Oosthuizen in oude ansichten

Oosthuizen in oude ansichten

Auteur
:   P. Groot
Gemeente
:   Zeevang
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4288-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Oosthuizen in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Oosthuizen met de buurtschappen (Zuid-)Schardam, Etersheim, Hobrede en Verloren Einde van Kwadijk, is op 1 augustus 1970 samengevoegd met de buurdorpen Warder, Middelie, Kwadijk en Beets tot de gemeente Zeevang. De oude gemeente Oosthuizen lag voor een groot deel in het waterrijke gebied van polder De Zeevang, aan de westzijde ter lengte van ongeveer 7 km begrensd door de ringvaart van de in 1612 drooggemaakte Beemster, aan de oostzijde door de vroegere Zuiderzee. Op een kaart van "Rolland's Noorderkwartier in 1300" komt "Zevanc" voor als door een zeedijk omringd land. "Luttickoisthuzen" is er op aangeduid als: "gehucht zonder kapel" en "Etershem" als: "dorp met kerk". Buitendijks lagen de kogen of kooglanden (Westerkoog, Oosterkoog, Hobrederkoog) die bij hoge zeestanden onder water liepen. Ret meer Beemster stond toen nog via de Korssloot in open verbinding met de "Zuderzee". De "Schaerdam" werd vermoedelijk tussen 1311 en 1319 aangelegd, waardoor de Korssloot van de "Zuderzee" werd afgesloten, Een eeuwenoud gebied dus.

De bebouwing werd overwegend op of tegen de dijken aangebracht (veiligheid, verkeer). Dit principe is aan de structuur van het dorp en de buurtschappen nog duidelijk herkenbaar. In het oude Oosthuizen van rond 1900 vond men dan ook weinig zijwegen. Ret voornaamste onder scheid in de wegen was het traject Westeinde-Dorp-Oosteinde, aangelegd op de oude zeedijk van "Zevanc". Ret deel van deze dijk, waarop Westeinde en Dorp, keerde vaar 1612 het water van de Beemster en na 1612 het water van de Beemsterringvaart. Ret Oosteinde is aangelegd op de als van oudsher bekend staande Slingerdijk, ten no orden waarvan de polder De Westerkoog is gelegen. Ook Etersheim is deels aan de Slingerdijk gebouwd. Zuidelijk van Etersheim ligt - tegen de Zeevangs-Keukendijk (vroegere Zuiderzeedijk) - de polder De Etersheimerbraak (48 ha), krachtens octrooi, door de Staten in 1631 verleend aan Rijnoult van Brederode, gevormd door bedijking van drie zogenaamde braakjes, die bij dijkdoorbraken zijn ontstaan aan de binnenzijde van bovengenoemde dijk. De in De Zee-

vang aanwezige veenlaag werd daarbij ter plaatse weggespoeld tot op de daaronder liggende kleilaag.

Na de stormramp van 13 en 14 januari 1916, waarbij door dijkbreuken grote delen van het aangrenzende Waterland werden overspoeld, is besloten de Zuiderzeedijken te versterken. De benodigde klei voor de Zeevangs- en Keukendijk werd verkregen door het graven van "De Kleiput in de Etersheimerbraak", waardoor een zeer diep gelegen poldertje ontstond, groot IS ha, met aparte bernaling. Ouderen zullen zich de hieraan verbonden werkzaamheden en de komst van "de polderjongens" zeker herinneren. Als bijzonderheid kan worden vermeld dat hierdoor een van de diepst gelegen polders van Nederland ontstond (met een zomerpeil van het polderwater van 6,62 meter minus N.A.P.) in de situatie: "een polder in een polder in een polder" (Kleiput-Braak-Zeevang). Hollandser kan bijna niet!

Vanuit de Beernster, gaande over de ringvaart via "de Kerkebrug", komen we bij het meest markante punt van Oosthuizen, de kerk. Het is een zogenaamde kruiskerk, gebouwd omstreeks 1518, laatstelijk gerestaureerd rond 1960. Het achtkante torentje op het kruis, dus rustend op de dakconstructie, is voor het uiterlijk zeer kenmerkend. De daarin hangende klok - gegoten door Van Wou - laat zijn enigszins droefgeestig geluid nog steeds horen vaar de aanvang van kerkdiensten en bij begrafenissen. In de kerk bevindt zich de marmeren graftombe van Francois van Bredehoff, vrijheer van Oosthuizen, overleden in 1721. Aan de muren hangen wapenschilden, tevens rouwkassen. De vloer bestaat dee Is nog uit grafstenen met inscripties. Er is een fraai besneden preekstoel, een koorhek en een zogenaamde Herenbank. Het orgel is het oudst bespeelbare van Nederland, waarschijnlijk zelfs van Europa. Wij kunnen een bezoek aan deze, onder monumentenzorg vallende, kerk aanbevelen. Koster Pol zal u tijdens de bezoekuren gaarne rondleiden.

De eigenIijke dorpskern was toch wei de in 1959 gesloopte schutsluis. Een steen in deze sluis vermeldde ,,1738". Bij "de Sluis" kwamen de jaagvaarten van Hoorn en Edam te zamen

met daarlangs in noordelijke richting de Hoornse jaagweg en naar het zuidoosten de Edammer jaagweg. Geleidelijk aan werden deze jaagwegen verbreed en van betere verharding voorzien. Rond de eeuwwisseling waren het voornamelijk nog wat werd genoemd "macadam" wegen.

De Hoornse jaagvaart doorsneed de polder De Westerkoog die daardoor werd verdeeld in "Grote Koog" en "Kleine Koog". Het waterpeil in deze jaagvaart was gelijk aan dat van de Beemsterringvaart (Schermerboezempeil). Bij slechte weersomstandigheden en hoog boezempeil heeft Willem Bakker, de toenma1ige opzichter van De Westcrkoog, menige nacht wacht gelopen over de niet zo sterke polderdijkjes. Vooral "De SIeper", het dijkje dat aan de oostzijde van de Hoornse jaagvaart lag, vroeg veel aandacht. De sluis verbond de dieper gelegen Edammer jaagvaart, behorend tot de polder De Zeevang, met de Hoornse jaagvaart en Beemsterringvaart. Op de roep "Schutte" kwam smid - tevens sluismeester - Christiaan Kochheim uit zijn smederij en bediende de sluis ten behoeve van zijn "klanten". Dit vertrouwde beeld, waarvan mede door de gemoedelijkheid van de sluismeester een grote rust uitging, is helaas voorgoed verdwenen.

Ook voor het naburige dorp Warder, gelegen in De Zeevang, was de sluis van belang. V66r 1912 was Warder namelijk aIleen via een voetpad en verder over het water bereikbaar. In 1912 kreeg Warder zijn rijweg. Bekend was het rijmpje:

"In Warder kan je harder noch varder.

Alleen met een ouwe schuit

kom je Warder in of uit".

"De Sluis" met daarover aanvankelijk een ophaalbrug was tevens het ontmoetingspunt voor de - meestal jongere inwoners. Hangend over de brugleuning werden vele zaken besproken en vanuit dit punt ging men een "dijkje om". De wandelroute was dan via twee bruggen (over de Hoornse jaagvaart en Beemsterringvaart), Beemsterdijk, Kerkebrug, Dorp, Sluis of andersom. Onderweg kon dan nog worden "opgestoken" in cafe Sjoukes (later Donker, daarna v.d. Meer) bij de kerk en/of bij de sluis in hotel-restaurant-stalhouderij ,,'t Fortuin" van De Boer. Ook was de sluis in de zorner een geliefd

punt voor vele - merendeels Amsterdamse - hengelaars. Schrijver herinnert zich de namen: Blitz (vader en zoon) en Plemper (altijd samen met zijn echtgenote). Vaak werd dan overnacht bij De Boer, cafe Has of cafe Groot.

's Winters kwamen Volendammers in klederdracht - toen nog algemeen gebruikelijk - als eersten schaatsend via de bevroren Edammer jaagvaart naar Oosthuizen, ook als het ijs nog maar net hield. De tocht Volendam-Oosthuizen en terug was traditie. Het voornaamste doel was weI een gezellig samenzijn in hotel ,,'t Fortuin", waar dan "middelen tegen kou vatten" werden ingenomen. Het geheel was een vrolijk en kleurrijk schouwspel dat ook tot het verleden behoort; de vele darnmen, dwars in de Edammer jaagvaart, aangelegd omstreeks 1958 als gevolg van de ruilverkaveling van polder De Zeevang, maakten hieraan een einde.

Schardam was (en is) waterstaatkundig bezien van groot belang voor Noord-Holland. In de oude "Schaerdam" bevinden zich drie uitwateringssluizen van "Het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en West-Friesland". Dit hoogheemraadschap is ingesteld in 1544 en gevestigd te Edam in een aantal fraaie, in stijl gerestaureerde, historische gebouwen. Zijn taak is het beheer in de ruimste zin (ook wat betreft het milieu) over "De Schermerboezem". Een belangrijke taak, wij leven immers beneden het zeeniveau! Het onderhoud van de sluizen getuigt naast doelmatigheid ook hier van "zin voor historie". Zuidersluis en Noordersluis laten het water van de Korssloot uit. De Hornsluis te Lutje-Schardam sluit aan op de, omstreeks 1612 gegraven, Beernster-Uitwatering ten zuiden van de oude Westfriese zeedijk ("Oudendijk"). De genoemde sluizen zijn niet de oorspronkelijke, getuige de daarin gemetselde gedenkstenen.

In de "tegenwoordige tijd" van onze ouders, groot- en soms overgrootouders - voor ons "in het verleden" - beginnen we onze tocht door de oude gemeente Oosthuizen bij de noordgrens, gelegen in Schar dam waarvan het zuidelijke gedeelte toen nog tot de gemcente Oosthuizen behoorde en het noordelijk deel tot de gemeente Beets.

1. De eerste ansicht geeft een beeld van de vissers Maarten en Willem Klopman, die - omstreeks 1900 - op de brug over de Noordersluis staan, voor de zuil waarop "de Eenhoorn" is gezeten en die de grens aangeeft van het (vroegere) rechtsgebied van de stad Hoorn met dat van de vrije heerlijkheid Oosthuizen. Op de zuil staat het jaartal 1761. Beide broers poseren aan de noordzijde van de grens, dus in het "Hoornse rechtsgebied". De schuur op de achtergrond is naderhand gesloopt.

2. We kijken even "over de grens" in noordelijke richting, naar het deel van Schardam dat v66r 1970 tot de vroegere gemeente Beets behoorde. De afbeelding is van circa 1923. De kerk - thans sterk in verval - domineert. Links zien we timmerman Aalt van Beek voor zijn huis en op het trapje zijn echtgenote Marie Tas met hun zoontje Wim. Achter de kruiwagen herkennen we Piet Groenhart (met strooien hoed). De weg heeft nog in het midden een "paardepad" van klinkers. Verderop verschijnt reeds de auto, vermoedelijk de vrachtauto van Willem Edel. Geheel rechts - buiten de afbeelding bevindt zich de Hornsluis.

Uitg. S. Schouten.

HOOG CH.!.RD .. Bf.

3. Gezicht in noordelijke richting vanaf een punt, aan de buitenzijde van de dijk (de Schaerdam), ten zuiden van de grenspaal met Eenhoorn. Deze ansicht moet van vaar 1900 zijn; de schuur van afbeelding 1 ontbreekt. De man met kiel en pilo-broek staat op de zuidelijke vleugelmuur van de Zuidersluis. De Noordersluis is gedeeltelijk zichtbaar. Het bruggetje geeft hier toegang tot het buitendijks gelegen poldertje "Het Burgerwoud". Het thans gedempte water op de voorgrond staat in gemeenschap met het afwateringskanaal buiten de sluizen ("de haven") en dus met de Zuiderzee. Let op de man op de steiger voor het tweede huis. Op de volgende afbeelding (4) heeft dit huis een stenen voorgevel. Op de achtergrond de kerk met het typische houten torentje. De netten op het bruggetje en de koe zijn sprekend voor de voornaamste beroepen van de Schardammers!

4. Een ansicht van omstreeks 1910. Gezicht van de kruin van de dijk in noordelijke richting. Het bruggetje en het huis met rieten dak van afbeelding 3 zijn verdwenen. Links het huis van Diederik Visser, daarnaast de boerderij van Bregman. Verder noardelijk, tegenover de paal met schoor van het elektriciteitsnet (in aanbouw? ), is cafe "Zeezicht" van Willem Edel, die tevens winkelier, brandstof- en fouragehandelaar was. Tussen "Zeezicht" en Zuidersluis ligt de boerderij van de familie Drijver. Hoogstwaarschijnlijk is de vrouw Koosje Bregman, het jongetje haar zoon Klaas en het meisje Liesbeth Drijver. Klaas en Liesbeth liepen altijd hand in hand naar school (in Etersheim).

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek