Nederlandse watermolens in oude ansichten

Nederlandse watermolens in oude ansichten

Auteur
:   Hans Frieke, Herman Hagens en A. Meesters
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5816-9
Pagina's
:   112
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Nederlandse watermolens in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

37. BERGH, Beek. De bekende uitspanning ,,'t Peeske" dankt haar ontstaan aan een kleine watermolen. Er lag daar een drassig stuk land en in 1885legde J. G. Reijers daar een dam omheen, zodat een stuw- of spaarvijver ontstond. De watertoevoer was echter gering en de kleine, stenen bovenslagmolen met zijn grote, smalle rad, kon slechts ongeveer drie uur per dag werken. Aileen op rnaandag, nadat de gehele zondag kon worden gestuwd, kon wat langer worden gewerkt. Reeds in 1894 stond de molen stil; Reijers had een windmolen bij het dorp. Het rad werd weggebroken, maar het gebouwtje bleeftot vandaag toe bestaan, middelpunt van de veel bezochte uitspanning.

Watermolen - Borculo,

Ui~l'ave J. w. Wolsink ? Borelilo. No. 2346 L, R. V

38. BORCULO. De molen in de stad dateert mogelijk pas van midden 16e eeuw. De oudste vermelding is van 1552. Voor de bouw ervan was een kanaal, een .micuwe Berkel". aangelegd vanaf de Berkel bij Olden-Eibergen. Daar hield de Avinksluis dit nieuwe deel op peil. De mulder te Borculo was verantwoordelijk voor het onderhoud. Bij de koren- en oliemolen werden in 1658 een vol- en een runrnolen gebouwd. In 1776 werd prins Willem V eigenaar en in 1812 werden de molens uit de Nassause Domeinen verkocht. Van 1881 tot 1921 werkte er ook nog een cichoreimolen in het complex. N a 1945 kwam de molen stil te staan. Het Waterschap van de Berkel bezit sinds 1886 de oliemolen (rechts op de foro), de gemeente Borculo sinds 1924 de korenmolen en sinds 1957 ook de oliemolen. Na restauratie in 1971 werd de korenmolen restaurant "De Stenen Tafel"; in 1978 volgde de oliemolen, als restaurant "De Olliemolle".

39. DOETINCHEM, Gaanderen. De korenmolen aan de Bielheimer beek, een benedenloop van de Slinge, was van 1845, maar had een lange voorgeschiedenis. Vanaf 1231 is bekend dat er een molen stond van het klooster Bethlehem. Na verdwijning van klooster en molen trachtte Doetinchem het water naar de stad te leiden, maar dit moest weer ongedaan worden gemaakt en het K wartier van Zutphen hield de waterrechten aan zich. In 1689 kreeg de stad de rechten in pacht en bouwde Josias Olmius een ijzermolen, die er tot 1809 heeft gedraaid. Weer bleef het recht enige tijd onbenut, tot de burgemeester van Ambt Doetinchern iets stroomopwaarts een molen bouwde. Erg sterk was deze niet: in 1890 stortte hij in. Wei volgde herbouw, maar in 1918 was hetmet de maalderij definitief gedaan. Het rad werd verkocht, het gebouw werd pas in de loop van de jaren dertig afgebroken.

Eibergen.

Mallemsche Molen.

40. EIBERGEN, Mallum. Hoewel de Hof te Mallum al in 1188 bekend is, kennen we de molen niet eerder dan 1424. Toen werden beide uit Diepenheims bezit verkocht aan de graaf van Bronkhorst, heer van de heerlijkheid Borculo. Blijkens een beschrijving van 1665 waren er toen een "koorn Moell, Olijmole, Walckmoele (= volmolen), Loomoele en Papierrnoele", Laatstgenoemde was omstreeks 1656 gesticht door de Apeldoornse papiermaker Gabriel Wolf en heeft ongeveer twintigjaar bestaan. In 1845 bevonden zich in het rechter gebouw - links op de foto - een korenmolen en in het andere een olie- en een runmolen. De oliemolen werd in 1917 afgebroken, de korenmolen werd in 1948 door gedeeltelijke instorting met de ondergang bedreigd. Gelukkig werd de schade hersteld. In 1977 kreeg de in 1974 begonnen restauratie haar beslag. Behalve de korenmolen kwam in 1982 ook de pelmolen weer in werking.

41. EIBERGEN, Olden Eibergen. Dieht bij het Borculose dorp Haarlo, maarnog op grondgebied van Eibergen, lagaan de Berkel de Nieuwe Molen, behorend tot de heerlijkheid Borculo. De oudste vermelding is een verpachting van 1590, misschien de eerste bij gelegenheid van de ingebruikneming. Vier jaar later zijn er reparaties aan onder andere het vloedwerk, misschien duidend op "kinderziekten" bij de bouw. In elk geval bestaan er geen oudere gegevens van deze molen. In de 1ge eeuw had de molen twee raderen, schuin naast elkaar gelegen, dienend voor een koren-, olie- en pelmolen. In 1812 werd de molen uit de Domeingoederen verkocht aan de muldersfamilie Beins. In 1901 kwam hij aan de familie Veltcamp. De oliemolen beyond zich in een houten uitbouw tegen de achterzijde, op de foto rechts nog net te zien. In 1928 werd de molen onttakeld en in 1970 verdween ook het molengebouw.

Laa~-leppeJ.

~atermGlen.

Ulq. en P'oto R. velslnk, ooetInchem.

42. HUMMELO EN KEPPEL, Laag Keppel. In het jaar 14041iet Otto van Asperen, heer van Voorst en Keppel, bij zijn stad Keppel een molen bouwen aan de zuidelijke tak van de Oude IJssel. Staatse troepen verwoestten de molen van de Spaansgezinde Keppelse heren. Pas in 1636 werd de molen herbouwd. Het was een vrij groot vakwerkgebouw met twee raderen. In de 1ge eeuw was er nog een rad over. Na 1945 is er niet meer mee gewerkt. In 1953 verdween het peilversehil toen de Oude IJssel werd gereguleerd met voorbijzien aan de aloude molenreehten. In 1969-1971 vond een restauratie plaats, waarbij het rad 43 em hoger werd geplaatst. Daar de benedenkolk geen afstroommogelijkheid meer heeft, werd een kleine poldermolen op de IJsseldijk gezet om de kolk uit te malen. Het peilversehil is eehter te groot en er is te veel kwel vanuit de Oude IJssel in de kolk.

43. LOCHEM. De oudste vermelding van Lochems watermolen valt sarnen met de eerste mededeling om trent een windmolen in de oostelijke Nederlanden: in 1294. De watermolen stond toen nog niet aan de Berkel zelf, maar aan de uitstroming van de gracht aan de westkant van de stad. In 1543 werd Lochem verwoest, waarbij de molen niet zal zijn gespaard. De herbouw kreeg een plaats ten noorden van de stad, waar een aftakking naar de stadsgrachten liep. Op de stuw hiervoor werd de nieuwe rnolen geplaatst. Zinsneden als "by den Nyen Locherner Mellen" (1601) en "daer eertijds dat olde rnolenwerck geweest" (1610) wijzen duidelijk op deze verplaatsing. Het was een dubbele molen: rechts van de stroom de oliernolen met een rad, links de korenmolen met twee raderen. De oliernolen is kort na 1870 afgebroken. In het kader van de Berkelwerken volgde de korenmolen in mei 1894.

44. RUURLO. Deze molen - waarvan de oudste vermelding van 1601 dateert - benutte als eerste en bovenste molen op de Ruurlose beek het water uit de reusachtige voorraad, die lag opgeslagen in het Ruurlose Broek, een groot moeras- en wilde-weilandengebied, dat zich uitstrekte tot onder Lichtenvoorde en Groenlo. Na drooglegging en ontginning ervan in het begin van de 1ge eeuw, werd de watertoevoer onvoldoende en reeds in 1810 was de molen van zijn gaande werk ontdaan. De stuw hield de grachten van het kasteel Ruurlo op peil en dit bleef gehandhaafd. Zo bleven ook de be ide molengebouwen bestaan, tevens getuigend van het oude molenrecht. Beide gebouwen zijn grotendeels in fraaie vakwerkbouw opgetrokken. Ze leden voor jaren zware stormschade, maar zijn thans gerestaureerd. Een ervan biedt onderdak aan een dienst van de gemeente Ruurlo.

45. UBBERGEN, Beek. Het Rijk van Nijmegen, waarin de gemeente Ubbergen ligt, heeft een aantal watermolens gekend, waarvan twee in het dorp Beek. Tegenover het gemeentehuis, dat in Beek staat, draait een houten waterrad, als een mobiel monument herinnerend aan de westelijke molen bij Westerbeek, in het Kastanjedal. Bij de hervormde kerk stond tot begin deze eeuw een molen aan de Elsbeek, bij het Spyker, een middeleeuws versterkt gebouw. Op de foto, die van omstreeks 1900 dateert, is het reehter, iets verderweg liggende gebouw de molen, die van een bovenslagrad was voorzien. De beek stroomde tussen beide gebouwen door. De twee Beekse mol ens komen voor op een kaart van de heerlijkheid Beek van 1756. Omstreeks 1904 moet de molen bij het Spykerzijn afgebroken. De laatste mulder heette Kielewald. (Foto verz. drs. P. Nijhof, Nieuwegein.)

No.3800, uaR_". A. J. En.ink, Vorden,

Oude Watermelen - Verden.

46. VORDEN.Bekend vanaf 1315 lag aan de uitstroming van de gracht van het kasteel Vorden eens een koren- en oliemolen. Tot 1665, toen stortte hij in en verdween in het water. Bijna een halve eeuw bleef het goed zonder molen, tot in 1713 de heer van Vorden een nieuwe molen liet zetten, nu aan de beek zelf, "twee steenworpen" stroomopwaarts, op de plaats waar altijd een stuw had gelegen. Verweer door de heer van Hackfort, die ook een molen bezat, had geen resultaat, Vordens rechten waren onbetwistbaar. De molen had geen groot economisch belang, maar in 1847 was hij zo vervallen, dat al gesproken werd over afbraak. Het gehele goed was verwaarloosd, maar bij het herstel van het huis in 1877 bleef de molen vergeten. Onze foto uit 19091aat de ruineuze toestand zien en het is onbegrijpelijk dat het uiteindelijk totaal ontraderde gebouw het nog tot in de jaren vijftig heeft uitgehouden.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek