Opperdoes in oude ansichten

Opperdoes in oude ansichten

Auteur
:   J. Putting
Gemeente
:   Noorder-Koggenland
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6193-0
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Opperdoes in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

OjJperdoe.~.

6 De Almersdorperweg

'tWeggie" is heel oud, het was de verbinding tnssen de kerkdorpen Opperdoes en Almersdorp, samen een parochie. De Almerdorperweg was de enige berijdbare toegang tot het dorp en vermoedelijk een kerkeweg van Medemblik, evenals de Noorderweg naarTwisk. Opperdoes lag dus afgelegen en vrij geisoleerd. Daarom is waarschijnlijk het dialect in ons dorp anders dan in de ornliggende gemeenten. Ook het vrij grote aantal zeevarenden uit ons dorp heeft daartoe misschien bijgedragen. Volgens een afpaling van 1865 was er toennog geen bebouwing langs de weg. AIleen aan de Dijkgracht, westelijk van de brug, stond de laatste boerderij van het allengs vergane Almersdorp; een vrij groot zwart geteerd bouwsel, dat na verschillende inlagen gespaard bleef. Het is in 1933 gesloopt. Het was als dijkmagazijn overbodig geworden na de aanleg van de Afsluitdijk. Achteraf gezien heel jammer, het zou na restauratie een prachtig monument zijn geweest van een eeuwenlange worsteling tegen het water. De boerderij en woning werden na de laatste indijking een dijkmagazi]n, zoals er langs de gehele Zuiderzeekust stonden. Deze warennodig voor opslag van zeilen, touwen, zandzakken, schoppen, kruiwagens enzovoort, kortom alles wat nodig was voor dijkonderhoud en bij gevaar van dijkdoorbraak. Ook diende het als onderkomen voor de dijkwachters die bij toerbeurt, bij een dreigende storm of ijsgang, het dijklichaam moesten controleren. Het "magazijn" werd tot de sloop bewoond door Dirk Meurs en Geertje Smit, een zuster van Klaas Smit de vleeshouwer aan het Noorderpad en van Gert Bos van het Zwartepad. De meeste dijkmagazijnen waren niet bewoond, maar er was wel altijd een stookgelegenheid aanwezig voor de dijkwachters, want meestal moesten die in touw bij slecht en koud weer. Het dichtsbijzijnde onbewoonde magazijn stond bij de afslag naar de's Heerenweg. Dirk Meurs, de magazijnbeheerder, was "bouwerman" en had verschillende stukjes land tussen de rietschoten

voorbij de Noorderweg, die uiteraard eigendom waren van het waterschap. Blijkbaar was het dijkmagazijnniet fotogeniek. Navraag bij nakomelingen van Dirk Meurs leverde niets op. Er is rond de eeuwwisseling een foto gemaakt van (zittend) Jan Zwier Szn. die later in de Stiersteeg woonde en Teunis Klaver [zn., later boer in de Tempel. Op de foto is een klein hoekje magazijn te zien en de Koggebrug, over de Dijkgracht, met klassieke leuningen. Langzaamaan kwam er enige bebouwing langs de weg over het spoor. In 1937 tot 1939 is er een rijtje zogenaamde landarbeiderswetwoningen gebouwd aan de westkant. De eerste twee over het spoor voor respectievelijk Bertus Vijn Rzn. en Cor Zwaan Czn. (de Post). De bouwkosten bedroegen 2400 gulden per woning en ze werden gebouwd door Enno de GraaffLzn. en Jan Putting Mzn. De tekenaar was Dammes uit Twisk, die voor een geringe vergoeding gemeenteopzichter was van het dorp en "oud" timrnerman in Twisk. De eerste woning na de Tweede Wereldoorlog is pas in 1947 gebouwd, rechts naast de boerderij, over her spoor, voor 14.000 gulden, voor Piet Zeilemaker.

7 Monument

Het oudste bouwwerk van het dorp staat op een terp, dit was noodzakelijk door de vele overstromingen, de kerk was dan een toevluchtsoord. Toren en kerk waren gefundeerd op grote vlakke zwerfkeien met daaronder koeiehuiden. Op ongeveer dezelfde plek stond rond 1100 een houten kerk]e, dat afbrandde, Later werd het in steen gebouwd van zogenaamde kloostermoppen. Deze kerk werd als wraakoefening door "de zwarte hoop" onder aanvoering van Grote Pier in 1571 verwoest. Bij de volgende bouw werden de kloosterrnoppen in het trasraam verwerkt. Oorspronkelijk was er aileen aan de Kerkebuurtkant een poort in de omheining. De uitspanning stond tegenover deze ingang. In 1576 besteeg Albertus voor het Iaatst als pastoor de trap van de kansel, Die kansel werd in 1688 vervangen en kwam op een andere plaats. Deze kansel geldt als een van de mooiste in een dorpskerk. Pastoor Albertus werd de kerk van de Paus in Rome afvallig en zijn invloed op zijn parochianen was zo groot, dar hij hen wist te overtuigen om hem te volgen. DomineeAlbertus werkte van 1566-1608 in Opperdoes; tot nu toe opgevolgd door 42 predikanten.ln ieder geval een daarvan, dorninee A. Broedelet, overleden in 1750, is in de kerk begraven. Er bestaat uit zijn nalatenschap nog altijd een rentegevend Broedeletfonds. Bij de omzwaai van Albertus in 1576 verdwenen alle Maria- en kruisbeelden spoorloos. Het wijwaterbakje binnen het koorhek werd dichtgemetseld en overgepleisterd, maar is bij de restauratie in 1940 weer tevoorschijn gekomen. Ook toen werd er na wat verzet, wel begrijpelijk voor die tijd, op aandrang van de later bekende professorWC. van Unnik in de consistorie een gemetseld kruis aangebracht. Van Unnik begon zijn loopbaan als predikant bij ons. De kerk werd toen ingrijpend gerestaureerd. De restauratie werd onder de bekwame leiding van architect Kramer uit Hoorn uitgevoerd door aannemer Jacob Pret uit Zaandam. Aanzet voor de restauratie was de noodzaak om de halfvergane houten

boograamkozijnen te vervangen. Na onderzoek door deskundigen bleek er veel meer aan de kerk en de toren te mankeren. Zo kwam het balletje aan het rollen. Na de inschakeling van Monumentenzorg is de architect met het tekenwerk begonnen. In deze periode yond dominee Kwint, predikant te Den Haag, en oud-predikant van de Hervormde Gemeente van Opperdoes, in een stalletje met oude boeken een pemekening van kerk en toren, gedateerd 1730. Daarop was de toren voorzien van een gemetselde spits en een omloop om de spits. Na ampel overleg heeft Kramer de tekening van de toren gewijzigd. De spits met leien, zie foto, kwam niet meer terug.

Foto: Op de ladder links de aannemer Pret. De haan wordt eraf getild door Henk Vijn en uitvoerder Hoeksema zal hem aanpakken.

8 Kerk en toren

Restauratie wei en wee en nog wat andere dingen

De restauratieplanuen begonnen net voor de Tweede Wereldoorlog. De uitvoering yond in het begin van de bezettingstijd plaats, De dwarsbruggen voor de glas-in-loodramen, gemaakt van een branslegering, moesten uit Hitler-Duitsland komen. Er bestond behoorlijke onrust, want brans was in de oorlogsindustrie een geliefd materiaal, Maar door een wonder zijn deze bruggerr toch nog goed en wel in Opperdoes aangekomen. Niet zo goed ging het enkele jaren later, in 1943, met de luidklok. De klok werd in 1527 gegoten door [chan de Wou. De middellijn is 90 em en de hoogte 78 em. De klok is opgehangen in een geheellosstaande klokkestoel van dikke bekantrechte inlands eiken stamrnen. De stoel is door middel van getoogde pen-en-gatverbindingen in elkaar gezet. Maar Hitler had materiaal nodig om zijn ideaal, "wereldheerschappij", te bereiken. Hij liet de klokken uit de kerktorens halen, het was als een druppel op een gloeiende plaat. De middendam tussen de luigaten van de net gerestaureerde kerk werd er uitgehakt. Op een vrachtschip werden de klokken vanuit Medemblik over het Ilsselmeer vervoerd, richting Duitsland. Maar het schip is "per ongeluk") gezonken. Na de bevrijding is elke klok op zijn eigen plaats, weer netjes in de torens terug gehangen. Voor 1934 was er alleen aan de wesr-en aan de oostkant van de toren een wijzerbord, elk met een wijzer, dus een uurwijzer. Het wijs- en slagwerk werd in beweging gehouden door een prachtig en heel zwaar mechanisme, aangedreven door zware gewichten. Deze gewichten moesten elke dag omhoog gedraaid worden. Jarenlang hield Joost de Leeuw, bijgenaamd manke Ioosie, het torenuurwerk op gang. Jammer genoeg is het monumentale uurwerk op de schroothoop gegaan. De koperen uurwijzers werden daarvan gered en hangen te pronk in de woning van schrijver dezes. Er kwam in 1934, dus voor de restauratie, een elektrisch aangedreven

uurwerk in de toren. De voorbereiding van de restauratie begon toen dominee Dijkstra hier predikant was, 1933 tot 1938. De uitvoering en voltooiing vonden plaats toen dominee dr. We. van Unnik, 1938 tot 1942, hier stond en daarna dominee F.S.e. Bredschneider, 1942 tot 1946. De kerk kon weer in gebruik worden genomen op 17 [uni 1942. Het sterk in verval geraakte monument was weer voor lange tijd gered voor de hele dorpsgemeenschap!

Hier de diverse betrokkenen op 17 juni.

bv =: bouwvakker, gl =: gemeenteraadslid, m =: Monumentenzorg.

Jan Wijdenes Dz:n., diaken: P. Gutter, by; A. Poolland, by; Jan Geuzebroek, by; HenkVijn Wzn., by; Cor de Graaf, schilder; Freek Boersma, schilder; Jan Kessel, kerkvoogd; Dirk Slagter, kerkvoogd; Klaas RustenburgWzn., gl; Jan Pouw Pzn., ouderling, Monumentenzorg; Andries Zwaan jbzn., diaken; Jan Meurs Czn., diaken: Dirk Meurs jzn., ouderling; dominee Dijkstra; burgemeester De Bruine; burgemeester Pierhage; dominee dr. We. van Unnik; Kalf, m; architect Kramer; Joost de Leeuw, smid; Hoeksema, uitvoerder; Iac, Pret, aannemer. Met "de kroon" op hun werk boven hun hoofd.

Naar nu gerekend, kostte de restauratie een appel en een ei. Heden, na 55 jaar is er een dure restauratie nodig; namelijk het dak van de kerk en enkele andere dingen. Om het monument te behouden zou hier de hele dorpsgemeenschap achter moeten staan, ook al omdat in deze kerk onze voorauders zijn begraven. Het begraven in de kerk yond plaats tot rand 1 750. Op het kerkhof is op 28 -1 2 -1 921 dominee Salm begraven en op 7 -1-1937 zijn vrouw. Zij kwamen in 1893 in Opperdoes, dus woonde en preekte deze dominee 28 jaar in ons dorp. Het echtpaar bleefkinderloos.ln zijn ambtsperiode is op de noord-oosthoek een consistorie annex catechesatielokaal aan de kerk gebouwd, met een deurtje naar de kerk tussen de ouderlingenbank en de preek-

stoe!. Hiervoor moest de dominee zijn toga aantrekken in een houten hokje op de kraak naast het orgel; hij moest dan met zijn toga aan, de steile trap afdalen naar de dwarsgang achter de kerk, en na de dienst weer omhoog. Op de foto is het aanbouwtje te zien dat bij de restauratie weer verdween, ook ziet u de grate regenwaterbak.

9 Gereformeerde Kerk

Op de bovenste foto van 1928 zien wij de oude Gereformeerde Kerk en pastorie. In de voortuin staan dominee en mevrouw Seinen, zij woonden en werkten in ons dorp van 1924 tot 1929. De kerk is in 1883 in gebruik genomen, aanvankeIijk zonder kerkorgel. Op de foto van 1908 zit het ronde raam nog boven de voordeur. Op de andere fota is dit raam in de topgevel geplaatst en een steen, die later spoorloos is verdwenen, is op de plaats van het raam gemetseld. Deze operatie was nodig voor de plaatsing van een kerkorgel, dit is op de foto van 1928 aan her metselwerk nog te zien. Begin 1883 werd ten huize van het bakkersgezin Hero Vijn en Wijbrig Rustenburg de eerste kerkeraadsvergadering gehouden, waarin werd besloten bij de kerk een pastorie te bouwen met een wolvendak met aan de voorzijde een dakkapel en een fraaie houtwerkomlijsting (foto 1908). Men hoopte hierbij op een spoedige bewoning. Dit Iiep niet direct van een leien dakje. Na acht tevergeefse beroepen was het tenslotte domineeTen Hoor die "ja" zei. Hierdoor kreeg ons dorp zijn tweede predikant. Schuin tegenover hen woonde het hervormde domineesgezin J. Folmers. Dominee Ten Hoor werd opgevolgd door achtereenvolgens dominee Moed, dorninee Beume en dominee Oussoorn: bijgenaamd "Pietje". Hij was de medestichter van de school met de bijbel, die op 2 mei 1910 werd geopend. De eerste steen werd op 14 februari 1910 gelegd door de 12-jarige Jan, zoontje vanArie Rustenburg Izn. De bouw van twee schoollokalen en de schoolwoning duurde vanaf de eerstesteenlegging tot de opening twee maanden, althans volgens bovenstaande gegevens. Op de foto van 1908 was de school er dus nog niet; er was ook nog geen elektriciteit. Dominee moest bij kaarsIicht of een petroleumlamp studeren. Later werd er voor de pastorie en de schoolwoning een gemeenschappeIijke gasbron geslagen. De eerste bewoners van de schoolwoning waren het gezin De Koning. De legende wil dat dominee zich

belangrijker yond dan de meester, want tegen de afspraak in gebruikte hij meer gas dan de buren. Het zondaarsbankje zal wel niet door, .Pietje" bezet zijn, maar ik zie in gedachten weI de ouderIingen met de handen in het haar zitten. Meester De Koning werd opgevolgd door meester Postuma, die huwde met Geertje, een dochter van Gerbrand Wijdenes, boer op het Oosteind en nakomeIing van burgemeesterWijdenes. Na Postuma kwam het gezinAlthuizius. Zij waren de laatste bewoners van de schoolwoning, zij verhuisden naar een nieuw huis aan het Noorderpad naast de nieuwe school aan het Hazepad. Op de fete's zien we links van de kerk en later van de school, de timmerwinkel van Jan Putting Cornzn., de opvolger van Gijs Precht die in 1883 tijdens de bouw van de pasrorie op tragische wijze om het leven kwam, hij was toen ouderIing van de Gereformeerde Kerk. Door zijn toenmalige meesterknecht Jan Putting, afkomstig uit Enkhuizen, is de bouw voltooid. Later bij de komst van dominee Van der Berg als opvolger van dominee Oussoorn in 1 916 is er een verdieping op de pastorie gebouwd en kreeg het zi]n huidige, minder fraaie, vorm. De scheiding tussen oud en nieuw is op de foto duidelijk te zien. Zijn opvolger dominee Semen wilde weer iets anders. De preekstoel "de houten broek", gemaakt volgens het model in de Hervormde Kerk, was voor hem te eng. Hij wilde en moest meer bewegingsvrijheid hebben. Deze wens werd, zij het met tegenzin, ingewilligd. Volgens schetsen en aanwijzingen van dominee Seinen werd door de zoon van Jan Putting, Minne, een soort platform met balustrade en lessenaar getimmerd en in de kleuren van de kerk geschilderd door Rein Leur. Het nieuwe preekplatform was groot genoeg voor vijf dominees, NieuwIichterij vonden de ouderen, maar dominee kon zo goed heen en weer banjeren. Tot aan 1938 werd hierop gepreekt, na dominee Seinen door respectieveIijk dominee VroIijk en dorninee Roest. Toen bleek, evenals de

pastorie en de preekstoel, de kerk te klein. Er werd onder architectuur van Plooi, door Hartman Buter, over de oude kerk heen een bijna nieuwe kerk gebouwd, met daarin weer in een wat fraaiere uitvoering, maar van dezelfde afmetingen "het platform" ver de kerk in stekend. Hierdoor keek de organist, Klaas Zwier, dominee op de rug, evenals de kerkgangers op de zuidkraak die plaatsen langs de muur hadden. Dit platform, gemaakt van eiken triplex, geplakt met beenderlijm, was een lustoord voor de familie houtworm, ze lieten zich lang niet onbetuigd en ook niet wegpreken of -spuiten. Bij een ingrijpende restauratie, rand 1978, verhuisde het geval naar de brandstapel en werd door de schrijver van dit boekje de huidige preekstoel ontworpen, deze hield het midden tussen "de houten broek" en het "platform". De school naast de kerk verhuisde in 1938 naar het Hazepad met er omheen een graot speelterrein. De schoolwoning werd schoenwinkel en werkplaats van Piet Brilman en de school timmerwerkplaats. De oude "timmerwinkel" van Gijs Precht en later van Jan Putting Cornzn., werd gesloopt. Ben grote partij "Kloostermoppen" uit de fundering verhuisde naar Medemblik voor de restauratie van kasteel Radboud. De architect heeft uitgezocht dat de stenen afkomstig waren van de gesloopte muurtorens. Het puin is toen gebruikt voor reparaties aan de Westfriese omringdijk en de hele stenen kwamen na een jarenlange omloop op de goede plek terug. Rechts naast de pastorie op de foto van 1908 staat de woning van Arie Rustenburg en Trijntje Wijdenes met een toen nog houten hek ervoor, de dam rechts was de Noorderpaduitgang van de boerderij aan het Zuiderpad. Bij de dam begon de wik, een vroegere sloot, die langs wat nu het Hazepad is uitkwarn in de Zuiderpadsloot. Links achter de "geblauwselde" boomstammen stond de grate boerderij van Klaas Wijdenes en Iantje Meurs. Op de foto van 1928 zijn aile houten hekken vervangen door ijzeren. Voor de .. speelplaats" tussen kerk en school was een fraaie ijzeren poort.

lODe Christelijk Gereformeerde Kerk

Na een splitsing is er een derde kerk gebouwd, achter kaasfabriek de Tijdgeest op grond van Thijs Molenaar. Daarvoor hield men samenkomsten in een ?. boet", dus werd dat in de volksmond ?. het boetjeskerkje", De eerstesteenlegging voor de Christelijk Gereformeerde Kerk yond plaats op 6 juni 1902 door een dochter van boer Klaas DruifTzn., geheten Dirkje, oud 18 jaar. Deze Dirkje is later getrouwd met Klaas Groenveld en woonde west naast de ouderlijke woning/boerderij in de zogenaamde chirurgijnswoning. Dertig jaar lang deed deze gemeente het zonder een eigen predikant. Pas in 1931 nam dominee J Kampman een beroep naar Opperdoes aan. Er werd toen aan de noordzijde van het Noorderpad, tegenover de ambtswoning van de burgemeester een nieuwe kerk gebouwd met een pastorie ervoor. De kerk is ontworpen door [o de Bruin, een broer van de vrouw van schoenmaker Piet Bnlman, een van de kerkeraadsleden. De kerk werd ontworpen in de stijl en geest van die tijd, onder andere het orgel boven de preekstoel; liturgisch aanvechtbaar. Het oude kerkje achter de kaasfabriek werd verkocht aanAndries SmitAzn.Azn., die met Dien van Klaveren trouwde. Dus de kerk werd verbouwd tot woonhuis. De eerstesteenlegging van de nieuwe kerk werd uitgevoerd door, wie anders dan de eerste Christelijk Gereformeerde dominee in ons dorp, J Kampman op 29 maart 1932. Van toen af was ons dorp in het rijke bezit van drie predikanten. Het kan verkeren, want in1849 beschreef dominee W van Campen ons als een zedeloos en bandeloos volkje en men wil beweren dar toen de naam ?. Turken" begon. Dominee Kampman was in de periode 1940 tot 1945 nauw bij het verzet betrokken. Om persoonlijke veiligheidsredenen is door mij met hem samen onder de studeerkamervloer een slaap-schuilplaats gemaakt, onvindbaar, maar deze bleef ongebruikt, hij moest onderduiken. In een van de laatste weken voor de bevrijding, wilde hij een kort bezoekje aan zijn vrouw in Opperdoes brengen en

fietste van Andijk hierheen over het Medemblikker padje in een sjofel grijs pak, een oud vilthoedje op en een snor. Op dat smalle padje zag hij mij aankomen, bliksemsnel overwoog hij twee dingen, zoals hij mij na de bevrijding vertelde en wij er smakelijk om hebben gelachen: 1. Afstappen en vragen of de kust veilig was. 2. Uitdrukkelijk groeten, als test voor de vermomming. Hij koos voor het laatste en dat slaagde volkomen want ik dacht, wat een wonderlijke man, die ken ik helemaal niet!

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek