Warning: mysql_connect(): Headers and client library minor version mismatch. Headers:50156 Library:50527 in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php on line 15

Warning: session_start(): Cannot send session cookie - headers already sent by (output started at /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php:15) in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/require.req.php on line 2

Warning: session_start(): Cannot send session cache limiter - headers already sent (output started at /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php:15) in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/require.req.php on line 2
Uitgeverij Europese Bibliotheek | Opperdoes in oude ansichten | boeken | alfabetisch-overzicht
Opperdoes in oude ansichten

Opperdoes in oude ansichten

Auteur
:   J. Putting
Gemeente
:   Noorder-Koggenland
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6193-0
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Opperdoes in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Inleiding

~ Over de herkomst van de naam Opperdoes bestaan

verschillende uitleggingen. Volgens Jan Pannekeet was "Dos" de naam voor mosveen ofmoeraswildernis en " Opper" hoog of hoger gelegen. Volgens Iaap _ Zwaan Mrtzn. werd "Dos" in 1300 "Doys", later "Doess". Dus samenvattend zou de naam volgens hen betekenen, een hoger gelegen woonplek in een moerasgebied. Pas 22 oktober 1817 kreeg het dorp een wapen, drie korenaren staande op een terras van blauw. Dit kan er op wijzen dat er veel graanteelt was. De stolpboerderijen met hooiberg en een , .dors" geven aan dat het gemengde bedrijven waren. Rond en na de eeuwwisseling was er een aantal " opzetters " . Deze naam werd gebruikt voor de bouwers, die alleen in de wintermaanden een tot drie koeien op stal hadden. Zij voerden de koeien met slechte bonen of erwten die zij gaarkookten in een grote mengketel. Ook afval van wortelen, kool enzovoort werd als voer gebruikt. Zo had men's winters melk, boter en bas. De kilo's die de koe groeide was de winst. Tussen de najaars- en de voorjaarsmarkt in Hoorn, moest door de opzetters vaak geld worden geleend om de koeien in te kopen. Er waren altijd een paar "gezeten" burgers, die tegen een lage rente hielpen.

Opperdoes is in tegenstelling tot de meeste dorpen binnen de Westfriese omringdijk een hoog gelegen komdorp met een dorpsplein. Vijf kilometer noordelijker lag tot 1335 het dorpje Almersdorp. Van deze dorpen was al sprake in de vierde eeuw. Volgens kroniekschrijvers woonden hier toen de Redbadingers de Friese Koningen aan de Almere (latere Zuiderzee). In Opperdoes was hun offerplaats, in Medemblik hun weidegrond en het jachtgebied liep tot voorbij Hoogwoud.

Zoals in alle dorpen waren er veel kleine kruidenierswinkeltjes, soms drie vlak bij elkaar. Daarnaast waren er drie billers, drie melkboeren,

twee vleeshouwers en de nodige ambachtslieden zoals smid-hoefsmid, timmerman, rietdekker en schilder. Een molen was ons dorp, ondanks de graanteelt, niet rijk, die stond vlakbij, maar in Medemblik. Ons dorp kreeg na 1870 bekendheid door de Opperdoezer "ronde" aardappelen.

Vanaf 1887 loopt door het dorp het spoorlijntje Hoorn-Medemblik, intussen museumlijntje geworden. Door de vele gelijke familienamen werden en worden er, ook door mij, ter verduidelijking, bijnamen gebruikt. Ook voor de duidelijkheid gebruik ik bij de namen van een echtpaar, voor de vrouw de meisjes-familienaam, om dezelfde reden ook de voornaam voluit of de roepnaam.

Dit boekje schrijven was even vreemd, omdat ik al ruim vijftien jaar in het Westfries dialect schrijf, waarin de verteltrant en zinsopbouw geheel anders zijn. Ik hoop dat het door mijn hermneringen en vooral door de velen, meest ouderen, die mij spontaan hielpen naar het zoeken van de namen van de gefotografeerden en allerlei andere zaken en door het typewerk van Ahe Pommerel-Putting een leesbaar boekje is geworden.

Opperdoes, augustus 1995,Jan Putting, geboren 18 mei 1916

1 "De markt"

Net als Deventer zijn "koek" heeft en Den Haag zijn "hopjes", had en heeft ons dorp zijn "ronde". De geboorte van deze nu zeer bekende vroege aardappel yond plaats in ongeveer 1865, door het kruisen van "negenwekers" met andere variaties. De kweker was Jan Sluis, en het produkt kreeg de naam Sluis, "Sluiskies" in de volksmond. Na nog een veredeling door Klaas Rustenburg Wzn., ongeveer 1870, werd de naam "ronde" ingevoerd. Klaas is begonnen de "ronde" uit te venten in de omliggende dorpen. Door de lekkere en aparte smaak werd de kring groter en grater en de bereidingswijze (het koken) ging van mond tot mond. Er werd niet geschild, de velletjes werden er gemakkelijk afgeschrapt, soms na wat rommelen met de wasstamper in een emmer. De ronde werd met heet water en geheel onder, met extra zout vlug gaar gekookt, maar moest heel blijven. Na het opdienen had ieder een "lokje" gesmolten boter op zi]n bord waarin de stukjes of plakjes ronde werden gedoopt. Toen en nog altijd voor de dorpelingen en vele anderen een delicatesse. Nadat de teelt van de ronde in vrij snel tempo groter werd, gingen de bouwers, zoals dat voor andere akkerbouwprodukten gebruikelijk was, naar de afslagmarkten aan het Medemblikker .Achterom'' of naar Oostwoud. Een aantal vooruitstrevende tuinders yond het aanbieden van hun produkten op deze wijze te omslachtig en yond dat men teveel afhing van de grillen van de opkopers die de prijzen, door afspraken, laag hielden. lets nieuws, "De Broeker Veiling", trok hen aan. Na veel informatie en vergaderingen met tegenstanders, die niets zagen in dat nieuwe gedoe, is toch de kogel door de kerk gegaan.Op 1 mei 1903 is in de herberg "De Fuik'l'de cooperatieve veiling "Ons Belang" opgericht. Deze veiling haalde net de leeftijd der sterken; 80 jaar! Uit de 147 leden werd Jacob Idema gekozen als voorzitter, een nakomeling van dominee Idema, die vanaf 1793 tot 1820 predikant was in ons dorp en hier overleed, hij kwam uit Oude Mir-

dum. Tot 1920, dus zeventien jaar lang, hanteerde hij de voorzittershamer en gaf die over aan Willem Rustenburg Klzn. De eerste boekhouder was Jacob Vijn Hzn., een zoon van Hero Vijn, de bakker op de Gouw. Dus was het in de volksmond altijd Iaap van Hero. De afslager was Klaas Zwaan Klzn., tuinder en barbier en zondags organist in de Hervormde kerk. Hij was eigenlijk alleen bekend onder de naam "Klaas de Barbier". Het veilen yond plaats in het spoorslootje, twee anderhalftons houten schuiten breed. Aan de noordkant was laag in de wal een soort luifel getimmerd. Op een paar zitplanken von den de boekhouder, de afslager en de kooplieden een enigszins droog onderkomen. De houten schuiten met een laadvermogen van een of anderhalve ton werden volgens nummering langs de Iuifel "gekloet". De jute zakken waren boven netjes opengerold, waardoor de kooplieden het aangebodene goed konden bekijken. AI spoedig na de bouw van de luifel werd deze ook aan de zuidzijde dicht gemaakt en het comfort verbeterd. Op de foto dus links de luifel en rechts de verbetering.

2 Cooperatieve veilingvereniging "Ons Belang" opgericht 1 mei 1903

Na een inloopperiode van een paar jaar deed de moderne techniek haar intrede en werd een "afmijntoestel" ingewijd. De kosten van dit stuk vernuft waren 375 gulden, een hele hap. Deze veilingklok was vanaf de ingebruikname tot de opheffing van "Ons Belang" feitelijk "de financiele thermometer van ons dorp", In 1925 werd de smalle "Mollengreppel", de veilingsloot dus, op de huidige breedte gegraven. Hiervoor werd tuingrond gekocht van de weduwe van Klaas Wijdenes, de Nederlandse Hervormde gemeente, de weduwe van Gert Kee en van Piet Meurs Czn. In 1947 werd weer grond gekocht en de zogenaamde plaat aangelegd. In 1927 werd het doorvaart-afmijngebouwtje vervangen door een groter houten gebouw dat gebruikt werd tot de neerzet blokveiling zijn intrede deed.

De jaarlijkse heropening van de veiling

Op de dag, dat de eerste "ronde" en soms wat eerstelingen konden worden aangevoerd, werden door de secretaris uitnodigingen rondgestuurd aan de burgemeester, dominees, ereleden enzovoort. Deze dag werd door een aantal mensen met smart afgewacht, die waren er dik aantoe dat er weer eens wat geld binnenkwam voor brood op de plank. Bij de opening liep de .uriarktboet" stampvol, want veel mensen wilden dit elk jaar weer meemaken. Het woord werd gevoerd door de voorzitter, vervolgens door een vertegenwoordiger van de kooplieden en soms gooide ook de burgemeester of een dominee nog een "duit" in het zakje. Als alles gezegd was, was de daad aan boekhouder en afslager. De eerste begon met "stil manne, we beginne". De afslager zat met zijn hand op de knop van de afmijnklok. De spanning steeg, want "wat zouden de 'ronde' doen"? Bedoeld werd de prijsontwikkeling. Dan kwam de eerste houten schuit langzaam het gebouw invaren, van oost naar west. Boven op de opengerolde zakken stond het zwarte markt-

bordje, daar was met krijt opgeschreven hoeveel kilo werd aangevoerd en ook de kwaliteit. Bij de "ronde" werden de volgende termen gebruikt: M.P. betekende met puk (bruine vlekken), L.P. lichte puk, en E.L.P. enkele lichte puk. De keurmeester, dat was heel lang Jan Meurs Dzn., beter bekend als " Jan Poedel", beoordeelde of de aanvoerder de juiste benaming had opgeschreven, ook het gewicht werd steekproefsgewijs gecontroleerd. Als een en ander niet klopte, volgde een aftrek, "in de keur", genoemd. Met het veilen van de eerste "ronde" aardappel werd dus de veiling elk [aar begonnen. Na de drukke "ronde" -periode, waren allerlei andere produkten aan de beurt. Op de foto zien we de schuiten met kool, die onder de klok door zijn geweest en nu een plek zoeken waar de kool uit de praam of schuit in de wagons kan worden geladen. Dit laden was specialistenwerk en soms van vader op zoon overgebracht, onder anderen door Cees Smit [zn. (Cees van Harm) en later zoon Jan (Ian van Harm). Zij werkten voor de handelaars, eerst Piet Meurs (Piet van Sijt) en later zoon Jan (Jan van Sijt). Bij kans op vorst werden de wanden van de wagon bekleed met schilderskarton. Voor de laatste kool er in ging, werden er drie koolplanken liggend in de deuropening geplaatst en zo kon de hele ruimte benut worden. De koolplanken waren goedkope onbekantrechte achterdelen, die de dorpstimmerman Jan Putting op bestelling leverde.

3 Terug naar de opening

De ene schuit volgde, volgens gelote nummering, de andere. In de banken van de kooplui, maar ook bij de kijkers, hoorde je allerlei opmerkingen f1uisteren, zo van "die kon er nog niet veel pikke (roden)" of. , .die komen zeker van nieuwland, puur puk". Met nieuwland werd bedoeld, gescheurd grasland ofland waar veel nieuwe grond (bagger) overheen was gereden. Maar toen ving een van de dominees een gezegde op, dat hij ondanks zijn talenkennis geheel niet begreep, namelijk "wat 'n zoot poppegers, die kome dink van 't trappelint". Een tuinder heeft hem toen uitgelegd dat "afwijkende" dus misgroeide aardappelen, in Opperdoes "poppegers" worden genoemd, en het "trappelint" een hoek land was waar paarden en ploeg gekeerd werden, waardoor de normale groei werd verstoord door de slechtere bewerking en de harde laag die iets onder de opperlakte ontstond. De "tukke" bouwers bewerkten, na het vertrek van de ploeger, het "trappelint" door omspitten.

Geschiedenis: In 1903 gafJaap Idema de eerste klap met de hamer als voorzitter van "Ons Belang" en tachtig jaar later Cor Zwier Szn., de laatste! De Mollengreppel werd, na de verkaveling, inplaats van de drukste plek van ons dorp, als groot contrast, een stil water!

Foto: 9320 kilo aardappelen per wagon, in jute zakken. Het is nu "op de plaats rust" maar dat duurde maar even "voor het vogeltje van de fotograaf" . Het overladen van de schuiten in de wagons was allemaal handmatig sjouwwerk. Zeven treden op en dan nog omhoog in de wagon. Enkele mensen zijn op de foto nog te herkennen maar het wordt telwerk. In de wagondeur links: Dirk Klopper (Deks); rechts: Cees Smit [anzn, (Cees van Harm).Voor de wagon, met boek onder de arm, [aap Vijn (Jaap van Hero) de boekhouder. Staande op de onderste tree: tweede, Meindert Klaver, derde, Piet Visser Dzn. (Kruit), vierde, Jan Druif Pzn., op de zak Piet Starn Dzn. en achter hem Maarten Vijn Pzn.

Voor de boekhouder, Cor de Jong. Rechts zittend in het midden, Dirk Zwier uit de Tempel. De tweede wagon van links heeft een verhoging, dat noemden wij als kinderen .Jiet remhokje".

4 "Kluiten"

Een schilderachtig buurtje rond 1920, met een loopbrugje voor elk huis en houten schuiten voor de stoepen. Na 1865 ontstond aan weerszijden langzaamaan een vrij dichte bebouwing. Voor 1865 stonden er aan de vaste kant zes boerderijen en huizen. Aan de westzijde van de sloot stond slechts een boerderij aan het zuideinde, nabij het Joppediep. Aan het begin van het Kluiten, of eigenlijk Kraaienbuurt, stonden een kleine en een grate boerderij.

De naam "Kluiten"?

Een naam valt niet zornaar uit de lucht, over het ontstaan zijn verschillende lezingen. En zonder te beweren dar het hiervolgende verhaal het [uiste is, spreekt mij dit wel aan. Aan het zuideinde van wat nu Kluiten heet, was een diep meertje, dicht daarbij stond aan de westzijde een voor die tijd vrij grote, houten stolpboerderij met veel grasland en wat bos. De landerij liep tot ongeveer de Kraaienbuurt en westelijk bijna tot wat nu de Nieuweweg is. Op enige afstand stond een klein boerderijtje of arbeidershuisje met weinig grond er omheen. Aan de oostzijde van de waterloop die uitmondde in het meertje, waarop ook het Zwet uitkwam, lag geen grasland, daar werden door de bouwers die in het dorp woonden, granen, zaden, bonen en erwten verbouwd. De bewoners van de twee boerderijen liepen over het gras- en weideland naar Opperdoes ofTwisk. Met gerij was dit niet mogelijk door de vele waterlopen. Het vervoer van vee enzovoorts ging per praam of schuit. De boer van de grote boerderij geraakte door gokschulden aan lager wal en werd door de dorpelingen al gauw "Job" genoemd. Hij raakte zijn land gratendeels kwijt en voorzag in het dagelijks onderhoud door stropen, jagen en vissen op het meertje, dat al spoedig de naam Jobsdiep kreeg. Op een nacht zijn Job en zijn vrouw met de noorderzon en veel schulden spoorloos verdwenen. De nieuwe eigenaar, geen Opper-

doezer, verbood met dreiging, elk overpad aan wie dan ook, over zijn grondgebied. Het gezin van buurman was van toen af geisoleerd en aangewezen op het schuitje. Bij redelijk weer stak men over en langs de sloot liep men naar het dorp. Langs de walkant was toch al een soort paadje dat gebruikt werd door de aanliggende bouwers, als zij de schuit niet nodig hadden. Het paadje was een graot gedeelte van het jaar goed begaanbaar, maar na elke ploegbeurt was het heel wat minder! Men moest dan over en door de kluiten. Zo ontstond de naam "kluite padje". Na ruim 1700 werd het in de volksmond "Kluiten", nadat er aan de oostzijde door de bezitters van grand in een aantal jaren vijfbedrijfswoningen op eigen grand werden gebouwd en het pad breder was gemaakt en enigszins verhard. Na 1850 werd er ook aan de andere kant gebouwd en kwamen de brugjes. Ook geheel aan het zuideinde werd een balkbrug geslagen over het Iobsdlep, dat echter in de loop der jaren in Ioppediep was veranderd, zo kon men over een landpad naar Twisk lopen, voor de slotboerderij langs. Als men met paard en wagen naarTwisk moest kon dit alleen via de Almersorperweg, Dijkweg en Noorderweg. De Nieuweweg was er pas vijftig jaar later. Op de foto van rond 1920 zijn zeven van de dertien mensen te herkennen. I.Ab Kracht met handwagen, hij was vrachtbode "per schuit" naar Medemblik, maar bracht in het dorp de vracht per handwagen rondo Hij woonde in de Bullesteeg. 2. is Cees Zwaan [zn., tuinder, en de man van Wij brecht Vijn (Peet Woip) , winkelierster en later een hele populaire "baker". 3,4,5,6 en 7 zijn onbekend. 8 en 9. KlaasVijnAzn. en Aafje Graotewal. Zij woonden aan het eind van het Kluiten over de sloot en later op "De Blauwe Dam". 1 O. Krelis Starn Pzn., de man van Apple Zwaan Ibd. 11. Meisje? 12. DirkWijdenes Pzn. en aan de andere kant van de kruiwagen zijn vrouw Grietje de Leeuw Iand., zij woonden in de boerderij met het houten voorschot.

5 Hazepad, Kraaienbuurt en Kruisebrug rond de eeuwwisseling

Van de boerderij links is de onderplint, het trasraam "geblauwseld". Elk voorjaar werd dit herhaald, bijna door het gehele dorp was dat gewoonte, volgens een oude traditie nog starnmend uit de tijd dat men ge!oofde hierdoor de boze geesten te kunnen afschrikken. Het paadje door het grasland op de voorgrond, aan deze kant van de klappoort, noemde men het Hazepad. Het ontstaan van de naam wordt als voIgt uitgelegd: om van het Noorderpad naar het Zuiderpad, Kraaienbuurt of Kluiten te lopen moest men over de Gouw, dat was een he!e omloop. De jongelui en kinderen, die meenden hiervoor geen tijd te hebben, liepen dwars over het grasland langs de sloot "de Binnen Walakker", die liep tot aan de zuidzijde van het Noorderpad. Boer Wijdenes wilde dit eigenhjk niet en jaagde ze weg als hij het zag. De jongens en meisjes kozen dan het "hazepad". Maar van lieverlede begonnen ook ouderen gebruik te maken van deze oversteek en tensloue werd het vanzelfsprekend dit paadje te gebruiken. Na dertig [aar was hierdoor een "recht van overpad" ontstaan. De nieuwe eigenaars Dirk Rustenburg [zn. en zijn vrouw Dirkje Wijdenes (Dirkje van Ap) wilden een "koolboet" bouwen in de wal van de Binnen Walakker, dus rechts van de man met sehraper (de naarn van de man is niet meer te achterhalen). Dit ging niet door, want daar Iiep het bewuste "paadje". Na vee! vijven en zessen en procedures is er door de gemeente een enigszins verhard pad aange!egd, geheel aan de oostkant van het grasland tegen de sloat die ook de Noorder- en Zuiderpadsloot met elkaar verbond. Dus nog we! op grond van de nieuwe eigenaar. Met deze verplaatsing ging de naam Hazepad mee. Het was al met al een dure grap voor de gemeente want moeder Dirkje, een zakenvrouw, eiste tussen haar land en het nieuwe pad een afscheiding van betonpalen en ijzeren stangen. Na demping van de sloot in de jaren veertig, werd het Hazepad een gewane weg, maar hield ge!ukkig de traditionele naam.

Foto: Over de Kruisebrug, achter de klappoort en de tuinder, kwam men op het Kluiten. Over de voorste brug rechts kwam men in de Kraaienbuurt. Het houten, geteerde, gepotdekse!de bouwsel met pannen gedekt is "het huisje". Dat was toen de naarn voor het vertrek, dat wij nu de w.e. noemen. Waterspoeling was echter niet nodig, alles vie! regelrecht in de sloot. De gebruikers van dit optrekje, in zomer en winter, waren de weduwe Trijn Wilms en haar ongetrouwde zoon Klaas. De naam Kraaienbuurt? Hierover bestaan verscheidene verhalen, maar mij het meest aansprekende, is het volgende. Na de omzwaai van pastoor Albertus rond 1600 werd het gehele dorp protestant. Er woonde iets later een Katholiek gezin, de familie Ruiter, in de grate boerderij rechts, met het groene voorschot en witte rabatrandjes, Het gezin werd van tijd tot tijd bezoeht door de kapelaan of de pastoor uit Medemblik, door de dorpelingen "kraaien" genoemd, vermoedelijk door de lange zwarte pij die zij droegen. Dus de Ruiterbuurt werd en is nog altijd "Kraaie.nbuurt" .

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek