Oegstgeest in oude ansichten deel 1

Oegstgeest in oude ansichten deel 1

Auteur
:   mr. B.C. van Krieken
Gemeente
:   Oegstgeest
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3953-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Oegstgeest in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De geschiedenis van Oegstgeest gaat tot op de oudheid terug. In Oegstgeest treffen wij namelijk reeds een van de oudst bekende Hollandse dorpen aan. Het had een van de eerste kerken van ons land, die volgens de overlevering door Willibrord, de bekende Heidenapostel (overleden 739) is ingewijd, Deze kerk was de moederkerk voor de wijde omtrek en vermoedelijk van Willibrords tijd af in het bezit van de abdij Echternach in Luxemburg. Tot in de dertiende eeuw komt bovendien als plaatsnaam voor "Kerckwerve", dit is kerk op een werf. Algemeen wordt aangenomen dat hiermede de plaats waar nu het Groene Kerkje staat wordt bedoeld. Omtrent de oorsprong van de plaatsnaam zijn verschillende Iezingen. Er is gedacht aan "geest" geestgrond, en dan zou de ligging ten oosten van de geestgronden de oorsprong zijn, De laatste tijd wordt echter algemeen wel als de juiste afleiding opgevat: geestgrond van Osger, die eigenaar van deze grond was. De naam is dan ontstaan uit Osgeresgest, Een juistere spelling is in ieder geval: Oestgeest, dus zonder de eerste g. De uitgang "geese' vinden wij behalve in de plaatsnaam ook in de namen van enkele buitenplaatsen die zich op het grondgebied van Oegstgeest bevinden, namelijk Endegeest, Rhijngeest en Poelgeest.

Hoe hebben wij ons de toestand in deze streek omstreeks het jaar 1000 te denken? De heer Gordon schrijft hierover in het Leids Jaarboekje 1917 onder meer dat de veenstreek in deze

omgeving destijds moeilijk bewoonbaar was, zodat aileen de uit de Romeinse tijd overgebleven Rijndijk en op de kleiboorden van de wateren hier en daar hofsteden of vissershutten werden aangetroffen. Op de als eilanden oprijzende geestgronden en binnenduinen was daarentegen een talrijke bevolking gevestigd.

Hoe belangrijk de kerk van Oegstgeest was, blijkt weI daaruit dat Leiden oorspronkelijk in twee delen was gesplitst, Het ene deel behoorde onder Oegstgeest en het andere onder Leiderdorp. De scheiding van de twee gehuchten, zowel in het geestelijke als in het wereldlijke, was in het midden van de Mare. Leiden betekende derhalve een 1000 jaren geleden nog niet veel! De bewoners ten westen van de Mare waren in het geestelijke aan de kerk van Oegstgeest onderworpen, zowel voor het dopen van de kinderen als voor het begraven van hun doden. Het is hierdoor dat de te Leiden gebouwde Vrouwekerk in die tijd een dochterkerk van die te Oegstgeest werd genoemd.

Zoals we zagen behoorde de kerk van Oegstgeest tot de abdij van Echternach. Met de opkomst van de graven van Holland probeerden dezen ook hun invloed uit te breiden. Graaf Dirk V (1061-1091) ontving in 1076 van bisschop Willem onder andere de kerk van Kerckwerve, doch eerst in 1156 lukte het een van zijn nakomelingen met Echternach tot een akkoord over deze kerk te komen. In ruil tegen elders gelegen

grafelijk domein liet Echternach haar recht op die kerk.

De aanleg van de weg van Leiden naar Oegstgeest dateert van het jaar 1349, waarschijnlijk nog slechts een bescheiden pad. Oegstgeest had sedert 1200 zijn eigen heren. De heerlijkheid was 120 I in het bezit van een zekere Willem van Oegstgeest. In een brief van 1242 heeft graaf Willem II van Holland de heerlijkheid verleend aan een Diderik van Oegstgeest. Dit geslacht schijnt hetzelfde te zijn als dat van "Heerman". In een kroniek van W. van Goudhoeven vindt men in de lijst van adellijke geslachten van Holland genoemd Heerman of Oegstgeest, en het wapen van dit geslacht is hetzelfde als dat van de voormalige heerlijkheid, een zogenaamd ankerkruis, rood op een goud fond. Sedert 1904 bezit de gemeente Oegstgeest weer dit oorspronkelijke wapen, ontleend aan het familieblazoen van de Heerman's, eigenaren van de oude heerlijkheid. Achtereenvolgens kwam de heerlijkheid in het bezit van het geslacht van Cuyck en Utenwaerde, tot zij in 1342 overging aan Philips, heer van Wassenaer, burggraaf van Leiden enzovoort. In dit geslacht van Wassenaer bleef de heerlijkheid tot 1615. Toen verkocht Lamoral, prins van Ligne enzovoort, zijn rechten op de heerlijkheid aan de stad Leiden.

Inmiddels had Oegstgeest, nog steeds een onaanzienlijk dorpje, te lijden gehad van de Spaanse tijd. In IS 73 schijnt de kerk (de huidige Groene of Willibrordkerk) door de Spanjaarden vernield te zijn, doch rond 1600 was de kerk gedeeltelijk hersteld.

In 1663 ging men pas tot het defmitieve herstel over.

Uit hoofde van zijn ambt was een van de vier burgemeesters van Leiden heer van Oegstgeest nu de heerlijkheid aan Leiden was overgegaan. Op het torentje dat zich op het kruispunt van de kerk bevindt staat een windwijzer, voorstellende een leeuw die de Leidse sleutels omklauwt. In de kerk is een herenbank voor het gemeentebestuur van Leiden, met het wapen van Leiden en de wapens van vier Leidese burgemeesters uit het jaar 1689. In de zuidelijke muur bevindt zich ten slotte nog een wapenraam met de wapens van de achtereenvolgende Leidse regenten of sterfmannen. Telkens werd een burgemeester als "sterfman" aangewezen, als vertegenwoordiger van de stad, aan wie dan de verschuldigde rechten betaald moesten worden.

Van de geschiedenis van Oegstgeest valt gedurende die tijd niet veel te zeggen. In 1798 vervielen krachtens de staatregeling van dat jaar aIle heerlijke rechten en kon Oegstgeest weer een eigen bestaan gaan leiden. Een commissie uit de burgeri] werd gevormd en de gemeente kreeg een "malre". Maar pas in 1814, na het herstel van Neerlands onafhankelijkheid, werd B. Leide als eerste burgemeester, toen genoemd "President van het plaatselijk bestuur, benoemd. De officiele plaatsnaam was tot 1 augustus 1858: Oegstgeest en Poelgeest.

Tot aan het begin van de eeuwwisseling bleef het hier landelijk. Toen ontdekte men dat het in Oegstgeest prettig wonen

was. Tot de aanleg van het Wilhelminapark werd aan het eind van de vorige eeuw besloten, terwijl daar een nieuw raadhuis kwam en het postkantoor werd gebouwd. In de jaren daarna kwamen achtereenvolgens het Prins Hendrikpark, het Julianapark, het Oranjepark en het Emmapark tot stand, terwijl langs de Rijnzichtweg de Indische Buurt ontstond. Na 1950 kwam de grote uitbreiding tot aan het OegstgeesterkanaaJ. Over dit kanaal zal het besternmingsplan "Haaswijk" in de eerstvolgende jaren uitgevoerd worden. De gemeente is dan "vol" gebouwd en zal zich niet verder kunnen uitbreiden.

Had de gemeente in vroeger tijd niet meer dan 1000 inwoners, in 1900 was dit aantal gestegen tot 3198. Dit was na de grenswijziging van 1896 toen een deel van de gemeente overging naar Leiden. Voordien strekte zij zich uit tot aan de Leidse singels, dus tot aan de Morssingel, zodat het station van Leiden op Oegstgeester grondgebied stond. De grens werd in 1896 verlegd tot aan Posthof, terwijl in 1920 weer een deel aan Leiden moest warden afgestaan, nu tot aan de Warmonderweg. Op 1 juli 1966 werden grote gedeelten van de gemeente geannexeerd door Leiden en Rijnsburg maar Oegstgeest behield zijn zelfstandigheid. Het inwoneraantal, dat inmiddels was gestegen tot 14.643, daalde daardoor tot rond 13.300, om nu echter weer dicht bij de 17.000 te zijn. Wanneer alle uitbreidingen hebben plaatsgevonden en Oegstgeest is volgebouwd, kan gerekend worden op een inwoner-

aantal van circa 18.000. De oppervlakte van de gemeente, die v66r de grenswijziging van 1966 1943 hectare bedroeg, is nu 800 hectare.

Oegstgeest had in vroeger jaren vijf dorpskernen, te weten: de Kerkbuurt (Dorpsstraat), de Leidse Buurt, de Kwaak (achter Poelgeest), de Mars, nu overgegaan naar Leiden, en de Bazar (thans gemeente Rijnsburg). Van het oude Oegstgeest zijn verschillende gebouwen in stand gebleven. Behalve de Groene of Willibrordkerk valt te wijzen op de kastelen Endegeest en Poelgeest. Van de particuliere huizen noemen wij de boerderij Haaswijk aan de Haarlemmerstraatweg, de Mariahoeve aan de Abtspoelweg, Schoutenburg en Toorenvelt aan de Wyttenbachweg, de voormalige boerderij aan de Voscuyl en de woningen Actaea en Ora et Labora aan de Terweeweg.

Een werkje als dit kan niet tot stand komen zonder de hulp van anderen. Gaarne breng ik dank aan het gemeentebestuur, dat toestond gebruik te maken van de verzameling ansichtkaarten en foto's waarover de gemeente beschikt. Mijn dank gaat ook uit naar verschillende ambtenaren die bij het verzamelen van de gegevens spontaan hun medewerking verleenden. Ten slotte dank ik enkele particulieren die kaarten of foto's beschikbaar stelden en gegevens verstrekten waarvan ik in de onderschriften een dankbaar gebruik mocht maken.

OEOSTOEEST. OE.IEE:'TEHUiS.

I. Wij openen met een afbeelding van het raadhuis in het Wilhelminapark. Met dit park began de ontwikkeling van de gemeente tot villadorp. Het gemeentebestuur begreep, dat oak de zetel van het bestuur verplaatst diende te worden en over een ruimere behuizing moest beschikken. Het raadhuis werd geopend op 28 februari 1900. In 1949 vond een aanzienlijke uitbreiding plaats. Architect was H. J. Jesse.

2. Een foto van het oude raadhuis, dat stand aan de Achterweg (nu Wyttenbachweg). Het werd gesticht in 1686. De foto dateert uit 1893. Links boven de ingang bevindt zich het wapen van Oegstgeest. Rechts was het Armenhuis. Later werd daar de brandspuit geplaatst. Boven de ingang kan men "Brandweer" lezen. Helemaa1 bovenaan hing de brandklok. Het pand staat er nog. Het zou verheugend zijn, wanneer het gerestaureerd zou kunnen worden.

3. lets verder op de Wyttenbachweg staat het pand Schoutenburg. Daar woonde in vroegere jaren de schout of de burgemeester. Op 28 rnei 1893 herdacht burgemeester H. D. Terwee zijn 40-jarig ambtsjubileum. Ter gelegenheid daarvan werd deze foto gemaakt, terwijl de familie voor de woning staat. Het Terweepark (aan de achterkant van het Leidse station) en de Terweeweg zijn naar hem genoemd. Hij was burgemeester van 1853 tot 1895.

/

Uitg. J. P. Nauta to Vo!sen, (Holland).

Goz icht te Oestgeest. N. 32-5.

4. In 1902 werd in het Wilhelminapark het hotel "Het Witte Huis" gebouwd. Er stonden to en nog maar weinig huizen. Rechts ziet u de toenmalige burgemeesterswoning.

5. Het Wilhelminapark gezien vanaf de Endegeesterlaan. Het postkantoor moest nog gebouwd worden (dit geschiedde in 1906). De bebouwing langs de Geversstraat en de Deutzstraat is d uidelijk te zien. Links van de paal metde naam van het park, ziet men het St.-Janshof. Let ook op de beeltenis van koningin Wilhelmina en de kroon op de paal. In het linkerpand van het blok van twee woningen is nu de Oegstgeester Apotheek gevestigd.

6. We zijn nu enkelejaren later. De bornen zijn al f1ink gegroeid en het Witte Huis is een gezellig trefpunt geworden. Vele Leidenaars rnaakten er een wandeling heen.

7. Nogmaals het Wilhelminapark. Links staat het postkantoor, dat nu niet meer als zodanig dienst doet. Ret werd in 1971 verplaatst naar het nieuwe centrum van de gemeente.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek