Nisse en 's-Heer-Abtskerke in oude ansichten

Nisse en 's-Heer-Abtskerke in oude ansichten

Auteur
:   J. de Ruiter
Gemeente
:   Borsele
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3215-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Nisse en 's-Heer-Abtskerke in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De titel van dit boekje zou eigenlijk Nisse, 's-Heer Abtskerke, Sinoutskerke en Baarsdorp moeten zijn, aangezien er ook toto's zijn geplaatst van beide laatstgenoemde dorpjes, die per 1 januari 1816 bestuurlijk bij 's-Heer Abtskerke werden gevoegd. Om financiecl-tcchnischc redenen heeft de uitgever besloten Nisse en 's-Heer Abtskerke in een boekje te combineren.

Dit is niet eens zo verwonderlijk, daar er tal van overeenkomsten zijn te vinden tussen beide dorpen. De geschiedenis begint voor 's-Heer Abtskerke wat vroeger. Enige jaren terug werden bij het graven van een leiding de resten gevonden van een Romeinse zoutfabriek. Toen de Romeinen door stormvloeden en overstromingen het veld moesten ruimen, bleven deze gebieden tot omstreeks 1000 na Christus wild en ontoegankelijk. De zee had vrij spel. Langzamerhand kwamen de schorren echter zo hoog te liggen, dat ze bij vloed niet meer onder liepen en kwamen de eerste schaapherders, die hun schamele hutten op de hoogst gelegen stukken land bouwden. Later zijn het vooral de kloosterorden die het land in cuituur brengen en die de eerste lage waterkeringen aanleggen. Oorspronkelijk werd niet over 's-Heer Abtskerke gesproken, maar over Verschevliet, naar een naburige kreek. In 1208 werd in een officieel stuk nog eens opnieuw bevestigd dat de Hollandse graaf Dirk VII het gebied Verschevliet had geschonken aan Arnold, de abt van de Middelburgse abdij. Vandaar ook de naamswijziging in Ser Abbekerke of, vrij vertaald, "de kerk van de heer Abt".

Ook voor Nisse moet in diezelfde tijd de bewoning zijn begonnen. In oude kerkelijsten uit 1196 werd het Gerbernesse genoemd en het moet dus to en al een kapel hebben gehad. In het algemeen wordt aangenomen dat de kapel te

's-Heer Abtskerke de moederkerk is van de kerken te Nisse en Eversdijk. De vier Poeldorpen zijn op gelijke wijze ontstaan. Aile zijn gebouwd op een terp, die de bewoners bij al te hoge waters tan den moest behoeden. In eerste instantie werd gezocht naar een hoog gelegen stuk grond, dat nog eens kunstmatig werd verhoogd en daarop verrezen de bescheiden boerderijen en andere behuizingen. Hoe meer bewoners, hoe meer de terp werd vergroot. Aan Sinoutskerke en Baarsdorp was het niet gegund verder uit te breiden, zodat ze heden ten dage een beeld geven over de grootte van een middeleeuws dorp. Wanneer men een bezoek brengt aan deze dorpjes, dan lijkt de tijd te hebben stilgestaan. Er zijn echter nog meer redenen om deze dorpen in een boekje onder te brengen.

Zo heeft het provinciaal bestuur in de laatste honderd vijftig jaar enige keren geprobeerd om Nisse en 's-Heer Abtskerke bestuurlijk te combineren. Op 17 april 1829 wilde men de twee dorpen samenvoegen. Op 15 maart 1853 werd overwogen om 's-Heer Abtskerke aan 's-Gravenpolder te koppelen. Op 23 februari 1943 was het het plan om Nisse, 's-Heer Abtskerke en 's-Gravenpolder samen te laten gaan. In alle gevallen lukte het de gemeenteraden het provinciaal bestuur er van te overtuigen dat het beter zou zijn de dorpen onafhankelijk te la ten. De jaren vij ftig en zestig van deze eeuw hebben gegonsd van de plannen om tot herindeling te komen. Tot het uiteindelijk op 1 januari 1970 een feit werd, dat Nisse en 's-Heer Abtskerke, met nog dertien andere Zuidbevelandse dorpen, in een grote gemeente - Borsele werden verenigd en het gedaan was met de zelfstandigheid. Daarvoor had men het jaren moeten do en met een secretaris, terwijl de burgemeester nog moest worden gedeeld met 's-Gravenpolder. De plaatselijke ontvanger had zelfs vijf

dorpen waar hij zitting hieid. Beide dorpen hadden een gemeenschappelijke dokter, een rijk verenigingsleven, dezelfde bestuurlijke problemen en aItijd geldgebrek. Dat 's-Heer Abtskerke in 1905 een batig saldo had van f 5,- en Nisse armIastig was, kwam door het rijke burgerlijk armbestuur en de vermogende kerkvoogdij van 's-Heer Abtskerke, waardoor het nog al eens gebeurde da t deze instellingen een ren teloos voorschot gaven of een weg voor eigen rekening lieten opzanden of begrinden.

Een van de opvallende verschillen tussen de dorpen was dat in Nisse een rijke Bevelandse familie de ambachtsheerlijke rechten had. De .Jieren van Nisse" hadden vooral veel invioed op het plaatselijk en provinciaal bestuur. Hun grote buitenverblijf stond ten zuiden van de kerk en werd het "Slot der Nisse" genoemd. In Nisse was dan ook meestal maar een ambachtsheer, terwiji 's-Heer Abtskerke het soms weI met zeventien moest doen.

In dit boekje wordt een beeid gegeven van de periode van 1900 tot ongeveer 1940. Van 's-Heer Abtskerke zijn nog wat recentere toto's gebruikt, om reden dat er niet genoeg "oud materiaal" voorhanden was. Het is een tijdsbestek waarin nog sprake was van een klokluider, een Iantaarnopsteker en een dorpsveldwachter. Een tijd waarin zich grote sociale veranderingen voordeden, zoals de waterleiding, de elektriciteit, een spoorlijn, de auto, het busvervoer, een vierjarige mobilisatie en een economische crisis.

U zuIt het allemaal ervaren bij het zien van de ruim tachtig afbeeidingen in dit boekje. De foto's zijn geplaatst in een min of meer chronologische volgorde. We volgen de fotograaf op zijn rondgang, zodat we een totaal beeid krijgen van het dorp in een bepaald jaar. Een latere serie geeft meestal dezelfde

fete's te zien, aIleen de mensen die er op voorkomen zijn wat ouder geworden of er zijn nieuwe gezichten bijgekomen. Tussen de ansichten door zijn foro's van verenigingen, scholen en dorpsfeesten uit dezeIfde tijd geplaatst. De ervaring heeft mij geleerd dat er soms weI eens namen verkeerd zijn weergegeven of dat personen niet zijn herkend. Soms was de groep te groot of te onduidelijk om goed weer te geven. Soms is alleen maar een verhaal verteld over een gebouw of een bepaalde situatie, hetgeen er hopelijk toe heeft bijgedragen om een juist beeid te scheppen uit die dagen.

De inwoners van Nisse en 's-Heer Abtskerke hebben zelf zoveel mogelijk informatie gegeven over het door hen beschikbaar gesteide materiaal. Veel reacties heb ik gehad op artikeItjes in "Het Nieuwsblad voor de Bevelanden" en "De Westender". Toch moeten in oude dozen en op stoffige zoiders nog veel fraaie foto's en ansichten sluimeren, zodat niet al het materiaal waar op gehoopt was boven water is gekomen. Soms werden van dezeIfde foto door verschillende mensen exemplaren aangeboden, waaruit, technisch gezien, de beste is gekozen.

Bij deze wil ik alle mensen bedanken die foto's in bruikIeen hebben afgestaan of informatie hebben verschaft. In het bijzonder de heer C de Ruiter, oud-secretaris van Nisse en 's-Heer Abtskerke, die zijn kennis en .bekendheid van en met de inwoners heeft gebruikt om zoveel mogelijk informatie en materiaal te verzamelen. Een woord van dank ook voor mevrouw A. Nieuwenhuijse-Ossewaarde en de heren M.H. van Liere en A. van der Poest Clement, die veel van hun tijd beschikbaar hebben gesteid.

1. De volgende vier toto's zijn uit dezelfde serie en geven ons een ruim beeld van het dorp Nisse en zijn jeugdige inwoners. De foto is gemaakt voor de bakkerij van G. Eckhardt. Op het uithangbord stond de volgende fraaie spreuk: Al had ik Salomo's wijsheid / En Cresus gewin, / Noch "on ik niet bakken / Naar iedereen's zin. / Kruidenierswaren / Te koop by / G. Eckhardt. Helaas is het uithangbord, nadat het was overgebracht naar het Zeeuwsch Museum, in 1940 door oorlogshandelingen verloren gegaan. Op de foto zien we verder, van rechts naar links: Pietje en Stien Hoogesteger, de bereboer uit Heinkenszand, veldwachter Bommelje met zijn zoon Johannes, Koos Bornmelje, Mientje Eckhardt, op zijn knieen voor hem Ko Bomrnelje, dan Geertje de Blaauwe, Koos Meijers, Ida de Blaauwe, Lena Bosman, een onbekende, Lena Hoogesteger, Maatje Slabbekoorn, Jane Eckhardt, Johanna Eckhardt, Mientje Dronkers, Bet Kloosterman, Stien Eckhardt, Jet en Jo Meijers, Agatha Matthijsse, Jannetje de Kok, Tannetje van den Berge met Marien Bosman op de arm, Pietje van der Hiele, Adriaan Jansen en voor de paarden van Antoon de Back staan Willem Bos en Engel Gelok,

2. Deze foto is gemaakt op de hoek van de Zuidweg en het Dorpsplein; rechts zien we de schoenmakerij van Ko Eckhardt, het armenhuis en daarnaast de smidse. Er zijn herkend, van rechts naar links: Marinus Eckhardt Gzn., schoenmaker Ko Eckhardt, Pauwtje en Wanne Eckhardt, moeder Jane Meeuwse (buigt zich om de kinderen nog wat recht te zetten en verandert daardoor in een vage veeg), naast haar, in het deurgat, postbesteller Jan Siabbekoorn (herkenbaar aan het postembleem op zijn jas), dan twee schoenmakersknechts, onder wie Leijn Meijers, dan Arjaan Eckhardt, Johannes Bommelje en in het deurgat verderop Kee Nagelkerke, vervolgens Jane de Kok, Ida de Blaauwe, Agatha Matthijsse, smid Jacobus Kabboort, Plo Ossewaarde met een kind aan haar hand, Bet Siabbekoorn en veld wachter Bornmelje. En verder de hele stoet kinderen die ook op de andere foto's voorkomt.

3. Hier is de groep verzameld voor het logement van C. de Blaeij, die bovendien daarnaast ook nog een smidse exploiteerde; het volgende uithangbord behoorde toe aan bakker Dronkers. De personen zijn, van rechts naar links: Jaap Matthijsse, Koos Meijers, Dina de Back met haar broertje Kees, Arjaan Jansen, Tannetje van den Berge met op haar arm Marien Bosman, Agatha Matthijsse, Johannes Bommelje, Johannes Moerman, Hubrecht Moerman, Hirdes, Bastiaan Nieuwenhuijze, Koos Bommelje, Geertje de Blaauwe, Joppa Zorge, echtgenote van C. de Blaeij (met de Schouwse muts), Sien Eckhardt met op haar arm Pietje Hoogesteger, eenonbekende, Jan Geill, Jan Bos, Willem Bos en zijn broertje, Johanna Hoogesteger, Geert en Marien Bos, Mina Dronkers, Janna en Bet Kloosterman (de laatste op de rug gezien), Engel GeIok, Kees Nagelkerke, Jane de Kok, Ida de Blaauwe en Mientje Eckhardt. De man van de tilbury op de achtergrond had waarschijnlijk een boodschap bij de smidse of in de herberg te doen (of miss chien weI bij beide! ).

4. Dit is de noordzijde van het Dorpsplein voor het gemeentehuis, dat in 1976 is afgebroken om plaats te maken voor een woning van A. van der Poest Clement, de zoon van de oud-burgemeester. Links van het gemeentehuis is de onderwijzerswoning. Wanneer u goed kijkt, dan zult u zien aan de dames dat breien en praten goed samengaat. Van rechts naar links zien we een aantal personen: de gebroeders Jansen, Bastiaan Nieuwenhuize Czn., met de fiets Johannes Slabbekoorn, achter hem Johanna Moerman en haar moeder Maria, bij het plakkebord staat grootmoeder Johanna Moerman, dan veldwachter Bommelje, zijn vrouw Hendrika Trap met Gesina op haar arm en naast haar hun dochter Koos. In het deurgat herkennen we Johanna Meijers-Kousemaker met haar dochters Pie, Jet en Koos en naast hen Stien Eckhardt. In de voorste rij zien we onder anderen, blootshoofds Ida de Blaauwe met haar breikous, Keetje de Blaeij en Plo Ossewaarde met het kind van wagenmakersknecht Piet Luteijn.

5. Het spel van de jeugd bij de "vaete", die veel dorstige koeien, paarden en mensen heeft gelaafd. Een aantal vlijtige moeders met breikous slaat de verrichtingen van de fotograaf gade. De meisjes "in burger" zijn de dochters van het hoofd der school, Jet en Koos Meijers. De jongen die de wereld van een andere kant bekijkt is Geert Bos, op de knieen zit Marien Bos, terwijl Piet Kloosterman maar rechtop is blijven staan. Achter de "vaete" houdt veldwachter Bommelje de wacht.

6. Deze foto is gemaakt op de Molenweg, richting 's-Heer Abtskerke. De molen is overigens boven de toppen van de bomen op de achtergrond nog net zichtbaar. Het huis rechts werd bewoond door W.L. Hirdes. De personen die zijn herkend zijn, van links naar rechts: Jo Moerman, kleermaker Johannes Huissoon, veldwachter Bommelje, met zwarte hoed Kees Fierloos en op de voorgrond Ida de Blaauwe en Jo Bornrnelje. Aan de rechterzijde zien we wagenmakersknecht Piet Luteijn, Marien Ossewaarde en Marie Ossewaarde.

7. In de lange wintermaanden werd de Poel het domein van de jagers. In december werden grote drijfjachten op hazen, konijnen, fazanten en patrijzen georganiseerd. Voor het logement en de dorpsherb erg van Cornelis de Blaeij waren dit drukke tijden. Niet alleen logeerden de heren bij hem, doch hij diende ook de maaltijden in het veld te serveren. Deze maaltijden werden dan per kruiwagen op een afgesproken boerderij gebracht door enkele vrouwen of meisjes. Op de foto zien we het hele gebeuren vastgelegd. De jagers, zwaar bewapend, de drijvers met hun polsstokken, de jongetjes die mee hielpen met de drijfjacht en het torsen van de jachtbuit en de vrouwen die net de warme hap hadden bezorgd. Van de heren jagers noemen we nog even de namen van de grootste industrielen of fabrikanten:

Sillevold, Kolf en Van der Leeuw (firma Van Nelle).

U it&". Tn. de But WZ!'l.

8. De volgende serie kaarten is ongeveer uit 1905. De boerderij links wordt bewoond door L. van der Hiele. We zien hier dorpsveldwachter Bomrnelje met zijn beide zoons, Jo en Johannes. De wagen met paard van H. Dane was overigens een vertrouwd beeld in het dorp. In het deurgat steekt Koba van der Hiele nog net haar hoofd om de hoek.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek