Ophemert en Zennewijnen in oude ansichten deel 2

Ophemert en Zennewijnen in oude ansichten deel 2

Auteur
:   R.J. van Ooijen
Gemeente
:   Neerijnen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2456-0
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ophemert en Zennewijnen in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

I

6. Aan het eind van de Dreef zien we aan de overkant de boerderij De Pippert, vroeger ook Pippart geheten. Bij foto 1 hebt u al kunnen lezen dat deze naam en boerderij al in 1403 bestonden. De boerderij was tot voor kort eigendom van de heerlijkheid. Er woonden pachtboeren en we kennen vanaf 1900 de namen. Eerst de familie Klaas van Lent, daarna de familie Snijders en ten slotte, eerst als pachter, nu als eigenaar, de familie Kranendonk. Deze foto is genomen in 1903 en wij zien van links naar rechts op de voorgrond dienstmeisje Koosje, Gijs van Lent, een neef van Klaas, en Gijs van Laviere met de paarden.

7. Wij laten de boerderij De Pippert achter ons en lopen richting Zennewijnen. In De Biestert zien we een groep mensen kersen plukken voor de heerlijkheid Ophemert en Zennewijnen. Er werd altijd in twee ploegen kersen geplukt, namelijk een in De Biestert en een in De Oeskamp (tegenover Groenland).

Op de foto zien wij, van links naar rechts, op de achterste rij: Gijs Itterson, Jan van Arkel, Willem van der Lee, Willem de Jong, Kees de Jong, Jan Bodmer, Dick Verbeek, Wim Ton, Janus de Vree en Jan Sigmond.

Tweede rij: Van Velzen, Riek van Lith, Aaltje van Baren, Henk van Beest, Driek Worbts, Bart van Lent, Wim van der Lee, Mijnes de Bie en Jan van Lith.

Zittend: Grada Kusters, Aart Verbeek, Peter Hal, Wim Visee, Cris van Arkel, Wim Gijsen en Teunis de Kruif. Voor, liggend: Piet Admiraal, Teuntje Kusters en Marja Papa.

De foto is omstreeks 1940 genomen.

8. In de Hermoesestraat lopend, zien we huize Het Klooster hoog voor ons optorenen. Op deze plaats stond in een grijs verleden het nonnenklooster Marienschoot. De nonnen van dit klooster werden beschreven als in het wit geklede maagden. Rond 1570 is het klooster tijdens de reformatie verwoest. In de stukken van het aartsbisschoppelijk archief van Utrecht wordt het volgende over Zennewijnen verteld: Eene nietige buurt, een plekje grands, waarvan ik voor korte tijd niet eens den naam kende, was gedurende vier eeuwen een zalig oord en eene bii uitstek door den Hemel begunstigde plaats, die Engelen en mensch en tot zicn trok en met diepe eerbied vervulde. Dat oord is Zennewijnen. Het ligt een half uur ten noordoosten van Op-hemert, tot welke gemeente het ook behoort, en ongeveer een uur ten zuidwesten van Tiel, in Gelderland.

In het jaar 893 schreef men de naarn: Sinenwenne en nog vroeger: Sinuirnurn. In het begin van de dertiende eeuw en later schreef men onder andere Senewenne, Zenewinne, Sinnen of later weer Sindwenne, Zenuwen, Sinden.

De nonnen van het klooster moeten in die tijd de vurigste gebeden hebben gedaan. Daar was weleer eene bijzondere gemeenschap en als geregeld verkeer tusschen den Hemel en de aarde. De nonnen behoorden tot de orde van Premonstreit; er waren drie kanunniken aan verbonden.

Huize Het Klooster wordt thans bewoond door de familie Sillevis en is rond 1875 op de restanten van het nonnenklooster gebouwd. De foto is van omstreeks 1930.

9. Wij staan op de stoep te Zennewijnen. Links van de stoep zien wij een kleine dijkwoning, die rond 1900 werd bewoond door Matheus Verbeek en diens vrouw Drika Kusters. Het huisje is indertijd gebouwd door de schoonvader van Matheus Verbeek, Karel Kusters. Matheus Verbeek werkte op de steenfabriek te Zennewijnen en boerde daarnaast een beetje. De dijkwoning is in 1930 afgebroken.

Tussen Tiel en Gorinchem waren 53 stoepen. Elke stoep had zijn zogenaamde toverheks, die altijd in het kleine huisje bij de stoep woonde. Het spookte bij de stoepen, zei men. Wanneer iemand met paard-en-wagen een stoep af wilde rijden, moest hij altijd afremmen. Als hij dat te vlug deed, ging een van de wielen scheef, met als gevolg dat de wagen kantelde. Er werd dan gezegd dat dit door toedoen van de toverheks kwam.

Een ander spookverhaal is als volgt: vroeger kwamen er in Ophemert weerwolven voor. In het veld woonde er ook een. Wanneer men hem tegenkwam en men had een elzetakje bij zich, gebeurde er niets. Men moest onder aan het takje een munt doen en de weerwolf ermee slaan. Wanneer men de tak weer terugtrok, was de weerwolf opgelost en de munt verdwenen.

10. In 1843 verzoeken de heren l.W. van der EIst, notaris te Werkendam, en C. Scheffer, dijkgraafvan het nieuwe Land van Altena, wonend aan de Nieuwendijk onder Emmerikhoven, aan de Staten van Gelderland vergunning tot .Jiet oprigten eener Steenbakkerij op der Adressanten uiterwaarden", dat wil zeggen in de Zennewijnense uiterwaarden. Onze gemeenteraad heeft er moeite mee om hiervoor toestemming te geven, want de aanvragers hebben niet aangegeven waar precies ze de veldoven willen bouwen. Ze geven voorwaardelijke toestemming. De raad ,,komt het wenschelijk voor, dat de binnenweg vanaf lac. Kusters gezand en in behoorlijk bruikbaren staat worde gebracht, dan wel dat aan den binnenkant langs den dijk eene behoorlijke balie worde geplaatst om de passagie des dijks voor voertuigen zooveel mogelijk veilig te houden". Zo begint het in 1843: er komt een steenbakkerij in Zennewijnen.

U ziet hier een foto uit 1920. Daar waar nu de stenen kant en klaar opgetast staan, stonden in die tijd de drooghutten, om de in de bakken gevormde klei te laten drogen door de wind voordat ze de oven ingingen. U ziet op de Waal nog een ouderwetse vrachtboot. Met de wind in de zeilen ging het voor de wind. Van 1843 tot 1874 was de familie Van der Elst eigenaar van de oven. Vanaf 1874 was A. Seret, aannemer uit Sliedrecht, de baas. In 1904 geeft Seret zijn aandeel over aan W.C.P. van Dusseldorp, steenfabrikant uit Nijmegen. Deze verkoopt in 1922 het geheel aan B. Groenevelt, aannemer uit Dubbeldam. In het jaar 1942 wordt de C.V. Fa. Steenfabriek Zennewijnen opgericht, met als vennoten J. van Dongen en C. Korevaar. Vanaf 1954 spreken we van N.V. Steenfabrieken Korevaar en Co. te Oosterbeek.

We hebben verschillende soorten ovens in deze periode kunnen vinden; 1843 veld oven , 1914 ringoven, 1948 vlamoven, 1978 tunneloven. De eigenaren van de oven woonden niet in Zennewijnen. Voor het dagelijkse werk werd een ovenbaas aangesteld. Vanaf 1900 waren dit: Rijk van Verseveld, Van Ringelensteijn, Goedhart (hij was meer beheerder van het terrein, want de oven lag stil; het was in de crisistijd), Van Riemsdijk en Wildschut.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2022 Uitgeverij Europese Bibliotheek