Nederlandse Kastelen in oude ansichten deel 2

Nederlandse Kastelen in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J. Harenberg
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0064-9
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Nederlandse Kastelen in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

59. Er bestaat een Oud-Herlaer te Vught, terwijl Nieuw-Herlaer te St. Michielsgestel gelegen is. Oud-Herlaer behoorde in de veertiende eeuw aan het geslacht De Homes. Van dit huis bestaat nog een bijgebouw. In 1544 bouwde een lid van het geslacht Prouninek gezegd Van Deventer een kasteel in de heerlijkheid Gestel (later St. Michielsgestel genoemd), dat hij Nieuw-Herlaer noemde. Het huis werd in 1799 door het bisdom 's-Hertogenbosch ingericht tot seminarium, dat in 1839 overgebracht werd naar Haaren. Het jaar daarop werd het doofstommeninstituut uit Gemert er in ondergebracht, dat later verhuisde naar een nieuw gebouw te St. Michielsgestel, waarna op Nieuw-Herlaer Franse benedictinessen hun intrek namen. Het oude huis is vergroot met diverse kloostergebouwen die het aanzien niet verfraaien. Bij de laatste restauratie is de torenbekapping weer voorzien van een ui.

60. Dit kasteel wordt ook wel Merekenburg genoemd. Het was in 1272 in het bezit van een lid van het machtige geslacht Van Arkel, waaruit een erfdochter het in het begin van de zeventiende eeuw door huwelijk aan het geslacht De Thiennes brengt. In 1734 wordt Heukelum door P.R.H. de Thiennes, dan De Thiens geheten, verkocht aan Jan van der Stel. De erven van de broer van laatstgenoemde verkopen het kasteel in 1788 aan Justinus van Gennep, wiens zoon het in 1813 overdoet aan A.C. Fabricius. Van de familie Fabricius vererfde het kasteel op de Van Boetzelaers en van deze op de Van Heeckerens, in wiens bezit het thans nog is. Het kasteel werd in 1353 tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten verwoest; de Fransen deden in 1672 hetzelfde. Slechts de poorttoren bleef staan, waar tegen in de eerste helft van de achttiende eeuw het thans nog bestaande huis werd gebouwd.

61. Heyen is een gezellig ratjetoe van gevels en torens, die samen een goed beeld geven van een volledige oude kasteelaanleg van hoofdgebouwen bijgebouwen. Het hoofdgebouw met topgevels en poorttoren stamt uit de eerste helft van de zestiende eeuw; twee aanbouwen op de binnenplaats, afgesloten door een top- en een halsgevel, zijn respectievelijk uit het einde van de zestiende en het einde van de zeventiende eeuw. De bijgebouwen zijn overwegend achttiende-eeuws. De grachten zijn grotendeels gedempt. Het huis Heyen behoorde omstreeks 1520 aan de familie Spanrebroeck. Daarna, circa 1700, aan de Van Diepenbroecks. Tot 1945 behoorde het kasteel aan de familie Wolff Metternich. Niet alleen in de Tachtigjarige Oorlog had het kasteel te lijden van het oorlogsgeweld, ook in latere eeuwen bleef het daarvoor niet gespaard. In 1944 werd het wederom zwaar beschadigd, doch door de tegenwoordige eigenaar, de beeldhouwer Peter Roovers, voortreffelijk gerestaureerd.

62. Oorspronkelijk huisden de heren van Swalmen op de Ouborg, aan het riviertje de Swalm gelegen, waarvan nog een ruïne aanwezig is. Robijn van Swalmen liet in de veertiende eeuw zijn bezittingen na aan Dirk van Oest. Toen werd Hillenraad gebouwd, althans het oudste gedeelte. Het geslaeht Schenck von Nideggen werd in 1487 eigenaar en bleef dat tot 1709 toen het vererfde op het geslacht von und zu Hoensbroech. Precies tweehonderd jaar later, in 1909, kwam Hillenraad aan het geslacht Wolff Metternich, ook door vererving. Thans is mevrouw E. de Guerre-Wolff Mctternich eigenaresse. Het oude slot werd in het begin van de zeventiende eeuw uitgebreid en in 1767 in de huidige vorm gebracht. De Van Hoensbroecks woonden op hun bezittingen in Duitsland en Hillenraad verviel. Zo misten drie van de vier torens hun spits. Na 1909 werd Hillenraad grondig gerestaureerd. De voorburcht werd bijna geheel vernieuwd.

63. Een Albertus de Honlo wordt vermeld in een oorkonde van 1230. Het bezit gaat door vererving over aan het geslacht Van Laar (omstreeks 1458), in welke familie het blijft tot 1692, toen Hoenlo aan een Van Haersolte overging door koop. Uit dit geslacht gaat het kasteel, eveneens door koop, in 1763 over aan de kapitein C.W. Wijborg. die het op zijn beurt weer verkoopt aan J. Teding van Berkhout (1801). Een afstammelinge van laatstgenoemde huwde een Des Tombe en het landgoed behoort thans aan de erven Des Tombe. In 1365 schijnt het kasteel belegerd te zijn door de Deventenaren. Het is ten dele nog uit de middeleeuwen, de vleugels werden in de achttiende eeuw uitgebouwd. In 1897 werd het huis, dat toen een eenvoudige klassieke gevel had, door de architect J.J. van Nieukerken van een nieuwe voorgevel voorzien, die naderhand aan de linkerzijde met één raam breedte werd uitgebreid (op de ansicht nog niet aangebracht).

64. De Nederlandse naam is Holtmeulen; ook wordt het kasteel wel Glasenap genoemd, naar een baron Van Glasenap, die hier zelf munten sloeg, spottend Glasenäpkes genoemd. In 1326 wordt melding gemaakt van het kasteel, dat aanvankelijk aan het geslacht Van Holtmeulen behoorde. In 1580 kwam het aan de weduwe van de laatste Holtmeulen en zij hertrouwde met Walram van Erp. Uit dit geslacht kwam het goed aan de Metternichs en omstreeks 1700 aan de Von Hundts. De erfdochter Von Hundt liet zich ontvoeren door Von Glasenap en huwde hem in 1746. Hierna kwam het kasteel aan de familie Vos de Wael, vervolgens aan de familie De Rijk en het ging door huwelijk in 1883 over aan het geslacht Van Basten Batenburg, dat nog steeds de bezitter is. Het kasteel dateert voornamelijk van de zeventiende eeuw, raakte in de negentiende eeuw in verval en werd toen voor een deel gesloopt. In 1945 liep het vrij veel schade op.

65. Het kasteel van St. Jansgeleen was de zetel van een heerlijkheid, waarvan de eerste heer al in 1286 wordt genoemd. Arnold Huyn van Geleen werd bezitter in 1557; hij werd opgevolgd door een lid van een andere tak van de Huyns, namelijk die van Amstenrade. Dan hebben vervolgens de geslachten Van Salm, De Ligne, Willems en De Marchant et d'Ansernbourg het kasteel in bezit; thans zijn de gebroeders Laugh eigenaar. Het kasteel werd in 1567 gebouwd en was gelegen op een volledig omgracht terrein. Het was sinds 1860 onbewoonbaar en werd na een gedeeltelijke instorting grotendeels gesloopt. Het restant is op de ansicht te zien. De fraaie voorburcht uit 1730 is nog geheel intact en een tiental jaren geleden geheel gerestaureerd.

66. Pieter van den Driesch bouwde in 1515 dit huis in gotische stijl, dat naar hem "Drieschhof' werd genoemd. Zijn zoon herdoopte na een reis in 1557 naar het Heilige Land het huis in Jerusa1em. Aanvankelijk bestond het huis uit drie vleugels en een traptorentje in een van de hoeken van de binnenhof. Deze hof werd omstreeks 1800 dicht gebouwd en de ingang naar de achterzijde verlegd. De gevel op de ansicht is dus in feite de vroegere achtergevel. Andries van den Driesch liet het huis na aan een nicht, die het weer vermaakte aan de jezuïeten van Maastricht; van 1596 tot 1640 was het een buitenverblijf van deze orde. Toen werd het verkocht aan Willem Dolmans, wiens nageslacht het bezat tot 1775, waarna het overging aan de families Kerens en De Crassier. Tegenwoordig behoort Jerusa1em aan de gemeente Maastricht.

67. Niets rest meer van Jongemastate dan het poortje, een voor Friesland typische poort, die vroeger hier veel voorkwamen en waarvan er thans nog enige zijn overgebleven, zoals die van Uniastate te Beers, Lyauckamastate te Sexbierurn en Sjoucksmastate te Waaxens. Het poortje in Rauwerd is in het midden van de zestiende eeuw opgetrokken, maar ontving haar tegenwoordig aanzien in 1603. Hieraan herinnert de steen met de wapens Van Eysinga en Van Heringa. In de vijftiende eeuw komt Edo Jongerna voor, een van de hoofdlieden van de Schieringers. Later waren de Van Eysinga's dus eigenaar van Jongemastate. In de tweede helft van de negentiende eeuw woonde hier de burgemeester van Rauwerderhem, Adrianus van Slooten, en zijn echtgenote jonkvrouw Maria Clara van Sminia. Het park behoort thans aan de stichting It Fryske Gea. Het negentiende-eeuwse huis op de ansicht is afgebroken.

68. In de tweede helft van de zestiende eeuw liet Lubbert van Cuynre "die Nijelanden" ten oosten van Gorssel ontginnen en mogelijk werd toen een huis gebouwd. Het goed was in 1608 bekend onder de naam Jobstede of Nieulant, in 1690 als 't Job. Gosen Cremers was in 1617 eigenaar van Jobs Hofstede, in 1673 is dat de Deventer burgemeester J. van Suchtelen. Een andere burgemeester van Deventer, Hendrik Frederik Bouwer, verwerft het landgoed in 1753 en laat het na aan zijn zoon Arnold Hendrik, die de naam van zijn grootmoeder, Van Markel, aan de zijne toevoegt. Zijn weduwe verkoopt het Joppe in 1827 aan de speculant Lukas Binkhorst, die het een jaar later overdeed aan dr. Antoni Brants. Het landgoed wordt na 1862, het jaar van overlijden van dr. Brants, verkocht aan F.E.A. baron Van Hövell tot Westerflier, in wiens geslacht het landgoed nog is. Het huis werd in het derde kwart van de achttiende eeuw gebouwd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2022 Uitgeverij Europese Bibliotheek