Oldenzaal in oude ansichten deel 2

Oldenzaal in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J.H. Molkenboer en mr. G.J.J.W. Weustink
Gemeente
:   Oldenzaal
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0381-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Oldenzaal in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

59. Omstreeks 1912 werd deze foto gemaakt vanuit een zolderraampje van het "Oude Ziekenhuis" aan de Zuidwal (1895-1918). Op de voorgrond staan de gebouwen met ronde, golfplaatijzeren daken van de firma W.H. Cohen, die hier tot 1914 onder meer schietkatoen vervaardigde. Daarachter de fabrieksgebouwen van de N.V. Koninklijke Oldenzaalsche Stoomweverij v/h J.H. Molkenboer Jr. (1872-1967). Rechts is de Zuidwal. De molen van Beukers stond nabij de huidige Berkstraat.

60. Een kijkje in de "Oude Weverij" van Molkenboer, omstreeks 1912. De assen werden aanvankelijk aangedreven door een stoommachine. Elektrische verlichting werd toen nog niet toegepast. Op de foto zijn te zien: in het midden wever Engeibertink (Maatman) en rechts touwbaas Christenhusz. Een van de gegoten, ijzeren dakbalken is na de afbraak in 1974 overgebracht naar de tuin van het museum "Het Palthe Huis". Op deze balk staat de tekst: "Gebr. Stork & Co, Borne. 1865."

61. De Nieuwstraat tussen de kruispunten Hengelosestraat/Deumingerstraat en Lindestraat/ Badhuisstraat, omstreeks 1914. Op de achtergrond de voormalige "blauwververij" van Gelderman, die omstreeks 1915 werd afgebroken. Vanaf 1925 stond er een overdekte bad- en zweminrichting, die in 1978 werd afgebroken. De kledij is in de loop der jaren wel veranderd!

62. Omstreeks 1920 werd deze foto gemaakt bij de derde openbare lagere school, beter bekend als de "Molenschool van meester Bernink" (sedert 1922 de "St. Franciscusschool"). Van links naar rechts de onderwijzers: J.A. Oude Brunink, E. Schwering (zittend), G.L.A. Nijhuis, Toon Borghuis (op de tafel), H.J.M.L. ter Hofstede, F.J. Bernink (hoofd der school) en L.A.M. Tithof. Op de achtergrond de Molenweg, die later de naam Berkstraat kreeg.

63. De Carmelstraat is genoemd naar het zich op de achtergrond bevindende Karmelietenklooster en naar het Carmel Lyceum, dat de paters in 1928 lieten bouwen. De woningen rechts waren eigendom van de Oldenzaalsche Bouw Mij. N.V. De woningen links op de foto (die in 1926 is genomen) behoorden aan de woningbouwvereniging "St.Joseph"; ze zijn nu afgebroken. Deze buurt heet ook "het Kana", ongetwijfeld omdat zich links achteraan het Israëlitisch kerkhof bevindt. De melkboer ging met paard en wagen rond om met melk te venten.

64. Op 30 december 1948 brandden de woningen "De Tien Geboden" tot de grond toe af. Ze stonden "achter 't spoor" in Berghuizen. De geredde meubelen werden tijdelijk opgeslagen op een terrein van de gasfabriek. De bewoners kregen voorlopig onderdak in de "Koningin des Vredesschool" aan de Lyceumstraat. Nu bevindt zich op deze plaats aan de Bisschop Balderikstraat het opslagterrein van gemeentewerken.

65. Oldenzaal heeft tal van molens gekend. Deze waren in verband met brandgevaar buiten de oude vesting gebouwd. Aan de Spoorstraat (waar nu de pastorie van de Antoniuskerk staat) had Wijnand Nieuwenhuis een papier- en oliemolen. Hij werd in 1876 afgebroken. Op de hoek Molenstraat-Ootmarsumsestraat had L. Kuitenbrouwer ("de ölliepin") een oliemolen, waar raapzaad tot olie werd verwerkt, nodig onder andere voor verlichting. Met de komst van de petroleum ("gasöllie") waren de raapolie en ook de molen overbodig. In 1869 is deze molen gesloopt. Op de prentbriefkaart uit omstreeks 1900 staat een houten stellingmolen aan de Haverstraat, die in de Eerste Wereldoorlog is verdwenen.

66. De zusters franciscanessen van de school aan de Gasthuisstraat zorgden in 1929 voor "bijvoeding". De crisis heerste in alle opzichten. Werklozen moesten elke dag "stempelen" en vormden lange rijen voor het nabij gelegen gebouw openbare werken. Wie een stempel kreeg had recht op een uitkering en een (kosteloos) belastingplaatje voor de fiets. Vele bedrijven sloten bij gebrek aan opdrachten. Ook de textielfabrieken deelden in de malaise. De gemeente Oldenzaal betaalde tonnen aan de steuncomités en gaf toeslagen op voedsel, kleding en dergelijke.

67. Oldenzaal kent twee koninklijke muziekkorpsen, de Koninklijke harmonie "Semper Crescendo" (opgericht 1893) en de koninklijke harmonie "St. Joseph" (opgericht 1896). Op deze foto uit begin 1900 zien we, op de bovenste rij, van links naar rechts: H. Derksen, M. Kaptein, B. Beernink, W. Kok, J. Elferink, J. Ophuis, B. Avest en 1. Derksen. Middelste rij: B. Schutte, L. Ophuis, E. Heinink, A. van Niekerk, J. Welling, J. Franke, Th. Bruins, J. Huis in 't Veld en C. Slot. Onderste rij: J. Beyer, Wellink, C. Grönefeld, H.R. Roetgering, Schönlau (dirigent), G. Kochman, Th. Wissink, J. Wissink, J. Koershuis en A. Otto,

68. De "St. Joseph Harmonie" oftewel ,,'n Bond" op de muziektent op de Ganzenmarkt in de jaren voor 1940. In het midden, op de eerste rij, dirigent Kuno Stierlin, die een stempel op het culturele leven van Oldenzaal heeft gedrukt. De bekende muziekkenner Hubert Cuypers uit Amsterdam zorgde ervoor dat vele composities van Kuno Stierlin door de radio werden uitgezonden. Vlak voor de oorlog werd Stierlin "Musikprofessor" in Münster.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek