Onderzeeboten in beeld

Onderzeeboten in beeld

Auteur
:   M.H.J.Th. van der Veer
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4736-1
Pagina's
:   144
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Onderzeeboten in beeld'

<<  |  <  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  >  |  >>

?

59. Nederland, "Zuiderkruis". "Moederschip onderzeeboten". De "Zuiderkruis" was oorspronkelijk een opnemings- en kabelschip van de Gouvernementsmarine. Ze werd bij de NSM in Amsterdam gebouwd (1924), was 78 meter lang, mat 2661 ton en beschikte over twee "triple-compoundmachines" van 800 ipk elk, die het schip een snelheid van ongeveer 12,5 mijl konden geven. Hoewel de "Zuiderkruis" lange tijd dienst deed als GSS "Zuiderkruis" vanwege haar taken voor de Gouvernementsmarine, werden de opvarenden van deze marine en ook de "Zuiderkruis" op 1 september 1940 gemilitariseerd. De GSS "Zuiderkruis" werd toen Hr. Ms. "Zuiderkruis" en bevoorradingsschip, "moederschip" voor onderzeeboten. Hier afgebeeld met enkele K-boten.

60. Nederlandsch-Indie, "Pro Patria". De "Pro Patria" werd in 1920 op het Marine Etablissement Soerabaja op stapel gezet en op 17 juli 1922 te water gelaten. Ze was 47 meter lang, mat 612 ton en had een machinevermogen van 650 ipk en een dienstsnelheid van 10 mij!. De bewapening bestond uit een kanon van 7,5 em en twee mitrailleurs van 12.7 mm en taehtig mijnen. Bemanning: 62 koppen. Ze werd op 20 augustus 1923 in dienst gesteld. Vanaf 6 augustus 1925 gebruikt voor speciale diensten, bijvoorbeeld als hulpsehip voor onderzeeboten, als "luistersehool" en als torpedowerksehip. Tijdens de oorlog met Japan werden mijnen gelegd. Op 15 februari 1942 door de eigen bemanning op de Moesirivier nabij Palembang tot zinken gebraeht.

61. Nederland, Camelis Drebbel, "Maeder Cornelia" in Den Helder. Aangevraagd bij 's lands begroting voor 1913 als depotschip voor onderzeeboten. De bouw werd opgedragen aan de werf "Conrad" in Haarlem, maar de uitrusting geschiedde op de Rijkswerf in Amsterdam. In 1915 te water. Afmetingen: 50.80 meter bij een breedte van 9.96 meter. 800 ton. 660 ipk, twee schroeven en dienstsnelheid 6 mij!. Bemanning: 72 koppen. Eerst in dienst voor personeel van de Onderzeedienst in Vlissingen. In maart 1924 naar Willemsoord en machines verwijderd, daardoor 668 ton. "Moeder Cornelia" had geen bewapening en viel in mei 1940 in handen van de bezetter. Na de bevrijding weer bij marine als wachtschip HW-2. Daarna logementsschip Onderzeedienst als A-886. Nu uit de sterkte.

62. Duitsland, de Eerste Wereldoorlag. Duitsland ging met ruim twintig onderzeeboten de Eerste Wereldoorlog in, terwijl er 345 werden bijgebouwd. Er gingen 178 boten door vijandelijke acties verloreno Van de 13.000 officieren en manschappen verloren 515 officieren en 4849 manschappen het leYen. Er werden 5000 schepen met een totaal tonnage van 11 miljoen ton tot zinken gebracht. 15.000 Engelse burgers verloren het leven.

63. Duitsland, V-I. De U-I was de eerste onderzeeboot die voor de Duitse Marine werd gebouwd. Daarvoor hadden de Duitsers naar Frans ontwerp onder andere al drie onderzeeboten voor Rusland gebouwd; de "Karp", "Karas" en .Kambala". In 1901 had de Duitse luitenant-admiraal von Tirpitz nog verklaard dat Duitsland geen behoefte had aan onderzeeboten. De U-l wist echter met succes een tocht van ongeveer 1100 km te maken van Helgoland rond het schiereiland naar Kiel en dit overtuigde de Duitse Marine. De U-l had een lanceerbuis en ging traag onder water. Ze werd op 14 december 1906 door de "Germaniawerft" aan de Keizerlijke Marine overgedragen. De motoren van de U-Lliepen niet op petroleum maar op paraffine. De snelheid boven water bedroeg 10.8 knoop, onder water 8.7knoop.

64. Duitsland, U-2. Op 4 maart 1906 werd aan de .Kaiserliche Werft Danzig", KWD de opdracht verstrekt voor de bouw van een onderzeeboot onder de codenaam .Projekt-?". Uiteindelijk ging het om de V-2 die met 50 procent meer waterverplaatsing dan de V-1, maar met dezelfde 400 pk motoren, dankzij een meer gestroomlijnde romp, toch boven water een snelheid van 10.5 knoop kon halen. De met paraffine gestookte motoren kwamen niet, net als voor de V-1 van Korting, maar van DaimlerBenz.

65. Duitsland, U-3. Op 17 november 1911 dook de U-3 in de haven van Kiel. Daarbij bleefeen ventilator openstaan. Er kwamen drie man om en 28 man wisten zich te redden.

66. Duitsland, U-4. Na het ongeluk met de U-3 werden er direct maatregelen genomen. Iedere U-boot moest voor een duik een test uitvoeren waarbij in de romp gedurende een minuut een overdruk van 20 millibar moest worden gehandhaafd. Verder diende er ontsnappingsapparatuur voor de bemanning te komen en moest ook apparatuur voor het geven van onderwatersignalen worden gemstalleerd. Standaarduitrusting werden zaklantaarns en iedere waterdichte ruimte mocst een cigcn luik hebbcn, tcrwijl er dubbele sluitingen voor de ventilatie-openingen werden aangcbracht. Er kwam tevens een twccde onderzceboot bergingsschip.

67. Duitsland, U-6. De U-6 werd gebouwd bij "Germania Werft' en had een waterverplaatsing van 505 ton boven water en 636 ton onder water. Ze was 57.3 meter lang en besehikte over vier Kortingmotoren (4 x 225 pk) en twee elektrisehe motoren van 520 pk elk. De snelheid boven water bedroeg 13.4 knopen en onder water 10.2 knopen. Bij een gemiddelde snelheid van 13 knopen boven water bedroeg de aetieradius 1900 mijl. De bewapening bestond uit twee boeg- en twee hektorpedobuizen van 45 em en zes torpedo's. De bemanning telde 29 koppen.

?. t

68. Duitsland, U-7. Hoewel de onderzeeboten van dit type waren uitgerust met een Korting paraffinemotor hadden ze een voor- en een nadeel. Het voordeel was dat deze motoren meer betrouwbaar waren dan de petroleummotoren van de "Hollandboten" die nogal last hadden van storingen en soms explosies. Een nadeel was dat de paraffinemotoren al over grote afstand herkenbaar waren aan hun dikke, doorgaans witte rookpluimen en soms vonkenregen. Dit maakte ze in feite ongeschikt voor de OOflogvoering. Daarom won de dieselmotor snel aan populariteit.

<<  |  <  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek