Nederlandse watermolens in oude ansichten

Nederlandse watermolens in oude ansichten

Auteur
:   Hans Frieke, Herman Hagens en A. Meesters
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5816-9
Pagina's
:   112
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Nederlandse watermolens in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

ILR: "0.1391. UitlĀ· ".d. Brook.t Adolfs, Haa.ksbor.on.

'09

7. HAAKSBERGEN, Langelo. De geschiedenis van de "Grevenm6lle" of Oostendorpermolen begint eigenlijk pas in 1633. Voordien lag er een molen ongeveer 1 km stroomafwaarts, wellicht een vervanging van de in de 14e eeuw afgebroken Harremolen onder Buurse. In 1544 werd geadviseerd de toen geruineerde molen stroomopwaarts weer op te bouwen. Deze kwam in 1548 gerced, maar werd in 1584 verwoest. Pas in 1633 werd de nieuwe Oostendorper molen gebouwd. Het is een breed, het beekdal overspannend, complex in vakwerk op zandstenen fundering. Hoewel in 1931 gerestaureerd, spoelde de oliemolen (rechts op de foto) in 1946 bij hoog water in zijn geheel de kolk in. Direct volgde nieuwbouw en tevens herstel van de korenmolen. Op de in 1911 afgestempelde kaart zien we links onder de ladder de resten van het bovenslagrad, dat in droge tijden nog af en toe kon draaien op water van enkele kleine wellen.

8. HENGELO, Oele. Het .maamraadsel" van de Oldemeule is tweeledig: ten eerste is er geen "tegenhanger" onder de naam Nieuwe Molen bekend, ten tweede doet de oudste vermelding "Ole Mole" in 1334 de vraag rijzen of Oldemeule eigenlijk niet gewoon "Oeler Molen" betekent. Verder kan het kasteel met dezelfde naam, dat tot omstreeks 1800 bij de molen stond, deze naam logiseherwijs sleehts hebben gekregen van de molen. De stuw hield de kasteelgraehten op peil. Op deze in 1902 verzonden prentkaart zien we links de nog bestaande korenmolen, reehts de oliemolen. Deze was al in 1880 door de eigenaar, heer van Twickel te Delden, buiten werking gesteld en omstreeks 1900 afgebroken. Van de korenmolen zien we nog net het kleine bovenslagrad, dat in tijden van droogte af en toe dienst kon doen, gevoed door bovenstrooms liggende bronnen onder Boekelo.

Watermolen - Oele Qij Delden.

9. HENGELO, Oele. Na opruiming van de resten van de oliemolen werd de korenmolen geheel opgeknapt door molenbouwer Kreeftenberg uit Varsseveld. Daarbij verdween het bovenslagrad en werd de houten vloedbeun (stortvloer) vervangen door een betonnen vloer. De Oldemeule, voor het eerst vermeld in 1335, treedt echter pas in de 18e eeuw duidelijker voor het voetlicht. Kasteel en molen behoorden aan de graven van Bentheim en verschillende, niet altijd adellijke families hadden het na elkaar in leen; als laatste de Alme!ose fabrikant Salomonson. die de molen in 1818 verkocht aan A.J. Lankheet. l.A. Vennink, eigenaar sinds 1858, verkocht de molen in 1880 aan Twickel. In 1971 volgde, na een ingrijpende restauratie, overdracht aan de gemeente Hengelo. De molen is af en toe in bedrijf. Een fraaie, helaas nogal gehavende geve!steen vermeldt het jaartal1690.

10. TUB BERGEN , Fleringen. Het kleine kasteel Herinckhave met de bijbehorende watermolen is het gaafst bewaard gebleven voorbeeld van een kasteel-met-watermolen-aanleg in oostelijk Nederland. Oorspronkelijk heette het goed "Hof te Vlederinge", naar de bezitter later "Grubbenhuis". De molen is bekend vanaf 1350. Het was een dubbele molen: koren- en oliemolen. Beide werden na een brand in 1642 herbouwd; in 1783 stond er nog de oliemolen, toen al twintigjaren nietmeer gebruikt en al snel afgebroken. Toen na 1800 de gemeenschappelijke markegronden werden verdeeld en woeste gronden werden ontgonnen, ontstond een watertekort. De molen werd omstreeks 1860 stilgelegd en vervangen door een windmolen. Het gebouwtje met stuw bleef echter bestaan, enerzijds als getuige van een aloud molenrecht, anderzijds om de grachten op peil te houden. Sinds 1988 bezit de molen weer een rad en is af en toe in werking.

11. TUBBERGEN, Geesteren. Op deze prentbriefkaart uit omstreeks 1920 is de Geesterense korenmolen "Nordemeule" te zien. De naam, vaak geschreven als "Nader-" of "Naerremolen", kan duiden opde ligging, dichter bij het dorp dan de Verremolen, een stroomafwaarts liggende oliemolen. De molen behoorde aan de bisschop van Utrecht, landsheer van Overijssel, en werd in 1338 bewoond door Johanne thor Naerremolen. De bisschop schonk de molen aan het klooster te Sibculo en de monniken verkochten deze omstreeks 1570 aan de uit Brabant afkomstige hopman Boeymer. Van 1721 tot 1820 waren de heren van Almelo eigenaars. Bij openbare veiling werd H. Maathuis eigenaar; door huwelijk kwam na 1870 de molen aan de familie Masselink. In 1932 kocht het Waterschap de rechten af en liet de molen afbreken. Oorspronkelijk stond ook deze molen op een paalfundering, die later werd vervangen door metselwerk.

12. TUBBERGEN, Geesteren. De oliemolen , .Vermolen", ruim 1 km beneden de Nordemeule gelegen, is hier al reddeloos. Het lijkt onvoorstelbaar dat zo 'n molen, die in nauwelijks tien jaren van werkende molen tot volledig ruine verviel, een geschiedenis had van zes eeuwen en weI vanaf 1323 tot 1922, het laatste jaar waarin hij werkte. Toen was dat al moeilijk; de molen verzakte, het beekwater sleep steeds weer grote gaten onder het op palen staande gebouw uit. Op de foto uit 1924 is dit duidelijk te zien. Afbraak in 1930 betekende dan ook slechts het opruimen van wat houtwerk. Aileen de kollergang bleef staan. Toch was dit eens een grote, sterke molen. Vooral in de Iaatste halve eeuw, toen in de verre omtrek geen oliemolens meer werkten, kwamen de klanten met hun raap- en knolzaad uit heel Twente, zelfs uit veraf liggende plaatsen als Ommen, Coevorden en Hardenberg.

13. TUBBERGEN, Vasse. De mo1en op het erve "De Mast" is een van de ve1e k1eine bovenslagmolens in Noord-Twente waarvan nauwelijks of geen historische gegevens bekend zijn en die aan geen molenrecht waren onderworpen. Slechts drie keer (1363,1433 en 1460) lezen we, dat uit de "Mastes Mole" acht schepei rogge werd betaa1d aan een door de bisschop van Utrecht begunstigde persoon. De bisschop was eigenaar van het erve De Mast of Mastink. De korenmo1en, die tegenwoordig ge1ukkig weer in goede staat verkeert, herbergt op de benedenvloer een kollergang, herinnerend aan de periode als oliemolen, van ongeveer 1850 tot waarschijnlijk de eeuwwisseling. Een gecombineerde olie- en korenmolen is het dus nooit geweest. Het gebouwtje is er eenvoudigweg te klein voor. Helaas heeft men enkele jaren geleden een grate muur voor het rad langs gemetseld, zodat dit nauwelijks meer zichtbaar is.

GELDERLAND-VELUWE

14. SPRENGEN. De Koppelsprengen bij Apeldoorn illustreren twee facetten van het onnatuurlijke van de meeste Veluwse waterlopen. Op de vanouds droge Veluwe zakte het regenwaterin de zandbodem en kwam aan de voet van het plateau naar buiten als bronnen voor vrij trage beken. Vanaf eind 16e eeuw en daarna groef men in de hellingen kommen tot wei 7 m diep, tot de keileembodem beneden de grondwaterspiegel. Van daar af legde men beddingen aan, soms langs de dalrand, tot een punt van voldoende verva!. Over een darn (aquaduct) leidde men het water van de dalrand naar de te bouwen molen. Enkele sprengen samen konden een flinke beek vormen. Van een ijzerhoudende spreng diende het water gescheiden te blijven van het blanke water. Men deed dit met behulp van een schot in de bedding: beide konden dienen voor het molenrad, aileen het blanke water werd gebruikt bij de papierfabricage.

IS. APELDOORN. Van de geweldige molenrijkdom van de gemeente Apeldoorn - de stadsgeschiedschrijver R. Hardonk komt tot een aantal van 96- is maar bitter weinig overgebleven. Van de Holthuizer molens op deze foto uit "De Prins" van 1915 staat nog een gebouw overeind: het rechter, zij het gemoderniseerd en zonder waterrad. De molen is gesticht in 1618 op het goed Holthuizen, als papiermolen. Van de twee molens tegenover eikaar heeft de linker op het plaatje nog tot 1915 met waterkracht gewerkt voor de vervaardiging van handgeschept papier. We zien het rad ook lustig draaien. Nadien kwam het tot stilstand, maar bleef ongebruikt hangen tot in de jaren dertig. Later was het gebouw magazijnruimte en in 1976 is het afgebroken. Het gebouw waarvan rechts nog een tip te zien is prijkt thans met de naam "Wasserij Holthuizen".

16. APELDOORN. Een van Apeldoorns oudste molens was het complex van de Monnikhuizer molens, bezit van de hertogen van Gelre, van wie het in 1493 werd gekocht door het klooster Monnikenhuizen bij Arnhem. Het oudst was de korenmolen, voor het eerst vermeld in 1335. In 1392 wordt erook eenoliemolen bij genoemd. In de 17e eeuw werd er een papiermolen bij gebouwd. Vanaf 1676 tot midden 1ge eeuw behoorde het tot de bezittingen van Het Loo, sinds 1684 van het Huis van Oranje. Christiaan Geurts, die in 1854 eigenaar was, noemde zijn korenmolen "Werklust". Op de kaart uit 1913 kijken we vanaf de bovenstroom, de molenloop, tussen de gebouwen door. De man op de molengoot staat bij een open deur in de oliernolen, daarachter staat de korenmolen. Rechts staat de in 1861, na een brand in 1854 herbouwde papiermolen. Deze werd omstreeks 1930 afgebroken; koren- en oliernolen verdwenen in 1936.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek