Oostkapelle in oude ansichten deel 1

Oostkapelle in oude ansichten deel 1

Auteur
:   A.J. de Broekert
Gemeente
:   Veere
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1871-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Oostkapelle in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

We kennen vele verzamelobjecten, zoals postzegels, sigarenbandjes, lucifersmerken, munten, bierviltjes, parnfletten, reisherinneringen en ... oude ansichtkaarten. Deze laatste blijken de laatste jaren erg in trek te zijn. Het is echter jammer dat deze verzamelingen bijna niet in de openbaarheid komen.

Dit boekje stelt een groter publiek in de gelegenheid kennis te nemen hoe Oostkapelle er in vroeger jaren uit zag: de ouderen om het verleden weer voor ogen te toveren en om te kunnen zeggen ,ja, dat is waar ook, zo zag het er vroeger uit en daar woonde die en die; wat is er toch veel veranderd in de loop der jaren", de jongeren om zich een voorstelling te vormen van de rust van een dorp zonder de drukte van het verkeer en zonder verkeersvoorschriften.

Men kan omtrent de vraag hoe oud-Oostkapelle nu eigenlijk is vele beschrijvingen, boeken, verhandelingen en kronieken erop naslaan, doch men kan nimmer het juiste jaartal vinden; wel staat vast dat Oostkapelle aI heel lang bestaat. Men heeft een vermoeden uitgesproken dat deze parochie (kerkgemeenschap) reeds in het begin van de zesde eeuw aanwezig zou zijn geweest en nog voor de invoering van het Christendom zou hier aI een bidplaats geweest zijn zoals in Domburg die van Nehalennia, de godin die men vereerde om voorspoed en om bescherming tegen de gevaren ter zee te verkrijgen. Deze godin is ons bekend sedert 5 januari 1647, toen op het strand bij Domburg, na zware stormen, vele stenen monumenten zichtbaar werden, die tot dan toe onder de duinen verborgen hadden gelegen.

Het staat vast dat de kuststrook eeuwen geleden bewoond was, omdat op het strand op verschillende punten begraafplaatsen en overblijfselen van hutten gevonden werden. In 1687 werd ten oosten van Domburg, achter de buitenplaats "Duinvliet", een begraafplaats ontdekt. Sommige van de stoffelijke resten hadden koperen kettingen en penningen om de hals en ook yond men geld in en bij de kisten alsmede andere voorwerpen, zoals gespen, ringen, naalden en urnen. Van deze

gevonden voorwerpen wordt een uitgebreide verzameling bewaard in het Zeeuws Museum te Middelburg. In 1749 werd ook een begraafplaats ontdekt achter het kasteel "Westhove". Dit kasteel was in vroeger tijden het "vertrek en lusthuis" van de Middelburgse abten.

Men neemt aan dat de gevonden woningen toebehoorden aan de oude Goten, een Germaanse volksstam, die sedert de tweede eeuw Europa binnenvieL Zij zetten hun strooptochten tot in Spanje voort. Hier en daar vormden zij ook nederzettingen. Zij hebben in de geschiedenis de herinnering achtergelaten aan een barbaarse levenshouding. De woningen werden meestal op een rij of straatsgewijze gebouwd, waren langwerpig van vorm, rondom met overeindstaande planken of paaltjes bezet, die aIle bij de grond afgebroken waren of nog een eindje daarboven uitstaken. De vloer bestond uit kleiachtige aarde. Men kon de vorm van de vloer nog duidelijk onderscheiden. De meeste gouden penningen, aIsmede zilveren schaaltjes, zijn aldaar gevonden ben evens vele beenderen van schapen enzovoort, een bewijs dat de stranden van Walcheren in de oude tijden ook bewoond zijn geweest. Het platteland was zuiver agrarisch. Uit oude bevolkingsregisters blijkt dat in Oostkapelle vele ingezetenen het beroep van landarbeider of veldarbeider uitoefenden. Zelfs de vrouwen hielpen op het land mee om de inkomsten nog enigszins te kunnen verhogen.

De steden Middelburg en Vlissingen bepaalden het karakter van het eiland en de bewoners daarvan wilden alleen maar rust en vrede en hadden weinig of geen behoeften. Enkele buitenplaatsen in Oostkapelle waren bewoond. Vele werden in de tweede helft van de vorige eeuw afgebroken. De bossen werden gerooid en het land tot bouw- en weiland bestemd. In de tweede helft van de vorige eeuw kwam er een kleine kentering. Er werden enkele buitenplaatsen gebouwd en herbouwd, zoals "Zeeduin", "Berkenbosch", "Overduin", "Eikenoord" en "Molenwijk". Deze huizen werden aileen in

de zomermaanden bewoond en hierin zou men een voorloper van het huidige toerisme, zij het dan op kleine schaal, kunnen zien. Het dagtoerisme was nog zeer beperkt en bestond in hoofdzaak uit ingezetenen van Middelburg en Vlissingen, die per rijtuig of janplezier een rondrit over Walcheren maakten, aangevuld met wat bewoners van het platteland. Na 1900 begon een merkbare kentering zich te voltrekken. Een aanyang werd gemaakt met de bouw, zij het dan nog op zeer beperkte schaal, van landhuizen. Eerst na 1918 begon zich deze ontwikkeling af te tekenen, om na de tweede wereldoorlog een grate vlucht te nemen,

Merkwaardig is het wel dat rond de eeuwwisseling er al stemmen in Oostkapelle opgingen om een tramverbinding met Middelburg te krijgen, waardoor, zoals de voorstanders zich dachten, de bouw van landhuizen zou worden bevorderd en de welvaart zou toenemen. De tramverbinding is er niet gekomen, het toerisme echter wei.

Het aantal inwoners bedroeg in 1829:773, in 1900:1035 en in 1965: 1855. De uitgeven van de gemeente beliepen in 1820 een bedrag van ongeveer f 2,- per inwoner! Anderhalve eeuw later was dit bedrag gestegen tot rond f 170,-. De bestaansmiddelen hebben in dit tijdsbestek wel een grate omwenteling beleefd. Tot 1900 was Oostkapelle een vrijwel zuiver agrarische gemeente, in hoofdzaak landbouw en op kleinere schaal tuinbouw. Na de eerste wereldoorlog, to en onder meer de veel voorkomende augurkenteelt voor export naar Duitsland, verlopen was, begon het toerisme op bescheiden schaal ingang te vinden.

Verschillende bestuurders hebben hun krachten aan het bestuur van de gemeente Oostkapelle gegeven. Hun namen van nu nog bestaande families - komt men steeds weer in oude registers tegen. Paulus Holle (naar hem werd een nieuwe straat in de kern van de gemeente genoemd) werd op 26 augustus 1825 als burgemeester beedigd nadat hij sedert 6 december 1817 al schout was. Hij was tevens secretaris. Eind

1810 kwam hij als adjunct-maire in functie. Voor hem trad J.J. Sprenger op als maire, was daarna voorshands schout en werd als zodanig op eigen verzoek ontslagen. In plaats van Hendrik Holle, zoon van burgemeester Paulus Holle, bij koninklijk besluit van 23 november 1827 benoemd tot burgemeester en op zijn verzoek ontslagen bij koninklijk besluit van 20 augustus 1841, werd mr W.C.M. de Jonge van Ellemeet op 15 december 1841 tot zijn opvolger benoemd. In zijn plaats werd op 20 juni 1853 benoemd mr. J.G. Sprenger. Op zijn verzoek werd hem op 31 maart 1882 ontslag verleend. Jonkheer M.W. de Jonge van Ellemeet werd daarna benoemd op 23 mei 1882 en op zijn verzoek ontslagen op 8 juli 1896. Op 14 oktober van datjaar, werd de voor velen nog bekende jonkheer W.Z. van Teijlingen tot burgemeester benoemd. Op 14 oktober 1921 werd onder grote belangstelling zijn vijfentwintigjarig jubileum als burgemeester gevierd. Door de schoolkinderen werd een zegenwens ingestudeerd. De eerste regels luidden als volgt: "Blij klinkt ons lied, de klokken luiden, De vlaggen wapp'ren in den wind. Vraagt iemand, wat dat moet beduiden? Och, dat weet zelfs het kleinste kind. Gij toch, van wien wij allen houden, Viert heden feest, Uw zilvren feest, En - armen, rijken, jongen, ouden - Gij zijt steeds ieders vriend geweest." Met ingang van 1 april 1936 werd tot burgemeester en secretaris van Oostkapelle benoemd K. Fabius, de jongste burgemeester van Nederland.

In 1938 werd de benedenverdieping, welke bewoond werd door gemeenteveldwachter S. Walraven, verbouwd tot gemeentesecretarie, terwijl aan de achterzijde een kluis gebouwd werd. Voordien werden de gemeentezaken meestal ten huize van burgemeester Van Teijlingen, huize "Magnolia", afgedaan, terwijl de raadsvergaderingen op de bovenverdieping van het gemeentehuis gehouden werden. De veld wachter verhuisde naar zijn nieuwgebouwde woning in de buurt van het gemeentehuis.

Alhoewel S.J. Frelier, zoon van meester S. Frelier, naast zijn werkzaamheden als gemeenteontvanger, ook wel secretariewerkzaamheden verrichtte, werd met ingang van 3 oktober 1938 een tweetal volontairs ter secretarie aangesteld, zodat voor het eerst de secretarie met personeel bevolkt was. Deze aanstelling was blijkbaar een hele gebeurtenis, want toen burgemeester Fabius eens aan tafel tijdens de maaltijd aan zijn dochtertje vroeg wie de eerste mensen waren, antwoordde zij prompt: "Adri en Ko! " (de volontairs).

Op 22 februari 1943 werd burgemeester Fabius onder zijn werk door de Gestapo weggehaald. Na zijn invrijheidstelling en ontslag als burgemeester door de Duitse autoriteiten, moest hij de gemeente en de provincie Zeeland verlaten, om zich met zijn gezin in het oosten van ons land te vestigen. Op 4 september 1944 achtte hij de tijd gekomen zich weer naar Zeeland te begeven. In samenwerking met de ondergrondse gelukte het hem als onderduiker in Oostkapelle terug te komen. In de dagen van spanning voor de bevrijding, toen het water Walcheren overstroomde en tijdens de beschieting, ook van Oostkapelle, en de strijd in de bossen en de duinen, leefde hij in al deze moeilijkheden met zijn gemeente mee. De dag van de bevrijding van Oostkapelle, 8 november 1944, bracht ook voor hem weer uitkomst. Direct werd door hem het bestuur van de gemeente weer in handen genomen. Op deze dag zouden de Duitse soldaten, die nog in de openbare lagere school aanwezig waren, met een Buffalotank naar Middelburg overgebracht worden, doch deze tank reed op een mijn in Serooskerke. Burgemeester Fabius nam dienst als oorlogsvrijwilliger bij het roemruchte korps mariniers om mee te strijden voor de bevrijding van Nederlandsch-Tndie. Na zijn terugkeer in Nederland werd hij achtereenvolgens benoemd tot burgemeester van Wisch en De Bilt.

Op 15 maart 1945 bracht koningin Wilhelmina een bezoek aan Oostkapelle. Zij was vergezeld van onder anderen de com-

missaris der koningin jhr. mr. Quarles van Ufford enjhr. mr. A.F.C. de Casembroot (de latere commissaris). Men reisde per dukw (vaarauto), omdat de wegen tengevolge van de inundatie van Walcher en onder water stonden. De lunch werd gebruikt ten huize van dokter C. van der Harst en door Hare Majesteit werd een foto van Oostkapelle van haar handtekening voorzien.

Het vijfentwintigjarig jubileum van burgemeester Fabius werd in intieme kring te Bilthoven op 5 april 1961 gevierd. Op 14 februari 1946 werd tot opvolger van burgemeester Fabius benoemd F.G. Sprenger en wel met ingang van 20 februari 1946. In verband met de herindeling van Walcheren werden onder andere de gemeenten Oostkapelle en Domburg opgeheven en een nieuwe gemeente met de naam Domburg werd gevormd. In verband met genoemde herindeling werd burgemeester Sprenger op 26 mei 1966, ingaande 1 juli 1966, eervol ontslagen als burgemeester van Oostkapelle en tegelijk benoemd tot burgemeester van de nieuwe gemeente Domburg. Onder grote belangstelling werd op 20 februari 1971 het vijfentwintigjarig ambtsjubileum gevierd. In grote getale was men opgekomen voor de bijwoning van de buitengewone raadsvergadering, terwijl zeer velen nadien tijdens de receptie gebruik maakten om burgemeester Sprenger en zijn gezin te feliciteren met deze heugelijke dag.

Over de ouderdom van de toren is weinig of niets bekend. De oudste "officiele" gegevens dateren van 1572, in welk jaar toen Walcheren het gevechtsterrein was voor de geuzensoldaten en de Spaanse troepen - de klok en het uurwerk verloren gingen en de toren beschadigd werd. In 1584 werd de toren weer van een "cloxken" voorzien. Ondanks de pogingen van "de Wet en Kerkeraad" in 1592 en in 1598 duurde het tot 1638 voordat een nieuwe klok kon worden aangeschaft. Deze klok werd gegoten door Michael Burgerhuys, toentertijd een bekend klokkengieter te Middelburg. In 1661 werd het uurwerk hersteld. De klok werd in 1942 door de Duitse bezetters weggehaald en is vermoedelijk ver-

smolten. Het uurwerk werd in 1909 vernieuwd en is, na ombouw tot een automatisch elektrisch synchroontorenuurwerk met slagwerk, nog steeds in gebruik.

In de Diaconierekeningen uit de periode 1692 tot 1811 komen slechts enkele uitgaafposten voor. In 1778 werd de eigendom van de toren krachtens de staatsregeling aan de gemeente overgedaan. Restauraties of belangrijke herstellingen geschiedden in 1820, 1853, 1872, 1910, 1911 en 1912. Opgemerkt kan worden dat in 1820 plannen bestonden de toren tot de helft af te breken. De kosten van afbraak waren echter hoger dan die van herstel, zodat dit plan gelukkig niet doorging. In 1948 kon een nieuwe klok worden aangeschaft, mede door de offervaardigheid van de ingezetenen. De kosten bedroegen f 4.500,-. Deze klok werd gegoten door de firma Van Bergen, te Heiligerlee. Op de klok werd een versje aangebracht, luidende als volgt:

.Jk breng hier weer een nieuw geluid, De vorige werd des vijands buit, Uit giften werd ik aangeschaft,

En hang hier sinds negentienveertig en acht".

In 1948 bleek echter, bij het luiden van de nieuwe klok, dat de toestand van de muren van de toren op verschillende plaatsen zeer slecht was. Na vele besprekingen en onderhandelingen kon in 1954 met de restauratiewerkzaamheden worden aangevangen. Op 10 mei 1954 werd begonnen, uitgaande van een kostenbedrag van f 124.600,-. Tijdens de herstelwerkzaamheden bleken verschillende stukken muur aan de spits in veel slechter toestand te verkeren dan aanvankelijk werd verwacht. De stijging van het algemene kostencijfer en het beduidend omvangrijker worden van het restauratiewerk had tot gevolg, dat het eindbedrag tot f 278.105,30 opliep. Door het rijk werd 60 procent en door de provincie Zeeland 10 procent in de restauratiekosten bijgedragen. Het

resterende bedrag bleef geheel ten laste van de gemeente Oostkapelle. Bij de restauratiewerken zijn de steunberen (drommers) weer tot boven toe opgemetseld. De omloop is weer van een stenen balustrade voorzien ter vervanging van het ijzeren hek. Helaas kon de Rijksdienst voor Monumentenzorg geen vrijheid vinden over te gaan tot de opbouw van de vier hoektorentjes, omdat het allerminst zeker was dat deze ooit aanwezig zijn geweest. De ingang tot de toren aan de westzijde is in oude staat teruggebracht, terwijl de tijdelijke ingang aan de noordzijde werd dichtgemetseld. Het gewelf onder de toren is geheel hersteld. De oude houten vloeren op de verschillende verdiepingen zijn of vervangen door betonconstructies met tegels of door betonconstructies met houten vloeren en balken. Het uurwerk is hoger geplaatst in verband met de verandering in de plaats van de wijzerplaten. Officieel werd de toren in gebruik genomen op 15 oktober 1957 tijdens een samenkomst van genodigden op de eerste verdieping in de toren.

Tijdens graafwerk ten behoeve van een aansluiting op de waterleiding van de woning Dorpsstraat 16, bewoond door A. Roose, werd in juli 1956 door een arbeider van de N.V. Waterleiding Maatschappij Midden Zeeland een klein stenen potje met 3 gouden en 179 zilveren munten gevonden. De munten bleken, op 2 Franse goudstukken na, aile te zijn geslagen in de Bourgondische (Noordelijke- en Zuidelijke) Nederlanden tussen het midden van de vijftiende eeuw en het jaar 1503. Het potje met munten is naar aile waarschijnlijkheid verborgen tussen 1503 en 1506.

Ik hoop van harte dat deze kaarten- en fotoverzameling genoeg zal laten zien om het oude Oostkapelle weer enigszins tot leven te brengen en dat u als lezer-kijker veel genoegen aan deze uitgave zult beleven. Voor historische gegevens werd op verschillende plaatsen een dankbaar gebruik gemaakt van "Oostkapelle in woord en beeld" door H.M. Kesteloo, druk 1936.

1. Deze opname uit 1907 is gemaakt vanaf de Domburgseweg. Op de aehtergrond, verseholen in de bomen, staat het in 1904 gebouwde gemeentehuis. Links zou in 1910, op de hoek van de Waterstraat, de woning van J.J. Lebbe gebouwd worden en daarnaast, in 1938, de woning van St. Walraven. Rechts ziet u de oude dokterswoning, welke in 1913 werd afgebroken, waarna meer naar aehteren een nieuwe dokterswoning gebouwd werd, waardoor de bestaande gevaarlijke boeht verbeterd kon worden. De vierkante wijzerplaten bevinden zieh nog tussen de ga1mgaten van de toren.

6ostkapelle, 1{erv.lerk

2. Dit is een afbee1ding van de huisjes op 't Wee1tje. Deze stonden bij de gereformeerde kerk aan de Noordweg. De naam Weeltje doet denken aan de waterrijke bodem van Walcheren in vroeger jaren, Een wee1 of wie1 is een waterplas, ontstaan door een overstroming. Deze woningen werden in 1965 gesloopt omdat ze niet meer als woning verhuurd konden worden. Op de bank zit Anth. Antheunisse, bij de boom staat zijn vrouw Johanna, bij de regenbak S. Zwemer en bij de deur Chr. Dommisse.

e

o

3. Bij zijn afscheid op 1 maart 1936 werd burgemeester jonkheer W.Z. van Teijlingen door de burgerij een marmeren gedenkp1aat ten geschenke gegeven. Ret opschrift 1uidt: "Ter herinnering aan het bestuur van burgemeester Jhr. W.Z. van Teijlingen. 14 october 1896-1 maart 1936. Aangeboden door de burgerij van Oostkapelle". Voorts werd hem bij zijn vijfenzestigste verjaardag, op 19 februari 1936, een schilderij van kerk en toren aangeboden. Van links naar rechts: jonkheer G.J. van Teijlingen, een broer van de burgemeester, jonkheer W.Z. van Teijlingen, dokter C. van der Harst en S. Walraven.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek