleugel van die oranjerie, het thans nog bestaande huis, is gebleven.

26. Zweder van Abcoude bouwde in het midden van de dertiende eeuw een kasteel waarvan nu nog resten over zijn. Jacob van Gaesbeek, heer van Abcoude, werd in 1449 gedwongen het kasteel af te staan aan de bisschop van Utrecht. In de tweede helft van de vijftiende eeuw resideerde hier bisschop David van Bourgondië, die het oude kasteel prachtig liet uitbouwen en vergroten. Als opvolger van de bisschoppen van Utrecht werd Karel V in 1528 eigenaar, doch bij de afzwering van zijn zoon Philips II, kwam Duurstede aan de Staten van Utrecht. In het rampjaar 1672 hebben de Fransen dusdanig huisgehouden in het kasteel, dat het zich sindsdien als ruïne vertoonde. Deze ruïne was omstreeks 1840 eigendom van Jan Hendrik baron van Lynden, die haar in 1852 aan de stad schonk. De omringende gronden werden toen aangelegd als stadspark en de ronde toren als museum ingericht.

27. Evert van Essen, gehuwd met Margaretha, erfdochter van Eerde, had een sterke, houten burcht laten bouwen, van waaruit hij de omgeving lastig viel. Dit leidde ertoe dat de bisschop van Utrech t, samen met Deventer, Kampen en Zwolle, deze burcht in 1380 innam en verbrandde. In het begin van de zestiende eeuw kwam Eerde aan het geslacht Van Twickelo. In 1521 werd het kasteel door de Zwollenaren verwoest. Door huwelijk ging de bezitting in 1588 over aan de Van Renesse's en in 1706 verkocht douairière Schaap van Winsum, geboren Van Renesse, het landgoed aan Johan Werner van Pallandt. In 1715 verrees het tegenwoordige huis. In 1924 werd het kasteel geschonken aan de Internationale Orde van de Ster van het Oosten, wiens stichter, Krishnamurti, het landgoed in 1931 teruggaf aan de Van Pallandts. Eerde behoort thans aan de N.V. Eerde (familie Van Pallandt en Natuurmonumenten) en is in gebruik als Quakerschool.

28. De heren van Egmond worden voor het eerst in de twaalfde eeuw genoemd; zij worden later tot graaf verheven. In 1573 werd het kasteel door de troepen van Sonoy in brand gestoken. Lamoraal van Egmond werd in 1568 op bevel van A1va te Brussel onthoofd en zijn goederen werden verbeurd verklaard, doch in 1574 aan zijn familie teruggegeven, die ze in 1607 aan de Staten van Holland verkochten. Van hen kocht Gerard van Egmond van de Nijenburg in 1722 de ruïne en zijn zoon liet twee torens herbouwen. Het kasteel kwam vervolgens aan de familie Van Foreest en door huwelijk aan de familie Tinne (1793). In 1798 werden de ruïnes voor afbraak verkocht, uitgezonderd de rentmeestertoren, die in 1836 hetzelfde lot onderging. Slechts de muurbrok op de ansicht bleef over. In 1933 werden de fundamenten in werkverschaffing ontgraven en boven het maaiveld opgetrokken.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2022 Uitgeverij Europese Bibliotheek