Nuenen in oude ansichten deel 2

Nuenen in oude ansichten deel 2

Auteur
:   F.V.M. van Roy
Gemeente
:   Nuenen, Gerwen en Nederwetten
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4429-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Nuenen in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Van de verteller die destijds op lange avonden bij de plattebuis in "den herd" aller aandacht trok, wordt vaak beweerd dat hij zou zijn gestorven. Hij leeft echter, ook nu nog, voort in fotoreeksen. Nog slechts weinig tijdgenoten hebben evenwel het talent een gebeuren levensecht te verhalen. Echter, het verlangen naar beelden uit het verleden blijft, evenals de behoefte aan de magie van het verhaal om het telkens weer opnieuw te herhalen, eeuwig.

Zelfs de jonge mensen van nu, de "moderne" mensen van Nuenen, zijn geinteresseerd in de Nuenense mens van vroeger en de verhalen van toen. Deze interesse kan men afmeten aan het aantal uitgegeven exemplaren "Nuenen in oude ansichten", dat de Europese Bibliotheek bijna zes jaar geleden, in november 1971, het licht deed zien en dat men sedertien in bijna elke Nuenense woning kan raadplegen. De inhoud is niet ouderwets of dood. Het is levende stof op familiefeesten en andere bijeenkomsten. Reden waarom ik de toezegging deed om mede te werken aan het doen uitgeven van "Nuenen in oude ansichten deel 2". Die medewerking heb ik misschien gedaan vanuit een stukje nostalgie naar mijn land waar mijn navelstreng begraven is: Brabant. De Brabantse mens herkent men aan zijn zeer speciale humor.

Gaf de eerste uitgave meer een indruk van hoe Nuenen c.a. sedert 1900 materieel veranderde, deze uitgave tracht een beeld te geven van de bewegende Nuenense mens in diezelfde periode (1880-1940). De mens die leefde, werkte en zich ontspande, heeft bij het aanvaarden van de opdracht een vooraanstaande plaats ingenomen. Immers, juist deze mens heeft bijgedragen aan hetgeen Nuenen thans is.

Hopelijk ben ik in uw ogen hierin geslaagd en van harte spreek ik de wens uit, dat door deze uitgave voor zeer velen allereerst de mens van toen zijn historische gestalte krijgt,

Aan het einde van deze korte inleiding wil ik iedereen danken die Of mij foto's ter beschikking heeft gesteld Of mij te woord heeft gestaan en mij daardoor de tekst heeft ingefluisterd. Met u zullen ook zij, naar ik hoop, begrijpen dat namen noemen onbegonnen werk is.

1. Lang stond aan de Papenvoort slechts een boerderij, eigendom van de familie Knoops. In "den herd" van deze boerderij werd in 1920 nevenstaande foto gemaakt van de bij de familie inwonende Mie Slegers-van den Hurk. Toen zij, moeder van vijf dochters en een zoon en reeds vroeg weduwe geworden, op 5 augustus 1925 stierf, was zij zevenentachtig jaar. Vermoedelijk is de foto gemaakt op een zondag, getuige de kometmuts, die destijds - overigens in alle nederigheid - in het agrarische milieu waar enige welvaart heerste, werd gedragen. Die kometmutsen werden in Nuenen gemaakt door de mutsenplooisters Drika en Mina de Vries, woonachtig aan de Berg.

Heel toepasselijk bij deze foto vind ik het gedicht van Gerrit Achterberg:

Ergens moe ten uw handen nog bezig ziin te zorgen dat ik niet verloren ga; Woorden, aan dit beset ontstaan, willen zingend en eeuwig zijn,

en zo den dood ontgaan.

2. Het Sin t-Elisabethklooster. Links, waar thans het park is, lag tot 1920 de bleekwei met spoelen drinkkuil van de zusters. De koeien van de zusters graasden er en bovendien werd er het wasgoed gespoeld en gedroogd. De weide werd door de gemeente aangekocht en tot "dorpspark" ingericht. Op initiatief van het bestuur van "Nuenen-Vooruit" (1920-1921), dat bestond uit aannemer P. van Wijk, monteur Christiaan Pennings, J. de Kuiper (zonder beroep), bierbrouwer J. Prinsen en fabrikant C. van Brunschot, werd in het park een kiosk gebouwd voor het geven van muziekuitvoeringen, waardoor het vreemdelingenbezoek zou toenemen, wat de neringdoenden zeer ten goede zou komen. De kiosk werd geplaatst op de scheiding van de buurten Berg en Heieind (zie afbeelding op omslag). Voor het plaatsen van de kiosk moesten drie iepebomen worden gerooid. Pastoor J. van der Vleuten had tegen de plaatsing nogal wat bezwaren: "Zulks past niet en is hinderlijk. Als katholieke raadsleden zuIt U dit begrijpen."

3. Een markante foto van Driekske Fietelaars, grootvader van de bekende gildebroeder Franske Raaijmakers. Driekske hield meer van stropen dan van zijn vak, turfsteken. De uiterst povere inkomsten uit zijn beroep zullen Driekske ongetwijfeld ook wel tot stropen hebben genoopt. Ingewijden zeiden, dat hij meer in "het kot" zat dan thuis. Ret is zelfs voorgekomen, dat hij binnen enkele uren na zijn vrijlating in het Nuenense Broek opnieuw werd aangehouden. Deze eerlijke "zwartwerker" en grote natuurliefhebber is achtennegentig jaar oud geworden.

4. Een typisch Brabantse foto: keuvelen aan de waterput. Deze foto uit de jaren twintig laat ons kennismaken met de gezusters v.d. Nieuwenhof. Beiden woonden met nog een ongetrouwde zuster en broer op de boerderij aan de Paaihurken, waarin thans Drika van Til1aart woont. Om te voorkornen dat de bij de keuterboerderijtjes behorende geringe oppervlakte bedrijfsgrond (soms slechts enkele hectaren) door vererving nog eens zou worden verkaveld, bleven broer(s) en zuster(s) in tal van gevallen ongetrouwd samenwonen. Dit was ook het geval bij de familie v.d. Nieuwenhof. Rechts van de waterput staat Stieneke, spottend "Stieneke-Bid" genoemd, een in die jaren niet zo stereotiepe bijnaam.

5. In het begin van deze eeuw woonden aan de Berg Jan Comelis, Pietje en Miebet Vos. Op de p1aats waar nu de families Wijk en Oer1emans wonen, hadden zij een woning en werkp1aats. Jan Come lis oefende het beroep van horlogemaker uit en Pietje was torenuurwerker. Zij bezaten a1s eersten in Nuenen c.a. een te1efoon en Miebet trad op a1s te1efoniste voor de Nuenense mensen. Die te1efoon stond in die dagen bij de Nuenenaren bekend a1s "de gevaorlijk ding". Het te1efoonnummer 1uidde 1. Later, toen het pand in het bezit was gekomen van Raessens Houtindustrie, werd het abonneenummer achtereenvo1gens 201, 1201 en 831201.

De foto, gemaakt in de achtertuin, toont ons, van links naar rechts: Miebet, Jan Come lis en Pietje. De vader van dit drieta1, A. Vos, was in 1875 "k10kkenist" van het gemeentelijke uurwerk op het raadhuis met een wedde van tien gulden per jaar. Voor dit bedrag moest hij het uurwerk opwinden, op tijd houden en opnieuw van olie voorzien.

Op aandringen van p1aatselijke fabrikanten a1s Buijsman, Carlier, Tirion, Begeman, Waldeck, De Kruijff, Van Dijk en Van Wijk Brangers werd er in 1875 een te1egrambesteller aangeste1d, namelijk H. van Overbruggen. Latere bestellers waren Arie Beenen, v.d. Linden en Chr. van Rooij. Ook hebben deze fabrikanten geijverd voor de vestiging van een rijkste1efoonkantoor, een gemeentelijke geneesheer en het verkrijgen van openbaar vervoer.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek