Nederlandse Kastelen in oude ansichten deel 2

Nederlandse Kastelen in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J. Harenberg
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0064-9
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Nederlandse Kastelen in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

29. De Ehze was in het begin van de veertiende eeuw eigendom van een tak van het geslacht Van Heeckeren, dat zich ook wel Van der Ese noemde. Het goed vererfde in 1514 op de Van Coeverdens en in het midden van de zestiende eeuw op de Van Mervelds. In 1597 komt het op die wijze aan het geslacht Van Lintelo. Maurits Ripperda huwt in 1724 met Anna M.D. van Lintelo, die De Ehze in 1769 nalaat aan haar neef A.W.C.W. van Pallandt, die het kasteel in 1777 verkoopt aan L.H. van Oyen, De volgende bezitters zijn: J.L. ten Behm von Knuth en J.D. Langenberg, beiden door vererving, 1831 A. van Zuylen van Nijevelt, 1866 K.G.W. van Wassenaer, 1894 W.C.G. van Welderen Rengers, 1905 D.J. v.d. Honert en 1921 K. Vellinga. De dochter van laatstgenoemde is thans eigenares. In 1610 werd een kasteel gebouwd, dat omstreeks 1820 voor tweederde deel werd afgebroken. De ansicht toont het restant na de verbouwing van 1908. Dit huis werd in 1917 vervangen door het tegenwoordige.

30. Oorspronkelijk heeft ongeveer op de plaats van het huidige landhuis het Popingehuis gestaan en leden van het geslacht Popinge komen herhaaldelijk voor in de zestiende eeuw. In 1648 bouwde Johan Eeck een huis, dat in 1772 vergroot werd. Naar deze Johan Eeck werd het huis Ekenstein genoemd. Luyrt en Jan Dorenbusch kochten het landgoed in 1723. In 1754 werd het aan O.J. Alberda van Nijenstein verkocht door Jan Gerrits Beerta, die toen eigenaar was. Het huis werd in 1827 vernieuwd en in 1870 in neo-gotische stijl verbouwd. Het park werd in 1827 door de tuinarchitect Roodbaard in Engelse landschapsstijl uitgebreid en herschapen. Na 1933 bleef het huis onbewoond, in 1940 werden de inboedel en de tuin sieraden verkocht en het landgoed werd ten slotte door de erven Alberda in 1946 aan de gemeente Appingedam verkocht. Bij de verbouwing van het huis tot hotel werden de neo-gotische ornamenten helaas grotendeels verwijderd.

31. De oorspronkelijke burcht van Elsloo heeft meer westelijk gestaan en werd tussen 1613 en 1649 door de Maas overspoeld. Van het latere kasteel bestaan nog slechts de economiegebouwen, waarin thans het hotel "De Haam" is gevestigd. De rest werd bij branden in 1835 en 1885 verwoest. De overwegend negentiende-eeuwse restanten zijn in een prachtig park gelegen. Elsloo zou het oude Aslao zijn, waar in 860 koning Lotharius vertoefde en de Noormannen zich in 881 ophielden. In 1218 leefde Hermanus de Elsloo. Het latere kasteel kwam in 1818 aan de graaf de Geloes, wiens dochter een markies de Grimaldi, geparenteerd aan het vorstenhuis van Monaco, huwde. Sedert 1959 zijn kasteel en park in het bezit van de gemeente Elsloo. In 1959 en latere jaren werden de resten van het oude kasteel in de Maas teruggevonden door kikvorsmannen.

32. Voor het eerst wordt Endegeest genoemd in 1307 en het is dan eigendom van het gelijknamige geslacht. Dirc Boudijnss. van Zwieten is eigenaar in 1439, waarna gedurende twee eeuwen de bezitting vele malen van eigenaar veranderde. In 1639 blijkt Endegeest te behoren aan het geslacht Van Foreest van Schouwen, dat in 1648 reeds opgevolgd wordt door dat van Van Berchem. Na de familie Van de Rijd van Woestwezel worden de graven Van Gronsfeld in I 74 7 eigenaren, terwijl de familie Radermacher Endegeest het in 1786 verwerft. De laatste particuliere bewoners zijn leden van de familie Gevers, die het kasteel van 1800 tot 1895 bewoonden. In laatstgenoemd jaar werd het landgoed gekocht door de gemeente Leiden. Op het landgoed verrees een psychiatrische inrichting. De oude burcht werd in de Spaanse tijd verwoest; omstreeks 1650 verrees het tegenwoordige huis.

33. In 1583 is de Engelenburg eigendom van de familie Schimmelpenninck van der Oye en vererft in 1694 op de familie Van Laer. Nogmaals vererfde het goed, nu in 1732 op het geslacht Van Heeckeren, doch in 1776 werd de Engelenburg verkocht aan het echtpaar Stierling, dat het spoedig daarna overdeed aan het echtpaar Van Braam. R.J. van der Capellen kocht het goed in 1781, om het tien jaar later te verkopen aan de freules Van der Heyden, waarna de erven een groot deel van het landgoed verkochten aan mevrouw Van Walrée-van Lennep, na wiens dood in 1843 A.T.L. Metelerkamp eigenaar werd. Frederik Boogaardt werd in 1877 eigenaar, die het landgoed verkocht aan jonkheer S. van Citters. Thans is de Algemene Bank Nederland eigenaresse. Het oorspronkelijke huis had een hoog torenachtig paviljoen in het midden, geflankeerd door twee vleugels. Bij een verbouwing in het begin van de vorige eeuw werd alles onder één dak gebracht.

34. Reeds in 1326 wordt "'t Goet te groten Engehusen" vermeld met als eigenaar Evert van Enghusen. Uit zijn geslacht gaat het goed in 1488 over aan het geslacht Van Voorst en in 1619 wordt Franco van Sweten, zwager van Assueris van Voorst, de eigenaar. Evert van Heeckeren van Nettelhorst wordt bezitter van Enghuizen in 1636 en zijn nageslacht zal hier blijven totdat Marguérite Christine van Heeckeren in 1906 huwt met Adolph Zeger van Rechteren Limpurg en Enghuizen aldus in zijn geslacht brengt. Het oude huis zou op het eilandje in de grote vijver hebben gestaan, doch in 1835 werd een aanvang gemaakt met de bouw van een paleisachtig huis, dat echter in 1945 door onvoorzichtigheid van de geallieerde troepen gedeeltelijk uitbrandde en helaas in 1948 werd afgebroken. Het vroegere tuinhuis werd door de Van Rechterens tot landhuis ingericht.

35. Een oorkonde uit 1391 noemt Sebo Ennema Midwoldanus, die mogelijk bezitter was van een aantal gronden, toen nog aan de Dollart gelegen. Door overstromingen werd Midwolda overspoeld en ook de Ennemaborg ging hieraan ten gronde. Later, toen deze gronden weer ontgonnen werden, was het goed in de zestiende eeuw van het geslacht Duircken om vervolgens te vererven op de families Clinge en Aaron, later Hora genaamd. Wilhelmus Hora brak twee torens af en maakte van het huis een laatachttiende-eeuws landhuis. Ook de binnengracht werd gedempt. In 1817 werd de Ennemaborg publiek geveild en kopers waren de heren Van Beyma en Telting. Later werd het bezit ondergebracht in de N.V. Ennemaborgh en werd het huis gebruikt door de Nederlandsche Heidemaatschappij. Omstreeks 1965 ging de Ennemaborg over aan de stichting Het Groninger Landschap.

36. Oorspronkelijk stond hier het praemonstratenser dubbelklooster De Olijfberg of Mons Oliveta, dat reeds in 1287 wordt vermeld. Dit klooster werd na de hervorming geseculariseerd en de goederen vervielen in 1580 aan de Staten van Friesland, die ze in 1644 verkochten aan Sjouck van Fogelsangh, weduwe van Jacob Pybes van Doma. Haar zoon Dirck noemde zich eveneens Van Fogelsangh, haar zoon Pibo noemde zich Van Doma. Pibo's dochter Catharina huwde Petrus van Rosema en bracht de state in diens geslacht. In 1721 vererfde het goed op Anna van Glinstra-van Scheltinga; in 1728 op haar dochter Wija Catharina van Heemstra-van Glinstra. De kleindochter van laatstgenoemde, Cecilia van Haren-van Heemstra, erfde het landgoed dat zij in 1836 naliet aan H.L. van Heemstra, wiens dochter H.A.L. van Welderen Rengers-van Heemstra de state naliet aan haar neef B.Ph. van Harinxma thoe Slooten, de tegenwoordige eigenaar. Het huis herbergt een museum.

37. Reeds in 1327 wordt gewag gemaakt van een bisschoppelijk leengoed Vriesenewijc bij Deventer (Diepenveen). Van dit goed is bekend dat het in 1560 na het overlijden van mr. Gerlich Doys aan diens kleinzoon Johan van Middagten kwam. In diens nageslacht zal het geruime tijd blijven, totdat de laatste Van Middagten van de tak Frieswijk, Richmonde Augusta Judoca Henrica, in 1856 huwt met Antonius Franciscus Vos de Wael, zoon van E.L.A. Vos de Wael en Anna Maria van Middagten van Frieswijk, en op deze manier Frieswijk aan de familie Vos de Wael brengt. Het herenhuis is in de twintigste eeuw verdwenen; slechts het parkachtige bos is overgebleven alsmede de negentiende-eeuwse bijgebouwen.

38. Het huis Gebroek te Beek is een van die huizen die in feite geen recht hebben op de betiteling "kasteel", aangezien op deze plaats nimmer een versterkt huis heeft gestaan. Het is een vierkante boerenhoeve met brouwerij zoals er zo veel in Zuid-Limburg zijn. Gebroek werd reeds in 1381 vermeld. Het tegenwoordige huis werd in 1656 gebouwd, doch een der vleugels werd in de tweede helft van de achttiende eeuw uitgebouwd tot landhuis, omringd door een mooi Engels park en visvijvers. In de vorige eeuw was het goed het eigendom van een baron De Rosen, later van baron De Coune; in onze eeuw was het lang eigendom van de heer A.M.l. Meuwissen en thans is mr. L.H.W. Regout eigenaar.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2022 Uitgeverij Europese Bibliotheek