Nieuwerkerk aan den IJssel een beeld van een plaats in oude ansichten

Nieuwerkerk aan den IJssel een beeld van een plaats in oude ansichten

Auteur
:   A.M. den Boer
Gemeente
:   Nieuwerkerk aan den IJssel
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6153-4
Pagina's
:   104
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Nieuwerkerk aan den IJssel een beeld van een plaats in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

6 Blik vanaf de toren van de dorpskerk over de Kerklaan in het begin van de 20ste eeuw. In het oostelijk gevelfront van de Dorpsstraat vallen op her oude ambachts- en schoolhuis (met vijf schuiframen op de eerste verdieping!) en daarnaast (met koekoek) de oude pastorie. Daarachter prijken aan de Kerklaan de Openbare Lagere School Nr. 1 (1863) en de nieuwe pastorie (1878).

7 Vanaf dezelfde toren blikt men over de Hoofdweg de Prins Alexanderpolder in. Op de voorgrond de boerderij met hooiberg, boenhok en droogrek van Janus de Bruin. Op zondag was hij voorlezer in de dorpskerk.

8 Recente foto van het tegel tableau met de naarn van de villa "Landzicht" (1904) op de hoek van de 's-Gravenweg en de Kerklaan. Fijn dat de "vermicellikrullen" van de Jugendstil niet werden meegewit ...

9 Het trekpontje voor voetgangers tussen de gemalen op Kortenoord wordt op de foto gevuld met het bestuur van de Zuidplaspolder. Van links naar rechts prijken penningmeester Leendert van Lange, de heemraden Abraham Kroes en Kors Oudijk, secretaris A. Kreupeling, dijkgraaf Simon Paul en de heemraden Maarten Hijkoop en Reijer den Hollander. De foto werd genomen door hun opzichter ].W Schuddebeurs in (waarschijnlijk) 1943. Rechts is het huisje van veervrouw Margje Potuijt ("Marrichje de Pont") te zien.

3 Boeren en tuinders

In het beschreven tijdvak tekent het agrarisch bedrijfsleven heel Nieuwerkerk. Schoolkinderen hebben in de hooitijd landbouwverlof. Los werkvolk uit Brabant en het oosten des lands zorgt dan ook voor versterking. Wie de Schoonhovensche Courant leest, verneemt - vooral in augustus - over hooibergbranden ("De spuit was snel ter plaatse."). Als oorzaken worden hooibroei en spelen met lucifers aangegeven. Ook plaatselijke melkprijzen worden doorgegeven. Zo meldt "de Schoonhovensche" in oktober 1923 onder Nieuwerkerk dar de melk al weer met twee cent per liter is verhoogd en dan 15 cent bedraagt. Op 9 november vervolgt dezelfde krant: "De weilanden raken leeg, de meeste melkkoeien hebben het winterkwartier betrokken. Gras is er nog weI voldoende maar het land is te nat." Hoewel het bericht voor heel Nieuwerkerk heet, zal de wateroverlast vooral gelden voor Esse, Gans- en Blaardorp met hun nog van wind afhankelijke bemaling.

Huizen en kavels dragen namen die velen weten maar vaak nergens zwart-op-wit staan. Bij verkopingen wordt dat anders. C.H. Pinkse en consorten verkopen zo in 1922 aan de 's-Gravenweg vier huizen genaamd "De vier Heemskinderen" , twee percelen genaamd "Kortland" en twee percelen genaamd .De Tweeling" in Kleinpolder. Moet de postbode niet voor een enkele briefkaart via het "Mientstuk" naar de Essemolen? Het zijn maar voorbeelden. Heet op Kortenoord niet een rijtje huizen "De vijf Boeken"?

Boerderijtypen

Aan de 's-Gravenweg en de Groenendijk prijken oude boerderijen van het krukhuistype. Het voorhuis is daarbij dwars uitgebouwd. Rechts van de voordeur is de opkamer met daaronder de melkkelder. Grondwaterstand en stahoogte in de kelder zorgden ooit voor de hoge ligging van de opkamers.

De Zuidplas- en Prins Alexanderpolder krijgen in de 19de eeuw boerderijen van het Zuidhollands langhuistype. Ze krijgen vaak de naam van moeder de vrouw: Geertruida's of Nelly's Hoeve. Op het pionieren in de nieuwe polder Prins Alexander wordt geattendeerd door een boerderijnaam als "Batavier". Deze hoeve heeft vooraan een topgevel met van snijwerk voorziene windveren en een "engelenvenster". Daarboven prijken in sierletters het bouwjaar 1881 en de naam.

Warmoeziers

De veenontginningsgronden blijken prima geschikt voor de teelt van bonen, peen, sla en kroten. Warmoeziers noemen de telers aan de Hoofdweg en de Westringdijk zich (warmoes is bladgroente) .

Duitsland kan in de wereldoorlog 1914-1918 haast onbeperkt groenten gebruiken. Er breken gouden tijden aan voor tuinders, veiling, zouterijen en wie eigenlijk niet. "Jong en oud beijvert zich met het afhalen van boonen," aldus een ingezonden stuk in een krant. Onderwerp van de brief is dat een Nieuwerkerkse politieagent met een ongenummerde hondekar bonen naar een zouterij rijdt. "Zon deze man nu altijd maar tijd hebben om zich druk te maken met de boonen?", zo luidt de vraag. De

agent is ook gemeentewerkman en grafdelver. De schrijver herinnert zich uit raadsverslagen dat de burgemeester ontevreden was over het bonen afhalen in het lijkenhuisje op de begraafplaats. (Het kon formeel nog, ook door het ontbreken van een instructie.) Hoe dan ook: voor twee cent per kilo halen velen thuis pronkbonen af Er ontstaan in de gemeente wouden met bonenstokken. Opbrengsten van honderd harde guldens per "roe" komen voor. Steekt een tuinder in het cafe van Leen Erbeveld niet een sigaar met een tientje aan? Lappen grasland worden "gescheurd" en in tuinen veranderd. Dan loopt de groei uit de hand en komt de regering in 191 8 met een teeltregeling. De overheid bepaalt hoeveel slaplanten men mag poten! Na de Vrede van Versailles gaan ook de speculant-tuinders verdwijnen. (De Duitsers hebben minder trek in zoute bonen.) In de krant zie je advertenties van boelhuizen aan de l e en de 2eTocht in de Zuidplaspolder. Aanbevolen worden broeiramen, rietmatten, bonenstokken en "rotte mest". Eind 1922 wordt de grote groentezouterij van de firma Blad aan de Kerklaan ook verkocht en deels benut voor de Vleeschkeuringsdienst en noodslachtingen.

Voor een tuinderskern blijft er werk. Van 1909 tot 1947 groeit het aantal werkzame personen in de tuinbouw van 63 naar 237. In dezelfde periode is ook in de veeteelt nog sprake van groei en wel van 237 naar 266.

Zelfkazers

De Hollandsche Maatschappij van Landbouw heeft sinds 1881 een afdeling Nieuwerkerk/Capelle a/ d I]ssel. Men noemt hem

kortvveg "de Hollandsche Mij'. Alligt Nieuvverkerk op de westgrens van het zelfkazend gebied: menigeen brengt de volvette boerenkaas nog met de brik naar de Goudse markt, De gemeente telt nog lang tientallen zelfkazers. Rond 1915 wordt ook in Nieuwerkerk een afdeling opgericht van de Bond van Kaasproducenten. Ondanks de concurrentie van de fabrieken weet men zich te redden met de overgeleverde vaardigheid van de boerinnen en - gekoppeld aan kwaliteitscontroles - cursussen ter plaatse. ("Daar rommelt een boerin zo'n beetje gunt op, met een kaaskuipie, een snijharpje en een pekelbakkie in een keldertje, en dat levert daar een kaas af waarvan men blijft beweren dat het produkt van de fabrieken er niet tegenop kan," aldus een jubileumboek van een kaascontrolestation Zuid-Holland.)

Een advertentie in de Schoonhovensche Courant in 1922:

"Kaascursus. Zij, die wenschen deel te nemen aan een PRACTISCHEN CURSUS IN 'T KAASMAKEN onder lei ding van den Heer BOS, Rijkszuivelconsulent, ten huize van de Heer M. MOLENAAR te Nieuwerkerk a.d. I]ssel kunnen zich nog tot halfMei opgeven bij den Secretaris der Afdeeling Nieuwerkerk c.a. H.M.v.L. De deelname is kosteloos en staat ook open voor nietleden der afdeeling. P.I. van der Weele."

Temidden van de steunwetten starten in de herfst van 1932 protestantse boeren en - vooral gereformeerde tuinders een afdeling van de CBTB (Christelijke Boeren- en Tuinders Bond). Een eerste spreker is dorpsgenoot Verkley, hoofd van de roomskatholieke school. Het gaat over meststoffen. Gepraat over rnelkcursussen, een landbouwschool in Gouda en een grasdrogerij ter plaatse volgen in de jaren daarna, In 1939 voIgt voor jonge-

ren een CJBTB met A. Kos als voorzitter. Overigens start vanuit de "Hollandsche Mij." een plattelands-jongerengroep "Jongeren Vooruit". Propagandafeestavonden daarvan kennen als hoogtepunt de vertaling van een kalf.

lODe familie Van Tilburg bij hun boerderij aan de Westringdijk in de Zuidplaspolder.

II Rond 1900 werd de boerderij , ,Batavier" aan de Bermweg in de Prins Alexanderpolder gepacht door de familie Snoek. Op de foto dus naast paarden enkele "jonge Snoeken".

12 Kaascursus op de boerderij "Nooitgedacht" van Maarten Molenaar aan de 's-Gravenweg, 1922. Tweede van links achter is meester P.I. van der Weele, ook secretaris van de "Hollandsche Mij" . De tweede vrouw links vooraan met een "Hollandsch roerhek of harp" is Els den Toom. De vrouw in klederdracht rechts achter de kaasvaatjes is de boerin Trijntje Molenaar-van den Dool. Achter haar staan burgemeester Wiirdemann en Cornelia van Wageningen. Ook het meis]e naast de vaatjes is een Trijntje Molenaar. Woudina de Zwart mocht aan de andere kant naast de burgemeester staan.

1 3 Koos Bastinck en Piet Hoogendoorn in een vroege verwarmde kas van Mozes (Moos) Struik aan de Westringdijk.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek