Nederlandse watermolens in oude ansichten

Nederlandse watermolens in oude ansichten

Auteur
:   Hans Frieke, Herman Hagens en A. Meesters
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5816-9
Pagina's
:   112
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Nederlandse watermolens in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

17. APELDOORN. De noordelijke molens aan de Grift te Apeldoorn vormden het grote complex de "Stinkmolens". In 1610 werd hier een zeemleermolen gesticht. De bereiding van zeemleer verspreidde een nare stank door het gebruik van ammoniakhoudende vloeistoffen. Vandaar de naam, die ook bleef toen de papierfabricage hier ter hand werd genomen. In de loop van vele jaren groeide het uit tot een complex van molens ter weerszijden van de Grift, ten slotte met vier bovenslagraderen. Op de foto, die uit het begin van deze eeuw moet stammen, zien we de mol ens in volle werking en dat zijn ze gebleven tot in de jaren dertig. In 1937 verdween het gebouw links op de foto, ten behoeve van de verbreding van de Vlijtseweg, die tussen de molens en het Apeldoorns Kanaalloopt. Twee jaar later liet de gemeente Apeldoorn ook het andere gebouw afbreken. (Foto verz. drs. P. Nijhof, Nieuwegein.)

18. ARNHEM. De Witte Molen in het stadspark Sonsbeek, liggend aan de Sonsbeek of Sint Jansbeek, vorrnt nog altijd een sieraad in deze groene stadslong. Het beeld op de kaart uit 1937 is tot op heden vrijwel onveranderd. Tijdens de restauratie door Ten Have, die in 1968 haar beslag kreeg, is gebleken dat het molengebouw elementen uit het eind van de 15e en begin van de 16e eeuw bevat. De oudste vermelding is van 1563, toen de molen aan Andries Vorstenburch kwam. Na de Vorstenburchs, die tot na 1630 eigenaars waren, was de molen in bezit van diverse families, ten slotte van baron Van Heeckeren van Enghuizen, die in 1899 het goed overdeed aan de stad Arnhem. Als mulders zetelen er vanaf omstreeks 1900 tot nu toe de Van Silfhouts. In de schuur naast de molen is bezoekerscentrum "De Watermolen" gevestigd. De molen zelf is gedurende enkele dagen per week in bedrijf.

19. BARNEVELD. De Tolmolen, ten zuidwesten van het dorp, aan de weg naar Achterveld, is de laatste van de vijf mol ens die Barneveld eens heeft gehad. AIle waren gesticht rond 1600; ook de tolmolen: in 1608, echter als .wol- en kypmolen". De aan Gerhardt Hackfort van De Brielaar verleende toestemming tot bouwen hield een verbod op een korenmolen in. Meer Barneveldse molens waren kip- of hennepklopmolens. Hennepvezels waren een gewild produkt voor de vervaardiging van tuigage voor de schepen van de Oostindische Compagnie. Reeds vier jaren na de bouw verzocht en kreeg Hackfort toestemming voor het veranderen van de molen in een korenmolen. In 1876 kocht J.J. de Heus uit Wijk bij Duurstede de molen. A.J. de Heus bouwde in 1898 een nieuwe stenen molen, waarmee tot 1950 op waterkracht is gewerkt. Het gebouw bestaat nog, nietig vergeleken bij de grote gebouwen van de fa. A.J. de Heus BV.

De yelmolen te pameveld. /

Uitf:. Anth. veu Brummelen, Ba.mn~la.

20. BARNEVELD. De "Pelmolen" stond aan dezelfde beek als de Tolmolen en was in 1609 gebouwd door H.W. van Dompselaer als "henp Moel", een hennepklopmolen, die tot 1851 als zodanig dienst heeft gedaan, later naast een zeemleermolen en een pelmolen. In 1864 brandde de molen, die op de zuidelijke beekoever lag, af en werd als korenmolen herbouwd op de andere oever. Na brand in 1923 werd er een golfplaten hal gebouwd, voorzien van een ijzeren waterrad. Men maalde er aanvankelijk graan voor enkele boeren uit de buurt, terwijl de firma Koudijs er kuikenvoer moet hebben laten malen van oude bakkersprodukten (koekjes, droog brood e.d.). In 1927 verliet de firma Koudijs de molen en in 1932 begon Bertus van der Woerd er een wasserij. Deze kwam in 1944 stil te liggen; er was niet voldoende zeep en olie en bovendien moesten vader en zoon Van der Woerd onderduiken. De molen is kort na 1950 afgebroken.

21. EPE, Vaassen. De heren van het kasteel De Cannenburgh hebben eeuwenlang op hun landgoed de waterkracht uit en te na benut. In de 17e eeuw en later werden talrijke molens op de aanwezige en gegraven beken gelegd. In 1616 kreeg J. Heymeriks concessie beken te graven en daaraan kruitmolens te leggen. Later werd deze uitgebreid met geelkopermolens of papiermolens. Aan de produktie van geelkoper dankte de molen de naam "Geelmolens". De kopermolen bleefin werking tot 1654 en werd toen verbouwd tot papiermolen. In 1910 werden de papiermolens afgebroken en verrees er op de linkeroever een nieuw gebouwencomplex. Het molenrad ging dienen voor een bietensni jder, een hakselmachine, een waterpomp voor vulling van een reservoir en een dynamo. In de j aren 1940-1945 waren er een tabaksnijmachine, een oliepers en een cirkelzaag. Sinds 1950 staat het rad stil en in 1980 werd her stukgeslagen.

Vaassen Dude Cannen6urgher !l1lolen.

22. EPE, Vaassen. Bij de kasteelaanleg van De Cannenburgh heeft vanouds de kasteelmolen behoord. De eerste vermelding dateert van 1387; het was toen een korenmolen, maar merkwaardig genoeg is het in 1535 een volmolen. Een korenmolen was toen hogerop gebouwd, waar thans de Rollecootse molen ligt. Een eeuw lang heeft deze situatie geduurd, in 1640 waren de (rnolenjrollen omgekeerd. In de 18e eeuw had de molen twee raderen. Bij de verkoop van de Cannenburgher goederen in 1872 kocht G. te Riele de korenmolen, voorvader van de tegenwoordige molenaarsfamilie. In februari 1940 brandde het schilderachtige, deels houten molengebouw af en als herbouw verrees een bakstenen gebouw, dat nu van een turbine werd voorzien. In 1977 werd er een houten molengoot geplaatst, het jaar daarop werd de turbine gereviseerd en tot vandaag toe is de molen geregeld in werking.

23. ERMELO, Staverden. De korenmolen bij het kasteel Staverden is de enige voormalige molen op de westelijke Veluwerand, waarvan (een deel van) het gebouw nog bestaat. Nu is het een witte boerderij, vroeger was er weinig moois aan, als we tenminste de reiziger-predikant J.J. Craandijk in 1888 willen geloven. Het rad was "door een houten getimmerte bedekt en daardoor in zijn rondwentelen door het schuimend nat aan het oog onttrokken ... Nu moet de verbeelding de doodsche, grijsgeverwde omheining voor het levende, sprankelende water verwisselen". De geschiedenis van de molen gaat terug tot 1295. Het landgoed behoort thans aan het Gelders Landschap. De molen heeft gewerkt tot 1924; toen zijn goot en rad en het molengedeelte langs de beek afgebroken. Mulder Gardenbroek verlegde de produktie naar Leuvenum, waar thans de veevoederfabriek NA VOBI staat. Sinds enige jaren draait hier weer een waterrad.

24. HEERDE. Na eJkaar verscheen deze molen onder verschillende namen op de ansichtkaarten: molen van Nikkels, van Willems en van Volkers. Het duidt op even zoveel opeenvolgende eigenaren. Oudtijds was het een fraai houten gebouw op een bakstenen onderstuk. Het brandde in 1929 af en daarna verrees op de andere oever het nu nog bestaande, vierkante stenen gebouw. Tot 1963 is er op waterkracht gewerkt. AI het molenwerk is weggebroken. Het nabijgelegen klooster Hulsbergen, dat eigenaarwas van de rnolen, kreeg in 1499 van de hertog van Gelre wegens een geldlening vrijstelling van belasting voor de molen. In 1587 werd de molen verwoest. Bij de herbouw zeven jaar later waren de Staten van Gelre intussen bezitters geworden. In 1695 kwam hij in particuliere handen. Twee keer kwam een molenaar van de mol en van Molecaten bij Hattem, naar de Heerder molen: in 1804 Jan Willem Wonink, in 1907 Harm Jan Volkers.

25. OLDEBROEK, Molecaten. In het uiterste noorden van de Veluwe ligt de gemeente Oldebroek en tegen de gemeente Hattem aan het landgoed Molecaten: "de cate bij de molen", vermeld in 1347. Deze cate ("muhlscoten") lag bij het huidige zwembad "De Watermulder", de stuwvijver van de niet meer gebruikte molen, waaraan het landgoed in wezen zijn naam dankt. Wat zuidelijker ligt het Huis Molecaten en aan de beek die uit de gracht stroomt, stonden eens twee papiermolens. De bovenste is in het begin van de vorige eeuw verdwenen, de tweede brandde in 1857 af en werd als korenmolen herbouwd: het kapelachtige gebouwtje bij de Herberg Molecaten, op deze foto van 1904 nog met strodak. De papiermolen stamde al uit 1609. In 1914 werd de molen stil gelegd, daarna geraakte hij allengs in verval. In 1967 kwam een restauratie tot stand. Van de oorspronkelijk twee steenkoppels is er een gerestaureerd.

ilg. W. v. d. Berg, Hatt,m.No. 8aJ3 Watermolen - Molencate. R.A.TTEM.

4~' ~ --......--..J

26. RENKUM, Oosterbeek. Het waterrad voor een pompmolen op het landgoed Mariendaal is de opvolger van een papiermolen die hier tot 1840 stond. Mariendaal was oorspronkelijk een klooster en daarbij lagen in de 15e eeuw een korenmolen, een oliemolen, een slijpmolen en een volmolen. De bovenste hiervan was de slijpmolen, waarbij eind 17e eeuw een papiermolen werd gelegd. De andere (koren-, olie- en volmolen) zijn wellicht bij de opheffing van het klooster verdwenen. De slijpmolen verdween kart na 1765, de papiermolen bleef tot 1840 bestaan. Negentien jaar later benutte de nieuwe eigenaar, F. W.L. van Eck, het beekverval voor het rad "om het water door middel van eene perspomp te brengen in het ... reservoir, die de beide springfonteinen in beweging brengt". De ansichtkaart dateert van 1908 (datum van afstempeling). Een grote waterval van gestapelde veldkeien siert thans deze plek.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek