Oostvoorne in oude ansichten deel 2

Oostvoorne in oude ansichten deel 2

Auteur
:   L. van der Knaap
Gemeente
:   Westvoorne
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0385-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Oostvoorne in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Oostvoorne. 't Heultje.

9. ,,'t Heultje" is een bekend punt waar men langs komt op weg naar "Ons Genoegen" en naar het strand. Op de leuning zitten de kinderen van het schoolhoofd v.d, Linde en het jongetje in het witte matrozenpak is Andries van Dijk. Hij was van joodse ouders en hier werd in die tijd, als men tegelijk begon te praten, gezegd: "zo, der is een joodje geboren". Dat werd ook bij hem een keer opgemerkt, waarop hij direct reageerde met de opmerking: "dat is mij best, als het maar niet bij ons is." De gehele familie verloor het leven in een vernietigingskamp; ze hebben in het eerste huis naast de hofwatering, achter het hek rechts, gewoond.

10. Zo zag de dagdroom van de heer Paul J. Oprel er uit op tekening: een pracht van een villapark met badhotel, samen "Twaalfhoven" vormend. Zijn droom werd geen werkelijkheid, het is bij twee villa's gebleven. De realiteit is heel anders, alleen de naam "Twaalfhoven" aan de Noordweg is er van over.

11. Een groep personeelsleden van het hotel "Ons Genoegen". Bijna elk jaar werd er een foto gemaakt van het nog al eens wisselend personeel. Deze foto dateert van rond 1916. Van links naar rechts staan voor het bordes: een onbekende, dan volgen de twee zusters Pietje en Sijntje van Tolede (van Jaap van Simmen), vervolgens Betje v.d. Blink (van Krijn Stans) en een onbekende kelner. Op de tweede rij treffen we aan: Arie van Hulst (voor alle werkzaamheden), Toos van der Blom, Janna Assenberg van Eysden, Pietje van den Blink (Pul), Johanna van Santen, Adri Rietdijk, Gerri Poel, de kok Arie Ilioan, Trijn Langeveld uit Brielle, Lena Willmes, Liesbeth Poel en Jan Nieuwland.

Oostooorne, tRoo dw '!I

12. Het eind van de Noordweg waar men een steile helling op moest naar het strand. De man met fiets zal dan ook spoedig afstappen om verder te lopen. Eraf ging beter dan erop, maar zonder goede remmen was het niet te doen en daar ontbrak het toentertijd nog al eens aan, wat met een duik in de sloot of val op de weg werd betaald. Zo kwam een paartje, zij van top tot teen in het wit, van de hol af. Eerst uitgelaten vrolijk, dan met toenemende snelheid en angst, steeds harder gillend, verdween ze met een klap achter de hoge brandnetels in de sloot. Terwijl hij van de weg overeind krabbelde kwam zij, als een stuk Engelsdrop (zwart en wit) uit de sloot gekropen. Dat werkte bij allen zo op de lachspieren dat zelfs de verloofde mee deed ... Nijdig merkte zij op: "in de duinen, waar het niet nodig was, wilde je me vasthouden en hier, waar het nodig is, laat je me los. Ik wil niks meer met je te maken hebben." Ze werd gereinigd en daarna ... gingen ze samen verder; dat gebeurde daar nog al eens.

13. Keren we terug naar het dorp, dan ligt het Zwartelaantje (zwartegat) uitnodigend te wachten. Stil en rustig in voor- en naseizoen, als het ware tot een wandeling nodend. De gesteldheid van de weg, in de regentijd vaak onbegaanbaar, laat het thans toe om even in het Zwartelaantje te gaan kijken.

14. Wat verder de Zwartelaan in stond deze dubbele villa met de schone namen, "Vogelenzang" en "Woudvrede". Links woonde ir. Bakker en rechts burgemeester Kaptein. De burgemeester, pas aangesteld, moest nog met kwajongensstreken "ingewijd" worden. Op een avond maakten zij een ezel met een stuk touw (de strandezels liepen in de wei naast de deur) aan de bel vast. De ezel, alleen gelaten, wilde grazen en trok aan de bel, die met luid geraas klingelde. De burgemeester opende de deur juist toen de ezel ia riep, dat was voor één van de boosdoeners reden om te zeggen: "jae burgemeester, je neef is wat laet angekomme, zet tum maer weer in de wei". Hij wist er gelukkig om te lachen, bracht het dier weer in de wei en behoorde van toen af tot de dorpsgenoten.

öostueerne, panorama

15. Hotel "Buitenlust" zo als het er oorspronkelijk uit zag voor het in de jaren dertig een prooi der vlammen werd. Deze foto werd gemaakt vanaf de burcht omstreeks 1910. Op de voorgrond de kop bomen (knotwilgen) die langs de gracht groeiden. Over het Pase Duine weitje en het Mildenburgbos ziet u net nog tussen de bomen door het huis. Links het in die jaren alom bekende hek.

16. De Hoflaan rond 1900 is als zodanig niet meer te herkennen. Het hoge huis aan de linkerkant is thans winkel, terwijl het café "Het Wapen van Oostvoome" helemaal niet meer is te herkennen. Vroeger was dat het stamcafé van de rooie klompenclub waar veel streken werden uitgebroed. Vervolgens een klein huis dat door drie gezinnen werd bewoond en nu al vele jaren winkel is. Van het daarop volgende boerderijtje is niets meer over; het werd circa 1904 café "Burchtzicht". Ook hier de hoge iepen die in het dorp langs de wegen stonden. De toekijkende personen zijn, van links naar rechts: de vrouw van Arend Konijnendijk, Teuntje van den Blink (met hoedje), de vrouw van Piet van den Blink, Adr. Arkenbout, Arend Konijnendijk en Jan Blok.

17. Een hoek van het dorpsplein waar men omstreeks 1913 dit tafereel dikwijls kon aanschouwen. Zomergasten in bewondering voor het levend stuk spek dat spoedig in de winkel van slager Van Beelen als karbonade en dergelijke te koop zal liggen. In de boom was een kram geslagen waaraan de varkens hun laatste uur doorbrachten en werden tentoongesteld. Er werden toen varkens geslacht van vier- à vijfhonderd pond. Het huis werd links bewoond door de weduwe v.d. Hoek (Meutje Teun) en rechts door de familie Cees v.d. Blink; thans bevindt zich op die hoek de groente- en fruitzaak van Van Marion.

18. De feestelijk versierde wagen waarmee slager Van Beelen deelnam aan de optocht ter ere van de tramverbinding Rotterdarn-Oostvoorne in september 1906. De wagen, vol in cellofaan verpakt vlees, trok zeer de aandacht. Eigenaar van de ossen was Pleun van Toledo (Pleun de Meul), die er vol trots bij staat, met zijn hand op de os. Niet minder trots staat slager Van Beelen, in kort wit jasje, hier op de foto. Het geheel staat voor de slagerij die daar rond 1901 werd gevestigd; daarvoor was het gebouw van circa 1847 tot 1 887 openbare school.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek