Oosterwolde in oude ansichten deel 2

Oosterwolde in oude ansichten deel 2

Auteur
:   W. Adema
Gemeente
:   Ooststellingwerf
Provincie
:   Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0383-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Oosterwolde in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Was het eerste deeltje van "Oosterwolde in oude ansichten" in hoofdzaak gewijd aan vroegere dorpsgezichten, nu is getracht ook aandacht te besteden aan hen die hier woonden, werkten en speelden. Blijkens verhalen van oude ingezetenen was de strijd om het bestaan op de weinig vruchtbare zandgronden hard. De voornaamste bestaansbron was het boerenbedrijf met daaromheen verwante ambachten.

Toch had men ook aandacht voor andere levenswaarden. Immers, reeds in 1867 werd het reciteercollege "Naar Hooger" opgericht en in 1899 het muziekkorps met de poëtische naam "Immer Flott" . En uit de jaargangen van "De Ooststellingwerver" van omstreeks de eeuwwisseling, een weekblad uitgegeven door J.H. Pop ping, blijkt een grote belangstelling voor het wereldgebeuren. De Dreyfus-zaak, die Frankrijk destijds hevig beroerde, en de Transvaalse Boerenoorlog werden tot in details verslagen; de geschiedenis van de Stellingwerven uitvoerig behandeld. En dat zou stellig niet zijn opgenomen, als de lezers hiervoor geen belangstelling hadden getoond.

De spreektaal was en is Stellingwerfs. Opmerkelijk is, dat, zelfs na bijna vijf eeuwen aansluiting bij Friesland, de Friese taal niet in staat is geweest het eigen dialect te verdringen, behalve daar, waar zich meestal de Friese veenarbeiders vestigden. Zelfs heeft het Stellingwerfs een nieuwe impuls gekregen door het werk van een aantal jongeren, verenigd in de "Stellingwarver Schrieversronte".

Vóór 1504, het jaar waarin voor het eerst een Friese grietman werd aangesteld, kenden de Stellingwervers eigenlijk geen centraal gezag. De Stellingen, die uit en door de eigen inwoners telkens voor een jaar werden aangesteld, zorgden voor bestuur en rechtspraak. De huidige burgemeester van Ooststellingwerf, dr. T. Oosterwijk, schreef over deze late middeleeuwen een boekje getiteld "De Vrije Natie der Stellingwerven", uitgave nummer 12 van de Fryske Akademy. Ongeveer honderd vijftig jaar geleden begon de vervening ten noorden en ten oosten van Oosterwolde goed op gang te komen. Enige honderden veenarbeiders kwamen vanuit Friesland naar hier en vestigden zich voornamelijk in Haulerwijk en Nieuw-Appelscha, zoals dit laatste dorp in oude schoolatlassen werd genoemd. Beide dorpen zijn dan ook grotendeels Friestalig. Ook veenbazen kwamen naar hier en begonnen naast hun turfhandel met het drijven van winkels. Lonen en verplichte winkelnering waren de oorzaak van veel conflicten tussen hen en de arbeiders. Daar kwam nog bij, dat door de opkomst van de steenkolen reeds aan het einde van de vorige eeuw de betekenis van het veen afnam. Het verschijnsel van werkloosheid deed zich hier reeds vroeg voor, want er was geen vervangend werk. Door het geven van subsidies voor de ontginning van heidevelden tot cultuurgrond trachtte de overheid in de ergste nood te voorzien. In de jaren dertig werkten honderden werklozen op deze ontginningen.

Op de ontwikkeling van Oosterwo1de was ook van invloed de aanleg van tramlijnen, in 1911 naar Gorredijk, in 1914 naar Steenwijk en in 1915 naar Assen. Bij de opening van de lijn naar Steenwijk deed zich een merkwaardig geval voor. De burgemeester deelde op 13 mei 1914 aan de raad mee dat er op de zestiende een feesttram voor de directie en genodigden zou rijden van Steenwijk naar Oosterwolde en hij vroeg een krediet van twintig gulden ten laste van de gemeentekas om de deelnemers aan deze rit iets te kunnen aanbieden. Het krediet werd vlot verleend en de zaterdag daarop vertrok de feesttram inderdaad uit Steenwijk. Maar... bij Hoek-Makkinga, vijf kilometer voor Oosterwolde, keerde de tram terug naar Steenwijk. Of de Oosterwoldenaren teleurgesteld waren en wat er met de twintig gulden is gebeurd is niet bekend geworden. Als pleister op de wonde kwam drie dagen later de Vereeniging voor Vreemdelingenverkeer uit Steenwijk met enige honderden deelnemers per extra tram naar hier. Het schijnt gezellig te zijn geweest, want 's avonds werd vanuit Steenwijk een telegrafische dankbetuiging ontvangen. Op 3 juni 1914 brachten Oosterwoldenaren een tegenbezoek aan Steenwijk.

Tot aan 1940 breidde het dorp zich langzaam maar gestadig uit. Maar toen op zaterdag 11 mei ongeveer zes uur 's morgens de eerste Duitse troepen doortrokken, betekende dat ook voor Oosterwolde het einde van een tijdperk.

Voor de samenstelling van dit boekje is veel navraag nodig geweest. Op de meest welwillende wijze hebben allen, aan wie inlichtingen werden gevraagd, hun medewerking gegeven. De samensteller is dan ook aan allen, en in het bijzonder het personeel van de gemeentesecretarie, bijzonder veel dank verschuldigd.

1. In 1887 stichtte mr. L.G. Verwer te Zorgvlied deze zuivelfabriek aan de Nanningaweg. In 1890 werd de fabriek eigendom van de coöperatieve vereniging "Oosterwolde en Omstreken". In 1903 werd er een directeurswoning gebouwd en in 1916 een kantoorgebouw. Nu is hiervan, en ook van de boerderij rechts, niets meer te vinden. Op de vrij gekomen ruimte staat nu een uiterst modern fabriekscomplex, wel eigendom van dezelfde coöperatie, maar zelfs de naam is veranderd in "De Zuid-Oosthoek".

2. In 1893 organiseerde de plaatselijke landbouwvereniging "Oosterwolde" een landbouwtentoonstelling. Bestuur en jury bestonden uit de volgende heren, zittend van links naar rechts: Js. Gorter, S.A. van Weperen, K. Post, Js. A. van Weperen, J. Zijlstra, Jan Schurer, H.O. van der Schoot en G. Rijpma. Achter hen staan in dezelfde volgorde: Anne Vondeling, J. Stienstra, L.J. Tiesinga, Auke Vondeling, L. Heeroma, H. Zwart, K. van der Velde, P.J. Tiesinga en IJ.W. Feikema.

3. Op 5 augustus 1899 werd de muziekvereniging "Immer Flott" opgericht met als leden O. Nieuwenhuis, P. Madhuizen, C. Pals, K. Tasma, S. Gräler, S. van der Zee, W. Melis, H. Madhuizen, E. Noorman en B. Faber. De muzikale leiding werd opgedragen aan de heer Kalma, muziekonderwijzer te Heerenveen. Het eerste publieke optreden vond plaats op 13 december van dat jaar, tijdens de prijsuitreiking van een gehouden hardrijderij. Hoe lang dit korps heeft bestaan en waarom het later is opgeheven kon helaas niet worden achterhaald.

4. Deze opname van het personeel van de lagere school is omstreeks 1906 genomen. Rechts van de tafel zit, met Goudse pijp, G. Rijpma, hoofd der school van 1874 tot 1909; links van de tafel zit de onderwijzer J. Noorman. Achter hen staan of zitten, van links naar rechts: handwerkonderwijzeres A. Kuiper, M. Bakker, R.J. Riemersma, P. Terpstra, H.G. Hoeneveld, T. Duursma en K. Wilsma. De beide laatsten waren helpsters bij het handwerkonderwijs.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek